Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:2880
2023-07-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202304210/1/V3 en 202304210/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
- ECLI:NL:RVS:2023:364 Raad van State 27-01-2023
Geciteerd door (63)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27799 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27804 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20236 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12232 Rechtbank Den Haag 15-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11458 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9615 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4723 Rechtbank Den Haag 05-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4133 Rechtbank Den Haag 27-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1784 Rechtbank Den Haag 03-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1409 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25457 Rechtbank Den Haag 23-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23825 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27590 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:5661 Raad van State 25-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18926 Rechtbank Den Haag 29-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17408 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17417 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14960 Rechtbank Den Haag 11-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11982 Rechtbank Den Haag 07-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11866 Rechtbank Den Haag 04-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12413 Rechtbank Den Haag 20-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10970 Rechtbank Den Haag 18-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11075 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9846 Rechtbank Den Haag 03-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7883 Rechtbank Den Haag 02-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6360 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6348 Rechtbank Den Haag 15-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5611 Rechtbank Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3629 Rechtbank Den Haag 11-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4079 Rechtbank Den Haag 11-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3252 Rechtbank Den Haag 27-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3014 Rechtbank Den Haag 26-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2604 Rechtbank Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2355 Rechtbank Den Haag 14-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1589 Rechtbank Den Haag 10-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22137 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21401 Rechtbank Den Haag 07-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17508 Rechtbank Den Haag 23-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20219 Rechtbank Den Haag 16-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16666 Rechtbank Den Haag 10-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17265 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16634 Rechtbank Den Haag 20-09-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2548 Raad van State 24-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9476 Rechtbank Den Haag 10-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9096 Rechtbank Den Haag 04-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6737 Rechtbank Den Haag 22-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4989 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5463 Rechtbank Den Haag 02-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3815 Rechtbank Den Haag 14-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2521 Rechtbank Den Haag 22-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2073 Rechtbank Den Haag 20-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1882 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:442 Rechtbank Den Haag 11-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21266 Rechtbank Den Haag 13-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17457 Rechtbank Den Haag 09-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16347 Rechtbank Den Haag 25-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22189 Rechtbank Den Haag 20-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15364 Rechtbank Den Haag 12-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15364 Rechtbank Den Haag 12-10-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.911 tekens)
202304210/1/V3 en 202304210/2/V3.
Datum uitspraak: 27 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 juni 2023 in zaak nr. NL23.12146 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spanje. 2022 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 8 juli 2021 en bij de uitspraak van 27 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:364, is betrokken. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.M.J.B. A Campo, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. A Campo
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2023
907
Datum uitspraak: 27 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 juni 2023 in zaak nr. NL23.12146 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spanje. 2022 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 8 juli 2021 en bij de uitspraak van 27 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:364, is betrokken. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.M.J.B. A Campo, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. A Campo
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2023
907