Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:364
2023-01-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202300365/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:364 → ECLI:NL:RBDHA:2023:2497 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
Geciteerd door (88)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26960 Rechtbank Den Haag 14-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11075 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4079 Rechtbank Den Haag 11-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2604 Rechtbank Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17265 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16634 Rechtbank Den Haag 20-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12215 Rechtbank Den Haag 18-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10708 Rechtbank Den Haag 01-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9063 Rechtbank Den Haag 30-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8114 Rechtbank Den Haag 28-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7544 Rechtbank Den Haag 17-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7053 Rechtbank Den Haag 08-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6902 Rechtbank Den Haag 07-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5635 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4989 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3464 Rechtbank Den Haag 14-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3457 Rechtbank Den Haag 14-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3815 Rechtbank Den Haag 14-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5051 Rechtbank Den Haag 01-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2158 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1882 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2161 Rechtbank Den Haag 09-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:824 Rechtbank Den Haag 22-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:490 Rechtbank Den Haag 12-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22145 Rechtbank Den Haag 22-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21147 Rechtbank Den Haag 18-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21266 Rechtbank Den Haag 13-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19408 Rechtbank Den Haag 11-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18781 Rechtbank Den Haag 30-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17457 Rechtbank Den Haag 09-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16830 Rechtbank Den Haag 08-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16347 Rechtbank Den Haag 25-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16710 Rechtbank Den Haag 17-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15364 Rechtbank Den Haag 12-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15189 Rechtbank Den Haag 09-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14616 Rechtbank Den Haag 28-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14988 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14547 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17260 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14275 Rechtbank Den Haag 20-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15969 Rechtbank Den Haag 19-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13100 Rechtbank Den Haag 04-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14422 Rechtbank Den Haag 31-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13031 Rechtbank Den Haag 23-08-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:3116 Raad van State 16-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12010 Rechtbank Den Haag 11-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12033 Rechtbank Den Haag 11-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12655 Rechtbank Den Haag 08-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13986 Rechtbank Den Haag 07-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11906 Rechtbank Den Haag 04-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11134 Rechtbank Den Haag 27-07-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:2880 Raad van State 27-07-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:2822 Raad van State 24-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11838 Rechtbank Den Haag 14-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10337 Rechtbank Den Haag 12-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10374 Rechtbank Den Haag 11-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12468 Rechtbank Den Haag 10-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10314 Rechtbank Den Haag 07-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9823 Rechtbank Den Haag 04-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9523 Rechtbank Den Haag 03-07-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.559 tekens)
202300365/1/V3.
Datum uitspraak: 27 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 10 januari 2023 in zaak nr. NL22.25866 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij mondelinge uitspraak van 10 januari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spanje. 2021 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de hiervoor genoemde uitspraak van 8 juli 2021 is betrokken. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2023
872
Datum uitspraak: 27 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 10 januari 2023 in zaak nr. NL22.25866 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij mondelinge uitspraak van 10 januari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spanje. 2021 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de hiervoor genoemde uitspraak van 8 juli 2021 is betrokken. Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2023
872