Hoge Raad herijkt regels inzake overschrijding van de redelijke termijn. De HR acht het dienstig de uitgangspunten en regels over de inbreuk op het in art. 6.1 EVRM gewaarborgde recht van de verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en het rechtsgevolg dat aan een vast
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Financieel recht. Effectenlease (Dexia). Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang; stelplicht en bewijslast. Advisering en schadeverdeling. Buitengerechtelijke kosten en van kleur verschieten ex art. 6:96 lid 3 BW en art. 241 Rv. Geen belang bij slagen klacht in principaal cassatiebe
Overzichtsarrest vordering benadeelde partij, art. 51f.1, 361.2.b en 592a Sv, art. 36f Sr en art. 6:96 en 6:106 BW. Medeplegen hennepteelt in door verdachte gehuurde woning (art. 3.B Opiumwet), medeplegen diefstal elektriciteit d.m.v. verbreking in die woning (art. 311.1 Sr) en beschadiging woning (
Art. 6, lid 1, EVRM. Navorderingsaanslag met verhoging. Vuistregels inzake overschrijding van de redelijke termijn.
Pools EAB ten behoeve van de uitvoering van een eerder opgelegde straf. Artikel 11 OLW. Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU. Einduitspraak na beantwoording van prejudiciële vraag, door het Hof van Justitie EU beantwoord op 22 februari 2022 (ECLI:EU:C:2022:100). Reëel gevaar van schendi
Vormverzuimen, art. 359a Sv. Politiegeweld tijdens insluiting verdachte. Medeplegen gekwalificeerde diefstal, art. 311.1 Sr. 1. Beoordelingskader vormverzuimen. 2. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging. 3. Verweer strekkende tot strafvermindering. Ad 1. In aanvulling op ECLI:NL:HR:2004:AM
HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voet van art. 415 Sv oo
De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft vandaag afgezien van de overlevering van een 33-jarige Pool die in zijn geboorteland wordt verdacht van handel in en invoer van drugs. De IRK oordeelt dat er een reëel gevaar bestaat dat zijn grondrecht op een eerlijk proces za
Deze uitspraak gaat over de vraag of en hoe de bestuursrechter ervoor kan zorgen dat betrokkenen bij de kinderopvangtoeslagaffaire sneller duidelijkheid krijgen over hun aanvragen om een integrale herbeoordeling kinderopvangtoeslag of bezwaren gericht tegen besluiten in dat kader van de Dienst Toesl
Cassatie in belang der wet. Beschikking wrakingskamer Hof inhoudende toewijzing verzoek tot wraking voorzitter en leden strafkamer Hof n.a.v. afwijzing verzoek tot terugwijzing zaak naar Rb vanwege partijdigheid Rb. Schending art. 512 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:AA7956
Verzekeringsrecht. Brandstichting. Merkelijke schuld als bedoeld in art. 294 (oud) K. Misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen verzekerde door aanspannen procedure tegen verzekeraar? Maatstaf; HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353. Terughoudendheid. Omstandigheid dat brand is gesticht in
De Centrale Raad van Beroep heeft, samen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitgangspunten voor de rechter ontwikkeld in zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep gaat het over medisch
Post-Keskin zaak. Mishandeling van fietsenmaker, art. 300.1 Sr. 1. HR gaat in op uitspraak van EHRM in zaak Keskin tegen Nederland (nr. 2205/16) en betekenis van die uitspraak voor beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door Nederlandse strafrechter en voor gebruik van verklari
Procesrecht; art. 8:73 en 8:74 Awb; art. 47 Handvest; verzoek om vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn voor berechting van het geschil; mag dezelfde zetel die de hoofdzaak heeft behandeld en beslist, op dit verzoek beslissen?; bij een veroordeling tot vergoedi
HR wijst overzichtsarrest inzake noodweer en noodweerexces. In de praktijk blijken deze strafuitsluitingsgronden soms aanleiding te geven tot moeilijkheden. De HR geeft daarom in dit arrest - aan de hand van zijn eerdere rechtspraak - een samenvattend overzicht van mogelijke aandachtspunten dat bij
HR geeft op hoofdlijnen een verduidelijking van het beslissingskader m.b.t. de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het “feitelijk leidinggeven” aan een door een rechtspersoon verrichte verboden gedraging a.b.i. art. 51.2 aanhef en onder 2⁰, Sr. Falende bewijsklachten feitelijk leidinggeven en he
Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesafspraken die vorm he
OM-cassatie. Vormverzuim. Afgegeven machtiging tot binnentreden door een niet gecertificeerde hulpOvJ. De HR zet onder verwijzing naar en in aanvulling op eerdere rechtspraak dienaangaande het toetsingskader bij vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv en de daaraan eventueel te verbinden gevolgen uiteen.
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige, zich
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met toepassing van opspor
Doodslag door haar achtjarige dochter van flatgebouw in Hoogeveen te doen vallen, art. 287 Sr. Vordering benadeelde partij. Shockschade/schokschade. 1. HR preciseert rechtspraak over schokschade. 2. Kon hof vordering van b.p. (vader die het lichaam van zijn dochter in het mortuarium heeft gezien) t.
HOF AMSTERDAM VERKLAART DUISENBERG-REGELING VERBINDEND Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag uitspraak gedaan in de procedure over het verzoek tot verbindendverklaring van de overeenkomst tot uitvoering van de Duisenberg-regeling. Deze regeling houdt een minnelijke schikking in van geschillen rond
-
Pools vervolgings-EAB. Artikel 11 OLW. Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU. Einduitspraak na beantwoording van prejudiciële vragen, door het Hof van Justitie EU beantwoord op 22 februari 2022 (ECLI:EU:C:2022:100). Reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces dat
Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel; toelaatbaarheid herhaalde eiswijziging nadat deze eerder niet was toegelaten; art. 130 Rv; rechtsmidd
-
Samenvatting van beroep met kenmerk P04/03329 t/m 04/03349 KB-Luxbankzaak. Belanghebbende ontkent over een rekening bij de KB-Luxbank te hebben beschikt. Het Hof acht echter de door de inspecteur toegepaste methode van identificatie voldoende betrouwbaar om te kunnen aannemen dat belanghebbende reke
Kort geding. Vorderingen Staat op grond van art. 47 AWR tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen door belastingplichtige. Beroep op nemo tenetur-beginsel in verband met mogelijkheid dat belastingplichtige zou worden gedwongen om mee te werken aan bewijsvergaring ten behoeve van bestuurlijke
1. Ontvankelijkheid OM. Rechtmatigheid opsporingsoptreden in buitenland. 2. Art. 152 Sv. Plicht tot opmaken proces-verbaal. 3. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. HR geeft overzicht aangaande de beoordeling van verweren m.b.t. de rechtmatigheid van opsporingsonderzoek of van onderzoek in de daaraan v
Overzichtsarrest HR over de toepassing van art. 80a RO. Vervolg op de overzichtsarresten van 11 september 2012.
Onvoldoende zorg dragen voor onder zijn hoede staand gevaarlijk dier en beschadiging dier door 3 honden (American Staffordshire) onaangelijnd uit te laten waarna die honden andere hond (Hazenwindhond) meermalen over het gehele lichaam hebben gebeten, art. 425.2 en 350.2 Sr.1. American Staffordshire
Openlijke geweldpleging tegen ramen, meermalen gepleegd (art. 141.2.1 Sr) en handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a Sr). Redelijke termijn in cassatiefase, rechtsgevolgen van overschrijding. 1. HR geeft in aanvulling op HR:2008:BD2578 overzicht van gevallen waarin kan worden volstaan me
Harmonisatiewet. Toetsingsverbod van art. 120 Grondwet. Geen toetsing van formele wet aan fundamentele rechtsbeginselen van de Nederlandse rechtsorde die nog geen uitdrukking hebben gevonden in enige, een ieder verbindende verdragsbepaling. Geen toetsing aan het Statuut voor het Koninkrijk.
Falende bewijsklacht dat vd door een passieve houding heeft “deelgenomen” aan een criminele organisatie. Van deelneming aan een criminele organisatie kan slechts dan sprake zijn, indien vd behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot
Inkomstenbelasting; art. 16 AWR; navordering. Oordeel van het Hof dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan blijft in stand. Art. 8:73 Awb; vergoeding van immateriële schade in geval van overschrijding redelijke termijn bezwaar- en beroepsfase. Verdeling van de schadevergoeding ten laste
Vormverzuimen, art. 359a Sv. Omzeilen van uitleveringsprocedure door aanhouding in Venezuela en uitzetting door Venezolaanse autoriteiten. Medeplegen voorbereidingshandelingen invoer cocaïne, art. 10a.1 Opiumwet. 1. Beoordelingskader vormverzuimen. 2. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging
Profijtontneming. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.). Art. 359.3 Sv. De uitspraak moet de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, v.zv. bevattende de voor die schatting redengevende f&o. In beginsel staat
Overtreding artikel 7 Msw, bij het bedrijf behorende landbouwgrond, bospercelen
Cassatie in het belang van de wet n.a.v. uitspraken HvJ EU in zaken Tele2 Sverige en Watson, Ministerio Fiscal, La Quadrature du Net e.a. en Prokuratuur. Verlenen van toegang tot verkeers- en locatiegegevens (waaronder identificerende gegevens) a.b.i. art. 126n, 126na en 126ni Sv. Toepasselijkheid v
Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad wegens misbruik van processuele bevoegdheid om een tweede procedure bij de overheidsrechter in te stellen tot herroeping van arbitrale vonnissen wegens onjuiste informatieverstrekking door wederpartij in arbitrageprocedure?, maatstaf.
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY78
Art. 140 Sr. ’s Hofs oordeel dat verdachte in de periode van 1-7-2000 t/m 22-11-2000 heeft deelgenomen aan een organisatie die bestond uit verdachte, A, B, C, D en E geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Daarbij wordt in acht genomen dat het Hof ui
Procesrecht. Recht op mondelinge behandeling, art. 134 Rv en art. 6 EVRM. Belang dat uitspraak wordt gewezen door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling plaatsvond. Procedure bij vervanging van rechter(s) na mondelinge behandeling: kennisgeving door gerecht; mogelijkheid nadere m
Na verwijzing (HR 10 maart 2017, nr. 16/04162, ECLI:NL:HR:2017:387) is uitsluitend in geschil of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Het Hof is van oordeel dat het aan belanghebbendes grove schuld is te wijten dat te weinig omzetbelasting is afgedragen en acht een vergrijp
Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakelijkheid bij beursint
1. Art. 140 Sr, criminele organisatie. 2. Bewijs feitelijk leiding geven. Ad 1. Het hof heeft verzuimd te responderen op het verweer of sprake was van een criminele organisatie a.b.i. art. 140 Sr. Dat verzuim behoeft niet tot cassatie te leiden, nu het Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. M
Cassatie in belang der wet. Beschikking wrakingskamer Rb inhoudende niet in behandeling nemen verzoek tot wraking van leden wrakingskamer. Kan wrakingskamer wrakingsverzoek wegens misbruik van recht buiten behandeling laten? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:AA7956 m.b.t. rechte
KBLux-zaak. Art. 6 EVRM en art. 16, lid 4 AWR. Door de inspecteur in het kader van de vaststelling van de belastingschuld opgevraagde en door de belastingplichtige verstrekte gegevens m.b.t. een (verzwegen) banktegoed kunnen ook worden gebruikt ten behoeve van het opleggen van een boete bij navorder
Procesrecht. Artikel 6 EVRM. Artikel 6:7, 6:8 en 6:11 Awb, artikel 22j, aanhef en letter a, AWR, bewijslast verschoonbaarheid termijnoverschrijding bezwaar tegen boetebeschikking, Hoge Raad gaat om.
Art. 8:41, lid 2, Awb; art. 6, lid 1, EVRM. Griffierecht. Geen niet-ontvankelijkverklaring als betrokkene griffierecht niet kan betalen.
Art. 342.2 Sv. Unus testis, nullus testis. Vlgs art. 342.2 Sv – dat de tll in haar geheel betreft – kan het bewijs dat verdachte het tlg. feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van 1 getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid v
Jeugdzaak. Medeplegen. In ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de HR enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, i.h.b. gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer i.h.b. met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwal
Art. 16, lid 4, AWR. Verenigbaarheid met EG-recht van een navorderingsaanslag die wordt opgelegd met toepassing van de bijzondere navorderingstermijn ter zake van buitenlandse tegoeden.
Beginselen van behoorlijk bestuur; zorgvuldigheidsbeginsel; art. 359a Sv; gebruik van bewijsmateriaal dat door strafrechter als onrechtmatig verkregen is aangemerkt voor belastingheffing en boete-oplegging. HR BNB 1992/306 (“zozeer indruist”) in het licht van latere rechtspraak over toepassing van a
Getuigen. De getuige heeft ttz geweigerd vragen te beantwoorden De verklaring van de getuige afgelegd bij de politie wordt tot het bewijs gebezigd. De HR vult de rechtsregels over het oproepen van getuigen en het ondervragingsrecht uit HR LJN AB7528 nader in. De HR heeft in HR LJN ZD1013 geoordeeld
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij zes moorden, twee pogingen tot moord (art. 289 Sr) en deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levensla
Jeugdzaak. Voorhanden hebben wapens en munitie, art. 26.1 WWM. Heeft verdachte, die enkele uren in de slaapkamer van de medeverdachte is geweest, de zich in die slaapkamer bevindende vuurwapens en munitie voorhanden gehad? Voor een veroordeling van het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
Art. 27e AWR. Toepassing omkering bewijslast. Omkering bewijslast en grondslag boete. Inkomsten verzwegen?
Profijtontneming. Klacht over de verwerping door het hof van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM in de ontnemingsvordering. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. de overschrijding van de redelijke termijn en niet-ontvankelijkheid van het OM en ECLI:NL:HR:
Profijtontneming, w.v.v. uit deelnemen aan criminele organisatie die zich bezighield met het op grote schaal verkopen en afleveren van softdrugs. Onschuldpresumptie bij ontneming uit andere/soortgelijke feiten ex art. 36e.2 (oud) Sr. In strafzaak is o.m. bewezenverklaard dat betrokkene in periode 19
Conclusie over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter die de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven hebben genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De conclusie gaat in op de vraag hoe indringend de bestuursrechter bestuurl
Overzichtsarrest beroep op mensenrechtenschendingen in uitleveringsprocedures. Antilliaanse uitleveringszaak ter fine van strafvervolging: beroep op dreigende mensenrechtenschending bestaande uit uitlokking door DEA-agenten. In geval van uitlevering ter strafvervolging kan de vraag of inbreuk is gem
Meerdere gekwalificeerde (pogingen tot) diefstallen. Schakelbewijs. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer b.m. blijkende - omstandigheid dat verdachte bij één of meer an
Deelneming aan organisatie, bestaande uit natuurlijke personen en rechtspersonen, die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Art. 140.1 Sr. Uitleg bestanddeel “organisatie”. Voor bewezenverklaring van 'een organisatie' a.b.i. art. 140 Sr is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, m
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:150 m.b.t. verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. Deze rechtsregels hebben slechts betrekking op het geval dat verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aannemelijk is dat die vo
Jeugdzaak. “Medeplegen” en in vereniging geweld plegen, art. 141 Sr. HR maakt opmerkingen bij ECLI:NL:HR:2014:3474 en ECLI:NL:HR:2015:716. I.c. falende bewijsklacht in vereniging plegen.
Rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor. EHRM 27-11-08, Salduz tegen Turkije. Het opstellen van een alg. regeling van de rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor gaat de rechtsvormende taak van de HR te buiten maar de EHRM-rechtspraak roept vragen op die de strafrechter in voorkomende gevallen dien
Poging doodslag en zware mishandeling van X (art. 287 jo. 45 Sr en 302 Sr), poging zware mishandeling van Y (art. 302 jo. 45 Sr) en mishandeling van Z (art. 300 Sr). 1. Voortgezette handeling t.a.v. poging doodslag en zware mishandeling X (art. 56.1 Sr)? 2. Vordering b.p. Ad 1. De HR wijdt algemene
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige, zich
Opzetheling auto, art. 416.1.a Sr. 1. Mocht Hof in zijn overwegingen betrekken dat verdachte geen geloofwaardige hem ontlastende verklaring heeft gegeven voor voorhanden hebben gestolen auto? Art. 6.2 EVRM en art. 6 Richtlijn 2016/343/EU. 2. Verzoek tot stellen prejudiciële vragen aan HvJ EU m.b.t.
Procesrecht, vermogensrecht. Bemiddeling bij totstandbrenging koopovereenkomst, waarna koopovereenkomst wordt vernietigd wegens bedrog door koper (zie HR 4 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7854, NJ 2009/398 en HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6183). Thans vordering van verkopers tegen koper e
Beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter i.d.z.v. art. 6.1 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonde
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek inlichtingen- en vei
Overschrijding redelijke termijn (ORT). Art. 6 EVRM. Art. 13 EVRM. Stelplicht ter zake van immateriële schade bij schadevordering wegens ORT. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360. Dient vordering wegens ORT in civiele procedure te worden ingesteld in een afzonderlijke procedure tegen de Staat?
Beoordelingskader van bewijslevering (gewoonte)witwassen, in het geval waarin ten aanzien van een aantal kostbare auto's en een kavel onroerend goed het gebruik/genot daarvan in andere handen ligt dan van degene die als kentekenhouder c.q. als kadastraal eigenaar is geregistreerd.
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:2001, m.b.t. het verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. In die gevallen waarin sprake is van voorwerpen die "middellijk" afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrij
Opzettelijk aanwezig hebben van in de grond aangetroffen 17,60 kg MDA (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen voor productie van synthetische drugs d.m.v. voorhanden hebben van in de grond aangetroffen stempels t.b.v. tabletteermachine (art. 10a.1.3 Opiumwet). Aanwezig hebben en voorhanden
Formeel belastingrecht. Artikel 16 AWR; horizontaal toezicht; vaststellen van aanslag conform convenantaangifte; navordering. Inkomstenbelasting. Artikel 4.12 Wet IB 2001; aanmerken van lening van vennootschap aan aandeelhouder als uitdeling. Dit arrest bevat de tekst ná herstelarrest ECLI:NL:HR:202
Procesrecht. Arbeidsrecht. Comparitie in hoger beroep ten overstaan van raadsheer-commissaris in meervoudig te beslissen zaak (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264). Wanneer vloeit uit gedragslijn van werkgever jegens werknemer een arbeidsvoorwaarde voort? Maatstaf en ge
Verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Bedraagt maximale duur van gijzeling 360 of 365 dagen en betreft dit een opleggings- of executiekwestie? HR vernietigt overeenkomstig HR:2020:914 ’s hofs uitspraa
Salduz. HR scherpt de regels betreffende het recht op rechtsbijstand aan: verdachte heeft recht op bijstand van een raadsman tijdens zijn eerste verhoor, alsmede de daarop volgende verhoren door de politie, behoudens bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. HR gaat in op de re
HR geeft overzichtarrest aangaande de bewijsoverweging: indien het gaat om f. of o. die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens
Art. 52a, lid 1, AWR. Informatiebeschikking. HR BNB 2014/101. Beroep op nemo tenetur-beginsel in verband met mogelijkheid dat belastingplichtige zou worden gedwongen om mee te werken aan bewijsvergaring ten behoeve van bestuurlijke boete-oplegging of strafvervolging. Art. 6 EVRM. Onderscheid tussen
Antilliaanse zaak. Ongegronde bewijsklacht (medeplegen diefstal en afpersing). Conclusie AG:anders.
-
Toewijzing vordering b.p. (zoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op echtgenote van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. ’s Hofs oordeel dat de gevorderde immateriële schade toewijsbaar is, getuigt
Handel in en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.A en 2.C Opiumwet), voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), verhandelen van wapens en/of munitie (art. 9.1 WWM), voorhanden hebben van vuurwapens (art. 26 WWM) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr). 1. Afwijzing verzoek van
Medeplegen diefstal met braak uit tandprothetische praktijk, art. 311 Sr. Betekenis procesopstelling verdachte in geval niet is vastgesteld dat diefstal door medeplegers is begaan. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. gevalle
Post-Keskin. Veroordeling mishandeling echtgenoot en zijn 2 kinderen, art. 304.1 Sr. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van twee minderjarige kinderen, omdat noodzaak daartoe niet is gebleken. 1. Verduidelijking vooropstelling uit HR:2017:1016 m.b.t. vereiste dat bewezenverk
-
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbeginsel. Rechterswisselin
Levert oplegging levenslange gevangenisstraf gelet op wijze van tenuitvoerlegging schending van art. 3 EVRM op ? Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:1325 (tussenarrest) waarin HR heeft geoordeeld dat de strijdigheid van een levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM komt te vervallen indien wordt voorzien i
Liquidatie te IJsselstein. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). Rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-data en omgang met deze data in Nederland. 1. Gebruik voor het bewijs van Ennetcom-data: (a) rechtmatigheid van de verkrijging
Onrechtmatige daad; rechtvaardigingsgrond. Eigen schuld. Bewijskracht verklaring partij-getuige.
Procesrecht. Herroeping wegens bedrog; aangifte door bank van (poging tot) fraude, valsheid in geschrifte en oplichting in de zin van art. 225 en 326 Sr. Wet bescherming persoonsgegevens; opname strafrechtelijke persoonsgegevens (art. 16 en 22 Wpb) in incidentenregister van bank; onschuldpresumptie
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incidenteel hoger beroep
Conclusie van advocaat-generaal Widdershoven over de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang in algemene zin en in het sociaal domein in het bijzonder. In de conclusie wordt vijf vuistregels geformuleerd die richtinggevend zouden moeten zijn bij toekomstige toepassing van het leerstuk van af
Fiscale vergrijpboetes; HR komt terug van BNB 1988/270; opzet/grove schuld van adviseur wordt niet toegerekend aan belastingplichtige.
Motorrijtuigenbelasting; art. 35 en 37 Wet mrb. Naheffing bij constatering van gebruik van de weg met een motorrijtuig tijdens een schorsing. Artikel 35 Wet mrb is niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM of met artikel 6 EVRM. Op grond van artikel 37 Wet mrb in samenhang gelezen me