Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:2842
2024-07-15
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
BRS.24.000235
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2024:2842 → ECLI:NL:RBDHA:2024:9188 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (131)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25596 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25554 Rechtbank Den Haag 03-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25224 Rechtbank Den Haag 02-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24227 Rechtbank Den Haag 26-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23185 Rechtbank Den Haag 18-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23138 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24951 Rechtbank Den Haag 06-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20439 Rechtbank Den Haag 22-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19424 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19429 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18270 Rechtbank Den Haag 03-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17216 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17215 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21958 Rechtbank Den Haag 19-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13691 Rechtbank Den Haag 26-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17674 Rechtbank Den Haag 19-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15476 Rechtbank Den Haag 14-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15377 Rechtbank Den Haag 14-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10230 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10225 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10482 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9974 Rechtbank Den Haag 28-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9610 Rechtbank Den Haag 21-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9255 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9242 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9161 Rechtbank Den Haag 15-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9108 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7245 Rechtbank Den Haag 18-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4895 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6203 Rechtbank Den Haag 06-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6573 Rechtbank Den Haag 05-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21947 Rechtbank Den Haag 26-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3581 Rechtbank Den Haag 23-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3420 Rechtbank Den Haag 20-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3592 Rechtbank Den Haag 12-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1292 Rechtbank Den Haag 26-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:856 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:336 Rechtbank Den Haag 09-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25587 Rechtbank Den Haag 31-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25114 Rechtbank Den Haag 24-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25112 Rechtbank Den Haag 24-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25079 Rechtbank Den Haag 23-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26801 Rechtbank Den Haag 22-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24844 Rechtbank Den Haag 16-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26799 Rechtbank Den Haag 12-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23679 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22734 Rechtbank Den Haag 02-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22549 Rechtbank Den Haag 28-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23351 Rechtbank Den Haag 26-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23352 Rechtbank Den Haag 26-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21337 Rechtbank Den Haag 12-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21211 Rechtbank Den Haag 11-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28066 Rechtbank Den Haag 05-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28067 Rechtbank Den Haag 05-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20472 Rechtbank Den Haag 04-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19952 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28064 Rechtbank Den Haag 23-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17411 Rechtbank Den Haag 23-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28062 Rechtbank Den Haag 12-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28061 Rechtbank Den Haag 12-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.124 tekens)
BRS.24.000235
ECLI:NL:RVS:2024:2842
Datum uitspraak: 15 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 13 juni 2024 in zaak nr. NL24.21996 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 13 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 1 en 8.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2024
872-1017
ECLI:NL:RVS:2024:2842
Datum uitspraak: 15 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 13 juni 2024 in zaak nr. NL24.21996 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 13 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 1 en 8.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2024
872-1017