Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:2548
2024-06-24
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202403497/1/V2 en 202403497/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
- ECLI:NL:RVS:2023:2880 Raad van State 27-07-2023
Geciteerd door (132)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27992 Rechtbank Den Haag 23-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26960 Rechtbank Den Haag 14-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25925 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25139 Rechtbank Den Haag 01-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23557 Rechtbank Den Haag 21-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27804 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27799 Rechtbank Den Haag 21-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20236 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27503 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17704 Rechtbank Den Haag 30-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13472 Rechtbank Den Haag 20-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12232 Rechtbank Den Haag 15-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11603 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11458 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9615 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9297 Rechtbank Den Haag 13-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5539 Rechtbank Den Haag 16-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5064 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4723 Rechtbank Den Haag 05-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20048 Rechtbank Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4133 Rechtbank Den Haag 27-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3954 Rechtbank Den Haag 26-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1784 Rechtbank Den Haag 03-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1409 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1892 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1892 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1053 Rechtbank Den Haag 23-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:866 Rechtbank Den Haag 19-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25457 Rechtbank Den Haag 23-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27766 Rechtbank Den Haag 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27590 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23825 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23582 Rechtbank Den Haag 09-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25940 Rechtbank Den Haag 03-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22534 Rechtbank Den Haag 27-11-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:5661 Raad van State 25-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22274 Rechtbank Den Haag 24-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27231 Rechtbank Den Haag 18-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21948 Rechtbank Den Haag 17-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20341 Rechtbank Den Haag 03-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20220 Rechtbank Den Haag 22-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20950 Rechtbank Den Haag 14-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18926 Rechtbank Den Haag 29-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18926 Rechtbank Den Haag 29-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17417 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17408 Rechtbank Den Haag 24-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17709 Rechtbank Den Haag 19-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16731 Rechtbank Den Haag 10-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15746 Rechtbank Den Haag 22-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15015 Rechtbank Den Haag 12-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14960 Rechtbank Den Haag 11-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14414 Rechtbank Den Haag 28-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13163 Rechtbank Den Haag 16-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12877 Rechtbank Den Haag 16-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12194 Rechtbank Den Haag 08-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12566 Rechtbank Den Haag 08-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11982 Rechtbank Den Haag 07-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11866 Rechtbank Den Haag 04-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13853 Rechtbank Den Haag 03-07-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.861 tekens)
202403497/1/V2 en 202403497/2/V2.
Datum uitspraak: 24 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 mei 2024 in zaak nr. NL24.18052 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2023 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 8 juli 2021 en bij de uitspraak van 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880, is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2024
987
Datum uitspraak: 24 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 mei 2024 in zaak nr. NL24.18052 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Hieraan voegt de Afdeling toe dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2023 Update" geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 8 juli 2021 en bij de uitspraak van 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880, is betrokken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2024
987