Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:5724
2026-09-01
Civiel recht
200.358.587/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Geschil over totstandkoming en inhoud samenwerkingsovereenkomst. Haviltex.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RBNNE:2025:1674 Rechtbank Noord-Nederland 30-04-2025
- ECLI:NL:HR:2001:AD5352 Hoge Raad 21-12-2001
- ECLI:NL:HR:2011:BQ2213 Hoge Raad 16-09-2011
- ECLI:NL:HR:2022:853 Hoge Raad 10-06-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (47.682 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.587/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden 191355
arrest van 1 september 2026
in de zaak van
Cymach B.V.
die is gevestigd in Zelhem
en die bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna: Cymach,
advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker
en
Environox B.V.
die is gevestigd in Oldeberkoop
en die bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna: Environox,
advocaat: mr. S. Kuipers
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
Cymach heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 30 april 2025 tussen partijen is uitgesproken door de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep;
• de memorie van grieven met producties;
• de memorie van antwoord;
• de akte overleggen producties, van Cymach (met producties 10 t/m 15);
• het verslag van de mondelinge behandeling van 3 juli 2026 (het proces-verbaal).
1.2.
Hierna hebben partijen het hof gevraagd om arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1.
Partijen hebben samengewerkt aan de ontwikkeling van een innovatief product voor reductie van schadelijke emissies. Tussen partijen is discussie ontstaan over de gemaakte afspraken. Cymach meent dat zij op basis van de gemaakte afspraken recht heeft op onder meer een vergoeding van € 100.000 per jaar. Volgens Environox heeft Cymach dergelijke vergoedingen wel voorgesteld, maar heeft zij nooit met dat voorstel ingestemd.
2.2.
Cymach heeft in de procedure bij de rechtbank gevorderd Environox te veroordelen tot onder meer betaling van de jaarlijkse vergoedingen en betaling van schadevergoeding. Subsidiair heeft zij gevorderd Environox te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor gewerkte uren. De rechtbank heeft de vorderingen van Cymach op 30 april 2025 afgewezen.
2.3.
In dit hoger beroep vraagt Cymach het hof om het vonnis van de rechtbank te vernietigen en om haar vorderingen alsnog toe te wijzen. Het hof oordeelt echter evenals de rechtbank dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Het hoger beroep zal dan ook worden verworpen. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.
3De feiten
3.1.
[naam1] , [naam2] en [naam3] (hierna respectievelijk: [naam1] , [naam2] en [naam3] ) hebben vanaf augustus / september 2020 met elkaar gesproken en vervolgens met elkaar samengewerkt om te komen tot een uitvinding voor, kort gezegd, het verwijderen van verontreiniging uit gas in een schoorsteen van een fabriek (hierna: het Product). [naam1] en [naam3] waren daarbij de twee ‘technische mannen’.
3.2.
[naam2] is (al dan niet middellijk) bestuurder en aandeelhouder van een aantal vennootschappen, waaronder destijds Houtdrogerij Friesland B.V. (hierna: HDF). In HDF werkte [naam2] samen met [naam3] . Op 7 september 2020 is Environox opgericht. [naam2] is (middellijk) bestuurder en aandeelhouder van Environox. [naam3] is één dag in de week werkzaam bij Environox.
3.3.
Op 10 september 2020 is Cymach opgericht. [naam1] is enig bestuurder van Cymach en hij is ook (al dan niet middellijk) (mede-)aandeelhouder van Cymach.
3.4.
Op 11 september 2020 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [naam2] en [naam1] . In dit overleg is gesproken over de samenwerking en over de ontwikkeling van het Product.
3.5.
Op 12 september 2020 heeft [naam1] [naam2] een e-mail gestuurd, met als bijlage een ‘voorstel raamwerk samenwerking’ (hierna ook: het voorstel). In de e-mail schrijft [naam1] onder meer: “Het is een opzet (…)”, en: “Ik hoor graag van je”. De bijlage bij de e-mail vermeldt onder meer:
“Voorstel raamwerk samenwerking, HDF, Environox (en gelieerde bedrijven) en Cymach B.V.
(…)
Uitgangspunten:
● HDF heeft exclusieve licentie van Linde voor O3 injectie in (rook)-gas in combinatie met NOx verwijdering
● Cymach draagt 3 concepten over aan HDF (deze concepten kunnen verweven worden in IP aanvragen)
● Cymach levert exclusief bepaalde internals aan/voor HDF
Licentie HDF van Linde
De licentie van Linde aan HDF is exclusief, wereldwijd en onbeperkt?
Is dit inderdaad zo?
Uit de meeting van 11-9 blijkt dat dit alleen in Nederland is. Het is wel de bedoeling e.e.a. verder uit te rollen (internationaal). Dit graag verder uitwerken.
Drie concepten Cymach (onafhankelijk en/of samenhangend)
(…)
Cymach helpt HDF met het opnemen van de beschrijving in een nieuwe patentaanvraag (of meerdere aanvragen, bijvoorbeeld systeem en hybride); in ruil hiervoor ontvangt Cymach onvoorwaardelijk een jaarlijkse fee.
Genoemde uitvinders: [naam2] , [naam3] en [naam1] ?
Eigenaar: Environox?
Uitgangspunten HDF/Linde technologie
(…)
Cymach krijgt het exclusieve recht om alle internals en cyclonen te leveren (commerciële prijs);
(…)
Test unit
(…)
Op korte termijn wordt een test-unit gerealiseerd.
(…)
Commercieel
Jaarlijkse fee: 100.000,= (ex. BTW; jaarlijkse inflatie correctie toe te passen); te voldoen iedere maand; startend bij overeenkomst, direct na bevestiging dat test-unit werkt; dit moet op korte termijn gerealiseerd zijn en is tevens voorwaarde van Cymach.
Alle kosten, bijvoorbeeld m.b.t. testen, IP en full-scale units, etc. worden gedragen door HDF.
Cymach ontvangt een fee van Euro 10.000,= (ex. BTW; bij aanvang) voor het basisontwerp van de test unit en de assistentie bij het realiseren van de test-unit.
Cymach levert in eerste instantie de concepten en huidig- en toekomstig advies.
HDF wordt eigenaar van de concepten en mag deze concepten dus onbeperkt gebruiken voor toepassing van rookgasverwijdering NOx i.c.m. O3 injectie.
Cymach mag de concepten (blijven/gaan) gebruiken voor overige toepassingen.
(...)
Indicatie prijzen voor test-opstelling (componenten; eerste opzet; ex. fees)
(…)
Total 59600
(…)”
3.6.
Op 17 september 2020 heeft [naam1] per whatsapp aan [naam3] bericht:
“Hallo [naam3] , zoals je wellicht weet ben ik vorige week vrijdag bij [naam2] geweest in Oldeberkoop om eea verder te bespreken. Afgelopen weekend en de dagen daarna heb ik een opzet gemaakt voor een opstelling, berekeningen etc. Daaruit zijn ook een aantal (ook technische) vragen gekomen. Nu heb ik dit naar [naam2] gestuurd en tevens proberen te bellen. Hij had verteld dat hij behoorlijk druk was, maar ook dat hij problemen met zijn mail had. Tot nu toe heb ik nog niets gehoord; zonder te willen bypassen of pushen: is alle informatie bij de juiste mensen gekomen nu (ook bij jou), en wat is de verdere bedoeling? Groeten [naam1] ”
3.7.
Enkele dagen later, op maandag 21 september 2020, schrijft [naam1] in een e-mail aan [naam3] onder meer: “Graag zou ik (ook) schriftelijke bevestiging van het raamwerk voor samenwerking krijgen zodat ik ook overige componenten kan gaan regelen/bestellen.”
3.8.
Later die dag, 21 september 2020, liet [naam3] per whatsapp aan [naam1] weten: “We zijn met die 59k opzich akkoord. Ik wil wel technisch even verder naar de inhoud kijken.”
3.9.
Op woensdag 23 september 2020 laat [naam1] per whatsapp aan [naam3] weten dat hij inmiddels met [naam2] gesproken heeft. [naam1] bericht aan [naam3] onder meer:
“Hallo [naam3] , ik heb zojuist [naam2] gesproken; hij is druk met de overname, had hij me ook verteld; hij heeft me toestemming gegeven voor aankopen testopstelling. Tevens mag ik een deelfactuur sturen zodat ik ook verder kan uitgeven.”
“Hij heeft gezegd dat ik jou als contactpersoon kan gebruiken (…)”.
“Ik ga komende week tevens bij [naam2] langs om het raamwerk verder punten op de i te zetten.”
3.10.
[naam1] (Cymach) en [naam3] (Environox) hebben vervolgens enige tijd gewerkt aan het realiseren van een testopstelling voor het Product.
3.11.
Met het oog op de aanvraag van octrooi voor het Product, hebben [naam1] (namens Cymach) en [naam3] (namens Environox) op 19 maart 2021 een geheimhoudingsovereenkomst ondertekend (een ‘non-disclosure agreement’; hierna: de NDA). De NDA vermeldt op de eerste pagina onder meer:
“A. The Parties entered into an agreement to commercialize the LOTOX and related processes which is owned/licensed by Environox. Cymach transfers knowledge and facilitates in the process of filing a patent-application which will be owned by Environox; also Cymach is intensively involved in the design, testing and commercialization of abovementioned technology. In return Cymach will receive an annual fee and Parties foresee to give Cymach the exclusive right to deliver all process components and equipment after finalizing the scope of supply and checking if Cymach's rates are competitive with the market. Both parties acknowledge that such agreement exists "the Purpose".”
3.12.
Op 19 en 20 maart 2021 zijn naar aanleiding van de ondertekening van de NDA, in een appgesprek van de (middellijk) medeaandeelhouders van Cymach – onder wie ( [naam1] ) [naam1] – de volgende berichten gedeeld:
“Vandaag heeft [naam1] een mijlpaal bereikt, Environox heeft getekend!”
“Dwz voor de jaarlijkse fee én dat cymach exclusief de componenten mag leveren.”
“Wauw klasse [naam1] . Heel trots super goed bezig”
“Jeetje, gaaf zeg!! Klasse [naam1] ! Proficiat mannen.”
3.13.
In het voorjaar van 2021 heeft Cymach Environox enkele facturen gestuurd ter zake van een door Environox te betalen ‘annual fee’. Environox heeft die facturen niet betaald. Naar aanleiding van de mededeling van [naam1] (Cymach) dat hij overwoog een deurwaarder in te schakelen, heeft [naam3] op 8 juli 2021 per whatsapp aan [naam1] bericht:
“[Dat] laatste lijkt me niet nodig. Ik heb zowel [naam4] als [naam2] gesproken over de betaling en de voorwaarde jij en [naam2] hebben gesteld op 12-9-2020. [naam2] belt jou morgen.”.
3.14.
Op 20 oktober 2021 heeft [naam1] per e-mail aan [naam3] onder meer bericht:
“Hallo [naam3] ,
Dank voor het constructieve gesprek van vanochtend.
Zoals besproken is overeenstemming gevonden aangaande de ingangsdatum van de samenwerking/technologie-fee. In plaats vanaf begin 2021, is het afgesproken dat deze begin Q2-2021 ingaat; onder voorwaarde dat Q2-2021 en Q3-2021 (totaal 50k ex. BTW) nu per omgaande (direct) betaald worden.
Aan het eind van dit jaar volgt dan de factuur voor Q4; en dan per kwartaal verder. (…)”
3.15.
Op 24 oktober 2021 heeft Cymach aan Environox een factuur gestuurd van € 60.500 (€ 50.000 met 21% btw). Op de factuur is onder meer vermeld:
“Annual fee; gedeelte: Q2 en Q3, 2021
Zoals besproken met [naam3] op 20 oktober 2021.
Facturen 2021-ENV-212 en 213 komen bij deze te vervallen.”
3.16.
Op 6 november 2021 heeft [naam1] per e-mail aan [naam3] onder meer bericht:
“Hallo [naam3] ,
Bij de telefonische vergadering van 20 oktober jongstleden hebben we afgesproken dat de uitstaande bedragen betreffende “samenwerking/octrooiaanvraag-fee” betreffende Q2 en Q3-2021 in een herzien factuur verrekend zouden worden. (…)”.
3.17.
Op 11 november 2021 heeft Environox de factuur van 24 oktober 2021 betaald.
3.18.
Op 23 november 2022 is een octrooi verleend voor het Product. In het octrooi is Environox genoemd als houder/eigenaar van de uitvinding. Ook de drie uitvinders - [naam1] , [naam2] en [naam3] - zijn daarin genoemd. Environox heeft de octrooikosten betaald.
3.19.
In een e-mail van 14 december 2022 heeft [naam3] aan [naam1] onder meer bericht:
“Zoals eerder gezegd zijn we instaat om met de O3 de NOX af te breken waarin eerst het balans no/no2 verschuift en daarna de reductie naar 0 No/No2.
Wat betreft de fee zoals in de overeenkomst wordt genoemd:
Zoals laatst besproken tijdens bezoek aan Oldeberkoop gaan kunnen wij in februari de volgende stap zetten met de reductie en wassing. Zoals we het nu zien is dit de laatste stap voordat we overgaan in engineering van de vermarktbare installaties.
Hiermee zijn we dan naar verwachting dus op het punt dat we alles werkende hebben. Deze week (50) zullen we het resultaat zien van de nieuwe packing die je hebt geleverd voor ons. Klopt het dat ik de factuur hiervoor nog niet heb ontvangen? (…)”
3.20.
Op 28 december 2022 stuurde Cymach Environox twee facturen voor de ‘annual fee’, dit voor de periode van oktober 2021 tot en met januari 2023. Het gaat om facturen van € 154.517,- en € 10.355,18. Environox heeft deze facturen niet voldaan.
3.21.
Cymach heeft in kort geding gevorderd dat Environox veroordeeld wordt tot (onder andere) betaling van de jaarlijkse vergoeding die vermeld is in het voorstel van Cymach van 12 september 2020. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot betaling van de jaarlijkse vergoeding op 21 juni 2023 afgewezen. Cymach heeft Environox vervolgens gedagvaard in deze bodemprocedure.
4De vorderingen
4.1.
Cymach vordert – samengevat – om bij beslissing, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert (en in verzuim verkeert) door de samenwerkingsovereenkomst niet na te komen vanwege het niet (volledig) voldoen van de contractuele vergoeding aan Cymach;
Environox te veroordelen tot betaling van € 177.298,88 althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
Environox te veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente over b);
Environox te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten;
te verklaren voor recht dat Environox gehouden is de verdere facturen vanaf februari 2023 ter zake van vergoedingen op grond van de samenwerkingsovereenkomst, te voldoen binnen de daarvoor geldende betalingstermijn;
indien en voor zover vordering b) niet wordt toegewezen: Environox te veroordelen tot betaling van € 300.000 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, dit op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid dan wel artikel 7:405 BW;
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert dan wel onrechtmatig handelt door Cymach te beletten haar contractuele recht van exclusiviteit uit te oefenen c.q. te gelde te maken, en schadevergoeding verschuldigd is aan Cymach;
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert dan wel onrechtmatig handelt door Cymach te beletten haar idee c.q. de techniek ‘Hybrid demisting/coalescing’ te gelde te maken en/of het idee c.q. deze techniek in eigendom te verkrijgen en te gebruiken zonder aan Cymach een vergoeding te voldoen, en dus schadevergoeding verschuldigd is aan Cymach;
voor de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding bedoeld onder g) en h), te verwijzen naar de schadestaatprocedure;
Environox te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
De rechtbank heeft deze vorderingen op 30 april 2025 afgewezen. Cymach vraagt in dit hoger beroep aan het hof om de vorderingen alsnog toe te wijzen.
5De beoordeling
Vordering tot betaling van de jaarvergoeding
5.1.
Cymach legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het voorstel dat zij 12 september 2020 aan Environox toezond, door Environox aanvaard is. Die aanvaarding lag volgens Cymach besloten in de handelwijze van Environox. Volgens Cymach heeft zij er in elk geval gerechtvaardigd op vertrouwd dat haar voorstel aanvaard was. Het voorstel hield onder meer in dat Cymach recht heeft op een vergoeding van € 100.000 per jaar (hierna ook aangeduid als: de jaarvergoeding). De jaarvergoeding zou door Environox verschuldigd zijn vanaf het moment dat een korte testfase was afgerond. Verder kreeg Cymach een exclusief recht op levering van onderdelen voor het Product. De genoemde testfase was bedoeld onder andere om te bezien of het Product levensvatbaar was en in hoofdlijnen deed wat partijen ervan verwachtten; als dat het geval was, zou de octrooiaanvraag worden ingediend. De testfase voor het Product is eind 2020 of begin 2021 afgerond; vanaf dat moment had Cymach dus recht op de vergoeding van € 100.000 per jaar. Environox weigert ten onrechte die vergoeding te voldoen, aldus telkens Cymach.
5.2.
Volgens Environox heeft zij nooit ingestemd met het voorstel dat Cymach op 12 september 2020 toezond. Volgens Environox heeft haar bestuurder, [naam2] , onder meer in het gesprek van 11 september 2020 aan [naam1] (Cymach) laten weten dat Environox pas afspraken wilde maken over een dergelijke vergoeding, als duidelijk was dat het Product ‘werkt’ en dat het met succes in de markt kan worden gezet. Dat is, aldus Environox, ook de reden dat [naam2] na 11 september 2020 niet meer met [naam1] over zo’n vergoeding gesproken heeft. Cymach heeft op 12 september 2020 nog wel een voorstel toegezonden waarin vermeld stond dat Cymach na afronding van de testfase een vergoeding kreeg van € 100.000 per jaar, maar Environox heeft nooit met dat voorstel ingestemd. Volgens Environox lag het ook voor de hand dat zij niet met dat voorstel kon instemmen. Het voorstel vermeldt bijvoorbeeld ook niet wanneer het recht op de jaarvergoeding eindigt. Volgens het voorstel zou Environox dus, na een korte testfase, tot in het oneindige € 100.000 per jaar aan Cymach moeten betalen, ongeacht of het Product ‘werkt’ en of het ook met succes vermarkt kan worden. Volgens Environox was het overigens wel haar bedoeling dat Cymach, in het geval dat het Product zou blijken te werken, een redelijke vergoeding kreeg voor haar aandeel in de ontwikkeling van het Product. Ook was het volgens Environox de bedoeling dat Cymach in dat geval een exclusief recht zou krijgen op leverantie van bepaalde onderdelen. In zoverre was er dus wel sprake van een bepaalde (intentie)overeenkomst. Van een overeenkomst die Cymach na een korte testfase recht gaf op € 100.000 per jaar, is echter nooit sprake geweest, aldus telkens Environox.
5.3.
De vraag die het hof – gelet op de grondslag van de vordering – moet beantwoorden, is of Cymach voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar voorstel van 12 september 2020 door Environox aanvaard is.
5.4.
Het hof stelt voorop dat het antwoord op de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, afhankelijk is van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Een overeenkomst komt in het algemeen tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (zie artikel 6:217 lid 1 BW). Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (zie artikel 3:35 BW in samenhang met artikelen 3:33 en 3:37 lid 1 BW). Niet uitgesloten is overigens dat een overeenkomst op andere wijze tot stand komt dan door aanbod en aanvaarding.
5.5.
Naar het oordeel van het hof is Cymach er niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat haar voorstel van 12 september 2020 aanvaard is of dat anderszins op basis van dat voorstel tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Cymach heeft daar in de gegeven omstandigheden ook redelijkerwijs niet op mogen vertrouwen. Het hof zal dit hierna toelichten.
5.6.
Het hof stelt voorop dat niet kan worden aangenomen dat Environox het voorstel van 12 september 2020 expliciet aanvaard heeft. Environox verklaart dat zij nooit gemeld of gezegd heeft dat zij met het voorstel instemde. Volgens Environox heeft Cymach het voorstel op 12 september 2020 toegezonden en hebben partijen het niet meer over het voorstel gehad. Dat laatste is – behoudens voor wat betreft het hiervoor genoemde contact over, kort gezegd, de kosten voor de testopstelling – door Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken.
5.7.
Cymach betoogt dat de aanvaarding van het voorstel van 12 september 2020 besloten ligt in de gedragingen van Environox. Volgens Cymach is het voorstel aanvaard doordat feitelijk uitvoering is gegeven aan de afspraken en plannen die in het voorstel vermeld zijn. De aanvaarding van het voorstel blijkt en volgt volgens Cymach verder onder meer uit het sluiten van de geheimhoudingsovereenkomst (de NDA), de verzonden facturen, de afspraken die naar aanleiding van die facturen zijn gemaakt, en de betaling van de factuur van Cymach van 24 oktober 2021.
5.8.
Naar het oordeel van het hof kon en mocht de bedoelde handelwijze van Environox, door Cymach in de gegeven omstandigheden in redelijkheid echter niet opgevat worden als een aanvaarding van haar voorstel. Daarbij is allereerst van belang dat het voorstel, zoals Environox opmerkt, aanzienlijke financiële verplichtingen voor Environox bevatte. Volgens het voorstel had Cymach immers, na een (korte) testfase, recht op een vergoeding van € 100.000 per jaar. Het recht op die vergoeding was daarbij niet afhankelijk gemaakt van factoren zoals het al dan niet slagen van pogingen om het Product te vermarkten. Gelet daarop kon en mocht Cymach de handelwijze van Environox in de periode na de toezending van dat voorstel, niet snel opvatten als aanvaarding van het voorstel (vgl. artikel 3:35 BW). Van belang is ook dat Cymach in september 2020 aan Environox gevraagd heeft schriftelijk te bevestigen dat zij met het voorstel instemde (zie hierboven, onder 3.7). Cymach heeft de gevraagde bevestiging niet gekregen. Wel liet Environox ( [naam3] ) diezelfde dag weten dat het bedrag van ‘59k’ – het in het voorstel genoemde bedrag voor de test-unit – akkoord was (zie hierboven, onder 3.8). In het appbericht dat [naam1] op 23 september 2020 aan [naam3] stuurde naar aanleiding van contact dat [naam1] had gehad met [naam2] (Environox), vermeldt [naam1] zelf ook dat toestemming is gegeven “voor aankopen testopstelling” en voor “een deelfactuur (…) zodat ik ook verder kan uitgeven” (zie hierboven, onder 3.9). Dat in reactie op het verzoek van Cymach om een schriftelijke bevestiging slechts akkoord is gegeven voor de kosten van de testopstelling, vormde – zoals Environox terecht opmerkt – een aanwijzing dat Environox niet (of in elk geval nog niet) met de overige onderdelen van het voorstel had ingestemd. Cymach heeft overigens ook niet, of in elk geval niet voldoende duidelijk gesteld dat [naam2] in het gesprek van 11 september 2020 al ingestemd had met een op korte termijn aan te vangen vergoeding van € 100.000 per jaar (of van die orde van grootte).
5.9.
Ook uit de verdere omstandigheden waar Cymach zich op beroept, kunnen – zoals vermeld – niet (mede) de conclusie dragen dat Environox het voorstel aanvaard heeft. Het hof zal dit hieronder per categorie van omstandigheden toelichten.
De uitvoering van het project
5.10.
Vast staat dat Cymach en Environox vanaf medio september 2020 gewerkt hebben aan de testopstelling voor het Product. Environox had uitdrukkelijk ingestemd met een deel van het voorstel van 12 september 2020, te weten – kort gezegd – de kosten voor testopstelling (zie hierboven, onder 5.8). Dat de werkzaamheden voor die testopstelling vervolgens ook werden uitgevoerd, kon redelijkerwijs dan ook niet aldus begrepen worden dat Environox ook met de overige onderdelen van dat voorstel had ingestemd.
5.11.
Cymach wijst erop dat partijen niet alleen werkten aan de testopstelling, maar dat er vervolgens ook gewerkt is aan onder meer de octrooiaanvraag. De kosten van die aanvraag werden ook door Environox voldaan. Volgens Cymach is ook door die verdere uitvoering van het project ingestemd met het voorstel van Cymach. Het hof volgt Cymach daarin niet. Het gegeven dat Environox akkoord had gegeven voor de kosten van de testopstelling zonder daarbij in te stemmen met de overige onderdelen van het voorstel, wees erop dat Environox verdere uitvoering aan het project wilde geven ook al was er geen overeenstemming over een jaarlijkse vergoeding en een exclusief leveringsrecht voor Cymach bereikt. Cymach heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij, gelet op het feit dat eerder slechts met een déél van het voorstel was ingestemd, aan de verdere feitelijke uitvoering van het project redelijkerwijs de betekenis kon toekennen dat Environox alsnog had ingestemd had met de vergoedingsrechten zoals die in het voorstel van 12 september 2020 waren vermeld. Zo is, zoals het hof hierna ook zal toelichten, niet duidelijk gemaakt waarom de verdere projectwerkzaamheden en -betalingen – anders dan de uitvoering van de testopstelling – erop wezen dat er alsnog werd ingestemd met de door Cymach in het voorstel genoemde vergoedingsrechten.
De NDA (non-disclosure agreement)
5.12.
Op 19 maart 2021 hebben partijen een geheimhoudingsovereenkomst gesloten (de NDA). De considerans van de NDA vermeldt onder meer dat Cymach en Environox een overeenkomst hebben gesloten met het oog op de ontwikkeling van het Product, en dat Cymach voor haar inzet een ‘annual fee’ zal krijgen. Ook is vermeld dat partijen verwachten (‘foresee’) dat Cymach een exclusief recht zal krijgen op levering van bepaalde onderdelen (zie hierboven, onder 3.11).
5.13.
Anders dan Cymach meent, rechtvaardigt de NDA niet (mede) de gevolgtrekking dat Environox met het voorstel van 12 september 2000 heeft ingestemd. Hierbij is allereerst van belang dat de NDA vermeldt dat Cymach een jaarlijkse vergoeding zal krijgen; er staat echter niet dat het gaat om een vergoeding van € 100.000 per jaar. Dat laatste is van belang, nu volgens Environox ook nooit ter discussie heeft gestaan dat Cymach, in het geval dat het Product ‘werkte’ en ook vermarkt kon worden, voor haar inbreng een bepaalde vergoeding zou krijgen. Environox wijst er ook op dat de NDA vermeldt dat partijen verwachten (‘foresee’) een exclusief leveringsrecht toe te kennen; er staat dus niet dat zo’n recht al is toegekend. Environox merkt terecht op dat dit laatste er juist op duidt dat het voorstel van 12 september 2020 niet aanvaard is. Van belang is verder dat de NDA namens Environox ondertekend is door [naam3] , en niet door haar bestuurder [naam2] . Environox merkt op dat [naam3] aangewezen was als contactpersoon voor technische kwesties, maar dat [naam2] zelf de financiële beslissingen nam. Dat laatste strookt ook met de handelwijze van partijen in onder meer september 2020 (zie hierboven, onder 3.4 - 3.9 en 3.13). Het feit dat de NDA namens Environox ondertekend werd door [naam3] en niet door [naam2] , is dus een aanwijzing dat het sluiten van de NDA niet betekende dat Environox alsnog instemde met het voorstel van 12 september 2020.
5.14.
Cymach wijst er overigens terecht op dat de tekst van de NDA door Environox intern was voorgelegd aan haar financieel directeur (de heer [naam5] , financieel directeur LDJ Group). Dat gegeven baat Cymach hier echter niet. Uit de door Cymach overgelegde e-mail met de inbreng van de financieel directeur (productie 36) volgt namelijk dat deze er vooral op wijst dat bij een exclusief recht van Cymach op levering van onderdelen, wel verzekerd moet zijn dat die levering plaatsvindt tegen marktconforme tarieven. Uit de e-mail blijkt niet dat de financieel directeur geïnformeerd was over het voorstel van Cymach van 12 september 2020 en over eventuele instemming met dat voorstel.
Facturen en overleg over vergoedingen
5.15.
Cymach beroept zich ook op het gegeven dat zij in 2021 facturen heeft gestuurd met als omschrijving (mede) ‘annual fee’. Ook wijst zij op de correspondentie over die facturen, het overleg dat plaatsvond toen die facturen onbetaald bleven, en het feit dat Environox op 11 november 2021 de factuur van 24 oktober 2021 voldeed. Op de laatstgenoemde factuur is vermeld dat deze ziet op de ‘annual fee’ voor het tweede en derde kwartaal van 2021 (zie hierboven, onder 3.13 - 3.17).
5.16.
Ook uit deze feiten en omstandigheden kon en mocht Cymach naar het oordeel van het hof niet begrijpen dat Environox met het voorstel instemde of had ingestemd. Environox wijst er namelijk terecht op dat zij facturen met de vermelding ‘annual fee’, juist onbetaald liet. Environox voldeed de facturen niet, ook niet nadat Cymach liet weten dat zij overwoog een deurwaarder in te schakelen (vgl. hierboven, onder 3.13). Het bericht dat [naam3] op 8 juli 2021 stuurde in reactie op dat dreigement, rechtvaardigt – anders dan Cymach betoogt – evenmin het vertrouwen dat Environox met het voorstel had ingestemd (zie hierboven, onder 3.13). Dat appbericht duidt er veeleer op dat [naam3] ervan uitging dat in september 2020 was afgesproken dat Cymach pas recht had op een ‘annual fee’ vanaf het moment dat duidelijk was dat het Product ‘werkte’ (zie rov. 4.7 van het vonnis van 30 april 2025). Dat laatste vindt ook steun in het gegeven dat de facturen van Cymach voor de ‘annual fee’, na het bericht van [naam3] van 8 juli 2021 nog steeds niet voldaan werden.
5.17.
Het gegeven dat in de e-mail van [naam1] van 20 oktober 2021 en in de factuur van 24 oktober 2021 gesproken wordt over rechten op (en afspraken over) een ‘annual fee’, baat Cymach evenmin. Daarbij stelt het hof voorop dat Cymach niet stelt – in elk geval niet voldoende duidelijk en gemotiveerd – dat Environox in die periode gezegd heeft dat zij met het voorstel van 12 september 2020 had ingestemd of dat zij alsnog met dat voorstel instemde. Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat zij in medio of eind 2021 gesproken hebben over een vergoeding (‘fee’) voor Cymach, en dat in oktober 2021 werd afgesproken dat Environox aan Cymach een bedrag zou betalen van € 50.000. Volgens Environox was zij bereid die vergoeding te betalen omdat het project langer duurde dan vooraf was ingeschat en zij de samenwerking met Cymach graag wilde voortzetten. Cymach heeft gelet op dat verweer onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij aan de genoemde gang van zaken het vertrouwen kon en mocht ontlenen dat Environox met haar voorstel had ingestemd. Cymach zelf verklaart immers ook dat medio 2020 tussen partijen discussie was ontstaan over het moment van waaraf Cymach aanspraak zou kunnen maken op een jaarlijkse vergoeding. Volgens Cymach ging zij uit van de in haar voorstel genoemde ingangsdatum (‘direct na bevestiging dat test-unit werkt’), maar achtte Environox een andere ingangsdatum redelijk. Het gegeven dat Cymach in haar facturen (die grotendeels onbetaald bleven) en in onder meer haar e-mail van 20 oktober 2021 sprak van betaling van een ‘annual fee’ van omgerekend € 100.000 per jaar, kan tegen die achtergrond niet (mede) het vertrouwen rechtvaardigen dat er alsnog met het aanvankelijke voorstel was ingestemd. Hoewel Environox kennelijk niet tegen die omschrijvingen geprotesteerd heeft, waren die aanduidingen – gelet op het feit dat juist discussie was ontstaan over de facturen voor de ‘annual fee’, dat die facturen onbetaald waren gelaten, en dat vervolgens in oktober/november 2021 na overleg door Environox een betaling van € 50.000 is toegezegd en uitgevoerd – geen redelijke grond voor Cymach om erop te vertrouwen dat er (alsnog) met het voorstel was of werd ingestemd.
5.18.
Overigens verklaart Cymach in hoger beroep dat [naam1] op 20 oktober 2021 met [naam3] afgesproken heeft dat vanaf het tweede kwartaal van 2021 de jaarvergoeding verschuldigd zou zijn, dat Cymach deze vergoeding voor het eerste half jaar in rekening zou brengen, en dat Cymach daarna de vergoeding telkens met de door haar gewenste termijn zou factureren. Dat betoog, dat door Environox overigens weersproken wordt, is tevergeefs. Ook de genoemde stelling rechtvaardigt namelijk niet de conclusie dat Cymach erop mocht vertrouwen dat het voorstel van 12 september 2020 aanvaard was. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat het voorstel van 12 september 2020 voor de jaarlijkse vergoeding een ander aanvangsmoment geeft dan in het gesprek van oktober 2021 volgens Cymach afgesproken is. Het voorstel vermeldt immers dat het vergoedingsrecht ingaat na een korte testfase (zie hierboven, onder 3.5); die testfase was volgens [naam1] eind 2020 of begin 2021 al afgerond. Cymach heeft – mede gelet op het feit dat juist discussie was ontstaan over de vergoedingsaanspraken – uit de beweerdelijk met de ‘technisch manager’ [naam3] gemaakte afspraken in redelijkheid niet kunnen en mogen afleiden dat Environox akkoord was met het voorstel (inclusief een ruim geformuleerd recht op substantiële vergoedingen) dat Cymach een jaar eerder toezond aan [naam2] , de bestuurder van Environox. [naam1] wist althans hij behoorde te weten – mede gelet op de eerdere gang van zaken, waarbij de beslissing over de samenwerkingsafspraken genomen diende te worden door [naam2] (zie hierboven, onder 3.6 - 3.9) en overigens ook gezien het in januari 2021 ten behoeve van de octrooiaanvraag aan [naam1] toegezonden uittreksel uit het handelsregister over Environox (productie 1 bij conclusie van antwoord) – dat [naam2] en niet [naam3] bevoegd was om Environox op een dergelijk punt te binden.
Slotsom: geen aanvaarding van voorstel 12 september 2020
5.19.
Slotsom is dat Environox het voorstel van Cymach van 12 september 2020 niet met zoveel woorden aanvaard heeft en dat een aanvaarding ook niet besloten lag in haar gedragingen. Cymach heeft het handelen van Environox in redelijkheid niet aldus kunnen en mogen begrijpen dat er met haar voorstel was ingestemd. Het hof ziet – de grondslag van de vordering in aanmerking genomen – ook voor het overige geen grond om aan te nemen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen met de door Cymach genoemde inhoud – dus inclusief onder meer een jaarvergoeding van € 100.000. De vorderingen van Cymach die strekken tot betaling van de vergoeding van € 100.000 per jaar als vermeld in het voorstel van 12 september 2020, zullen dan ook worden afgewezen (vorderingen a, b, c en e).
5.20.
Het hof merkt op dat het geen aanleiding ziet om Cymach toe te laten tot het leveren van nader bewijs door het horen van getuigen. Cymach stelt dat de bedoelde overeenkomst gesloten is ná het overleg van 11 september 2020. De instemming van Environox met de door Cymach voorgestelde afspraken, ligt volgens Cymach besloten in de handelwijze van Environox; vanwege die handelwijze zou Cymach er in elk geval het gerechtvaardigd op vertrouwd hebben dat haar voorstel aanvaard was. De feiten en omstandigheden waarop Cymach zich in dat verband beroept, zijn bij de beoordeling in aanmerking genomen.
Overig tekortschieten; onrechtmatige daad
5.21.
Cymach betoogt dat Environox onrechtmatig jegens haar handelt en dat Environox – ook afgezien van het uitblijven van betaling van de jaarvergoeding – tekortschiet in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Cymach betoogt in dit verband onder meer dat Environox haar misleid heeft omtrent de rechten op het product ‘Lotox’, dat Environox belet dat het Product vermarkt wordt, dat de samenwerking tussen Environox en Delta North ontoelaatbaar is, en dat Environox samenspant met enkele aandeelhouders van Cymach. Cymach vordert dat Environox veroordeeld wordt om de schade die Cymach door dit onrechtmatig handelen en deze wanprestatie leidt, te vergoeden (vorderingen g, h en i). Het hof zal deze vorderingen afwijzen, en wel om de volgende redenen.
5.22.
Cymach betoogt dat Environox haar misleid heeft door een onjuiste voorstelling van zaken te geven over de beschikbare ‘basisrechten’ van Linde. Volgens Cymach was het voor een succesvolle exploitatie van het Product nodig dat Environox de internationale rechten had voor ‘Lotox’, een product van chemiebedrijf Linde. Environox zou Cymach aanvankelijk verteld hebben dat zij over die internationale rechten beschikte; pas later zou gebleken zijn dat dit niet juist was. Het hof verwerpt dat betoog. Environox wijst er terecht op dat uit het voorstel voor het raamwerk van 12 september 2020 blijkt dat Cymach op dat moment al wist, of er in elk geval rekening mee moest houden, dat Environox alleen beschikte over de rechten op Lotox voor de Nederlandse markt (zie hierboven, onder 3.5). Dat Cymach op dit punt misleid is, valt dan ook niet in te zien.
5.23.
Cymach stelt verder dat Environox haar misleid heeft en dat Environox opzettelijk verhindert dat het Product vermarkt wordt. In dat verband betoogt Cymach onder meer dat Environox en het Product onderdeel zijn van een ‘subsidiecaroussel’ en dat Environox niet uit is op succesvolle vermarkting van het Product maar op het binnenhalen van subsidies. Cymach merkt verder op dat Environox het Product kennelijk slechts ontwikkelt voor gebruik daarvan door groepsvennootschappen en/of voor ‘intern salderen’ van schadelijke emissies. Het hof verwerpt deze betogen. Environox heeft opgemerkt dat de bedoelde subsidies maar een beperkt deel van de totale kosten dekken, en dat de subsidies dus nooit reden kunnen zijn om het Product niet te vermarkten. Dit laatste is door Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken. Dat Environox het Product slechts ontwikkelt voor gebruik door groepsvennootschappen en/of voor ‘intern salderen’, valt zonder nadere toelichting en onderbouwing evenmin in te zien. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat het Product, als het werkt en met succes in de markt kan worden gezet, een hoge commerciële waarde heeft. Dat Environox – bijvoorbeeld vanwege aanspraken van Cymach – ervoor zou kiezen het Product niet te vermarkten terwijl dit wel mogelijk is, valt gelet daarop niet te begrijpen, in elk geval niet zonder nadere toelichting en onderbouwing. Het betoog van Cymach dat Environox wanprestatie pleegt en onrechtmatig handelt en/of gehandeld heeft door Cymach te misleiden en door te beletten dat Cymach haar exclusieve recht op levering van Product-onderdelen benut, mist dus deugdelijke grond.
5.24.
Dat Environox wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt door vanaf begin 2023 samen te werken met Delta North, valt evenmin in te zien. Ten eerste omdat Cymach niet duidelijk heeft gemaakt waarom het Environox niet vrij zou staan om met Delta North samen te werken. Ten tweede omdat Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken heeft dat zijzelf, vanwege het feit dat de geclaimde jaarvergoedingen niet voldaan werden, haar bijdrage aan de samenwerking met Environox heeft opgeschort. Niet blijkt dat Cymach ook recht had op die jaarvergoedingen. Dat Environox sinds 2023 samenwerkt met een andere partij, kan dus ook niet met succes aan Environox worden tegengeworpen.
5.25.
Cymach betoogt ook tevergeefs dat Environox heeft samengespannen met een aantal van de aandeelhouders van Cymach. Dat Environox onrechtmatig of ongeoorloofd handelde door het bedoelde contact met de aandeelhouders, valt niet in te zien, in elk geval niet zonder nadere toelichting. Cymach heeft ook niet duidelijk gemaakt wat de schade is die Cymach door dat contact geleden zou hebben. Zo blijkt niet dat het contact met de aandeelhouders eraan heeft bijgedragen dat de vordering van Cymach tegen Environox tot nakoming van betalingsafspraken, in deze procedure wordt afgewezen.
Betaling van een redelijke vergoeding
5.26.
Cymach vordert subsidiair, voor het geval dat de vordering tot betaling van de jaarvergoeding wordt afgewezen, betaling van een redelijke vergoeding (vordering f). Zij baseert deze vordering op de redelijkheid en billijkheid en op artikel 7:405 BW (loon bij overeenkomst van opdracht). Volgens Cymach heeft [naam1] in totaal 1.500 uur in het project gestoken. Deze uren zijn volgens Cymach vooral in de beginfase van het project gemaakt, onder meer in het kader van de octrooiaanvraag. Een marktconforme vergoeding bedraagt volgens Cymach € 200,- per uur, en Cymach zou dus recht hebben op vergoeding van in totaal € 300.000. Volgens Environox heeft Cymach geen recht heeft op zo’n vergoeding. Environox betwist ook dat [naam1] 1.500 uren aan het project gewerkt heeft.
5.27.
Het hof zal deze vordering afwijzen. Daarbij stelt het hof voorop dat Cymach niet stelt dat een vergoeding voor gewerkte uren overeengekomen is. De rechtsverhouding tussen partijen kan naar het oordeel van het hof ook niet worden aangemerkt als overeenkomst van opdracht. Er was geen sprake van een ‘opdracht’ van Environox aan Cymach , maar van samenwerking tussen twee min of meer gelijkwaardige samenwerkingspartners. Beide partijen verklaren dat de beloning voor de inzet van Cymach daarbij zou bestaan uit, kort gezegd, een jaarlijkse vergoeding en een exclusief leveringsrecht. Cymach stelt dat de jaarvergoeding bij aanvang van het project al vastgesteld is op € 100.000 per jaar, dat die jaarvergoeding verschuldigd werd vanaf de afronding van een korte testfase, en dat het exclusief leveringsrecht al definitief was toegekend. Environox meent dat de jaarvergoeding en het leveringsrecht pas vastgesteld zouden worden nadat duidelijk was dat het Product werkte en in de markt kon worden gezet.
5.28.
Het hof neemt ook in aanmerking dat Environox op 11 november 2021 aan Cymach een vergoeding heeft betaald van € 60.500 (€ 50.000 met btw). Aanleiding voor die betaling was, aldus Environox, dat het ontwikkeltraject langer duurde dan verwacht was en dat zij daarin aanleiding zag om een vergoeding te betalen om zo de samenwerking met Cymach te behouden. Cymach heeft niet aangetoond dat Environox door aanvaarding van het voorstel van 12 september 2020, tot betaling van dat bedrag verplicht was. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Environox betaald heeft voor onderdelen die Cymach aangeleverd heeft, en dat ook de overige kosten van het project – zoals bijvoorbeeld kosten van de octrooiaanvraag – door Environox voldaan zijn. Nu Cymach voor haar inzet en bijdragen in de periode tot eind 2021, kennelijk al een vergoeding van € 50.000 heeft ontvangen, valt naar het oordeel van het hof niet in te zien dat Cymach in redelijkheid nog recht heeft op (verdere) betaling voor gewerkte uren. Daarbij merkt het hof op dat Cymach het urenaantal van 1.500 ook onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd. Het had, gelet op het verweer van Environox, op de weg van Cymach gelegen om dat urenaantal nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van een urenspecificatie. Van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling is gelet op dat alles ook geen sprake. Daarbij tekent het hof aan dat het voor Cymach duidelijk was, althans duidelijk had moeten zijn, dat het slagen van het project niet zeker was en dat het project dus ook voor haar een zeker risico inhield.
De conclusie
5.29.
De vorderingen van Cymach tot betaling van de jaarvergoeding zullen worden afgewezen. Dat geldt ook voor de vorderingen op grond van (overige) wanprestatie en onrechtmatige daad en voor de vordering tot vergoeding van gewerkte uren. Gelet daarop is er geen reden om Environox te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten of de proceskosten (vorderingen d en j). De aangevoerde grieven falen op de gronden die hiervoor zijn vermeld, en de vordering van Cymach zal daarom ook in hoger beroep volledig worden afgewezen.
5.30.
Omdat Cymach in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Cymach veroordelen tot betaling van de proceskosten van Environox voor het hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na de betekening.
6De beslissing
Het hof:
6.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 april 2025;
6.2.
veroordeelt Cymach tot betaling van de volgende proceskosten van Environox:
€ 6.803,- aan griffierecht;
€ 9.414,- aan salaris advocaat (2 procespunten x tarief VI ad € 4.707);
6.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag; als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
6.4.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A.J. Smelt, D.H. de Witte en E.F. Verheul, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.
Rb Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, 30 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1674.
Zie onder meer HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352.
Zie onder meer HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2213.
HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.587/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden 191355
arrest van 1 september 2026
in de zaak van
Cymach B.V.
die is gevestigd in Zelhem
en die bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna: Cymach,
advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker
en
Environox B.V.
die is gevestigd in Oldeberkoop
en die bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna: Environox,
advocaat: mr. S. Kuipers
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
Cymach heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 30 april 2025 tussen partijen is uitgesproken door de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep;
• de memorie van grieven met producties;
• de memorie van antwoord;
• de akte overleggen producties, van Cymach (met producties 10 t/m 15);
• het verslag van de mondelinge behandeling van 3 juli 2026 (het proces-verbaal).
1.2.
Hierna hebben partijen het hof gevraagd om arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1.
Partijen hebben samengewerkt aan de ontwikkeling van een innovatief product voor reductie van schadelijke emissies. Tussen partijen is discussie ontstaan over de gemaakte afspraken. Cymach meent dat zij op basis van de gemaakte afspraken recht heeft op onder meer een vergoeding van € 100.000 per jaar. Volgens Environox heeft Cymach dergelijke vergoedingen wel voorgesteld, maar heeft zij nooit met dat voorstel ingestemd.
2.2.
Cymach heeft in de procedure bij de rechtbank gevorderd Environox te veroordelen tot onder meer betaling van de jaarlijkse vergoedingen en betaling van schadevergoeding. Subsidiair heeft zij gevorderd Environox te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor gewerkte uren. De rechtbank heeft de vorderingen van Cymach op 30 april 2025 afgewezen.
2.3.
In dit hoger beroep vraagt Cymach het hof om het vonnis van de rechtbank te vernietigen en om haar vorderingen alsnog toe te wijzen. Het hof oordeelt echter evenals de rechtbank dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Het hoger beroep zal dan ook worden verworpen. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.
3De feiten
3.1.
[naam1] , [naam2] en [naam3] (hierna respectievelijk: [naam1] , [naam2] en [naam3] ) hebben vanaf augustus / september 2020 met elkaar gesproken en vervolgens met elkaar samengewerkt om te komen tot een uitvinding voor, kort gezegd, het verwijderen van verontreiniging uit gas in een schoorsteen van een fabriek (hierna: het Product). [naam1] en [naam3] waren daarbij de twee ‘technische mannen’.
3.2.
[naam2] is (al dan niet middellijk) bestuurder en aandeelhouder van een aantal vennootschappen, waaronder destijds Houtdrogerij Friesland B.V. (hierna: HDF). In HDF werkte [naam2] samen met [naam3] . Op 7 september 2020 is Environox opgericht. [naam2] is (middellijk) bestuurder en aandeelhouder van Environox. [naam3] is één dag in de week werkzaam bij Environox.
3.3.
Op 10 september 2020 is Cymach opgericht. [naam1] is enig bestuurder van Cymach en hij is ook (al dan niet middellijk) (mede-)aandeelhouder van Cymach.
3.4.
Op 11 september 2020 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [naam2] en [naam1] . In dit overleg is gesproken over de samenwerking en over de ontwikkeling van het Product.
3.5.
Op 12 september 2020 heeft [naam1] [naam2] een e-mail gestuurd, met als bijlage een ‘voorstel raamwerk samenwerking’ (hierna ook: het voorstel). In de e-mail schrijft [naam1] onder meer: “Het is een opzet (…)”, en: “Ik hoor graag van je”. De bijlage bij de e-mail vermeldt onder meer:
“Voorstel raamwerk samenwerking, HDF, Environox (en gelieerde bedrijven) en Cymach B.V.
(…)
Uitgangspunten:
● HDF heeft exclusieve licentie van Linde voor O3 injectie in (rook)-gas in combinatie met NOx verwijdering
● Cymach draagt 3 concepten over aan HDF (deze concepten kunnen verweven worden in IP aanvragen)
● Cymach levert exclusief bepaalde internals aan/voor HDF
Licentie HDF van Linde
De licentie van Linde aan HDF is exclusief, wereldwijd en onbeperkt?
Is dit inderdaad zo?
Uit de meeting van 11-9 blijkt dat dit alleen in Nederland is. Het is wel de bedoeling e.e.a. verder uit te rollen (internationaal). Dit graag verder uitwerken.
Drie concepten Cymach (onafhankelijk en/of samenhangend)
(…)
Cymach helpt HDF met het opnemen van de beschrijving in een nieuwe patentaanvraag (of meerdere aanvragen, bijvoorbeeld systeem en hybride); in ruil hiervoor ontvangt Cymach onvoorwaardelijk een jaarlijkse fee.
Genoemde uitvinders: [naam2] , [naam3] en [naam1] ?
Eigenaar: Environox?
Uitgangspunten HDF/Linde technologie
(…)
Cymach krijgt het exclusieve recht om alle internals en cyclonen te leveren (commerciële prijs);
(…)
Test unit
(…)
Op korte termijn wordt een test-unit gerealiseerd.
(…)
Commercieel
Jaarlijkse fee: 100.000,= (ex. BTW; jaarlijkse inflatie correctie toe te passen); te voldoen iedere maand; startend bij overeenkomst, direct na bevestiging dat test-unit werkt; dit moet op korte termijn gerealiseerd zijn en is tevens voorwaarde van Cymach.
Alle kosten, bijvoorbeeld m.b.t. testen, IP en full-scale units, etc. worden gedragen door HDF.
Cymach ontvangt een fee van Euro 10.000,= (ex. BTW; bij aanvang) voor het basisontwerp van de test unit en de assistentie bij het realiseren van de test-unit.
Cymach levert in eerste instantie de concepten en huidig- en toekomstig advies.
HDF wordt eigenaar van de concepten en mag deze concepten dus onbeperkt gebruiken voor toepassing van rookgasverwijdering NOx i.c.m. O3 injectie.
Cymach mag de concepten (blijven/gaan) gebruiken voor overige toepassingen.
(...)
Indicatie prijzen voor test-opstelling (componenten; eerste opzet; ex. fees)
(…)
Total 59600
(…)”
3.6.
Op 17 september 2020 heeft [naam1] per whatsapp aan [naam3] bericht:
“Hallo [naam3] , zoals je wellicht weet ben ik vorige week vrijdag bij [naam2] geweest in Oldeberkoop om eea verder te bespreken. Afgelopen weekend en de dagen daarna heb ik een opzet gemaakt voor een opstelling, berekeningen etc. Daaruit zijn ook een aantal (ook technische) vragen gekomen. Nu heb ik dit naar [naam2] gestuurd en tevens proberen te bellen. Hij had verteld dat hij behoorlijk druk was, maar ook dat hij problemen met zijn mail had. Tot nu toe heb ik nog niets gehoord; zonder te willen bypassen of pushen: is alle informatie bij de juiste mensen gekomen nu (ook bij jou), en wat is de verdere bedoeling? Groeten [naam1] ”
3.7.
Enkele dagen later, op maandag 21 september 2020, schrijft [naam1] in een e-mail aan [naam3] onder meer: “Graag zou ik (ook) schriftelijke bevestiging van het raamwerk voor samenwerking krijgen zodat ik ook overige componenten kan gaan regelen/bestellen.”
3.8.
Later die dag, 21 september 2020, liet [naam3] per whatsapp aan [naam1] weten: “We zijn met die 59k opzich akkoord. Ik wil wel technisch even verder naar de inhoud kijken.”
3.9.
Op woensdag 23 september 2020 laat [naam1] per whatsapp aan [naam3] weten dat hij inmiddels met [naam2] gesproken heeft. [naam1] bericht aan [naam3] onder meer:
“Hallo [naam3] , ik heb zojuist [naam2] gesproken; hij is druk met de overname, had hij me ook verteld; hij heeft me toestemming gegeven voor aankopen testopstelling. Tevens mag ik een deelfactuur sturen zodat ik ook verder kan uitgeven.”
“Hij heeft gezegd dat ik jou als contactpersoon kan gebruiken (…)”.
“Ik ga komende week tevens bij [naam2] langs om het raamwerk verder punten op de i te zetten.”
3.10.
[naam1] (Cymach) en [naam3] (Environox) hebben vervolgens enige tijd gewerkt aan het realiseren van een testopstelling voor het Product.
3.11.
Met het oog op de aanvraag van octrooi voor het Product, hebben [naam1] (namens Cymach) en [naam3] (namens Environox) op 19 maart 2021 een geheimhoudingsovereenkomst ondertekend (een ‘non-disclosure agreement’; hierna: de NDA). De NDA vermeldt op de eerste pagina onder meer:
“A. The Parties entered into an agreement to commercialize the LOTOX and related processes which is owned/licensed by Environox. Cymach transfers knowledge and facilitates in the process of filing a patent-application which will be owned by Environox; also Cymach is intensively involved in the design, testing and commercialization of abovementioned technology. In return Cymach will receive an annual fee and Parties foresee to give Cymach the exclusive right to deliver all process components and equipment after finalizing the scope of supply and checking if Cymach's rates are competitive with the market. Both parties acknowledge that such agreement exists "the Purpose".”
3.12.
Op 19 en 20 maart 2021 zijn naar aanleiding van de ondertekening van de NDA, in een appgesprek van de (middellijk) medeaandeelhouders van Cymach – onder wie ( [naam1] ) [naam1] – de volgende berichten gedeeld:
“Vandaag heeft [naam1] een mijlpaal bereikt, Environox heeft getekend!”
“Dwz voor de jaarlijkse fee én dat cymach exclusief de componenten mag leveren.”
“Wauw klasse [naam1] . Heel trots super goed bezig”
“Jeetje, gaaf zeg!! Klasse [naam1] ! Proficiat mannen.”
3.13.
In het voorjaar van 2021 heeft Cymach Environox enkele facturen gestuurd ter zake van een door Environox te betalen ‘annual fee’. Environox heeft die facturen niet betaald. Naar aanleiding van de mededeling van [naam1] (Cymach) dat hij overwoog een deurwaarder in te schakelen, heeft [naam3] op 8 juli 2021 per whatsapp aan [naam1] bericht:
“[Dat] laatste lijkt me niet nodig. Ik heb zowel [naam4] als [naam2] gesproken over de betaling en de voorwaarde jij en [naam2] hebben gesteld op 12-9-2020. [naam2] belt jou morgen.”.
3.14.
Op 20 oktober 2021 heeft [naam1] per e-mail aan [naam3] onder meer bericht:
“Hallo [naam3] ,
Dank voor het constructieve gesprek van vanochtend.
Zoals besproken is overeenstemming gevonden aangaande de ingangsdatum van de samenwerking/technologie-fee. In plaats vanaf begin 2021, is het afgesproken dat deze begin Q2-2021 ingaat; onder voorwaarde dat Q2-2021 en Q3-2021 (totaal 50k ex. BTW) nu per omgaande (direct) betaald worden.
Aan het eind van dit jaar volgt dan de factuur voor Q4; en dan per kwartaal verder. (…)”
3.15.
Op 24 oktober 2021 heeft Cymach aan Environox een factuur gestuurd van € 60.500 (€ 50.000 met 21% btw). Op de factuur is onder meer vermeld:
“Annual fee; gedeelte: Q2 en Q3, 2021
Zoals besproken met [naam3] op 20 oktober 2021.
Facturen 2021-ENV-212 en 213 komen bij deze te vervallen.”
3.16.
Op 6 november 2021 heeft [naam1] per e-mail aan [naam3] onder meer bericht:
“Hallo [naam3] ,
Bij de telefonische vergadering van 20 oktober jongstleden hebben we afgesproken dat de uitstaande bedragen betreffende “samenwerking/octrooiaanvraag-fee” betreffende Q2 en Q3-2021 in een herzien factuur verrekend zouden worden. (…)”.
3.17.
Op 11 november 2021 heeft Environox de factuur van 24 oktober 2021 betaald.
3.18.
Op 23 november 2022 is een octrooi verleend voor het Product. In het octrooi is Environox genoemd als houder/eigenaar van de uitvinding. Ook de drie uitvinders - [naam1] , [naam2] en [naam3] - zijn daarin genoemd. Environox heeft de octrooikosten betaald.
3.19.
In een e-mail van 14 december 2022 heeft [naam3] aan [naam1] onder meer bericht:
“Zoals eerder gezegd zijn we instaat om met de O3 de NOX af te breken waarin eerst het balans no/no2 verschuift en daarna de reductie naar 0 No/No2.
Wat betreft de fee zoals in de overeenkomst wordt genoemd:
Zoals laatst besproken tijdens bezoek aan Oldeberkoop gaan kunnen wij in februari de volgende stap zetten met de reductie en wassing. Zoals we het nu zien is dit de laatste stap voordat we overgaan in engineering van de vermarktbare installaties.
Hiermee zijn we dan naar verwachting dus op het punt dat we alles werkende hebben. Deze week (50) zullen we het resultaat zien van de nieuwe packing die je hebt geleverd voor ons. Klopt het dat ik de factuur hiervoor nog niet heb ontvangen? (…)”
3.20.
Op 28 december 2022 stuurde Cymach Environox twee facturen voor de ‘annual fee’, dit voor de periode van oktober 2021 tot en met januari 2023. Het gaat om facturen van € 154.517,- en € 10.355,18. Environox heeft deze facturen niet voldaan.
3.21.
Cymach heeft in kort geding gevorderd dat Environox veroordeeld wordt tot (onder andere) betaling van de jaarlijkse vergoeding die vermeld is in het voorstel van Cymach van 12 september 2020. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot betaling van de jaarlijkse vergoeding op 21 juni 2023 afgewezen. Cymach heeft Environox vervolgens gedagvaard in deze bodemprocedure.
4De vorderingen
4.1.
Cymach vordert – samengevat – om bij beslissing, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert (en in verzuim verkeert) door de samenwerkingsovereenkomst niet na te komen vanwege het niet (volledig) voldoen van de contractuele vergoeding aan Cymach;
Environox te veroordelen tot betaling van € 177.298,88 althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
Environox te veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente over b);
Environox te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten;
te verklaren voor recht dat Environox gehouden is de verdere facturen vanaf februari 2023 ter zake van vergoedingen op grond van de samenwerkingsovereenkomst, te voldoen binnen de daarvoor geldende betalingstermijn;
indien en voor zover vordering b) niet wordt toegewezen: Environox te veroordelen tot betaling van € 300.000 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, dit op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid dan wel artikel 7:405 BW;
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert dan wel onrechtmatig handelt door Cymach te beletten haar contractuele recht van exclusiviteit uit te oefenen c.q. te gelde te maken, en schadevergoeding verschuldigd is aan Cymach;
te verklaren voor recht dat Environox wanpresteert dan wel onrechtmatig handelt door Cymach te beletten haar idee c.q. de techniek ‘Hybrid demisting/coalescing’ te gelde te maken en/of het idee c.q. deze techniek in eigendom te verkrijgen en te gebruiken zonder aan Cymach een vergoeding te voldoen, en dus schadevergoeding verschuldigd is aan Cymach;
voor de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding bedoeld onder g) en h), te verwijzen naar de schadestaatprocedure;
Environox te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
De rechtbank heeft deze vorderingen op 30 april 2025 afgewezen. Cymach vraagt in dit hoger beroep aan het hof om de vorderingen alsnog toe te wijzen.
5De beoordeling
Vordering tot betaling van de jaarvergoeding
5.1.
Cymach legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het voorstel dat zij 12 september 2020 aan Environox toezond, door Environox aanvaard is. Die aanvaarding lag volgens Cymach besloten in de handelwijze van Environox. Volgens Cymach heeft zij er in elk geval gerechtvaardigd op vertrouwd dat haar voorstel aanvaard was. Het voorstel hield onder meer in dat Cymach recht heeft op een vergoeding van € 100.000 per jaar (hierna ook aangeduid als: de jaarvergoeding). De jaarvergoeding zou door Environox verschuldigd zijn vanaf het moment dat een korte testfase was afgerond. Verder kreeg Cymach een exclusief recht op levering van onderdelen voor het Product. De genoemde testfase was bedoeld onder andere om te bezien of het Product levensvatbaar was en in hoofdlijnen deed wat partijen ervan verwachtten; als dat het geval was, zou de octrooiaanvraag worden ingediend. De testfase voor het Product is eind 2020 of begin 2021 afgerond; vanaf dat moment had Cymach dus recht op de vergoeding van € 100.000 per jaar. Environox weigert ten onrechte die vergoeding te voldoen, aldus telkens Cymach.
5.2.
Volgens Environox heeft zij nooit ingestemd met het voorstel dat Cymach op 12 september 2020 toezond. Volgens Environox heeft haar bestuurder, [naam2] , onder meer in het gesprek van 11 september 2020 aan [naam1] (Cymach) laten weten dat Environox pas afspraken wilde maken over een dergelijke vergoeding, als duidelijk was dat het Product ‘werkt’ en dat het met succes in de markt kan worden gezet. Dat is, aldus Environox, ook de reden dat [naam2] na 11 september 2020 niet meer met [naam1] over zo’n vergoeding gesproken heeft. Cymach heeft op 12 september 2020 nog wel een voorstel toegezonden waarin vermeld stond dat Cymach na afronding van de testfase een vergoeding kreeg van € 100.000 per jaar, maar Environox heeft nooit met dat voorstel ingestemd. Volgens Environox lag het ook voor de hand dat zij niet met dat voorstel kon instemmen. Het voorstel vermeldt bijvoorbeeld ook niet wanneer het recht op de jaarvergoeding eindigt. Volgens het voorstel zou Environox dus, na een korte testfase, tot in het oneindige € 100.000 per jaar aan Cymach moeten betalen, ongeacht of het Product ‘werkt’ en of het ook met succes vermarkt kan worden. Volgens Environox was het overigens wel haar bedoeling dat Cymach, in het geval dat het Product zou blijken te werken, een redelijke vergoeding kreeg voor haar aandeel in de ontwikkeling van het Product. Ook was het volgens Environox de bedoeling dat Cymach in dat geval een exclusief recht zou krijgen op leverantie van bepaalde onderdelen. In zoverre was er dus wel sprake van een bepaalde (intentie)overeenkomst. Van een overeenkomst die Cymach na een korte testfase recht gaf op € 100.000 per jaar, is echter nooit sprake geweest, aldus telkens Environox.
5.3.
De vraag die het hof – gelet op de grondslag van de vordering – moet beantwoorden, is of Cymach voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar voorstel van 12 september 2020 door Environox aanvaard is.
5.4.
Het hof stelt voorop dat het antwoord op de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, afhankelijk is van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Een overeenkomst komt in het algemeen tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (zie artikel 6:217 lid 1 BW). Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (zie artikel 3:35 BW in samenhang met artikelen 3:33 en 3:37 lid 1 BW). Niet uitgesloten is overigens dat een overeenkomst op andere wijze tot stand komt dan door aanbod en aanvaarding.
5.5.
Naar het oordeel van het hof is Cymach er niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat haar voorstel van 12 september 2020 aanvaard is of dat anderszins op basis van dat voorstel tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Cymach heeft daar in de gegeven omstandigheden ook redelijkerwijs niet op mogen vertrouwen. Het hof zal dit hierna toelichten.
5.6.
Het hof stelt voorop dat niet kan worden aangenomen dat Environox het voorstel van 12 september 2020 expliciet aanvaard heeft. Environox verklaart dat zij nooit gemeld of gezegd heeft dat zij met het voorstel instemde. Volgens Environox heeft Cymach het voorstel op 12 september 2020 toegezonden en hebben partijen het niet meer over het voorstel gehad. Dat laatste is – behoudens voor wat betreft het hiervoor genoemde contact over, kort gezegd, de kosten voor de testopstelling – door Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken.
5.7.
Cymach betoogt dat de aanvaarding van het voorstel van 12 september 2020 besloten ligt in de gedragingen van Environox. Volgens Cymach is het voorstel aanvaard doordat feitelijk uitvoering is gegeven aan de afspraken en plannen die in het voorstel vermeld zijn. De aanvaarding van het voorstel blijkt en volgt volgens Cymach verder onder meer uit het sluiten van de geheimhoudingsovereenkomst (de NDA), de verzonden facturen, de afspraken die naar aanleiding van die facturen zijn gemaakt, en de betaling van de factuur van Cymach van 24 oktober 2021.
5.8.
Naar het oordeel van het hof kon en mocht de bedoelde handelwijze van Environox, door Cymach in de gegeven omstandigheden in redelijkheid echter niet opgevat worden als een aanvaarding van haar voorstel. Daarbij is allereerst van belang dat het voorstel, zoals Environox opmerkt, aanzienlijke financiële verplichtingen voor Environox bevatte. Volgens het voorstel had Cymach immers, na een (korte) testfase, recht op een vergoeding van € 100.000 per jaar. Het recht op die vergoeding was daarbij niet afhankelijk gemaakt van factoren zoals het al dan niet slagen van pogingen om het Product te vermarkten. Gelet daarop kon en mocht Cymach de handelwijze van Environox in de periode na de toezending van dat voorstel, niet snel opvatten als aanvaarding van het voorstel (vgl. artikel 3:35 BW). Van belang is ook dat Cymach in september 2020 aan Environox gevraagd heeft schriftelijk te bevestigen dat zij met het voorstel instemde (zie hierboven, onder 3.7). Cymach heeft de gevraagde bevestiging niet gekregen. Wel liet Environox ( [naam3] ) diezelfde dag weten dat het bedrag van ‘59k’ – het in het voorstel genoemde bedrag voor de test-unit – akkoord was (zie hierboven, onder 3.8). In het appbericht dat [naam1] op 23 september 2020 aan [naam3] stuurde naar aanleiding van contact dat [naam1] had gehad met [naam2] (Environox), vermeldt [naam1] zelf ook dat toestemming is gegeven “voor aankopen testopstelling” en voor “een deelfactuur (…) zodat ik ook verder kan uitgeven” (zie hierboven, onder 3.9). Dat in reactie op het verzoek van Cymach om een schriftelijke bevestiging slechts akkoord is gegeven voor de kosten van de testopstelling, vormde – zoals Environox terecht opmerkt – een aanwijzing dat Environox niet (of in elk geval nog niet) met de overige onderdelen van het voorstel had ingestemd. Cymach heeft overigens ook niet, of in elk geval niet voldoende duidelijk gesteld dat [naam2] in het gesprek van 11 september 2020 al ingestemd had met een op korte termijn aan te vangen vergoeding van € 100.000 per jaar (of van die orde van grootte).
5.9.
Ook uit de verdere omstandigheden waar Cymach zich op beroept, kunnen – zoals vermeld – niet (mede) de conclusie dragen dat Environox het voorstel aanvaard heeft. Het hof zal dit hieronder per categorie van omstandigheden toelichten.
De uitvoering van het project
5.10.
Vast staat dat Cymach en Environox vanaf medio september 2020 gewerkt hebben aan de testopstelling voor het Product. Environox had uitdrukkelijk ingestemd met een deel van het voorstel van 12 september 2020, te weten – kort gezegd – de kosten voor testopstelling (zie hierboven, onder 5.8). Dat de werkzaamheden voor die testopstelling vervolgens ook werden uitgevoerd, kon redelijkerwijs dan ook niet aldus begrepen worden dat Environox ook met de overige onderdelen van dat voorstel had ingestemd.
5.11.
Cymach wijst erop dat partijen niet alleen werkten aan de testopstelling, maar dat er vervolgens ook gewerkt is aan onder meer de octrooiaanvraag. De kosten van die aanvraag werden ook door Environox voldaan. Volgens Cymach is ook door die verdere uitvoering van het project ingestemd met het voorstel van Cymach. Het hof volgt Cymach daarin niet. Het gegeven dat Environox akkoord had gegeven voor de kosten van de testopstelling zonder daarbij in te stemmen met de overige onderdelen van het voorstel, wees erop dat Environox verdere uitvoering aan het project wilde geven ook al was er geen overeenstemming over een jaarlijkse vergoeding en een exclusief leveringsrecht voor Cymach bereikt. Cymach heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij, gelet op het feit dat eerder slechts met een déél van het voorstel was ingestemd, aan de verdere feitelijke uitvoering van het project redelijkerwijs de betekenis kon toekennen dat Environox alsnog had ingestemd had met de vergoedingsrechten zoals die in het voorstel van 12 september 2020 waren vermeld. Zo is, zoals het hof hierna ook zal toelichten, niet duidelijk gemaakt waarom de verdere projectwerkzaamheden en -betalingen – anders dan de uitvoering van de testopstelling – erop wezen dat er alsnog werd ingestemd met de door Cymach in het voorstel genoemde vergoedingsrechten.
De NDA (non-disclosure agreement)
5.12.
Op 19 maart 2021 hebben partijen een geheimhoudingsovereenkomst gesloten (de NDA). De considerans van de NDA vermeldt onder meer dat Cymach en Environox een overeenkomst hebben gesloten met het oog op de ontwikkeling van het Product, en dat Cymach voor haar inzet een ‘annual fee’ zal krijgen. Ook is vermeld dat partijen verwachten (‘foresee’) dat Cymach een exclusief recht zal krijgen op levering van bepaalde onderdelen (zie hierboven, onder 3.11).
5.13.
Anders dan Cymach meent, rechtvaardigt de NDA niet (mede) de gevolgtrekking dat Environox met het voorstel van 12 september 2000 heeft ingestemd. Hierbij is allereerst van belang dat de NDA vermeldt dat Cymach een jaarlijkse vergoeding zal krijgen; er staat echter niet dat het gaat om een vergoeding van € 100.000 per jaar. Dat laatste is van belang, nu volgens Environox ook nooit ter discussie heeft gestaan dat Cymach, in het geval dat het Product ‘werkte’ en ook vermarkt kon worden, voor haar inbreng een bepaalde vergoeding zou krijgen. Environox wijst er ook op dat de NDA vermeldt dat partijen verwachten (‘foresee’) een exclusief leveringsrecht toe te kennen; er staat dus niet dat zo’n recht al is toegekend. Environox merkt terecht op dat dit laatste er juist op duidt dat het voorstel van 12 september 2020 niet aanvaard is. Van belang is verder dat de NDA namens Environox ondertekend is door [naam3] , en niet door haar bestuurder [naam2] . Environox merkt op dat [naam3] aangewezen was als contactpersoon voor technische kwesties, maar dat [naam2] zelf de financiële beslissingen nam. Dat laatste strookt ook met de handelwijze van partijen in onder meer september 2020 (zie hierboven, onder 3.4 - 3.9 en 3.13). Het feit dat de NDA namens Environox ondertekend werd door [naam3] en niet door [naam2] , is dus een aanwijzing dat het sluiten van de NDA niet betekende dat Environox alsnog instemde met het voorstel van 12 september 2020.
5.14.
Cymach wijst er overigens terecht op dat de tekst van de NDA door Environox intern was voorgelegd aan haar financieel directeur (de heer [naam5] , financieel directeur LDJ Group). Dat gegeven baat Cymach hier echter niet. Uit de door Cymach overgelegde e-mail met de inbreng van de financieel directeur (productie 36) volgt namelijk dat deze er vooral op wijst dat bij een exclusief recht van Cymach op levering van onderdelen, wel verzekerd moet zijn dat die levering plaatsvindt tegen marktconforme tarieven. Uit de e-mail blijkt niet dat de financieel directeur geïnformeerd was over het voorstel van Cymach van 12 september 2020 en over eventuele instemming met dat voorstel.
Facturen en overleg over vergoedingen
5.15.
Cymach beroept zich ook op het gegeven dat zij in 2021 facturen heeft gestuurd met als omschrijving (mede) ‘annual fee’. Ook wijst zij op de correspondentie over die facturen, het overleg dat plaatsvond toen die facturen onbetaald bleven, en het feit dat Environox op 11 november 2021 de factuur van 24 oktober 2021 voldeed. Op de laatstgenoemde factuur is vermeld dat deze ziet op de ‘annual fee’ voor het tweede en derde kwartaal van 2021 (zie hierboven, onder 3.13 - 3.17).
5.16.
Ook uit deze feiten en omstandigheden kon en mocht Cymach naar het oordeel van het hof niet begrijpen dat Environox met het voorstel instemde of had ingestemd. Environox wijst er namelijk terecht op dat zij facturen met de vermelding ‘annual fee’, juist onbetaald liet. Environox voldeed de facturen niet, ook niet nadat Cymach liet weten dat zij overwoog een deurwaarder in te schakelen (vgl. hierboven, onder 3.13). Het bericht dat [naam3] op 8 juli 2021 stuurde in reactie op dat dreigement, rechtvaardigt – anders dan Cymach betoogt – evenmin het vertrouwen dat Environox met het voorstel had ingestemd (zie hierboven, onder 3.13). Dat appbericht duidt er veeleer op dat [naam3] ervan uitging dat in september 2020 was afgesproken dat Cymach pas recht had op een ‘annual fee’ vanaf het moment dat duidelijk was dat het Product ‘werkte’ (zie rov. 4.7 van het vonnis van 30 april 2025). Dat laatste vindt ook steun in het gegeven dat de facturen van Cymach voor de ‘annual fee’, na het bericht van [naam3] van 8 juli 2021 nog steeds niet voldaan werden.
5.17.
Het gegeven dat in de e-mail van [naam1] van 20 oktober 2021 en in de factuur van 24 oktober 2021 gesproken wordt over rechten op (en afspraken over) een ‘annual fee’, baat Cymach evenmin. Daarbij stelt het hof voorop dat Cymach niet stelt – in elk geval niet voldoende duidelijk en gemotiveerd – dat Environox in die periode gezegd heeft dat zij met het voorstel van 12 september 2020 had ingestemd of dat zij alsnog met dat voorstel instemde. Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat zij in medio of eind 2021 gesproken hebben over een vergoeding (‘fee’) voor Cymach, en dat in oktober 2021 werd afgesproken dat Environox aan Cymach een bedrag zou betalen van € 50.000. Volgens Environox was zij bereid die vergoeding te betalen omdat het project langer duurde dan vooraf was ingeschat en zij de samenwerking met Cymach graag wilde voortzetten. Cymach heeft gelet op dat verweer onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij aan de genoemde gang van zaken het vertrouwen kon en mocht ontlenen dat Environox met haar voorstel had ingestemd. Cymach zelf verklaart immers ook dat medio 2020 tussen partijen discussie was ontstaan over het moment van waaraf Cymach aanspraak zou kunnen maken op een jaarlijkse vergoeding. Volgens Cymach ging zij uit van de in haar voorstel genoemde ingangsdatum (‘direct na bevestiging dat test-unit werkt’), maar achtte Environox een andere ingangsdatum redelijk. Het gegeven dat Cymach in haar facturen (die grotendeels onbetaald bleven) en in onder meer haar e-mail van 20 oktober 2021 sprak van betaling van een ‘annual fee’ van omgerekend € 100.000 per jaar, kan tegen die achtergrond niet (mede) het vertrouwen rechtvaardigen dat er alsnog met het aanvankelijke voorstel was ingestemd. Hoewel Environox kennelijk niet tegen die omschrijvingen geprotesteerd heeft, waren die aanduidingen – gelet op het feit dat juist discussie was ontstaan over de facturen voor de ‘annual fee’, dat die facturen onbetaald waren gelaten, en dat vervolgens in oktober/november 2021 na overleg door Environox een betaling van € 50.000 is toegezegd en uitgevoerd – geen redelijke grond voor Cymach om erop te vertrouwen dat er (alsnog) met het voorstel was of werd ingestemd.
5.18.
Overigens verklaart Cymach in hoger beroep dat [naam1] op 20 oktober 2021 met [naam3] afgesproken heeft dat vanaf het tweede kwartaal van 2021 de jaarvergoeding verschuldigd zou zijn, dat Cymach deze vergoeding voor het eerste half jaar in rekening zou brengen, en dat Cymach daarna de vergoeding telkens met de door haar gewenste termijn zou factureren. Dat betoog, dat door Environox overigens weersproken wordt, is tevergeefs. Ook de genoemde stelling rechtvaardigt namelijk niet de conclusie dat Cymach erop mocht vertrouwen dat het voorstel van 12 september 2020 aanvaard was. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat het voorstel van 12 september 2020 voor de jaarlijkse vergoeding een ander aanvangsmoment geeft dan in het gesprek van oktober 2021 volgens Cymach afgesproken is. Het voorstel vermeldt immers dat het vergoedingsrecht ingaat na een korte testfase (zie hierboven, onder 3.5); die testfase was volgens [naam1] eind 2020 of begin 2021 al afgerond. Cymach heeft – mede gelet op het feit dat juist discussie was ontstaan over de vergoedingsaanspraken – uit de beweerdelijk met de ‘technisch manager’ [naam3] gemaakte afspraken in redelijkheid niet kunnen en mogen afleiden dat Environox akkoord was met het voorstel (inclusief een ruim geformuleerd recht op substantiële vergoedingen) dat Cymach een jaar eerder toezond aan [naam2] , de bestuurder van Environox. [naam1] wist althans hij behoorde te weten – mede gelet op de eerdere gang van zaken, waarbij de beslissing over de samenwerkingsafspraken genomen diende te worden door [naam2] (zie hierboven, onder 3.6 - 3.9) en overigens ook gezien het in januari 2021 ten behoeve van de octrooiaanvraag aan [naam1] toegezonden uittreksel uit het handelsregister over Environox (productie 1 bij conclusie van antwoord) – dat [naam2] en niet [naam3] bevoegd was om Environox op een dergelijk punt te binden.
Slotsom: geen aanvaarding van voorstel 12 september 2020
5.19.
Slotsom is dat Environox het voorstel van Cymach van 12 september 2020 niet met zoveel woorden aanvaard heeft en dat een aanvaarding ook niet besloten lag in haar gedragingen. Cymach heeft het handelen van Environox in redelijkheid niet aldus kunnen en mogen begrijpen dat er met haar voorstel was ingestemd. Het hof ziet – de grondslag van de vordering in aanmerking genomen – ook voor het overige geen grond om aan te nemen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen met de door Cymach genoemde inhoud – dus inclusief onder meer een jaarvergoeding van € 100.000. De vorderingen van Cymach die strekken tot betaling van de vergoeding van € 100.000 per jaar als vermeld in het voorstel van 12 september 2020, zullen dan ook worden afgewezen (vorderingen a, b, c en e).
5.20.
Het hof merkt op dat het geen aanleiding ziet om Cymach toe te laten tot het leveren van nader bewijs door het horen van getuigen. Cymach stelt dat de bedoelde overeenkomst gesloten is ná het overleg van 11 september 2020. De instemming van Environox met de door Cymach voorgestelde afspraken, ligt volgens Cymach besloten in de handelwijze van Environox; vanwege die handelwijze zou Cymach er in elk geval het gerechtvaardigd op vertrouwd hebben dat haar voorstel aanvaard was. De feiten en omstandigheden waarop Cymach zich in dat verband beroept, zijn bij de beoordeling in aanmerking genomen.
Overig tekortschieten; onrechtmatige daad
5.21.
Cymach betoogt dat Environox onrechtmatig jegens haar handelt en dat Environox – ook afgezien van het uitblijven van betaling van de jaarvergoeding – tekortschiet in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Cymach betoogt in dit verband onder meer dat Environox haar misleid heeft omtrent de rechten op het product ‘Lotox’, dat Environox belet dat het Product vermarkt wordt, dat de samenwerking tussen Environox en Delta North ontoelaatbaar is, en dat Environox samenspant met enkele aandeelhouders van Cymach. Cymach vordert dat Environox veroordeeld wordt om de schade die Cymach door dit onrechtmatig handelen en deze wanprestatie leidt, te vergoeden (vorderingen g, h en i). Het hof zal deze vorderingen afwijzen, en wel om de volgende redenen.
5.22.
Cymach betoogt dat Environox haar misleid heeft door een onjuiste voorstelling van zaken te geven over de beschikbare ‘basisrechten’ van Linde. Volgens Cymach was het voor een succesvolle exploitatie van het Product nodig dat Environox de internationale rechten had voor ‘Lotox’, een product van chemiebedrijf Linde. Environox zou Cymach aanvankelijk verteld hebben dat zij over die internationale rechten beschikte; pas later zou gebleken zijn dat dit niet juist was. Het hof verwerpt dat betoog. Environox wijst er terecht op dat uit het voorstel voor het raamwerk van 12 september 2020 blijkt dat Cymach op dat moment al wist, of er in elk geval rekening mee moest houden, dat Environox alleen beschikte over de rechten op Lotox voor de Nederlandse markt (zie hierboven, onder 3.5). Dat Cymach op dit punt misleid is, valt dan ook niet in te zien.
5.23.
Cymach stelt verder dat Environox haar misleid heeft en dat Environox opzettelijk verhindert dat het Product vermarkt wordt. In dat verband betoogt Cymach onder meer dat Environox en het Product onderdeel zijn van een ‘subsidiecaroussel’ en dat Environox niet uit is op succesvolle vermarkting van het Product maar op het binnenhalen van subsidies. Cymach merkt verder op dat Environox het Product kennelijk slechts ontwikkelt voor gebruik daarvan door groepsvennootschappen en/of voor ‘intern salderen’ van schadelijke emissies. Het hof verwerpt deze betogen. Environox heeft opgemerkt dat de bedoelde subsidies maar een beperkt deel van de totale kosten dekken, en dat de subsidies dus nooit reden kunnen zijn om het Product niet te vermarkten. Dit laatste is door Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken. Dat Environox het Product slechts ontwikkelt voor gebruik door groepsvennootschappen en/of voor ‘intern salderen’, valt zonder nadere toelichting en onderbouwing evenmin in te zien. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat het Product, als het werkt en met succes in de markt kan worden gezet, een hoge commerciële waarde heeft. Dat Environox – bijvoorbeeld vanwege aanspraken van Cymach – ervoor zou kiezen het Product niet te vermarkten terwijl dit wel mogelijk is, valt gelet daarop niet te begrijpen, in elk geval niet zonder nadere toelichting en onderbouwing. Het betoog van Cymach dat Environox wanprestatie pleegt en onrechtmatig handelt en/of gehandeld heeft door Cymach te misleiden en door te beletten dat Cymach haar exclusieve recht op levering van Product-onderdelen benut, mist dus deugdelijke grond.
5.24.
Dat Environox wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt door vanaf begin 2023 samen te werken met Delta North, valt evenmin in te zien. Ten eerste omdat Cymach niet duidelijk heeft gemaakt waarom het Environox niet vrij zou staan om met Delta North samen te werken. Ten tweede omdat Cymach niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken heeft dat zijzelf, vanwege het feit dat de geclaimde jaarvergoedingen niet voldaan werden, haar bijdrage aan de samenwerking met Environox heeft opgeschort. Niet blijkt dat Cymach ook recht had op die jaarvergoedingen. Dat Environox sinds 2023 samenwerkt met een andere partij, kan dus ook niet met succes aan Environox worden tegengeworpen.
5.25.
Cymach betoogt ook tevergeefs dat Environox heeft samengespannen met een aantal van de aandeelhouders van Cymach. Dat Environox onrechtmatig of ongeoorloofd handelde door het bedoelde contact met de aandeelhouders, valt niet in te zien, in elk geval niet zonder nadere toelichting. Cymach heeft ook niet duidelijk gemaakt wat de schade is die Cymach door dat contact geleden zou hebben. Zo blijkt niet dat het contact met de aandeelhouders eraan heeft bijgedragen dat de vordering van Cymach tegen Environox tot nakoming van betalingsafspraken, in deze procedure wordt afgewezen.
Betaling van een redelijke vergoeding
5.26.
Cymach vordert subsidiair, voor het geval dat de vordering tot betaling van de jaarvergoeding wordt afgewezen, betaling van een redelijke vergoeding (vordering f). Zij baseert deze vordering op de redelijkheid en billijkheid en op artikel 7:405 BW (loon bij overeenkomst van opdracht). Volgens Cymach heeft [naam1] in totaal 1.500 uur in het project gestoken. Deze uren zijn volgens Cymach vooral in de beginfase van het project gemaakt, onder meer in het kader van de octrooiaanvraag. Een marktconforme vergoeding bedraagt volgens Cymach € 200,- per uur, en Cymach zou dus recht hebben op vergoeding van in totaal € 300.000. Volgens Environox heeft Cymach geen recht heeft op zo’n vergoeding. Environox betwist ook dat [naam1] 1.500 uren aan het project gewerkt heeft.
5.27.
Het hof zal deze vordering afwijzen. Daarbij stelt het hof voorop dat Cymach niet stelt dat een vergoeding voor gewerkte uren overeengekomen is. De rechtsverhouding tussen partijen kan naar het oordeel van het hof ook niet worden aangemerkt als overeenkomst van opdracht. Er was geen sprake van een ‘opdracht’ van Environox aan Cymach , maar van samenwerking tussen twee min of meer gelijkwaardige samenwerkingspartners. Beide partijen verklaren dat de beloning voor de inzet van Cymach daarbij zou bestaan uit, kort gezegd, een jaarlijkse vergoeding en een exclusief leveringsrecht. Cymach stelt dat de jaarvergoeding bij aanvang van het project al vastgesteld is op € 100.000 per jaar, dat die jaarvergoeding verschuldigd werd vanaf de afronding van een korte testfase, en dat het exclusief leveringsrecht al definitief was toegekend. Environox meent dat de jaarvergoeding en het leveringsrecht pas vastgesteld zouden worden nadat duidelijk was dat het Product werkte en in de markt kon worden gezet.
5.28.
Het hof neemt ook in aanmerking dat Environox op 11 november 2021 aan Cymach een vergoeding heeft betaald van € 60.500 (€ 50.000 met btw). Aanleiding voor die betaling was, aldus Environox, dat het ontwikkeltraject langer duurde dan verwacht was en dat zij daarin aanleiding zag om een vergoeding te betalen om zo de samenwerking met Cymach te behouden. Cymach heeft niet aangetoond dat Environox door aanvaarding van het voorstel van 12 september 2020, tot betaling van dat bedrag verplicht was. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Environox betaald heeft voor onderdelen die Cymach aangeleverd heeft, en dat ook de overige kosten van het project – zoals bijvoorbeeld kosten van de octrooiaanvraag – door Environox voldaan zijn. Nu Cymach voor haar inzet en bijdragen in de periode tot eind 2021, kennelijk al een vergoeding van € 50.000 heeft ontvangen, valt naar het oordeel van het hof niet in te zien dat Cymach in redelijkheid nog recht heeft op (verdere) betaling voor gewerkte uren. Daarbij merkt het hof op dat Cymach het urenaantal van 1.500 ook onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd. Het had, gelet op het verweer van Environox, op de weg van Cymach gelegen om dat urenaantal nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van een urenspecificatie. Van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling is gelet op dat alles ook geen sprake. Daarbij tekent het hof aan dat het voor Cymach duidelijk was, althans duidelijk had moeten zijn, dat het slagen van het project niet zeker was en dat het project dus ook voor haar een zeker risico inhield.
De conclusie
5.29.
De vorderingen van Cymach tot betaling van de jaarvergoeding zullen worden afgewezen. Dat geldt ook voor de vorderingen op grond van (overige) wanprestatie en onrechtmatige daad en voor de vordering tot vergoeding van gewerkte uren. Gelet daarop is er geen reden om Environox te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten of de proceskosten (vorderingen d en j). De aangevoerde grieven falen op de gronden die hiervoor zijn vermeld, en de vordering van Cymach zal daarom ook in hoger beroep volledig worden afgewezen.
5.30.
Omdat Cymach in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Cymach veroordelen tot betaling van de proceskosten van Environox voor het hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na de betekening.
6De beslissing
Het hof:
6.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 april 2025;
6.2.
veroordeelt Cymach tot betaling van de volgende proceskosten van Environox:
€ 6.803,- aan griffierecht;
€ 9.414,- aan salaris advocaat (2 procespunten x tarief VI ad € 4.707);
6.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag; als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
6.4.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A.J. Smelt, D.H. de Witte en E.F. Verheul, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.
Rb Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, 30 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1674.
Zie onder meer HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352.
Zie onder meer HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2213.
HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.