Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:853
2022-06-10
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
17/05973
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:853 → ECLI:NL:GHSHE:2017:4041 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:853 → ECLI:NL:PHR:2022:37 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Faillissementsrecht. Rechtsgevolg van niet-betwisting door gefailleerde koper van in haar faillissement ter verificatie ingediende vordering van verkoper (art. 196-197 Fw in verbinding met art. 126 Fw). Veroordeling van cassatieadvocaat in de kosten van de cassatieprocedure (art. 245 Rv)? Wettelijke rente over nakosten.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2010:BL1116 Hoge Raad 19-03-2010
- ECLI:NL:HR:2014:335 Hoge Raad 14-02-2014
Geciteerd door (3982)
- ECLI:NL:GHARL:2026:6033 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:6091 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5942 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5933 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5935 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-09-2026
- ECLI:NL:RBOBR:2026:6647 Rechtbank Oost-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5810 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5816 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5817 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5819 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5806 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5809 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:6026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5847 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5800 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5811 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5818 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5808 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5807 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5804 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5805 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5802 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5815 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5803 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5851 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5661 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5726 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5650 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5651 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5632 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5653 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5655 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5637 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5630 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5636 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5631 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5635 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5634 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5724 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5638 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5633 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5654 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5639 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5471 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5497 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5480 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5488 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5487 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5466 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5484 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5667 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5483 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5490 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5458 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5480 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5486 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5498 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5432 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5330 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:5332 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-08-2026
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.639 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 17/05973
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.H. van Gelderen,
tegen
P.R. DEKKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V.,kantoorhoudende te Rosmalen,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: A.C. van Schaick.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 2766991\CV EXPL 14-1388 van de rechtbank Limburg van 4 maart 2015;
de arresten in de zaak 200.170.623/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2016 en 19 september 2017.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
De curator heeft in zijn schriftelijke toelichting bepleit dat de cassatieadvocaat van [eiseres] op de voet van art. 245 lid 1 Rv wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daartoe heeft de curator aangevoerd, kort gezegd, dat de cassatieadvocaat van [eiseres] zich heeft verzet tegen doorhaling van de cassatieprocedure en de curator heeft gedwongen tot voortprocederen terwijl [eiseres] ingevolge art. 2:19 lid 6 BW in verbinding met art. 193 lid 1 Fw heeft opgehouden te bestaan.
De Hoge Raad is van oordeel dat er geen aanleiding is om op de voet van art. 245 lid 1 Rv in plaats van [eiseres] haar cassatieadvocaat te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
2.3
De curator heeft in zijn verweerschrift gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten en over de nakosten, indien deze kosten en nakosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest zijn voldaan.
De Hoge Raad zal [eiseres] veroordelen in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, een en ander zoals hierna te bepalen.
Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Deze rechtspraak moet aldus worden begrepen dat een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover een veroordeling tot betaling van de nakosten en de wettelijke rente daarover omvat, met dien verstande dat de wettelijke rente over de nakosten die zijn verbonden aan de in voorkomend geval noodzakelijke betekening van de uitspraak, is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. Daarin ziet de Hoge Raad aanleiding de nakosten en de wettelijke rente daarover niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling te vermelden.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.
Zie HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, rov. 3.5; HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:335, rov. 3.2.
CIVIELE KAMER
Nummer 17/05973
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.H. van Gelderen,
tegen
P.R. DEKKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V.,kantoorhoudende te Rosmalen,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: A.C. van Schaick.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 2766991\CV EXPL 14-1388 van de rechtbank Limburg van 4 maart 2015;
de arresten in de zaak 200.170.623/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2016 en 19 september 2017.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
De curator heeft in zijn schriftelijke toelichting bepleit dat de cassatieadvocaat van [eiseres] op de voet van art. 245 lid 1 Rv wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daartoe heeft de curator aangevoerd, kort gezegd, dat de cassatieadvocaat van [eiseres] zich heeft verzet tegen doorhaling van de cassatieprocedure en de curator heeft gedwongen tot voortprocederen terwijl [eiseres] ingevolge art. 2:19 lid 6 BW in verbinding met art. 193 lid 1 Fw heeft opgehouden te bestaan.
De Hoge Raad is van oordeel dat er geen aanleiding is om op de voet van art. 245 lid 1 Rv in plaats van [eiseres] haar cassatieadvocaat te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
2.3
De curator heeft in zijn verweerschrift gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten en over de nakosten, indien deze kosten en nakosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest zijn voldaan.
De Hoge Raad zal [eiseres] veroordelen in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, een en ander zoals hierna te bepalen.
Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Deze rechtspraak moet aldus worden begrepen dat een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover een veroordeling tot betaling van de nakosten en de wettelijke rente daarover omvat, met dien verstande dat de wettelijke rente over de nakosten die zijn verbonden aan de in voorkomend geval noodzakelijke betekening van de uitspraak, is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. Daarin ziet de Hoge Raad aanleiding de nakosten en de wettelijke rente daarover niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling te vermelden.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.
Zie HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, rov. 3.5; HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:335, rov. 3.2.