Raad van State
ECLI:NL:RVS:2025:3623
2025-07-31
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202503909/1/V2 en 202503909/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 18 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:3552 Raad van State 30-08-2024
Geciteerd door (106)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29052 Rechtbank Den Haag 30-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27259 Rechtbank Den Haag 17-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28862 Rechtbank Den Haag 17-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27758 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25556 Rechtbank Den Haag 02-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24131 Rechtbank Den Haag 26-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24135 Rechtbank Den Haag 26-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25890 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RVS:2026:4827 Raad van State 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23149 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23878 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22529 Rechtbank Den Haag 12-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22327 Rechtbank Den Haag 07-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21594 Rechtbank Den Haag 31-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21594 Rechtbank Den Haag 31-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21251 Rechtbank Den Haag 30-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21063 Rechtbank Den Haag 24-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22381 Rechtbank Den Haag 23-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22001 Rechtbank Den Haag 22-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20250 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20132 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20246 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20267 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20225 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19368 Rechtbank Den Haag 13-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19368 Rechtbank Den Haag 13-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19765 Rechtbank Den Haag 03-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19763 Rechtbank Den Haag 03-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18469 Rechtbank Den Haag 03-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20134 Rechtbank Den Haag 02-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17711 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17663 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17663 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18175 Rechtbank Den Haag 24-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16471 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16407 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15448 Rechtbank Den Haag 08-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21051 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14671 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21051 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14988 Rechtbank Den Haag 29-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14987 Rechtbank Den Haag 29-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14988 Rechtbank Den Haag 29-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13865 Rechtbank Den Haag 28-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14478 Rechtbank Den Haag 27-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13767 Rechtbank Den Haag 27-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13529 Rechtbank Den Haag 26-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12545 Rechtbank Den Haag 18-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11478 Rechtbank Den Haag 08-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10874 Rechtbank Den Haag 04-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10874 Rechtbank Den Haag 04-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10430 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10454 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10454 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10355 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.779 tekens)
202503909/1/V2 en 202503909/2/V2.
Datum uitspraak: 31 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant 1] en [appellant 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats '-sHertogenbosch, van 7 juli 2025 in zaken nrs. NL25.18294 en NL25.18296 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 18 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552, over de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten). Anders dan appellanten betogen, schetst het "Country Report: France 2024 Update" van Asylum Information Database geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan volgt uit de landeninformatie die al bij de uitspraak van 30 augustus 2024 is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025
625
Datum uitspraak: 31 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant 1] en [appellant 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats '-sHertogenbosch, van 7 juli 2025 in zaken nrs. NL25.18294 en NL25.18296 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 18 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552, over de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten). Anders dan appellanten betogen, schetst het "Country Report: France 2024 Update" van Asylum Information Database geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan volgt uit de landeninformatie die al bij de uitspraak van 30 augustus 2024 is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025
625