Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21829

2026-06-18 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.20125 en NL26.20126
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-18
Publicatiedatum
2026-08-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.20125 en NL26.20126
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dublin Letland, gestandaardiseerd besluit, interstatelijk vertrouwensbeginsel, indirect refoulement.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.787 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL26.20125 (beroep) en NL26.20126 (voorlopige voorziening)


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen




[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. M.E. Muller),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 9 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Letland verantwoordelijk is voor de aanvraag.





Beoordeling door de rechtbank



Geen zitting



2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.



Waar gaat deze zaak over?



3. Eiseres stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op

[geboortedatum] 2002. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Letland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.



Wat vindt eiser in beroep?



4. Ten eerste stelt eiseres dat het besluit voor een groot deel gestandaardiseerd is. Daarnaast stelt eiseres dat ten aanzien van Letland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Volgens eiseres vinden er onder andere pushbacks plaats, worden asielzoekers gedwongen ondergebracht in tentenkampen en hierbij geweld hebben plaatsgevonden. Eiseres verwijst ter onderbouwing naar verschillende rapporten. Ook worden asielzoekers afkomstig uit andere landen dan Oekraïne anders behandeld. Tot slot stelt eiseres dat er sprake is van een risico op indirect refoulement als gevolg van het beschermingsbeleid in Letland. Op grond van het Nederlandse landenbeleid geldt dat als duidelijk is dat een asielzoeker uit Eritrea te vrezen heeft voor vervolging omdat deze het militaire of civiele onderdeel van de nationale dienstplicht heeft ontdoken of is gedeserteerd, wordt aangenomen dat zij systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ten aanzien van het beleid in Letland wordt in dit kader nog onderzoek gedaan.



Wat is het oordeel van de rechtbank?





Gestandaardiseerd besluit


5. De rechtbank ziet in de stelling dat het besluit voor een groot deel gestandaardiseerd is geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. Zoals uit het onderstaande volgt is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd.



Interstatelijk vertrouwensbeginsel


6. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan mag uitgaan dat lidstaten van de Europese Unie hun verdragsverplichtingen tegenover asielzoekers zullen nakomen. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken indien eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht aan Letland een reëel risico loopt op een behandeling strijdig met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Om onder de tekortkomingen van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest te vallen, moeten deze een hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Of deze bereikt wordt, hangt af van de gegevens in de zaak.

7. De rechtbank stelt voorop dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat ten aanzien van Letland mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is bevestigd door de Afdeling bij uitspraak van 20 december 2023. Eiseres heeft met algemene verwijzingen naar openbare bronnen niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen als gevolg waarvan niet langer mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook omdat eiseres op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat deze bronnen betrekking hebben op haar persoonlijke situatie. Zo kan uit deze bronnen niet worden afgeleid dat de mogelijke pushbacks aan de grens met Letland ertoe leiden dat Dublinclaimanten die gereguleerd worden overgedragen, in het algemeen, of eiseres in het bijzonder, een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest of artikel 3 van het EVRM. Bovendien hebben de Letse autoriteiten met het claimakkoord gegarandeerd dat het verzoek van eiseres om internationale bescherming in behandeling zal worden genomen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Indien eiseres na overdracht aan Letland tekortkomingen constateert in de opvang of in de asielprocedure, kan zij hierover klagen bij de (hogere) Letse autoriteiten. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat voor haar die mogelijkheid niet bestaat of dat klagen bij voorbaat zinloos zou zijn.



Indirect refoulement


8. De rechtbank overweegt dat de Afdeling in de uitspraak van 12 juni 2024, als gevolg van het arrest van het Hof van 30 november 2023, heeft geoordeeld dat binnen de kaders van een Dublinprocedure niet beoordeeld kan worden of een vreemdeling bij overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat een reëel risico loopt op indirect refoulement. Dit is alleen anders als niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden ten aanzien van het betreffende land. Zoals hiervoor overwogen is dit niet het geval. Het Hof heeft in de voornoemde uitspraak bovendien uitdrukkelijk overwogen dat evidente en fundamentele verschillen in beschermingsbeleid geen systeemfout in de asielprocedure kan opleveren. Het arrest van het Hof biedt dus geen ruimte om te toetsen of het beschermingsbeleid van een aangezochte lidstaat ten aanzien van bepaalde groepen of landen van herkomst in algemene zin een refoulementsrisico oplevert, afgemeten naar het beschermingsbeleid dat in Nederland geldt.



Conclusie en gevolgen

9. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

10. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

11. Eiseres krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van V. Nooteboom, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel


Bent u het niet eens met deze uitspraak?


Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.





Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).



Limiting the Right to Access Asylum: A Case Study of Latvia’s Response to the Migration Crisis on the Latvia-Belarus Border in: Baltic Yearbook of International Law Online Volume 22 Issue 1 (2024) (https://brill.com/view/journals/byio/22/1/article-p201_10.xml) en een rapport van Amnesty uit 2022: Report (https://www.amnesty.nl/content/uploads/2022/08/EUR-52-5913-2022-Latvia-report.pdf).


Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.


Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.


ECLI:NL:RVS:2023:4732.


ECLI:NL:RVS:2024:2359, zie overweging 6.


Hof van Justitie, 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934.


Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.