Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:5805

2026-05-22 Bestuursrecht; Omgevingsrecht ROT 26/3630
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-22
Publicatiedatum
2026-05-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
ROT 26/3630
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Varia. Vovo. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op een verzoek om een veroordeling in de proceskosten (na intrekking van een verzoek om een voorlopige voorziening).

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.969 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 26/3630


uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[bedrijf] ., uit [vestigingsplaats 1] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E. Dans),


en


de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester
(gemachtigde: [naam] ).


Samenvatting


In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de burgemeester in de proceskosten.




Procesverloop

1. Op 29 april 2026 heeft de burgemeester een besluit genomen en de exploitatievergunning van verzoekster geschorst voor de duur van twee weken omdat toezichthouders bij herhaling constateerden dat de horeca-inrichting was geopend zonder dat een beheerder of leidinggevende aanwezig was in de inrichting. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij is tevens verzocht tot het treffen van een ordemaatregel.

2. Bij uitspraak van 30 april 2026 is het verzoek om een ordemaatregel toegewezen en is het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.

3. Op 8 mei 2026 heeft de burgemeester het besluit van 29 april 2026 ingetrokken. Verzoekster heeft vervolgens het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht de burgemeester te veroordelen in de gemaakte proceskosten.

4. De voorzieningenrechter heeft de burgemeester in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De burgemeester heeft hierop gereageerd op 15 mei 2026.

5. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


7. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.


7.1.
In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.



Is de burgemeester aan het verzoek tegemoetgekomen?


8. De burgemeester is met het besluit van 8 mei 2026 aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Daarvan is niet gebleken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de burgemeester in de proceskosten te veroordelen daarom toe.



Welke kosten dient de burgemeester te vergoeden?


9. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die de burgemeester moet vergoeden € 934,- bedragen.




Conclusie en gevolgen


10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat de burgemeester het door verzoekster betaalde griffierecht van € 397,- dient te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de burgemeester wenden.




Beslissing


De voorzieningenrechter veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 934,- aan verzoekster.




Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.



Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

ECLI:NL:RBROT:2026:5042


Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.


Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.


Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.


Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.


Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.