Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Art. 7:267 lid 7 BW. Scheidingsregeling. Werking jegens verhuurder? HR 13 november 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC3287. Overeenkomstige toepassing art. 7:267 lid 7 BW als huurovereenkomst door twee of meer huurders is gesloten met verhuurder
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen: geldt de uitspraak van art. 7:267 lid 4 BW (“scheidingsregeling”) ook jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 4 BW ook van toepassing bij contractuele medehuurders die noch gehuwd, noch geregistreerd partner zijn en zo ja, geldt deze uitspraak ook jegens de v
Contractuele medehuur; contractuele medehuurder heeft gehuurde nooit bewoond, huwelijk niet doorgegaan, analoge toepassing art. 7:267 lid 7 BW; vordering contractuele medehuurder dat zij huurovereenkomst niet voortzet toegewezen.
Toekenning huurrecht na verbroken relatie. Partijen zijn beide partij bij de huurovereenkomst. Belangenafweging conform artikel 7:267 lid 7 BW. Volgens artikel 3 lid 1 IVRK vormen de belangen van de minderjarige een eerste overweging, wat niet betekent dat de belangen van de mind
voortzetten huurovereenkomst na beëindiging relatie; artikel 7:267 lid 7 BW; belangenafweging; belang minderjarig kind weegt zwaar mee; artikel 3 IVRK.
contractuele medehuur; beëindiging samenwoning; vordering einde huurovereenkomst en ontruiming; analoge toepassing art. 7:267 lid 7 BW; afweging belangen.
Vrouw vordert in kort geding haar ex-vriend te veroordelen tot ontruiming van de huurwoning. Beiden zijn contractueel huurder van de woning. Analoge toepassing van art. 7:267 lid 7 BW.
Contractuele medehuur: contractuele medehuurders vorderen over en weer dat de ander de huurovereenkomst niet voortzet; analoge toepassing van art. 7:267 lid 7 BW; belangenafweging.
Vordering tot ontruiming medehuurder. Belang minderjarige kinderen. (Analoge) toepassing van de afweging ex artikel 7:267 lid 7 BW.
kort geding; affectieve relatie; huurwoning; voorlopig gebruik; huurrecht; medehuurderschap
Kort geding. Geschil tussen huurders ex artikel 7:267 lid 7 BW. Man dient voorlopig woning te verlaten zodat vrouw en kind weer terug kunnen keren.
Beeindiging relatie. Huurrecht van de woning aan de man toegewezen i.v.m. psychische- en verslavingsproblematiek. Vrouw verblijft met drie minderjarige kinderen bij haar moeder.
Kort geding. Vorderingen strekkende tot uitsluitend gebruik huurwoning in conventie en in reconventie. Partijen hebben er voldoende spoedeisend belang bij dat het huurrecht van de woning in dit kort geding voorlopig aan één van hen wordt toebedeeld. Belangenafweging. De voorzieni
Artikel 7:267 lid 7 BW: op gezamenlijk verzoek van de contractuele (mede) huurders is bepaald dat een van de huurder bij uitsluiting van de ander de huurovereenkomst voortzet
Toekenning huurrecht na verbroken relatie. Partijen zijn beiden partij bij de huurovereenkomst. Belangenafweging conform artikel 7:267 lid 7 BW. Volgens artikel 3 lid 1 IVRK vormen de belangen van de minderjarigen een eerste overweging, wat niet betekent dat de belangen van de mi
Kort geding. Spoedeisend belang. Vordering in conventie tot uitsluitend gebruik huurwoning aan de vrouw, veroordeling van de man om de woning te verlaten onder afgifte van de sleutels en uitschrijving BRP op straffe van verbeurte van een dwangsom toegewezen, waarbij de machtiging
Huurrecht. Toedeling huurrecht op grond van artikel 7:267 lid 7 BW.
Ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kantonrechter ingevolge artikel 71 lid 2 Rv, omdat de vorderingen een aardvordering bevatten en een beloop hebben van onder de €25.000,- (artikel 94 lid 2 en lid 3 Rv).
Huurrecht. Vordering ex artikel 7:267 lid 7 BW dat het voortgezette gebruik van de huurwoning voorlopig aan de ene partij wordt toegekend. Belangenafweging. Afgewezen wegens onvoldoende belang.
Ex-partners vragen over en weer toekenning van het exclusieve gebruiksrecht van een woning op grond van art. 7:267 lid 7 BW. Belangenafweging.
Vonnis in kort geding. Partijen huren samen een woning en hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Deze relatie is geeindigd. Eiser vordert het exclusieve gebruik van deze woning. Deze vordering wordt toegewezen met als voornaamste reden dat zij de feitelijke zorg over hun
Kort geding. Ex-partners. Gebruik huurwoning. Vorderingen worden over en weer afgewezen. Belangen van beide partijen wegen even zwaar.
Vaststellingsovereenkomst inzake einde huur heeft tot gevolg dat de huur werd voortgezet en dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is verlengd. Ontbinding en ontruiming afgewezen. Afwijzing contractuele boetes i.v.m. oneerlijke boetebedingen.
Hoofdelijke aansprakelijkheid uit huurovereenkomst contractuele medehuurders. Procedure van artikel 7:267 lid 7 BW niet gevolgd, desondanks beëindiging van de aansprakelijkheid van huurder die niet in de woning heeft gewoond op grond van artikel 6:248 lid 2 BW.
Verstekzaak. Gezamenlijke huur woning. Na verbreking affectieve relatie vordert vrouw dat het huurecht wordt toegescheiden aan de man (vrouw wenst uit huurrelatie ontslagen te worden). Verhuurder niet bij procedure betrokken. Hof wijst vordering toe, met terugwerkende kracht.