Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:4732
2023-12-20
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202307071/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:4732 → ECLI:NL:RBDHA:2023:17509 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (17)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26962 Rechtbank Den Haag 14-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26488 Rechtbank Den Haag 11-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22621 Rechtbank Den Haag 29-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25056 Rechtbank Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17072 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16987 Rechtbank Den Haag 19-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16917 Rechtbank Den Haag 19-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21829 Rechtbank Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16594 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14729 Rechtbank Den Haag 28-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21386 Rechtbank Den Haag 27-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12591 Rechtbank Den Haag 19-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9984 Rechtbank Den Haag 28-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10765 Rechtbank Den Haag 11-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7688 Rechtbank Den Haag 22-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3751 Rechtbank Den Haag 19-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:945 Rechtbank Den Haag 26-01-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.321 tekens)
202307071/1/V3.
Datum uitspraak: 20 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 10 november 2023 in zaak nr. NL23.24342 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 10 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A Khalaf, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat de staatssecretaris voor Letland uit mocht gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijke pushbacks aan de grens met Letland er toe leiden dat voor Dublinclaimanten in het algemeen of voor hem in het bijzonder een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2023
872-981
Datum uitspraak: 20 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 10 november 2023 in zaak nr. NL23.24342 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 10 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A Khalaf, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat de staatssecretaris voor Letland uit mocht gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijke pushbacks aan de grens met Letland er toe leiden dat voor Dublinclaimanten in het algemeen of voor hem in het bijzonder een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2023
872-981