Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3737
2023-10-09
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202306091/1/V2 en 202306091/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2023:1318 Raad van State 05-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1715 Rechtbank Den Haag 13-02-2023
Geciteerd door (116)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21908 Rechtbank Den Haag 04-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10601 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25995 Rechtbank Den Haag 15-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23002 Rechtbank Den Haag 04-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22326 Rechtbank Den Haag 25-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19369 Rechtbank Den Haag 23-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18693 Rechtbank Den Haag 10-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17624 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16547 Rechtbank Den Haag 05-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15361 Rechtbank Den Haag 07-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15361 Rechtbank Den Haag 07-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15793 Rechtbank Den Haag 25-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14464 Rechtbank Den Haag 23-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12891 Rechtbank Den Haag 15-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12886 Rechtbank Den Haag 04-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11169 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11344 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10439 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10279 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10154 Rechtbank Den Haag 10-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9960 Rechtbank Den Haag 05-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9835 Rechtbank Den Haag 27-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9221 Rechtbank Den Haag 26-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9302 Rechtbank Den Haag 21-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8458 Rechtbank Den Haag 14-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8224 Rechtbank Den Haag 12-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8121 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8105 Rechtbank Den Haag 07-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17754 Rechtbank Den Haag 23-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7320 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:1642 Raad van State 11-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5822 Rechtbank Den Haag 08-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5656 Rechtbank Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11827 Rechtbank Den Haag 27-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5186 Rechtbank Den Haag 27-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4348 Rechtbank Den Haag 19-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3818 Rechtbank Den Haag 04-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2354 Rechtbank Den Haag 13-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1811 Rechtbank Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1861 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1581 Rechtbank Den Haag 29-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:835 Rechtbank Den Haag 24-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22064 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20836 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20836 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19756 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19756 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20170 Rechtbank Den Haag 21-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18491 Rechtbank Den Haag 05-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16854 Rechtbank Den Haag 11-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17268 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17270 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21018 Rechtbank Den Haag 02-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17850 Rechtbank Den Haag 20-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14926 Rechtbank Den Haag 19-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15547 Rechtbank Den Haag 18-09-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (3.069 tekens)
202306091/1/V2 en 202306091/2/V2.
Datum uitspraak: 9 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 september 2023 in zaak nr. NL23.24764 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk geen opvang kan krijgen. Anders dan de vreemdeling betoogt, schetst het AIDA Country Report: France (update 2022) geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan al eerder naar voren is gekomen in het AIDA Country Report: France (update 2021) (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1318, waarin de Afdeling de motivering onder 6 van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1715, heeft overgenomen).
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2023
314-986
Datum uitspraak: 9 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 september 2023 in zaak nr. NL23.24764 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk geen opvang kan krijgen. Anders dan de vreemdeling betoogt, schetst het AIDA Country Report: France (update 2022) geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan al eerder naar voren is gekomen in het AIDA Country Report: France (update 2021) (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1318, waarin de Afdeling de motivering onder 6 van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1715, heeft overgenomen).
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2023
314-986