Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1318
2023-04-05
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202301102/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:1318 → ECLI:NL:RBDHA:2023:1715 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (48)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23149 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14671 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13865 Rechtbank Den Haag 28-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9629 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7356 Rechtbank Den Haag 01-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7140 Rechtbank Den Haag 27-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6228 Rechtbank Den Haag 19-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4109 Rechtbank Den Haag 02-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12891 Rechtbank Den Haag 15-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11169 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10439 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10279 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8121 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7320 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1861 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22064 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20836 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20170 Rechtbank Den Haag 21-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18491 Rechtbank Den Haag 05-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16854 Rechtbank Den Haag 11-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17270 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17268 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14926 Rechtbank Den Haag 19-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9197 Rechtbank Den Haag 06-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9446 Rechtbank Den Haag 05-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8231 Rechtbank Den Haag 29-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8740 Rechtbank Den Haag 28-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7745 Rechtbank Den Haag 22-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7516 Rechtbank Den Haag 17-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4800 Rechtbank Den Haag 04-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4799 Rechtbank Den Haag 04-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1467 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1466 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:376 Rechtbank Den Haag 16-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3499 Rechtbank Den Haag 16-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:376 Rechtbank Den Haag 16-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20705 Rechtbank Den Haag 18-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20700 Rechtbank Den Haag 18-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21238 Rechtbank Den Haag 27-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21238 Rechtbank Den Haag 27-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18330 Rechtbank Den Haag 15-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21237 Rechtbank Den Haag 08-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21237 Rechtbank Den Haag 08-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16333 Rechtbank Den Haag 25-10-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:3737 Raad van State 09-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20226 Rechtbank Den Haag 10-08-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.094 tekens)
202301102/1/V3.
Datum uitspraak: 5 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2023 in zaak nr. NL22.26450 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5, 6 en 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.
w.g. Baldinger
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Melse
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2023
191-1041
Datum uitspraak: 5 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2023 in zaak nr. NL22.26450 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5, 6 en 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.
w.g. Baldinger
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Melse
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2023
191-1041