Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele pleegzorg. Geschillenregeling over uitvoering voogdij na gezagsbeeïndiging? Concept wetsvo
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:266 BW
Genoemd in 639 uitspraken · Officiële wettekst
639 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Gezagsbeëindiging in hoger beroep alsnog toegewezen. Voldaan aan de vereisten van artikel 1:266 lid 1 BW en artikel 8 EVRM. Naar het oordeel van het hof wordt in artikel 8 EVRM geen striktere maatstaf gehanteerd dan in artikel 1:266 BW. Het maken van een belangenafweging tussen d
Personen- en familierecht. Gezagsbeëindiging ogv art. 1:266 BW; art. 8 EVRM en art. 3 jo. 5 en 20 IVRK; aanvaardbare termijn; verzoek ex art. 810a lid 2 Rv.
Ambtshalve gezagsbeëindiging op de voet van artikel 1:266 BW na doorgeleiding beoordelingsvraag GI (artikel 1:267 lid 2 BW). GI niet gelijk te stellen aan verzoeker, GI geen belanghebbende. Gbm bekrachtigd.
Verzoek eenhoofdig gezag door beide ouders die belast zijn met gezamenlijk gezag. Rb heeft gezamenlijk gezag over de kinderen voor één jaar beëindigd. In een latere beschikking heeft Rb vader belast met gezag over zoon en moeder met gezag over dochter. Hof: bekrachtigt beschikki
beëindiging gezag
Beëindiging gezag. De situatie van de moeder is sinds de uithuisplaatsing onvoldoende verbeterd om het kind een veilige en stabiele opvoedomgeving te kunnen bieden. Het ontbreken van perspectief op terugplaatsing brengt met zich dat de doelstelling van de ondertoezichtstelling en
gezafg
Gezagsbeëindiging; behandeling van een grief tegen een meervoudige beslissing bij een enkelvoudige behandeling (RC-model); afwijking verzoek deskundigenbericht.
Gezagsbeëindiging bij jong kind. Netwerkplaatsing bij grootouders. Beschikking vernietigd.
Rechtbank wijst het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het gezag af.
Gezagsbeëindiging. Netwerkplaatsing.
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd
Afwijzing verzoek gezagsbeëindigende maatregel. Gelet op de tegenstrijdige lezingen van de vader enerzijds en de moeder en de kinderen anderzijds over een onvrijwillig verblijf in Syrië en het feit dat niet is te verwachten dat er op korte termijn meer duidelijkheid zal komen ove
Beschikking van de meervoudige kamer over een verzoek tot gezagsbeëindiging.
Beëindiging gezag vader op verzoek van partner van overleden moeder. Benoeming partner tot voogd. Art. 1:266-1:267 BW, art. 3 IVRK, art. 8 EVRM. Partner en moeder nooit samengewoond. Ontvankelijkheid. Rol Raad Kinderbescherming. Bijzondere omstandigheden.
Jeugdrecht. Verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW). Verlengingsduur van een jaar of korter? Mocht het hof het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling in het kader van de verlengingsprocedure onderschrijven?
Art. 1:266 lid 1 BW. Beeindiging ouderlijk gezag. Benoeming GI als voogd.
Afwijzing verzoek beëindiging gezag Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Beschikking van de meervoudige kamer tot beeindiging van ouderlijk gezag en benoeming voogdij. Onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege signalen van kindhuwelijk. Raad concludeert dat daarvan geen sprake is.
Art. 1:277 lid 1 BW, art. 1:266 lid 1 BW, art. 1:255 lid 1 BW. IPR Bonaire. Moeder verzoekt herstel in het gezag en gezagsbeeindiging van vader. De Raad verzoekt gezagsbeeindiging van vader en een ondertoezichtstelling. Volgorde van behandeling van de verzoeken van belang - uitwe
I. Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd II. Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator
Beëindiging gezag en benoeming voogdij. De tante is ontvankelijk in haar verzoek, ondanks dat zij niet eerst de Raad heeft verzocht tot het doen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. De Raad ziet nu geen aanleiding voor een raadsonderzoek en ondersteunt het verzoek van de tante.
schorsing van het ouderlijk gezag en het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing (ongeboren) baby. rechtsmacht en toepasselijk recht
Art. 1:266 lid 1 BW Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, waarbij het gezag van de moeder is beëindigd, bekrachtigd. Het hof is van oordeel dat het perspectief van de drie uit huis geplaatste kinderen niet bij de moeder ligt. De kinderen hebben duidelijkheid nodig over h