Raad van State
ECLI:NL:RVS:2015:1930
2015-06-12
Bestuursrecht
201503246/2/A4
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 april 2015, heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot goedkeuring van een door het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel vastgesteld projectplan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (83)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:9171 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8542 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23336 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:8468 Rechtbank Rotterdam 14-07-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3241 Rechtbank Midden-Nederland 16-06-2026
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2027 Rechtbank Noord-Nederland 22-05-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:5805 Rechtbank Rotterdam 22-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4430 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4663 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4338 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11340 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2690 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-03-2026
- ECLI:NL:RBNNE:2026:859 Rechtbank Noord-Nederland 18-03-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:1966 Rechtbank Amsterdam 25-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1935 Rechtbank Den Haag 06-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9361 Rechtbank Den Haag 08-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:288 Rechtbank Den Haag 08-01-2026
- ECLI:NL:RBROT:2025:15093 Rechtbank Rotterdam 30-12-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:7560 Rechtbank Overijssel 24-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8433 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-12-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9168 Rechtbank Amsterdam 07-11-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:8389 Rechtbank Amsterdam 07-11-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:7597 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-11-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:6787 Rechtbank Oost-Brabant 21-10-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:7239 Rechtbank Amsterdam 01-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16820 Rechtbank Den Haag 11-09-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:9879 Rechtbank Rotterdam 19-08-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:5198 Rechtbank Overijssel 14-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14730 Rechtbank Den Haag 07-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14578 Rechtbank Den Haag 06-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14388 Rechtbank Den Haag 25-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:9103 Rechtbank Rotterdam 25-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:8254 Rechtbank Rotterdam 11-07-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4497 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 09-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:7675 Rechtbank Rotterdam 01-07-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3974 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9394 Rechtbank Den Haag 27-05-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3057 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-05-2025
- ECLI:NL:RBNNE:2025:2078 Rechtbank Noord-Nederland 09-05-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2559 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-04-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2305 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-04-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:2455 Rechtbank Overijssel 18-04-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1886 Rechtbank Midden-Nederland 10-04-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1070 Rechtbank Midden-Nederland 14-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3029 Rechtbank Den Haag 27-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:886 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2385 Rechtbank Den Haag 13-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:591 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-02-2025
- ECLI:NL:RBNNE:2025:507 Rechtbank Noord-Nederland 05-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:2028 Rechtbank Rotterdam 23-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22791 Rechtbank Den Haag 24-12-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7734 Rechtbank Midden-Nederland 23-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20899 Rechtbank Den Haag 18-12-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:5826 Rechtbank Overijssel 11-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23435 Rechtbank Den Haag 04-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14535 Rechtbank Den Haag 12-09-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:4167 Rechtbank Oost-Brabant 09-09-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:8816 Rechtbank Rotterdam 09-09-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:5506 Rechtbank Midden-Nederland 04-09-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:7688 Rechtbank Rotterdam 21-08-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (4.956 tekens)
201503246/2/A4.
Datum uitspraak: 12 juni 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak op het verzoek van:
[verzoekster], gevestigd te [plaats], en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoekster])
verzoekers,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 april 2015, heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot goedkeuring van een door het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel vastgesteld projectplan.
Ter zitting op 26 mei 2015 heeft [verzoekster] het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken en heeft hij de voorzieningenrechter verzocht het college van gedeputeerde staten te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Ter zitting zijn verschenen [verzoekster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door mr. P.W.A.M. van ’t Veer-Damen. Voorts is ter zitting verschenen het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel, vertegenwoordigd door mr. M.A.J. Martens, drs. M.H. Berg en ir. N.J.A. ten Heggeler.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.
2. Bij de overeenkomstige toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in een voorlopige voorzieningprocedure dient de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetkomen in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende bezwaar- of beroepsprocedure. Aldus wordt geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen in de zin van dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het primaire besluit voorlopig opschort, dan wel anderszins een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
3. [verzoekster] heeft zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, omdat het college van gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel ter zitting hebben toegezegd dat met de uitvoering van het goedgekeurde projectplan Waterberging Valkenswaard-Zuid zal worden gewacht totdat uitspraak in de bodemprocedure is gedaan.
Onder deze omstandigheden kan niet anders worden geconcludeerd, dan dat is tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
Dat de toezegging uit coulance is gedaan, zoals het college van gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van het waterschap ter zitting hebben gesteld, is geen reden om van een proceskostenveroordeling af te zien, nu het voor [verzoekster] niet kenbaar was dat de uitvoering van het goedgekeurde projectplan zou worden opgeschort en er voor hem dus reden bestond een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
4. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen.
5. Het voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht zal ingevolge artikel 8:82, vierde lid, van de Awb door de griffier van de Raad van State worden terugbetaald.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [verzoekster] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 534,64 (zegge: vijfhonderdvierendertig euro en vierenzestig cent), waarvan € 490,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
II. verstaat dat de griffier van de Raad van State aan [verzoekster] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) terugbetaalt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.
w.g. Wortmann w.g. Visser
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2015
148.
Datum uitspraak: 12 juni 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak op het verzoek van:
[verzoekster], gevestigd te [plaats], en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoekster])
verzoekers,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 april 2015, heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot goedkeuring van een door het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel vastgesteld projectplan.
Ter zitting op 26 mei 2015 heeft [verzoekster] het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken en heeft hij de voorzieningenrechter verzocht het college van gedeputeerde staten te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Ter zitting zijn verschenen [verzoekster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door mr. P.W.A.M. van ’t Veer-Damen. Voorts is ter zitting verschenen het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel, vertegenwoordigd door mr. M.A.J. Martens, drs. M.H. Berg en ir. N.J.A. ten Heggeler.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.
2. Bij de overeenkomstige toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in een voorlopige voorzieningprocedure dient de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetkomen in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende bezwaar- of beroepsprocedure. Aldus wordt geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen in de zin van dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het primaire besluit voorlopig opschort, dan wel anderszins een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
3. [verzoekster] heeft zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, omdat het college van gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel ter zitting hebben toegezegd dat met de uitvoering van het goedgekeurde projectplan Waterberging Valkenswaard-Zuid zal worden gewacht totdat uitspraak in de bodemprocedure is gedaan.
Onder deze omstandigheden kan niet anders worden geconcludeerd, dan dat is tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
Dat de toezegging uit coulance is gedaan, zoals het college van gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van het waterschap ter zitting hebben gesteld, is geen reden om van een proceskostenveroordeling af te zien, nu het voor [verzoekster] niet kenbaar was dat de uitvoering van het goedgekeurde projectplan zou worden opgeschort en er voor hem dus reden bestond een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
4. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen.
5. Het voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht zal ingevolge artikel 8:82, vierde lid, van de Awb door de griffier van de Raad van State worden terugbetaald.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [verzoekster] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 534,64 (zegge: vijfhonderdvierendertig euro en vierenzestig cent), waarvan € 490,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
II. verstaat dat de griffier van de Raad van State aan [verzoekster] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) terugbetaalt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.
w.g. Wortmann w.g. Visser
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2015
148.