Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:8542
2026-09-04
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
BRE 26/4256
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing van de proceskostenvergoeding na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening omdat er geen te vergoeden proceskosten zijn.
Citeert (3)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3263 Centrale Raad van Beroep 24-09-2014
- ECLI:NL:CRVB:2019:3252 Centrale Raad van Beroep 15-10-2019
- ECLI:NL:RVS:2015:1930 Raad van State 12-06-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.640 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/4256
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
en
het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het dagelijks bestuur in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het dagelijks bestuur van 16 juli 2026. Verzoekster heeft hiertegen ook bezwaar gemaakt.
1.1.
Zij heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het dagelijks bestuur heeft laten weten de begunstigingstermijn te verlengen tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het dagelijks bestuur heeft de rechtbank meegedeeld dat het erkent dat het aan het doel van het verzoek om voorlopige voorziening is tegemoetgekomen door de begunstigingstermijn te verlengen en verzoekt de voorzieningenrechter om de vergoeding vast te stellen.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
Is het dagelijks bestuur aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Het dagelijks bestuur is met het verlengen van de begunstigingstermijn aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
Moet het dagelijks bestuur de proceskosten van verzoekster vergoeden?
5. Het dagelijks bestuur is weliswaar tegemoetgekomen aan het verzoek van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoekschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Omdat het dagelijks bestuur de werking van het besluit van 16 juli 2026 heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekster terug.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.
Dat staat in artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder a, van de Awb.
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/4256
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
en
het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het dagelijks bestuur in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het dagelijks bestuur van 16 juli 2026. Verzoekster heeft hiertegen ook bezwaar gemaakt.
1.1.
Zij heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het dagelijks bestuur heeft laten weten de begunstigingstermijn te verlengen tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het dagelijks bestuur heeft de rechtbank meegedeeld dat het erkent dat het aan het doel van het verzoek om voorlopige voorziening is tegemoetgekomen door de begunstigingstermijn te verlengen en verzoekt de voorzieningenrechter om de vergoeding vast te stellen.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
Is het dagelijks bestuur aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Het dagelijks bestuur is met het verlengen van de begunstigingstermijn aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
Moet het dagelijks bestuur de proceskosten van verzoekster vergoeden?
5. Het dagelijks bestuur is weliswaar tegemoetgekomen aan het verzoek van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoekschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Omdat het dagelijks bestuur de werking van het besluit van 16 juli 2026 heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekster terug.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.
Dat staat in artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder a, van de Awb.