Erfdienstbaarheden.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:42 BW
Genoemd in 359 uitspraken · Officiële wettekst
359 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Burenzaak; Verwijderen van hedera/heester; verboden zone. Vordering toewijsbaar.
Burenrecht. Vordering tot verwijdering van bomen en heesters omdat het verboden is om bomen binnen twee meter en heesters binnen een halve meter van de erfgrens met de buren te hebben (artikel 5:42 BW). Verweer verjaring slaagt ten aanzien van de heesters en de meeste bomen. Geen
Partijen zijn buren van elkaar en hebben over en weer vorderingen tegen elkaar ingesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat de schuur van partij B gedeeltelijk op het perceel van partij A staat. Dit gedeelte hoeft niet te worden verwijderd vanwege toepassing van artikel 5:54
Burengeschil. Bomen binnen de verboden zone en discussie over ligging erfgrens. Voornemen benoeming deskundige erfgrensreconstructie.
Burengeschil
Burenrecht. Geschil over overhangende takken, bomen in de verboden zone, onrechtmatige hinder en eigenrichting..
Burengeschil. Diverse vorderingen over en weer. Inhoud en (minst bezwarende) wijze van uitoefening van erfdienstbaarheid van uitweg (artikel 5:73 BW); inbreuk op recht op privacy door gebruik camera’s?; verwijderen van beplanting (artikel 5:42 BW); verbod betreden perceel.
Eiser vordert toegang tot de tuin van zijn buurman, voor het (laten) uitvoeren van werkzaamheden. Die vordering wordt toegewezen. Hij vordert ook verwijdering van beplanting uit de border langs de achtergevel. Die vordering wordt afgewezen.
Eindvonnis na deskundigenbericht. Vordering tot verwijdering ijzeren hekwerk wordt toegewezen. Vorderingen in conventie en reconventie ten aanzien van de afwatering van het tuinhuis worden afgewezen.
Hoger beroep. Vordering tot verwijdering boom afgewezen.
Burengeschil. Meewerken aan plaatsing erfafscheiding (art. 5:49 BW). Geen andersluidende regeling bij verordening, geen misbruik van bevoegdheid. Hebben partijen andersluidende afspraak gemaakt? Horen getuigen tijdens mondelinge behandeling (art. 87 lid 3 Rv). Onrechtmatig handel
Omgevingsvergunning voor het in strijd met de planregels bouwen van een woning. Geen strijd met gemeentelijk en provinciaal (woon)beleid. Het project wordt landschappelijk ingepast. Hoewel de bomen nabij de erfgrens worden geplaatst is er geen evident privaatrechtelijke belemmeri
Burenrecht. Bomen en heesters bij de erfgrens. Geschil over een laurierkers en een steeneik vlak bij de erfgrens. Beroep op verjaring ten aanzien van de steeneik. Bewijsopdracht.
Burenrecht, 5:42 BW verboden zone, afwijkende afstand in APV. Geen sprake van hinder in de zin van 5:37 BW
Burenrecht. Onrechtmatige hinder in de zin van art. 5:37 BW door (hoogte) beplanting nabij erfgrens? Vermindering zon- en daglicht en verminderd uitzicht. Bezonningsonderzoek. De rechtbank oordeelt dat de substantiële afname van bezonning en daglicht tezamen met het onthouden van
Burenzaak. Erfgrens tussen twee percelen is op grond van de eigendomsakte of verjaring niet anders dan door het Kadaster recent is gereconstrueerd. Ook overige vorderingen worden afgewezen.
Burenrecht. Vordering tot snoeien is verjaard. Vordering tot plaatsen muur in de voortuin toegewezen.
Vorderingen tot uitvoering diverse beheers- en onderhoudswerkzaamheden recreatiepark deels toegewezen.
Descente. Partijen zijn buren van elkaar. Zij hebben een geschil over de vraag of gedaagde door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond waarop zijn carport gebouwd is. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. Zij is van oordeel dat niet is gebleken dat de vader
Burengeschil. Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) van strook grond op perceel buren; bezit; te goeder trouw; gevolgen van landinrichting op grond van Landinrichtingswet (oud). Vordering tot verwijdering bomen dichtbij erfgrens (art. 5:42 BW); toestemming rechtsvoorganger inschr
Burengeschil over onrechtmatige hinder en de vraag wat de juridische erfgrens is.
Het gaat in deze zaak om de vraag of eisers op grond van bevrijdende verjaring eigenaar zijn geworden van een strook grond, dat onderdeel uitmaakt van het kadastrale perceel van gedaagde sub 1. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend.
Eiser vordert verwijdering, subsidiair inkorting, van twee leibomen en een haag van gedaagde omdat deze te dicht bij de erfgrens staan (5:42 BW). Volgens gedaagde kwalificeren de leibomen juridisch niet als bomen. Daarnaast beroept hij zich op verjaring, eerder gemaakte afspraken
Mammoetboom in woonwijk op korte afstand van erfgrens naburig perceel. Onrechtmatige hinder, bestaande uit wortelopdruk (schade aan oprit) en dreigende schade aan leidingen en fundering. Geen redelijk alternatief voor verwijdering boom: vordering tot vellen toegewezen.