Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:8468

2026-07-14 Bestuursrecht ROT 26/5123
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
ROT 26/5123
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om vergoeding van proceskosten. Intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening na tegemoetkoming door het college. Verzoek toegewezen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.261 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht


zaaknummer: ROT 26/5123


uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2026 in de zaak tussen



[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. T. Sleeman),


en




het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
(gemachtigde: mr. W. Breure).




Inleiding

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang. Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 21 april 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. Het college heeft het bestreden besluit op 1 juli 2026 ingetrokken. Verzoekster heeft vervolgens het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen verweer wordt gevoerd tegen het verzoek om een proceskostenvergoeding.

3. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.



Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


5. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.



Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?


6. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat verzoekster vanwege haar verblijfsrechtelijke status niet voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang. Het college stelt zich niet langer op dit standpunt en zal verzoeksters aanvraag opnieuw in behandeling nemen. Hiervoor is eerst nader onderzoek nodig naar de ondersteuningsbehoeftes van verzoekster.


6.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college met het besluit van 1 juli 2026 aan verzoekster is tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Daarvan is geen sprake. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.



Welke kosten dient het college te vergoeden?

7. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.





Conclusie en gevolgen


8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- kan vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.






Beslissing


De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan verzoekster.




Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2026.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 1.2.1, aanhef en onder c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)


Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.


Artikel 1.2.2 van de Wmo 2015


Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.


Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.


Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.