Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:7206

2026-09-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/5001/12321989
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-09-11
Publicatiedatum
2026-09-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/5001/12321989
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beeindiging relatie. Huurrecht van de woning aan de man toegewezen i.v.m. psychische- en verslavingsproblematiek. Vrouw verblijft met drie minderjarige kinderen bij haar moeder.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.349 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: 12321989 \ VV EXPL 26-109




Vonnis in kort geding van 11 september 2026




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L.S. Meijer,
procederend krachtens toevoeging met kenmerk [x] ,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D. Eijpe,
procederend krachtens toevoeging met kenmerk [x] .






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 augustus 2026 met één productie;- de conclusie van antwoord met vier producties.




1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 4 september 2026 plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Partijen hebben gedurende vijfentwintig jaar een relatie gehad die begin juni 2026 is verbroken.



2.2.
Uit de relatie tussen partijen zijn vijf kinderen geboren. Drie kinderen zijn nog minderjarig en [eiser] oefent alleen het ouderlijk gezag over hen uit.



2.3.
Partijen huren gezamenlijk een woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de huurwoning).



2.4.

[eiser] heeft met de drie minderjarige kinderen van partijen de huurwoning verlaten en zij verblijven nu bij de moeder van [eiser] in haar woning.





3De vordering en het verweer


3.1.

[eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,


I. te bepalen dat [eiser] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] totdat partijen afspraken hebben gemaakt, dan wel totdat de rechter in de bodemprocedure heeft beslist;
II. [gedaagde] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te verlaten en niet meer te betreden, met afgifte van de sleutels aan [eiser] , totdat anders is beslist of afgesproken;
III. [gedaagde] te gebieden om zich binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis in de Basisregistratie Personen van de gemeente Wageningen uit te schrijven van het adres [adres] te [woonplaats] ;
IV. te bepalen dat indien [gedaagde] niet aan het gebod, verzocht onder III, voldoet, dit vonnis in de plaatst treedt van de onder III bedoelde uitschrijving, zodat [eiser] op grond van dit vonnis de opdracht tot uitschrijving kan verstrekken;
V. primair te bepalen dat, indien [gedaagde] geen uitvoering geeft aan het bepaalde onder I en II V, hij een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere dag dat hij handelt in strijd met het bepaalde onder I en II;
VI. subsidiair (indien het bepaalde onder IV niet wordt bepaald) te bepalen dat, indien [gedaagde] geen uitvoering geeft aan het bepaalde onder I, II en III, hij een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere dag dat hij handelt in strijd met het bepaalde onder I, II en III;
VII. [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten van dit geding.




3.2.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , althans tot ontzegging van de vorderingen van [eiser] , met compensatie van de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.



3.3.
Op hetgeen [eiser] aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, alsmede het verweer dat [gedaagde] hiertegen heeft gevoerd, wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling



Spoedeisend belang




4.1.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening.
Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft.
De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.




4.2.

[eiser] voert – kort gezegd – aan dat zij een spoedeisend belang heeft, omdat ze niet met de drie minderjarige kinderen van partijen naar de huurwoning terug kan keren, zolang [gedaagde] daar verblijft. Tegelijkertijd is het verblijf van [eiser] bij haar moeder slechts een tijdelijke noodoplossing, omdat de woning van haar moeder onvoldoende ruimte en privacy biedt. Ander onderdak heeft [eiser] niet en het is niet in het belang van de kinderen van partijen dat zij nog een keer moeten verhuizen.



4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang van de vorderingen van [eiser] voortvloeit uit de aard hiervan. Tussen partijen is dit ook niet in geschil, aangezien [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd tegen het door [eiser] gestelde spoedeisend belang. Nu [eiser] een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft, wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling hiervan.



Toekenning exclusief huurrecht





4.4.

[eiser] vordert dat zij, met uitsluiting van [gedaagde] , gerechtigd wordt tot het gebruik van de huurwoning, totdat partijen hierover afspraken hebben gemaakt, dan wel de bodemrechter heeft beslist.



4.5.
Vooropgesteld wordt dat zowel [eiser] als [gedaagde] op grond van de door hen met de Woningstichting gesloten huurovereenkomst allebei contractueel hoofdhuurder zijn van de huurwoning. Zij kunnen dan ook allebei op gelijke wijze gebruikmaken van de huurwoning.



4.6.
Op grond van artikel 7:267 lid 7 Burgerlijk Wetboek kan een (mede)huurder in een bodemprocedure vorderen dat de rechter zal bepalen dat de huur van de andere (mede)huurder met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer wordt voortgezet. Deze vordering wordt alleen toegewezen als dit naar billijkheid, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, geboden is. De regeling van artikel 7:267 lid 7 BW is van overeenkomstige toepassing bij gezamenlijke huur (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1964, r.o. 3.4 tot en met 3.6). Hiervan is in deze zaak sprake.



4.7.
Beide partijen hebben bepleit dat zij (met uitsluiting van de ander) belang hebben om in de huurwoning te blijven wonen. Bij het beantwoorden van de vraag wie met uitsluiting van de ander (voorlopig) in de huurwoning zal mogen blijven, gaat het om een belangenafweging. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen.



4.8.


[eiser] voert aan dat zij het meeste belang heeft bij de huurwoning.
Als gevolg van alcohol- en drugsproblematiek bij [gedaagde] en meerdere suïcidepogingen door hem is de relatie tussen partijen verbroken. Om de drie minderjarige kinderen van partijen niet langer in spanning te laten leven en getuige te laten zijn van het onvoorspelbare gedrag van [gedaagde] , is [eiser] na het verbreken van de relatie met de kinderen uit de huurwoning vertrokken. Vervolgens is zij met de kinderen bij de oudste zoon van partijen ingetrokken. Als gevolg van een medische indicatie en het feit dat haar oudste zoon een tweede kind verwachtte, konden [eiser] en de kinderen niet langer bij hem verblijven.
Hierna is [eiser] op 15 juli 2026 met de kinderen bij haar moeder ingetrokken.
De moeder van [eiser] heeft een verstandelijke beperking en woont in een kleine woning waar ze twee keer per maand ambulante hulpverlening ontvangt.
Doordat [eiser] met drie kinderen bij haar is ingetrokken, wordt de moeder van

[eiser] zwaar belast en huilt ze de hele dag. Er is dan ook extra begeleiding voor de moeder van [eiser] aangevraagd en zij heeft aangegeven dat de huidige woonsituatie voor haar onhoudbaar is geworden.
Ook voor [eiser] en de kinderen is de huidige woonsituatie zeer belastend. De kinderen van 17 en 7 jaar oud delen een kamer, terwijl het kind van 17 jaar privacy nodig heeft.
Zelf slaapt [eiser] met het jongste kind van partijen op de slaapkamer van haar moeder, terwijl de moeder van [eiser] op de bank slaapt.
Daarnaast is de moeder van [eiser] een verzamelaar, waardoor haar woning erg vol is. Het gevolg hiervan is dat [eiser] en de kinderen niet aan tafel kunnen eten en hun kleding en overige spullen op de grond liggen.
Verdere alternatieve woonruimte heeft [eiser] niet. De tweede zoon van partijen heeft een tweekamerappartement en een kind van een half jaar oud en hierin is geen ruimte voor [eiser] en de drie kinderen. Verder heeft [eiser] een zus woonachtig in Wijchen, maar ze wil de kinderen niet uit [woonplaats] weghalen.
De kinderen van partijen verkeren continue in onzekerheid over de vraag of en wanneer ze terug kunnen keren naar de huurwoning. Ze begrijpen de situatie niet en dit heeft grote impact op hen. Voor de kinderen is het dan ook van belang om terug te keren naar de vertrouwde huurwoning. Hier hebben ze hun eigen bedden, speelgoed en kleding en van hieruit kunnen ze ook naar school en spelen met hun vriendjes.
Het belang van [eiser] en de kinderen bij een veilige, stabiele en voor hen geschikte woonomgeving dient dan ook zwaarder te wegen dan het belang van [gedaagde] om in de huurwoning te blijven wonen.




4.9.


[gedaagde] voert aan dat hij ook belang heeft bij het gebruik van de huurwoning.
Zo heeft hij geen alternatieve woonruimte, terwijl [eiser] dit wel heeft bij haar moeder.

[gedaagde] erkent dat de huidige situatie niet ideaal is voor [eiser] en de kinderen, maar desondanks verblijft [eiser] toch al tijden bij haar moeder en er zijn geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat deze situatie op korte termijn zal veranderen.
Verder heeft de woning van de moeder van [eiser] een woonoppervlakte van 101 m² en dit zou voldoende ruimte moeten zijn, althans is dit vele malen groter dan de huurwoning die een woonoppervlakte van 77m² heeft. Ook ligt de woning van de moeder van

[eiser] op ongeveer één kilometer van de huurwoning, zodat de kinderen niet plotseling in een nieuwe omgeving komen.
Zelf is [gedaagde] op dit moment ernstig ontregeld door het verbreken van de relatie met [eiser] , het niet hebben van contact met zijn kinderen en zijn belaste verleden.
Dit heeft geleid tot middelengebruik waarvoor hij vanaf 10 september 2026 behandeld wordt door IrisZorg.
Ook heeft [gedaagde] in de afgelopen periode geprobeerd andere woonruimte te vinden, maar dit is tot op heden (nog) niet gelukt. Zo heeft [gedaagde] tevergeefs gereageerd op diverse woningen, kan hij niet op een camping of in een hotel terecht en heeft hij geen familie of vrienden bij wie hij tijdelijk kan wonen.
Op [eiser] rust ook de verplichting om actief op zoek te gaan naar alternatieve woonruimte, maar niet is gebleken dat zij dit heeft gedaan. Verder zou [eiser] op grond van de Huisvestingsverordening 2025 – 2029 van de gemeente Wageningen aanspraak moeten kunnen maken op urgentie.
De begeleiding en interventie die [gedaagde] op dit moment van de reclassering en IrisZorg ontvangt, komen te vervallen indien hij dakloos raakt. Dit is zeer onwenselijk
gelet op de precaire situatie waarin [gedaagde] verkeert en de suïcidepogingen die hij al ondernomen heeft.
Nu [gedaagde] geen alternatieve woonruimte heeft en hij, gelet op zijn precaire situatie, meer belang heeft bij het behoud van de huurwoning, dient de belangenafweging in zijn voordeel uit te vallen.




4.10.

Naar het oordeel van de kantonrechter weegt op dit moment het belang van

[gedaagde] om in de huurwoning te blijven, zwaarder dan het belang van [eiser] om met de drie kinderen van partijen terug te keren naar de huurwoning. Dit wordt hieronder toegelicht.




4.11.


[eiser] stelt dat ze geen alternatieve woonruimte heeft en tijdens de mondelinge behandeling heeft ze hieraan toegevoegd dat ze ook niet gereageerd heeft op andere woningen. De reden hiervoor is dat ze van alle kanten te horen heeft gekregen dat zij, nu ze de zorg voor de drie minderjarige kinderen van partijen draagt, de huurwoning terug behoort te krijgen. Van [eiser] had echter verwacht mogen worden dat ook zij actief op zoek zou gaan naar alternatieve woonruimte.
Verder heeft [eiser] geen urgentie aangevraagd, omdat het wijkteam (startpunt Wageningen ) zou hebben aangegeven dat ze geen urgentie kan krijgen. Hierbij gaat het wijkteam ervan uit dat [eiser] met de drie kinderen in de huurwoning mag blijven.
Ondanks de uitlatingen van het wijkteam is de kantonrechter van oordeel dat van [eiser] verwacht mag worden dat ze urgentie aanvraagt. Uit artikel 27 van de Huisvestingsverordening gemeente Wageningen 2025 – 2029 blijkt wat de voorwaarden zijn om in aanmerking te komen voor urgentie op grond van relatiebeëindiging. Het krijgen van urgentie is mogelijk indien de aanvraag binnen zes maanden na het verbreken van de samenwoning wordt gedaan, plaatsvindt vanuit een zelfstandige en legale huisvesting, de poging om het huurrecht van de huidige woning te behouden niet is geslaagd, de aanvrager meer dan 50% van de tijd de zorg voor het hoofdverblijf van de kinderen draagt, de samenwoning tenminste één jaar heeft bestaan en één urgentie per verbroken samenwoning wordt aangevraagd. Naar de inschatting van de kantonrechter voldoet [eiser] aan deze voorwaarden, zodat haar aanvraag tot urgentie mogelijk toegewezen wordt. In ieder geval had van [eiser] mogen worden verwacht dat zij een dergelijke aanvraag had ingediend en/of op woningen had gereageerd. Naar de huidige stand van zaken staat onvoldoende vast dat zij niet via een urgentieverklaring op korte termijn een andere permanente huurwoning kan verkrijgen. Hier staat tegenover dat onbetwist door [gedaagde] is aangevoerd dat hij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring en uit de door hem overgelegde stukken blijkt dat hij wel gereageerd heeft op een woning, maar daar door wachtlijsten niet voor in aanmerking komt.
Daarnaast hebben [eiser] en de kinderen op dit moment onderdak bij haar moeder die in de nabijheid van de huurwoning woont. De kinderen kunnen dus naar hun eigen school blijven gaan en afspreken met vriendjes. De kantonrechter beseft goed dat de (woon)situatie bij de moeder van [eiser] voor alle betrokkenen ( [eiser] , de kinderen en haar moeder) verre van ideaal is en veel van iedereen vraagt. Er is echter niet gesteld of gebleken dat sprake is van een acute noodsituatie waarbij [eiser] en de kinderen op zeer korte termijn op straat komen te staan.
Als [gedaagde] de huurwoning moet verlaten, zou wel een acute noodsituatie kunnen ontstaan. Gelet op zijn verslavingsproblematiek en psychische problemen zou

[gedaagde] opnieuw een suïcidepoging kunnen ondernemen. De kinderen hebben naast het hebben van een woning ook belang erbij dat hun vader de hulp krijgt die hij nodig heeft. Daarnaast heeft [gedaagde] om de aanpak van zijn verslavingen en psychische problemen te laten slagen ook belang bij een stabiele woonsituatie.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan niet vastgesteld worden dat de belangen van [eiser] om de huurwoning met uitsluiting van [gedaagde] te mogen gebruiken zwaarder wegen, dan de belangen van [gedaagde] . Dit leidt er dan ook toe dat de door [eiser] onder I en II ingestelde vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen. De overige door [eiser] ingestelde vorderingen treffen daardoor hetzelfde lot.




Proceskosten





4.12.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing


De kantonrechter




rechtdoende als voorzieningenrechter




5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,



5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.










Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!








48073 53854