Raad van State
ECLI:NL:RVS:2025:5661
2025-11-25
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
BRS.25.001585
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
- ECLI:NL:RVS:2023:2880 Raad van State 27-07-2023
- ECLI:NL:RVS:2024:2548 Raad van State 24-06-2024
Geciteerd door (56)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28826 Rechtbank Den Haag 30-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27992 Rechtbank Den Haag 23-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27818 Rechtbank Den Haag 15-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25925 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24983 Rechtbank Den Haag 31-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24842 Rechtbank Den Haag 28-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23557 Rechtbank Den Haag 21-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24345 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27804 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27799 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27503 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17704 Rechtbank Den Haag 30-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17642 Rechtbank Den Haag 26-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18177 Rechtbank Den Haag 24-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17126 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16512 Rechtbank Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16571 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16566 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16593 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15465 Rechtbank Den Haag 08-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14849 Rechtbank Den Haag 03-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16595 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16870 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12908 Rechtbank Den Haag 21-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13472 Rechtbank Den Haag 20-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12549 Rechtbank Den Haag 15-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11603 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11458 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10437 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10313 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9652 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9615 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9297 Rechtbank Den Haag 13-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8389 Rechtbank Den Haag 08-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8554 Rechtbank Den Haag 01-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7282 Rechtbank Den Haag 31-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8378 Rechtbank Den Haag 26-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8387 Rechtbank Den Haag 20-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5539 Rechtbank Den Haag 16-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5064 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4902 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18572 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4723 Rechtbank Den Haag 05-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20048 Rechtbank Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3954 Rechtbank Den Haag 26-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1784 Rechtbank Den Haag 03-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1892 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1409 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1053 Rechtbank Den Haag 23-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:866 Rechtbank Den Haag 19-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2609 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25457 Rechtbank Den Haag 23-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27766 Rechtbank Den Haag 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24957 Rechtbank Den Haag 12-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27590 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.505 tekens)
BRS.25.001585
ECLI:NL:RVS:2025:5661
Datum uitspraak: 25 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 oktober 2025 in zaak nr. NL25.33170 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J-A. Nijland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er ten aanzien van Spanje niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Anders dan appellant betoogt, schetst het aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2024 Update" van 30 april 2025 geen wezenlijk ander beeld van de situatie van de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten dan volgt uit de landeninformatie die is betrokken in de uitspraken van de Afdeling van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, van 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880 en van 24 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2548.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025
307-1163
ECLI:NL:RVS:2025:5661
Datum uitspraak: 25 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 oktober 2025 in zaak nr. NL25.33170 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J-A. Nijland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er ten aanzien van Spanje niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Anders dan appellant betoogt, schetst het aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2024 Update" van 30 april 2025 geen wezenlijk ander beeld van de situatie van de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten dan volgt uit de landeninformatie die is betrokken in de uitspraken van de Afdeling van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, van 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880 en van 24 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2548.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025
307-1163