Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:1863
2024-05-02
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202402536/1/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2023:3737 Raad van State 09-10-2023
- ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712
Geciteerd door (91)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27259 Rechtbank Den Haag 17-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24135 Rechtbank Den Haag 26-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21063 Rechtbank Den Haag 24-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18175 Rechtbank Den Haag 24-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10367 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10378 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10601 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9310 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7356 Rechtbank Den Haag 01-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3360 Rechtbank Den Haag 18-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26381 Rechtbank Den Haag 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25995 Rechtbank Den Haag 15-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27765 Rechtbank Den Haag 24-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21473 Rechtbank Den Haag 11-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18693 Rechtbank Den Haag 10-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25965 Rechtbank Den Haag 10-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18434 Rechtbank Den Haag 06-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17624 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17258 Rechtbank Den Haag 17-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16547 Rechtbank Den Haag 05-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16066 Rechtbank Den Haag 28-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16119 Rechtbank Den Haag 27-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14213 Rechtbank Den Haag 31-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14464 Rechtbank Den Haag 23-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16233 Rechtbank Den Haag 16-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12891 Rechtbank Den Haag 15-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12168 Rechtbank Den Haag 09-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12886 Rechtbank Den Haag 04-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11344 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11344 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10439 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10279 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10224 Rechtbank Den Haag 06-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9960 Rechtbank Den Haag 05-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9122 Rechtbank Den Haag 21-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8458 Rechtbank Den Haag 14-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8121 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7313 Rechtbank Den Haag 01-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6619 Rechtbank Den Haag 18-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7320 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6044 Rechtbank Den Haag 11-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6035 Rechtbank Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5822 Rechtbank Den Haag 08-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5499 Rechtbank Den Haag 02-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11827 Rechtbank Den Haag 27-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11827 Rechtbank Den Haag 27-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2919 Rechtbank Den Haag 25-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2354 Rechtbank Den Haag 13-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1611 Rechtbank Den Haag 05-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1811 Rechtbank Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1861 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1581 Rechtbank Den Haag 29-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:482 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:320 Rechtbank Den Haag 13-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1582 Rechtbank Den Haag 10-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22064 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21574 Rechtbank Den Haag 18-12-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.621 tekens)
202402536/1/V2.
Datum uitspraak: 2 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 16 april 2024 in zaak nr. NL24.6023 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 16 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat niet uit het AIDA Country Report: France (update 2022) kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. De Afdeling wijst hierbij op haar uitspraak van 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3737, onder 1. Daarnaast heeft de vreemdeling, anders dan de vreemdelingen in het arrest van het EHRM van 4 november 2014, Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712, niet met de door hem overgelegde stukken of met verklaringen over zijn eerdere ervaringen in Frankrijk aannemelijk gemaakt dat hij zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in dat land geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zal kunnen krijgen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2024
986
Datum uitspraak: 2 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 16 april 2024 in zaak nr. NL24.6023 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 16 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat niet uit het AIDA Country Report: France (update 2022) kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. De Afdeling wijst hierbij op haar uitspraak van 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3737, onder 1. Daarnaast heeft de vreemdeling, anders dan de vreemdelingen in het arrest van het EHRM van 4 november 2014, Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712, niet met de door hem overgelegde stukken of met verklaringen over zijn eerdere ervaringen in Frankrijk aannemelijk gemaakt dat hij zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in dat land geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zal kunnen krijgen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2024
986