Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:3552
2024-08-30
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:1863 Raad van State 02-05-2024
Geciteerd door (169)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27758 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25890 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25890 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23878 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22529 Rechtbank Den Haag 12-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21594 Rechtbank Den Haag 31-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21251 Rechtbank Den Haag 30-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21063 Rechtbank Den Haag 24-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22381 Rechtbank Den Haag 23-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22001 Rechtbank Den Haag 22-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20267 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20225 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20265 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20134 Rechtbank Den Haag 02-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17663 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16471 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14671 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21051 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14988 Rechtbank Den Haag 29-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14987 Rechtbank Den Haag 29-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13865 Rechtbank Den Haag 28-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13767 Rechtbank Den Haag 27-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17659 Rechtbank Den Haag 27-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13529 Rechtbank Den Haag 26-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12545 Rechtbank Den Haag 18-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11478 Rechtbank Den Haag 08-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10874 Rechtbank Den Haag 04-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10430 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10367 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10378 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10314 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10601 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10152 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9310 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8185 Rechtbank Den Haag 03-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7356 Rechtbank Den Haag 01-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12847 Rechtbank Den Haag 30-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7140 Rechtbank Den Haag 27-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16298 Rechtbank Den Haag 23-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6228 Rechtbank Den Haag 19-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20039 Rechtbank Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4182 Rechtbank Den Haag 02-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4109 Rechtbank Den Haag 02-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3360 Rechtbank Den Haag 18-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2127 Rechtbank Den Haag 09-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1444 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2464 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26381 Rechtbank Den Haag 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25995 Rechtbank Den Haag 15-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23002 Rechtbank Den Haag 04-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25944 Rechtbank Den Haag 03-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22326 Rechtbank Den Haag 25-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21473 Rechtbank Den Haag 11-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19369 Rechtbank Den Haag 23-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18693 Rechtbank Den Haag 10-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18434 Rechtbank Den Haag 06-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17624 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19133 Rechtbank Den Haag 23-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.829 tekens)
202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.
Datum uitspraak: 30 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 augustus 2024 in zaak nr. NL24.28958 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, over de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: France 2023 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Frankrijk voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 2 mei 2024 is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024
987
Datum uitspraak: 30 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 augustus 2024 in zaak nr. NL24.28958 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, over de opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: France 2023 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Frankrijk voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 2 mei 2024 is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024
987