Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2025:3695
2025-12-23
Civiel recht; Verbintenissenrecht
200.345.364_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2025:3695 → ECLI:NL:RBLIM:2024:2194
Inhoudsindicatie
Mammoetboom in woonwijk op korte afstand van erfgrens naburig perceel. Onrechtmatige hinder, bestaande uit wortelopdruk (schade aan oprit) en dreigende schade aan leidingen en fundering. Geen redelijk alternatief voor verwijdering boom: vordering tot vellen toegewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2024:17 Hoge Raad 12-01-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (77.815 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.345.364/01
arrest van 23 december 2025
in de zaak van
1 [appellant sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [appellanten] ,
advocaat: mr. M.M. O' Flaherty te Utrecht,
tegen
1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. J.B.Th. van 't Grunewold te Roermond,
op het bij exploot van dagvaarding van 31 juli 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 1 mei 2024, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en [geïntimeerden] als eisers in conventie, verweerders in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/305415 / HA ZA 22-231)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep, met producties 1 en 2;
de memorie van grieven, tevens inhoudende wijziging van eis, met producties 21 tot en 25;
de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, akte vermeerdering van eis, met producties 40 tot en met 44;
de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
de bij H12-formulier van 4 november 2025 door [appellanten] toegezonden producties 45 tot en met 51, die [appellanten] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
de bij H12-formulier van 7 november 2025 door [geïntimeerden] toegezonden producties 26 tot en 27, die [geïntimeerden] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
de kern van het geschil
3.1.
[appellanten] en [geïntimeerden] zijn buren. [appellanten] heeft op zijn perceel op ongeveer 1,6 meter afstand van de erfgrens een sequoiadendron giganteum (oftewel: ‘mammoetboom’) geplant. [geïntimeerden] stelt hinder te ondervinden van de mammoetboom, onder andere omdat de wortels de bestrating van zijn oprit omhoog drukken. Bovendien groeit het wortelstelsel volgens [geïntimeerden] door en vormt het een bedreiging voor de fundering van zijn woning en bestaat er gevaar voor schade aan aan- en afvoerleidingen. Hij wenst dat de boom wordt geveld en dat zijn schade wordt vergoed. [appellanten] staat op het standpunt dat de overlast minder ernstig is dan [geïntimeerden] stelt. Zijn belangen bij het behoud van de boom wegen volgens hem zwaarder en er zijn goede alternatieven voorhanden, waarbij de boom behouden blijft en de overlast voor [geïntimeerden] wordt beperkt. Op zijn beurt vordert hij onder meer een kap- en snoeiverbod.
3.2.
Net als de rechtbank komt het hof tot het oordeel dat de mammoetboom onrechtmatige hinder veroorzaakt die [geïntimeerden] niet hoeft te dulden. Omdat er geen redelijk alternatief bestaat, zal de mammoetboom moeten worden geveld. Ook moet [appellanten] de door [geïntimeerden] geleden schade vergoeden. De vorderingen van [appellanten] worden afgewezen. Dit oordeel wordt hierna verder toegelicht.
De feiten
3.2.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
3.2.1.
Partijen zijn buren van elkaar. [geïntimeerden] is eigenaar van de woning aan [adres] ; [appellanten] van de woning aan [adres] .
3.2.2.
Op het perceel van [appellant sub 1] bevindt zich - in de voortuin van [appellant sub 1] - een sequoiadendron giganteum, ook wel mammoetboom genoemd (hierna: de boom). De boom is ruim 30 jaar oud en bevindt zich (gemeten vanaf het hart van de boom) op een afstand van ca. 1,6 meter van de erfgrens.
3.2.3.
Op onderstaande foto (bron: Google maps) is de boom (links) zichtbaar. Rechts van de boom bevindt zich de woning van [geïntimeerden] .
3.2.4.
In het najaar van 2018 heeft [geïntimeerden] zijn oprit ter hoogte van de boom uitgegraven. Daarbij is hem gebleken dat er zich wortels met een doorsnede van circa 4 centimeter onder de oprit bevonden die - in zijn optiek - de oprit omhoog duwden.
3.2.5.
In 2018 heeft [geïntimeerden] bij [appellanten] geklaagd over de door hem op zijn perceel ervaren overlast van de boom. Partijen zijn met elkaar in gesprek geraakt over de boom, waarbij al snel bleek dat zij wezenlijk van opvatting verschilden over de door [geïntimeerden] gestelde overlast en een mogelijke oplossing.
3.2.6.
[geïntimeerden] heeft [persoon A] van Groenvisie [xx] (hierna: [persoon A] ) gevraagd de situatie te beoordelen. Zij heeft in de periode van 3 mei 2021 tot en met november 2025 verschillende rapporten geschreven, die er in de kern op neer komen dat de boom (monetaire) schade veroorzaakt aan het onroerend goed van [geïntimeerden] . Geadviseerd wordt schadebeperkend op te treden door de boom te vellen. [persoon A] is verschillende keren ter plaatse geweest en heeft de mammoetboom vanaf het perceel van [geïntimeerden] onderzocht door middel van een Visual Tree Assessment (VTA). Ook is met een spade Nader Technisch Onderzoek (NTO) uitgevoerd.
3.2.7.
Meer in het bijzonder staat in het rapport van 3 mei 2021 van [persoon A] (productie 19 bij dagvaarding in eerste aanleg) onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Vraag 3.
Kunt u aangeven hoever de wortels van deze boom reiken en hoever de wortels mogelijk kunnen reiken?
Antwoord
De mammoetboom kan op deze locatie circa 55 meter hoogte bereiken. Dit resulteert in een enorme windbelasting. Om dit grote hefboomeffect te stabiliseren zal de boom het wortelgestel zich breed en diep ontwikkelen en uitbreiden. Indien deze boom een stamdiameter van 300 cm. bereikt, zal het zwaar mechanisch belaste gedeelte van het wortelgestel een diameter van 24 meter bereiken, waarvan het grootste gedeelte zich aan de westzijde (windzijde) bevindt. Dit is vanuit de mechanica beoordelend, qua biologische factor kan het wortelgestel een grotere diameter bereiken. De boom compenseert en stabiliseert ondergronds, de bovengrondse windkracht (hefboomeffect). De windrichting is overwegend west, deze mammoetboom heeft dus aan die zijde (zijde [geïntimeerde sub 1] ) de trekwortels gecreëerd. Derhalve is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te stellen, gezien de methodiek die een boom ontwikkelt heeft, dat dit wortelgestel zich verspreid over een groot gedeelte van het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
Hoe de architectuur van het wortelgestel exact gevormd is, is afhankelijk van externe factoren zoals bijvoorbeeld bebouwing. Wortels kunnen zich in kleine scheurtjes van het fundament ontwikkelen en door diktegroei schade toebrengen aan het fundament of schade aan waterafvoer, kabels, leidingen et cetera.
(…)
Vraag 8.
Vormen de wortels een gevaar voor de fundering / woning van verzekerde en bestaat er een gevaar voor aan- en afvoer van nutsvoorzieningen (aantasten leidingen bijvoorbeeld)?
Antwoord
Ja, per definitie. De boom zal de wortels op een zodanige wijze laten groeien dat deze stabiliteit biedt en water en mineralen uit de bodem zoveel mogelijk kan opnemen.
Monetaire schade:
Momenteel is de verharding van de oprit pleksgewijs over de gehele breedte zichtbaar omhoog gedrukt. De hierdoor ontstane monetaire schade bestaat uit herbestrating, uiteraard dient nieuwe schade voorkomen te worden.
Mogelijk ontstane monetaire schade aan het fundament van het woonhuis, kabels, leidingen en buizen is niet exact te beoordelen. Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien. Deze wortel ontwikkelt diktegroei, een wortel met een diameter van 4 cm. veroorzaakt 25 kg. druk per vierkante cm. oftewel een wortel van 4 cm. dik kan twee olifanten dragen. Dit verschaft inzicht in de kracht die een wortel kan uitoefenen op een component.
Aan de windzijde kan een wortel bijvoorbeeld een leiding, buizen of kabels omhoog duwen. Indien er
wortels in of onder het fundament van het woonhuis van [geïntimeerde sub 1] bevinden, zijn de krachten van dien aard dat schade ontstaat.
Zowel de lengtegroei als de diktegroei van de wortels neemt jaarlijks toe. Dit resulteert in toename van de reeds ontstane schade en het ontstaan van nieuwe schade.
De exacte schade is alleen door middel van het vrij graven van de wortels te beoordelen. Er bestaat geen apparatuur die zorgvuldig en betrouwbaar de vorming van het gehele wortelgestel weergeeft.
(…)
Vraag 9.
Leidt het wegkappen van de wortels tot aan de erfgrens (aan de zijde van het perceel van verzekerde) tot een gevaarlijke situatie zoals gevaar voor het omvallen van de boom?
Antwoord
Ja, het verwijderen van wortels kan tot een gevaarlijke situatie leiden. Deze wortels kunnen niet vanaf de perceelgrens verwijderd worden zonder dat instabiliteit bij de mammoetboom ontstaat. De wortels welke de (monetaire) schade veroorzaken zijn breed uit gepositioneerd op het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
(…)
5 Conclusie
Tijdens het veldwerk is geconstateerd dat het uitgebreide wortelgestel van de desbetreffende circa 27 jaar oude mammoetboom zich deels onder de oprit en tegen het fundament bevindt. De oprit is gesitueerd aan de westzijde, dit is tevens de windzijde van de boom. Bij deze boom is de trekwortel, welke de stabiliteit grotendeels aan de boom verleent, overwegend groeiend in de vlijlaag van de oprit en inmiddels tegen het woonhuis en hemelwaterafvoer. Het wortelgestel van de mammoetboom zal zich steeds verder ontwikkelen op het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
De (monetaire) schade welke ontstaan is als gevolg van de wortelontwikkeling van de desbetreffende mammoetboom is aanzienlijk en zal groter worden indien deze boom gehandhaafd blijft. De oprit is voor een gedeelte opgedrukt als gevolg van ondergrondse wortelontwikkeling. Hierdoor is de bestrating meerdere strekkende meters met een breedte van ca 80 cm. omhoog getild. Gezien de lengte- en diktegroei van de wortels is het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat schade aan het fundament, leidingen, kabels etc. zal worden toegebracht.
De oprit is deels slecht begaanbaar als gevolg van ernstige wortelopdruk, er is sprake van
verhoogd struikelgevaar. De ontstane monetaire schade resulteert in herstelwerkzaamheden om de oprit weer functioneel en volledig goed begaanbaar te maken.
Betreffende het verwijderen van de boomwortels: de mechanische windbelasting bij een vrij uitgroeiende mammoetboom van deze omvang is groot. Indien deze wortels aan de windzijde
verwijderd worden, is er sprake van instabiliteit en een verhoogd risico op windworp. Hierdoor is het risico op schade voor derden exceptioneel groot.
Resumerend:
Het is schade verhogend om deze vrij uitgroeiende boom te behouden, evenals het verwijderen van de boomwortels (risico windworp). De mechanische windbelasting is immers hoog, gezien de omvang van deze mammoetboom.
(…)
De geadviseerde noodzakelijke beheermaatregel bestaat uit vellen.”
3.2.8.
In haar rapport van 13 januari 2025 (productie 41 bij memorie van antwoord [geïntimeerden] ) geeft [persoon A] een update deskundigenbericht betreffende de boom, waarin onder meer staat vermeld:
(…)
Resumerend bevindingen 2025
Tijdens het onderzoek op 13 januari 2025 zijn drie proefsleuven gegraven om de wortelgroei te analyseren:
1. Onderzoekslocatie 1:
o Complexe wirwar van wortels, met zowel lengte- als diktegroei.
o Breedte grootste wortel: 11 cm.
2. Onderzoekslocatie 2:
o Diverse wortels in meerdere lagen. Grootste wortel: 8 cm breed.
o Microscopisch onderzoek bevestigt dat deze wortels toebehoren aan de mammoetboom.
3. Onderzoekslocatie 3:
o Wortelopdruk (ver)hindert de toegang tot de schuur.
o Breedte grootste wortel: 6,5 cm.
Resumerend impactanalyse 2025
De wortels veroorzaken de volgende schade:
• Oprit: Toenemend verhoogd struikelgevaar door wortelopdruk.
• Fundering: Toekomstige toename van druk op het fundament en afvoersystemen.
• Leidingen: Potentiële schade aan ondergrondse kabels en leidingen.
(…)
4 Conclusie
(…)
De huidige situatie bevestigt dat de vitale en groeikrachtige mammoetboom een groeiend probleem vormt. Zonder ingrijpen zullen de schade en risico's verder toenemen. Met name een verhoogd struikelgevaar als gevolg van wortelopdruk, toekomstige worteldruk bij fundament, leidingen en kabels. Dit schadecomponent wordt niet vanzelf kleiner, maar groter, zelfs veel groter.
Naast het vellen van de boom kan er gekozen worden voor een nog niet aangedragen schadebeperkende oplossing, het Verplanten van de boom. Dit is een schadebeperkende oplossing die de boom behoudt. Dit moet worden uitgevoerd door een specialist in verplaatsing van grote bomen.
Ik kan, indien gewenst, een gespecialiseerde partij aanbevelen om dit proces te begeleiden.
(…)”
3.2.9.
In november 2025 heeft [persoon A] opnieuw een actualisatie uitgevoerd. In haar rapport (productie 47 bij akte in hoger beroep van de zijde van [geïntimeerden] ) staat onder meer vermeld:
“(…)
4. Conclusie
1. Feitelijke toedracht.
(…)
De aard van deze aantasting is progressief en cumulatief: het betreft een voortschrijdend proces dat zich in de tijd versterkt en dat niet uit zichzelf tot stilstand komt. Integendeel, door de groei van de boom neemt de schade in omvang en ernst toe.
2. Hinder in deze kwestie.
• Omdat de wortelgroei feitelijk ingrijpt in de bodem van het [geïntimeerden] perceel (fysieke aantasting);
• Er is sprake is van een voortdurende en toenemende progressieve schadeontwikkeling;
• de eigenaar van deze boom heeft tot nog toe geen doeltreffende maatregelen genomen om deze hinder te voorkomen of te beperken, terwijl er door mij twee doeltreffende beheermaatregelen zijn voorgesteld.
3. Voor zover oplossingen zijdens boomeigenaar zijn voorgehouden: wortelwering, wortelgeleidings-systeem, boombunker, sandwichconstructie ed., zijn die niet doeltreffend; daarom heb ik het schijnoplossingen genoemd.
• Omdat de wortels welke nabij de perceelgrens in dikte alsmaar progressief toenemen niet doorkliefd en verwijderd worden. Ze blijven dus intact op het perceel van [geïntimeerden] met alle voorzienbare nadelige gevolgen.
• De geopperde oplossing om op het perceel van [geïntimeerden] de bovenste laag van 20 cm van de wortels te verwijderen is ook geen toepasbare oplossing en zou ook niet doeltreffend zijn. Ook in de bovenste 20 cm liggen meerdere dikke en dikkere wortels die belangrijk zijn voor de voeding en de stabiliteit van de boom. Die kun je niet wegkappen zonder de boom te verzwakken en de stabiliteit te verminderen. Bovendien zullen er na wortelkap weer nieuwe wortels gaan groeien.
• Geen enkel voorstel voorziet in de verwijdering van alle wortels die momenteel schade veroorzaken en in toenemende mate voorzienbare schade in de (nabije) toekomst veroorzaken.
4. Schadebeperkende oplossing.
• Vellen van een van de werelds grootste boom in directe nabijheid van het bebouwde perceel van [geïntimeerden] .
• Verplanten door gespecialiseerd bedrijf op veilige afstand, waarbij tevens langs de gehele perceelgrens een daarvoor bestemde verticale wortelbarrière geplaatst wordt.
Een van ‘s werelds grootste bomen heeft, uit pure biologische en mechanische noodzaak, een even indrukwekkend wortelstelsel: enerzijds om de uitgestrekte kroon van water en mineralen te voorzien, anderzijds om stabiliteit te bieden en overeind te blijven, zelfs bij harde wind.
Er is geen enkele aanwijzing om ervan uit te gaan dat de aanwezige boomwortels van deze boom vanzelf afsterven, ook niet door plaatsing van een barrière zonder rigoureuze kap van alle wortels. Er is hier sprake van een groeiend probleem dat niet vanzelf kleiner wordt.
(…)”
3.2.10.
Ook [appellanten] heeft deskundigen benaderd. Bomenservice Zuid (hierna: BZ) heeft op 18 augustus 2021 een “Onderzoek boomveiligheid” en “Onderzoek beworteling” uitgevoerd en in juni/juli 2023 een “Onderzoek groeiplaatsconstructie - vermindering wortelopdruk”. BZ heeft ter plaatse een VTA uitgevoerd en bij het tweede onderzoek zijn proefgravingen gedaan. Pius Floris Boomverzorging (hierna: Pius Floris) is door [appellanten] gevraagd om aan de hand van het (eerste) rapport en de beoordeling door [persoon A] en de twee rapporten van BZ een beoordeling te geven van de situatie. De bevindingen van [persoon B] van Pius Floris zijn neergelegd in een rapport van 21 september 2024.
3.2.11.
In het eerste rapport van BZ van 23 augustus 2021 (productie 26 bij dagvaarding in eerste aanleg) staat onder meer het volgende vermeld:
“(…)
5. Conclusies en advies
5.1.
Conclusie onderzoek boomveiligheid
De boom verkeert in een goede conditie. Er zijn geen signalen waarneembaar die wijzen op extra risico's betreffende de stabiliteit en/of breukvastheid van de boom.
5.2.
Conclusie onderzoek beworteling
De boom heeft een regulier en gezond, bij de boomsoort en -grootte passend, wortelstelsel.
Er zijn geen signalen waarneembaar die wijzen op extra risico's betreffende de stabiliteit en/of breukvastheid van de boom.
Het is een breed wortelstelsel dat tot een straal van 7 m. rondom de boom forse opdruk van de verharding veroorzaakt.
5.3.
Advies t.a.v. de wortelopdruk onder de verharding
Het advies luidt om bij voorkeur geen wortels te verwijderen. Hoewel het wellicht aantrekkelijk lijkt om de toplaag van het wortelstelsel te verwijderen (en daarmee de opdrukking van de verharding teniet te doen), is dit allerminst risicoloos. De toplaag (bovenste 30 cm.) is in de eerste plaats rijk aan haarwortels. Deze zijn van cruciaal belang voor de opname van water en voedingsstoffen. Het wegnemen van te veel voedingswortels en haarwortels kan leiden tot een ernstige afname van de conditie, met in het slechtste geval boomsterfte tot gevolg. Daarom luidt het advies om bij een gezonde, volwassen boom maximaal 20% van de kleinere wortels te verwijderen (tot max. 4 cm. diameter).
Het verwijderen van stabiliteitswortels wordt ten zeerste afgeraden. Het verwijderen van deze dikke wortels, met een diameter vanaf 4 cm., kan leiden tot een verhoogd risico op instabiliteit (bijv, windworp).
Verder luidt het advies terughoudend te zijn in veranderingen rond de boom: een ophoging van de grond rondom de wortels van meer dan 5 cm kan wortelsterfte en uiteindelijk zelfs boomsterfte tot gevolg hebben.
(…)”
3.2.12.
In het tweede rapport van BZ van juli 2023 (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie, van [appellant sub 2] ) is onder meer het volgende weergegeven:
“(…)
Uit het onderzoek is gebleken dat de dikkere oppervlakkige wortels (circa 4 tot 10 cm in diameter) van de boom zorgen voor de opdruk van de oprit. Deze wortels bevinden zich 5 tot 20 centimeter onder de bestrating. De dunnere wortels en de dieper gelegen wortels hebben niet tot nauwelijks effect op de bestrating.
(…)
3.2
Hinderlijke opdruk in de toekomst tegengaan
Vervolgens is onderzocht wat er mogelijk is om de hinderlijke opdruk in de toekomst tegen te gaan. Het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de huidige bestrating is namelijk slechts een eerste stap richting de vermindering van overlast.
De optie om alleen opnieuw straatzand op te brengen en vervolgens de bestrating weer dicht te leggen wordt afgeraden
. De boom zal namelijk nieuwe wortels vormen om de verwijderde wortels te compenseren. Binnen 2 tot 3 jaar is er weer opdruk als vanouds te verwachten. Bovendien zal de boom op andere plaatsen meer voeding moeten halen, waardoor de overlast wellicht elders gaat plaatsvinden.
(…)
Een drukspreidende groeiplaatsconstructie, een zogenaamde sandwichconstructie, lijkt de beste optie om opdruk in de toekomst zo lang mogelijk tegen te gaan, terwijl de boom behouden blijft.
(…)
4. Kostenraming van de groeiplaatsconstructie
(…)
Totaal (incl. 21% Btw) € 13.878,70
(…)
5. Conclusie
Tijdens het onderzoek zijn de mogelijkheden verkend om de opdruk van de oprit van [adres] tegen te gaan. De eerder gestelde hoofdvraag kan positief beantwoord worden:
Is er een constructie mogelijk waarbij de opdruk aan de zijde van [adres] tegengegaan wordt, terwijl de boom veilig en gezond gehandhaafd kan blijven?
Ja. een verwijdering van de bovenste 20 centimeter van de wortels, in combinatie met een drukspreidende sandwichconstructie. zullen de opdruk langdurig tegengaan, terwijl de boom
veilig en gezond gehandhaafd kan blijven.
Om een dergelijke constructie te realiseren is het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van het wortelpakket toereikend. Aangezien de boom in kwestie gezond is en in een goede conditie verkeert, wordt het aanvaardbaar geacht de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de bestrating van [adres] te verwijderen. Het verwijderen van meer wortels wordt afgeraden. De verwachting is dat de groeiplaatsconstructie 10 tot 15 jaar opdruk van de wortels zal tegengaan.
(…)”
3.2.13.
In het rapport van Pius Floris van 21 september 2024 (productie 21 bij memorie van grieven van [appellanten] ) staat onder meer:
“(…)
Deelt u de conclusies uit het rapport van [persoon A] (zie bijlage voor het rapport)?
Als een of meer conclusies uit het rapport van [persoon A] naar uw oordeel onjuist zijn, wilt u
dan zo specifiek mogelijk toelichten waarom?
Ik kom niet echt onjuiste conclusies tegen maar deze lijken getrokken uit veel aannames. Ik zet wel mijn vraagtekens bij hoe [persoon A] tot haar conclusies heeft kunnen komen en hoe zij de wortels onderzocht heeft. Ik kan zelf geen conclusies trekken zonder alle wortels vrij te graven of met grondradar apparatuur in kaart te brengen. Volgens mij heeft [persoon A] ook niet alle wortels vrij gegraven of grondradar apparatuur gebruikt. [persoon A] heeft verder ook niet onderbouwd hoe zij onderzoek heeft uitgevoerd en hoe zij tot haar aannames komt. Ook geeft ze aan dat de enige mogelijkheid is om de boom te vellen. Er wordt niet gekeken naar andere opties zoals de opbouw van de fundering van de oprit van [geïntimeerden] aan te passen of de oprit te verplaatsen. Ik kan me voorstellen dat dit geen wenselijke oplossingen zijn maar moet wel benoemd worden mijns inziens.
(…)
Bij het antwoord in vraag 8 wordt geschreven over “Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien.” Dit is een aanname. Wortels groeien via de weg van de minste weerstand. Een wortel wordt aan de kant geduwd door het fundament en buigt dan af. Dit geldt ook voor de kabels, de wortels groeien daar omheen en worden aan de kant geduwd. Ook zitten er in het fundament en de kabels geen voedingsstoffen voor de wortels. Wortels hebben daar weinig te zoeken. Het feit dat er wortels bij een fundament of kabels liggen betekent niet dat de wortels ook schade veroorzaken. Je kan niet voorspellen waar een wortel heen groeit. Vervolgens; de stelling van [persoon A] ‘deze wortel ontwikkelt dikte groei’. Ook dit is een aanname. De wortel kan ook afsterven of als voedingswortel blijven fungeren en wellicht niet dikker worden. Het is een aanname maar kan niet als een feit genoteerd worden. Dat de wortels groeien is wel een feit, maar hoe ze groeien en of ze schade veroorzaken kan je alleen beoordelen door de wortels vrij te graven en het bij te houden. Het is een aanname dat een wortel die groeit daardoor schade veroorzaakt. Vervolgens; Zowel de lengtegroei als de diktegroei van de wortels neemt jaarlijks toe. Ook dit is een aanname. Het is waarschijnlijk maar het blijft een aanname. Hoe de wortels in de toekomst groeien kun je alleen beoordelen door de wortels vrij te graven en het bij te houden.
(…)
Gemiddelde groeisnelheid is 9cm. In de berekening wordt uitgegaan van ideale groeiplaats volgens mij. Deze boom gaat volgens mij geen 9 cm per jaar groeien. Er wordt geschreven over het vellen van de boom als enige optie om de opdruk van de wortels te voorkomen. Het is de makkelijkste en goedkoopste optie maar zeker niet de enige. De fundering van de oprit opbouwen met sandwichkratten of aan de tuin zijde van [geïntimeerden] de oprit af te sluiten met root Barrier panelen voorkomt dat wortels ondiep verder de tuin van [geïntimeerden] in gaan. De Root Barrier panelen fungeren eigenlijk hetzelfde als een betonnen fundering, de panelen zorgen ervoor dat de wortels worden afgebogen. Tevens is de optie van het verplaatsen van de oprit ook nog beschikbaar.
(…)
Tevens kan er mijn inziens niet gezegd worden dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de ondergrondse infra en fundering beschadigd gaat worden zonder enige bouwtechnische kennis te hebben van deze opbouw.
(…)
3.14
Word geschreven dat de enige schadebeperkende maatregel is het verwijderen van de boom. Dat is in mijn optiek niet zo. Zoals Bomenservice Zuid beschrijft in haar rapport bestaat het wortelpakket uit twee delen (pagina 6 rapport uit juni/juli 2023). De opdruk wordt veroorzaakt door dikke wortels in de bovenste laag van het wortelpakket. Een deel van deze wortels kan gerust verwijderd worden zoals ook omschreven in pagina 8 het rapport van Bomenservice Zuid uit juni/juli 2023. Daarnaast zou de kroon ingenomen kunnen worden en wortel schermen geplaatst kunnen worden.
(…)
Opdruk door wortelgroei:
(…)
•
Zijn het de wortels van de Boom die de opdruk op de oprit veroorzaken? Waaraan is dat te zien?
Dat blijkt uit het onderzoek van [persoon A] en bomenservice zuid. Zelf hebben wij niet gegraven. Al is het op oogopslag wel zeer aannemelijk dat het de wortels van de boom zijn. Het zijn dan de dikkere wortels in de bovenste laag van het wortelpakket zoals Bomenservice Zuid aangeeft. Er bevinden zich op enkele plaatsen dikkere wortels van 4 tot 10 centimeter in diameter in de bovenste laag van het wortel pakket (pagina 6 rapport uit juni/juli 2023).
• Welke soort wortels veroorzaken de opdruk op de oprit?
Het zijn de dikkere wortels in de bovenste laag van het wortelpakket zoals Bomenservice Zuid aangeeft.
(…)
• Wat zijn bij benadering de kosten voor maatregelen om schade aan de oprit te beperken of voorkomen?
Dit hangt af van welke maatregelen. Ga je voor puur opbreken wortels verwijderen en herstraten zit je bij benadering op € 2250 excl. BTW. Dit is echter tijdelijk en zal 1 keer per aantal jaren gedaan moeten worden. Om de hoeveel jaar is afhankelijk van de situatie en hoeveel iemand zich stoort aan de opdruk. Ik verwacht dat maximaal 1 keer in de 5 jaar wortels verwijderd moeten worden. De opdruk is na 5 jaar wel minder ernstig dan hoe deze nu is (een ander kwaliteitsniveau van de RAW norm). De opdruk zoals deze nu is, is over een hele lange periode ontstaan (tientallen jaren).
Tevens moet er op het moment dat de werkzaamheden worden uitgevoerd gekeken worden welke wortels weg kunnen en welke in een later stadium. Ga je voor de uitgebreide versie van het opbreken van de gehele oprit en de onderbouwing aanpassen met kratten en rootbarriers dan zit je al gauw aan de € 20.000 exclusief BTW. De rootbarriers zijn wel een eenmalige oplossing, die hoeft niet opnieuw herhaald te worden.
(…)
Kunnen de wortels schade aan fundering van de woning veroorzaken? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?
Zo ja: Ja dat kan, maar dit gebeurt niet snel en kan alleen beoordeeld worden door de wortels vrij te graven en te onderzoeken. Wortels hebben in principe weinig te zoeken bij een fundering of kabels omdat er geen voeding zit. Het feit dat er wortels liggen betekent niet dat deze schade veroorzaken. Ze worden afgebogen door de fundering of kabels.
(…)
• Kan mogelijke schade aan de fundering worden voorkomen zonder dat de Boom hoeft te worden geveld? Zo ja, hoe dan?
Rootbarrier panelen plaatsen rondom het huis zodat de wortels de fundering niet bereiken.
• Wat zijn bij benadering de kosten voor de maatregelen om schade aan fundering te voorkomen?
Tussen de € 5.000 en € 10.000 exclusief BTW.
• Kunnen wortels van de Boom schade aan kabels en leidingen veroorzaken? Zo nee, kunt u
toelichten waarom niet? Zo ja:
ja
(…)
• Welke soort wortels van de Boom veroorzaken (in de toekomst mogelijk) de schade?
Dit kunnen alle wortels zijn. Dit hangt sterk af van welke kabels, leidingen en funderingen de materialen waaruit ze bestaan en daarmee ook de kwaliteit ervan. Bij nieuwere rioleringen (PVC) en kabels (glasvezel) groeit een wortel daar niet snel in. Als een wortel in een riolering groeit, dan is dat vaak een oudere buis van aardewerk. En als de wortel al in een riolering of kabel groeit, dan gebeurt dat als er al een gat in zat. Dat gat ontstaat niet door de wortel maar is al aanwezig en de wortel groeit daar in. De buis of kabel was dan al kapot.
• Op welke termijn zal de mogelijke schade ontstaan?
Dit kan ik niet voorspellen omdat ik zelf geen onderzoek heb gedaan en dus ook niet met zekerheid kan aangeven tot waar de wortels zich momenteel begeven. Dat kan alleen op het moment zelf worden beoordeeld door de wortels vrij te graven.
• Kan mogelijke schade aan de kabels en leidingen worden voorkomen zonder dat de Boom hoeft te worden geveld? Zo ja, hoe dan?
Door het aanbrengen van wortelschermen(rootbarriers) kunnen de wortels geblokkeerd worden. Een extra bescherming zou aangebracht kunnen worden in de vorm van Rootcontrol. Dit werkt ongeveer hetzelfde als een Rootbarrier. Deze worden om de kabels en leidingen van nutsvoorzieningen geplaatst ter bescherming.
(…)
Snoei overhangende takken en doorschietende wortels:
(…)
• Op welke wijze kunnen de doorschietende wortels van de Boom doorgehakt worden zonder dat de Boom verloren gaat of instabiel wordt?
Zoals in het "onderzoek groeiplaatsconstructie vermindering wortelopdruk van bomenservice zuid" aangegeven afbeelding 2.1 en 2.2 en pagina 8 zouden de ondiepere wortels aan de zijde van [adres] verwijderd kunnen worden. Dit kan gedaan worden door het vrij graven van de wortels. Vervolgens zullen de wortels haaks op de wortel afgezaagd
kunnen worden. Afhankelijk van hoe snel de wortels groeien, kunnen de wortels 1 keer per 5 jaar opnieuw verwijderd worden. Na 5 jaar is de opdruk niet zo ernstig als nu, de huidige opdruk is over tientallen jaren ontstaan. Ook zorgt de snoei ervoor dat de boom de diepte in gaat groeien. De wortelgroei wordt dan dus minder oppervlakkig, zodat ook minder opdruk ontstaat. Tegelijkertijd is het belangrijk om de wortels van de boom ook niet te vaak te snoeien. Na snoei zitten er veel
snoeiwonden aan de wortels. De boom is dan (tijdelijk) gevoeliger voor ziektes.
• Wat is een reëel onderhoudsplan m.b.t. de snoei van overhang en het doorhakken kap van wortels voorde Boom?
De boom is in het verleden al gesnoeid en daarbij opgekroond. Dat is een normale manier van onderhoud. Op dit moment is de boom tot 5 meter opgekroond en de onderste takken hangen omlaag tot 3.5 meter hoogte. Dit opkronen kan ook in de toekomst verhaald worden tijdens de
onderhoudssnoei. (…) Men kan de kroon van de boom reduceren rond met 50 tot 100cm en vervolgens onderhoudssnoei na 3 tot 5 jaar uitvoeren. Als de boom te vaak wordt opgekroond, dan blijft er geen kroon meer over. Vervolgens kunnen alle uit het "onderzoek groeiplaatsconstructie vermindering wortelopdruk van bomenservice zuid" aangegeven afbeelding 2.1 en 2.2 en pagina 8 zouden de ondiepere wortels(blauw) verwijderd kunnen worden aan de zijde van huisnummer 5. Ons advies is dit te laten doen door een European Tree Worker of European Tree Technician. Vervolgens zou er bekeken moeten worden welke van de diepere wortels eventueel weggehaald kan worden. Dit kan echter pas ter plaatste bepaald worden wanneer ze vrij gegraven worden. Het verwijderen van de wortels kan dan na 5 jaar weer herhaald worden.
(…)”
3.2.14.
[persoon A] heeft naar aanleiding van het rapport van Pius Floris in december 2024 gereageerd. In haar rapport (productie 40 bij memorie van antwoord [geïntimeerden] ) staat verder onder meer:
“(…)
Na analyse van dit rapport concludeer ik dat er geen oplossing wordt geboden die de schade door (ondergrondse) groei herstelt of in de toekomst voorkomt. Het behoud van de mammoetboom op deze locatie zal leiden tot een toenemende schade aan het onroerend goed van [geïntimeerden] . Bovendien wordt de beloopbaarheid verder beperkt, met een evident toenemend risico op struikelgevaar in de toekomst.
(…)
4 Documentstudie betreffende het rapport van [persoon C]
[persoon C] : pagina 1, alinea 5
“Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien." Dit is een aanname. Wortels groeien via de weg van de minste weerstand. Een wortels wordt aan de kant geduwd door het fundament en buigt dan af. Dit geldt ook voor kabels. Het feit dat er wortels bij een fundament of kabels liggen betekent niet dat de wortels ook schade veroorzaken.’
Mijn reactie:
Ik ben het ten aanzien van dit punt oneens met bovenstaande bewering. Het zou onzorgvuldig zijn om deze conclusie te trekken, terwijl in de wetenschap Visual Tree Assessment (VTA) onderzoeksresultaten bekend zijn die mijn onderzoeksconclusie delen.
(…)
[persoon C] : pagina 1, alinea 5 - pagina 2 alinea 1
“Vervolgens; de stelling van [persoon A] ‘deze wortel ontwikkelt diktegroei’. Ook dit is een aanname. De wortel kan ook afsterven of als voedingswortel blijven fungeren en wellicht niet dikker worden.'
Mijn reactie:
Ik ben het ten aanzien van dit punt oneens met bovenstaande bewering. Elke levende wortel heeft naast lengtegroei ook diktegroei. In het rapport van [persoon C] trof ik geen indicatie aan voor wortelsterfte. Tijdens mijn onderzoek op locatie heb ik eveneens geen enkele indicatie kunnen detecteren die duidt op een dode of afstervende wortels. Gezien de scheutlengte van de takken neemt de kroon gestaag toe in omvang, nogmaals er is geen enkele aanwijzing voor afstervende wortels.
(…)
5 Conclusie
Mijn onderzoek is zorgvuldig en deugdelijk uitgevoerd. Ik heb uitvoerig veldwerk op locatie verricht. Tijdens deze werkzaamheden zijn alle relevante gegevens verzameld en geïnventariseerd. De onderzoeksgegevens zijn tevens duidelijk in het rapport weergegeven. De uit het onderzoek verkregen resultaten zijn dientengevolge betrouwbaar. Aanvullend realiseer ik me dat deze boom voor de eigenaar van grote waarde is. Een nog niet aangedragen schadebeperkende oplossing, waarbij de boom behouden blijft, is om deze mammoetboom te laten verplanten door een specialist in het verplaatsen van grote bomen. Een geschikte nieuwe standplaats kan worden gekozen, zodat schade aan het onroerend goed van [geïntimeerden] als gevolg van groei wordt voorkomen. Indien gewenst, kan ik een gespecialiseerde partij aandragen.
(…)”
De vorderingen van partijen en de beslissingen van de rechtbank
3.3.1.
In de onderhavige procedure heeft [geïntimeerden] in conventie gevorderd, samengevat, dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
1. primair: [appellanten] op straffe van een dwangsom veroordeelt om de boom te verwijderen (vellen) en deze verwijderd te houden;
subsidiair: [appellanten] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot het twee keer per jaar verwijderen en verwijderd houden van overhangende begroeiing en doorschietende wortels afkomstig van de boom voor zover deze boven respectievelijk onder het perceel van [geïntimeerden] hangen respectievelijk doorschieten;
2. [appellanten] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.149,50, vermeerderd met wettelijke rente, ter zake de factuur van Groenvisie [persoon A] van 7 juni 2021;
3. [appellanten] veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding aan [geïntimeerden] ter zake de herstelkosten van de oprit op de onroerende zaak van [geïntimeerden] , welke schade nader is op te maken bij staat, met veroordeling van [appellanten] tot het betalen van een voorschot op deze schadevergoeding van € 7.490,12;
4. [appellanten] veroordeelt in de kosten van deze procedure inclusief nakosten en wettelijke rente.
3.3.2.
Op hetgeen [geïntimeerden] aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd en de daartegen door [appellanten] gevoerde verweren gaat het hof hierna onder de beoordeling zo nodig nader in.
3.3.3.
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben afzonderlijke conclusies van eis in reconventie ingediend. Het petitum van die conclusies wijkt op enkele punten van elkaar af.
[appellanten] vordert in reconventie, samengevat, dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [geïntimeerden] verbiedt de wortels van de boom te verwijderen voor zover verwijdering van de wortels schade toebrengt aan de boom, dan wel verklaart voor recht dat [geïntimeerden] de wortels van de boom alleen mag verwijderen onder toeziend oog van [appellanten] én een deskundige;
2. bepaalt dat [geïntimeerden] voor elke keer dat hij het onder 1 gevorderde verbod overtreedt, een dwangsom verbeurt;
3. indien de rechtbank het gevorderde onder 1 van het petitum van [geïntimeerden] toewijst, [geïntimeerden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van
€ 29.500,- (vordering van [appellant sub 2] ) dan wel [geïntimeerden] veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 30.000,- (vordering van [appellant sub 1] ) dan wel tot betaling van een door de rechtbank te bepalen bedrag;
4. [geïntimeerden] veroordeelt in de proceskosten inclusief nakosten en wettelijke rente.
Daarnaast vordert [appellant sub 1] dat [geïntimeerden] wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.075,- en [appellant sub 2] dat [geïntimeerden] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van BZ van € 4.446,75.
3.3.4.
Op hetgeen [appellanten] aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd en de daartegen door [geïntimeerden] gevoerde verweren gaat het hof hierna onder de beoordeling zo nodig nader in.
3.3.5.
In het bestreden eindvonnis van 1 mei 2024 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, ten aanzien van de vorderingen in conventie van [geïntimeerden] - verkort en zakelijk weergegeven - geoordeeld:
1) dat het door [appellanten] gedane beroep op verjaring van de vordering van [geïntimeerden] niet slaagt,
2) dat de boom onrechtmatige hinder veroorzaakt op het perceel van [geïntimeerden] , bestaande uit het veroorzaken van schade door wortelopdrukken van de boom in de voortuin van [geïntimeerden] en omdat sprake is van een reële dreiging van schade aan de onroerende zaak van [geïntimeerden] (bedreiging voor de fundering en gevaar voor schade aan afvoerleidingen);
3) dat de worteldoorschietingen van de boom zo ernstig zijn dat met incidentele gebruikmaking van het wortelkaprecht de hinder niet afdoende het hoofd kan worden geboden, waarbij komt dat met het kappen van de wortels de nodige risico’s gepaard gaan;
4) na een afweging van de wederzijdse belangen, dat de boom op straffe van een dwangsom moet worden verwijderd, omdat geen deugdelijke alternatieven voorhanden zijn;
5) dat [appellanten] de (partij)deskundigenkosten van [geïntimeerden] moet betalen; en
6) dat [appellanten] aan [geïntimeerden] een voorschot op een nader bij staat op te maken schadevergoeding moet betalen van € 7.490,12.
Op die gronden zijn de (primaire) vorderingen van [geïntimeerden] toegewezen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure.
Met betrekking tot de vorderingen in reconventie van [appellanten] is in het bestreden vonnis geoordeeld:
1) dat het gevorderde kapverbod wordt afgewezen omdat in conventie is geoordeeld dat de boom voor onrechtmatige hinder zorgt en moet worden verwijderd;
2) dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor toewijzing van de door [appellanten] gevorderde schadevergoeding; en
3) dat de gevorderde vergoeding van de (partij)deskundigenkosten van [appellanten] eveneens wordt afgewezen.
De vorderingen van [appellanten] zijn op die gronden afgewezen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure.
het geschil in principaal hoger beroep
3.4.1.
[appellanten] heeft in principaal hoger beroep acht genummerde grieven aangevoerd en zijn eis gewijzigd. De grieven komen er in de kern op neer dat de boom geen onrechtmatige hinder veroorzaakt (grieven 1 tot en met 3), dat de boom niet hoeft te worden verwijderd (grieven 4 en 5), dat de gevorderde snoei van alle doorschietende wortels en overhang zou leiden tot misbruik van recht (grief 6), dat [appellanten] niet (volledig) aansprakelijk is voor de gevorderde schadevergoeding (grief 7) en dat het door [appellanten] gevorderde kapverbod moet worden toegewezen (grief 8).
[appellanten] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van zijn gewijzigde vorderingen, aldus dat het hof:
1. [geïntimeerden] verbiedt de wortels van de boom te kappen, althans niet verder of vaker te snoeien dan geadviseerd in het Pius Floris-rapport, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;
2. [geïntimeerden] verbiedt de overhangende takken van de boom te snoeien, althans niet verder of vaker te snoeien dan geadviseerd in het Pius Floris-rapport, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3. [geïntimeerden] veroordeelt tot betaling van de deskundigenkosten ad € 5.711,20, vermeerderen met de wettelijke rente;
in alle gevallen met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties.
3.4.2.
[geïntimeerden] heeft de grieven weersproken en geconcludeerd tot het - met inachtneming van de hierna te noemen wijziging van eis - bekrachtigen van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten van het hoger beroep.
3.4.3.
[geïntimeerden] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellanten] . Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
het geschil in incidenteel hoger beroep
3.5.1.
[geïntimeerden] heeft in incidenteel hoger beroep zijn eis gewijzigd, met dien verstande dat de onder sub 1 in eerste aanleg geformuleerde eis wordt uitgebreid met een meer subsidiair deel, inhoudende dat [appellanten] hoofdelijk wordt veroordeeld tot:
• het op eigen terrein, naast de gehele oprit van [geïntimeerden] en tegen de oprit van [geïntimeerden] aan, graven van een sleuf met een diepte van één meter, gemeten vanaf het perceel van [geïntimeerden] , het verwijderen van alle daarin voorkomende wortels en het verwijderd houden en het in die sleuf plaatsen van een rootbarrier (HDPE of vergelijkbaar) en het handhaven van deze rootbarrier, en
• het aanleggen van een drukspreidende groeiplaatsconstructie, zoals geadviseerd door BZ, onder de gehele lengte van de oprit, op dusdanige wijze dat het peil van de huidige oprit gehandhaafd blijft, en
• het snoeien van de overhangende begroeiing / het opkronen van de boom tot 100 centimeter, waarbij ook de hoogte van de boom dient te worden beperkt in verband met het risico van windvang als gevolg van dit snoeien en tot het driejaarlijks repeterend herhalen van deze snoei;
dit alles binnen één kalendermaand na de dag van betekening van dit arrest, op een nader tussen partijen overeen te komen tijdstip, maar uiterlijk vóór 1 december volgend op de dag van betekening van dit arrest, vermeerderd met één kalendermaand, onder verbeurte van een dwangsom.
Daarnaast heeft [geïntimeerden] gevorderd dat ook de na de inleidende dagvaarding door [persoon A] in rekening gebrachte kosten worden vergoed. De onder sub 2 in eerste aanleg gevorderde eis wordt om die reden gewijzigd, in die zin dat gevorderd wordt [appellanten] te veroordelen tot betaling aan [geïntimeerden] een bedrag groot € 7.710,13, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.2.
Op hetgeen [geïntimeerden] aan de gewijzigde eis ten grondslag heeft gelegd wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.
3.5.3.
[appellanten] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen in incidenteel hoger beroep, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten.
3.5.3.
[appellanten] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [geïntimeerden] . Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
Veroorzaakt de boom onrechtmatige hinder?
3.6.1.
[appellanten] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de boom geen onrechtmatige hinder veroorzaakt ten eerste aangevoerd dat niet alle wortels de opdruk onder de oprit van [geïntimeerden] veroorzaken: het gaat slechts om enkele dikkere voedingswortels in de bovenste laag (grief 1). Daarbij komt dat de boom op dit moment geen schade aan de fundering, leidingen en kabels van [geïntimeerden] veroorzaakt: voor zover er al een kans op toekomstige schade bestaat, is die kans onzeker en is onduidelijk op welke termijn de schade ontstaat (grief 2). Tot slot heeft [appellanten] gesteld dat, voor zover in rechte komt vast te staan dat de boom wel schade veroorzaakt, dan nog geen sprake is van onrechtmatige hinder. De opdruk van de oprit is van geringe omvang en veroorzaakt geen onrechtmatige hinder. Het belang van [appellanten] bij behoud van de boom weegt zwaarder dan dat van [geïntimeerden] bij verwijdering ervan. De aanwezigheid van de boom dient een zwaarwegend algemeen belang en een persoonlijk belang, het enkele feit dat sprake is van schade maakt niet dat sprake is van een onrechtmatige situatie en er zijn verdere omstandigheden die ertoe nopen dat geen onrechtmatige hinder wordt aangenomen, aldus [appellanten] (grief 3).
[geïntimeerden] heeft de stellingen gemotiveerd weersproken.
3.6.2.
Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het hier gaat om de rechten en verplichtingen die buren jegens elkaar hebben. De vrijheid die de eigenaar van een perceel grond heeft om zijn eigendom naar eigen inzicht in te richten en te gebruiken, vindt zijn beperking in de rechten en belangen van de eigenaar van een naburig perceel. Voor een deel worden in de wet concrete voorschriften gegeven voor de rechten en verplichtingen van de eigenaars van naburige erven (bijvoorbeeld de artikelen 5:42 BW en 5:44 BW). Daarnaast is maatgevend dat de eigenaar van een perceel grond geen fysieke inbreuk mag maken op de eigendom van zijn buurman of bij die buurman geen zodanige hinder en overlast mag veroorzaken dat zijn handelen of nalaten hem als onrechtmatig kan worden verweten (artikel 6:162 BW respectievelijk artikel 5:37 BW jo. artikel 6:162 BW).
3.6.3.
De beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend en de mogelijkheid - mede gelet op de daaraan verbonden kosten - en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen en de plaatselijke omstandigheden. Voor het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, is verder mede van belang of degene die zich beklaagt over hinder, zich ter plaatse heeft gevestigd toen de hinder veroorzakende situaties reeds bestonden. In het laatste geval zal hij eerder een zekere mate van hinder hebben te dulden.
3.6.4.
Door [appellanten] wordt erkend dat de wortels van de boom het perceel van [geïntimeerden] binnen dringen en opdruk van de bestrating van de oprit veroorzaken, met als gevolg dat de oprit van [geïntimeerden] is beschadigd. Dat niet alle, of slechts bepaalde, wortels die opdruk zouden veroorzaken is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder niet relevant. Uit de rapporten van zowel [persoon A] als Bomenservice Zuid volgt dat sprake is van ernstige oneffenheden en hinder als gevolg van de wortelgroei. De oprit wordt enkele centimeters (intussen ongeveer 9 cm) opgedrukt, hetgeen materiële schade aan de oprit en struikelgevaar tot gevolg heeft. Ook in het rapport van Pius Floris wordt vastgesteld dat de RAW-normen voor wortelopdruk behoorlijk worden overschreden. Van geringe opdruk, zoals [appellanten] stelt, is geen sprake. Nu niet is betwist dat de door [geïntimeerden] geleden schade wordt veroorzaakt door de doorschietende wortels van de boom van [appellanten] , is naar het oordeel van het hof sprake van zaaksbeschadiging, hinder en gevaarzetting als gevolg van de boom.
3.6.5.
Daarnaast heeft [geïntimeerden] voldoende onderbouwd dat er een reëel gevaar bestaat voor verdere schade aan zijn onroerend goed. Ten eerste is sprake van een aantasting die progressief van aard is en zal de wortelopdruk bij behoud van de huidige situatie toenemen, met meer schade aan onder meer de oprit en een toename van de gevaarzetting. Aannemelijk is dat de wortels blijven doorgroeien in lengte en dikte, alsook in aantal (onder andere door vertakkingen) waardoor de schade in omvang en ernst toeneemt. Dat er geen natuurlijke remming of afsterving van deze wortels is te verwachten, blijkt in voldoende mate uit de rapporten van [persoon A] . De hinder is voortdurend, toenemend en leidt tot structurele schade. Daarnaast blijkt uit de rapporten van [persoon A] voldoende dat er ook sprake is van een gevaar van schade aan fundering, leidingen en kabels. Zij heeft haar bevindingen uitvoerig onderbouwd en gedocumenteerd. Deze zijn consistent en door de verschillende actualisaties gedurende deze procedure is de ernst van het probleem duidelijk en inzichtelijk in beeld gebracht. Daaruit blijkt ook dat sprake is van een in ernst toenemend probleem.
In het rapport van Pius Floris wordt weliswaar gesteld dat de conclusies veelal op aannames berusten, maar het hof verwerpt dat betoog. [persoon A] heeft meerdere keren ter plaatse onderzoek gedaan, waarbij ook proefsleuven zijn gegraven, en heeft haar deskundig oordeel onderbouwd met diverse foto’s en verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur. Bovendien zegt ook Pius Floris dat er schade aan fundering en dergelijke kan ontstaan, maar de deskundige voegt daar aan toe dat dit niet snel zal gebeuren en dat dit alleen kan worden vastgesteld door de wortels vrij te graven en te onderzoeken. Dat is nu juist precies wat [persoon A] heeft gedaan. Van [geïntimeerden] kan in deze specifieke omstandigheden niet worden gevergd dat hij wacht tot er daadwerkelijk schade ontstaat, niet in de laatste plaats omdat dit zich ondergronds zal voordoen zodat het nagenoeg onmogelijk zal zijn om dit te monitoren en tijdig in te grijpen. Als illustratief voorbeeld voor de kracht van de wortelgroei wordt gewezen op de wortel die de plaattegel voor de achterdeur van de garage van [geïntimeerden] zodanig heeft opgedrukt dat de deur klemt (zie pagina 3 van de proces-verbaal van descente van 2 juni 2023, foto’s 6 en 7).
3.6.6.
De verwijzing door [appellanten] naar het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:17) treft geen doel. In dat arrest is bepaald dat van een inbreuk op een recht als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW niet al sprake is op grond van de enkele omstandigheid dat een gedraging letsel of zaaksbeschadiging als voorzienbaar gevolg heeft; een zodanige gedraging is in het algemeen alleen onrechtmatig als zij in strijd was met een norm van geschreven of ongeschreven recht die ertoe strekt letsel of zaaksbeschadiging te voorkomen. Dat is hier het geval: er is sprake van onrechtmatige hinder (artikel 5:37 BW jo. 6:162 BW). Bovendien heeft [appellanten] onvoldoende gesteld en onderbouwd dat hij alle zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem in deze situatie mocht worden verlangd, zowel voor wat betreft de plaatsing en situering van een boom met deze omvang, als voor wat betreft de al in een eerder stadium te nemen maatregelen om de doorgroei van wortels zoveel als mogelijk te begrenzen.
3.6.7.
Het hof onderkent de ecologische waarde van de boom, evenals de persoonlijke belangen van [appellanten] bij het behoud van de boom. Die belangen wegen echter niet op tegen het belang van [geïntimeerden] bij de gerechtvaardigde bescherming van zijn eigendommen. In deze omstandigheden ontstijgt de situatie hetgeen [geïntimeerden] als nabuur aan overlast of hinder heeft te accepteren, ook als daar een vergoeding van schade tegenover zou staan. Dit niet alleen vanwege de aard en omvang van de (dreigende) schade, maar ook vanwege de daarmee gepaard gaande onzekerheid voor [geïntimeerden] als gevolg van de ondergrondse wortelgroei. Dat de boom er al stond toen [geïntimeerden] zich ter plaatse vestigde, is niet van doorslaggevende betekenis. Op dat moment was nog geen sprake van hinder: [geïntimeerden] heeft onweersproken gesteld dat hem pas in 2018 voor het eerst bleek van de wortelopdruk. De bereidheid om de boom te onderhouden maakt het voorgaande niet anders, alleen al omdat - zoals hierna verder zal worden uitgewerkt - de maatregelen die [appellanten] bereid is te nemen, niet afdoende zijn.
3.6.8.
Dit alles brengt het hof tot het oordeel dat er sprake is van onrechtmatige hinder. De mogelijkheid die artikel 5:44 lid 2 BW aan [geïntimeerden] geeft, heft de onrechtmatigheid niet op.
3.6.9.
De grieven slagen niet.
Moet de boom worden geveld?
3.7.1.
[appellanten] heeft gesteld dat de kap van de boom niet de enige maatregel tegen de hinder is, nu er alternatieven voorhanden zijn (grief 5).
[geïntimeerden] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.7.2.
[appellanten] heeft gesteld dat door Pius Floris is geadviseerd over een onderhoudsplan waarmee een totaaloplossing wordt geboden voor alle (mogelijke) discussiepunten ten aanzien van de boom (hinder, overhang, doorschietende wortels). Daarmee kan de hinder door opdruk eenvoudig worden weggenomen en daarvoor hoeft de boom niet gekapt te worden. Van het wegnemen van andere onrechtmatige hinder kan alleen sprake zijn als die er is en van opheffing van een schadeveroorzakende situatie kan enkel sprake zijn als er schade is of dreigt: van beide is geen sprake. De boom kan behouden blijven als de hinder veroorzakende wortels onder de oprit en schuurdeur verwijderd worden en er afspraken over het onderhoud in de toekomst worden gemaakt, aldus steeds [appellanten] . In zijn memorie van grieven heeft [appellanten] twee opties voor een onderhoudsplan beschreven. Kort gezegd omvat optie 1 periodieke snoei en kap van de wortels en overhang, conform het advies van Bomenservice Zuid en steeds na beoordeling door Pius Floris. Optie 2, waarover [appellanten] heeft aangegeven deze kostbare maatregelen zo nodig “te overwegen en uit te voeren”, bestaat uit een combinatie van verdergaande maatregelen (ofwel rootbarriers/rootcontrol, ofwel een drukspreidende groeiplaatsconstructie) en reductie-snoei.
3.7.3.
Het hof stelt allereerst voorop dat de onrechtmatige hinder verdergaand is dan enkel de wortelopdruk die zich manifesteert in de oprit en herhaalt dat sprake is van een progressieve situatie. Het uitgangspunt van [appellanten] op basis waarvan zijn stellingen zijn geformuleerd, is in dit opzicht dus al onjuist. [persoon A] heeft in haar rapporten aangegeven dat de schadeontwikkeling niet te stoppen is zonder ingrijpende maatregelen. Het hof stelt verder vast dat uit het rapport van Bomenservice Zuid noch uit dat van Pius Floris volgt dat enkel snoeien en kappen van de wortels en overhang afdoende is.
In het tweede rapport van Bomenservice Zuid (zie hiervoor rov. 3.2.12.) staat immers 1) dat het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de huidige bestrating slechts een eerste stap is richting de vermindering van overlast, 2) dat de optie om alleen opnieuw straatzand op te brengen en vervolgens de bestrating weer dicht te leggen wordt afgeraden, omdat er binnen 2 tot 3 jaar weer opdruk als vanouds is te verwachten en tot slot 3) dat een drukspreidende groeiplaatsconstructie, een zogenaamde sandwichconstructie, de beste optie lijkt om opdruk in de toekomst zo lang mogelijk tegen te gaan, terwijl de boom behouden blijft.
In het rapport van Pius Floris (hiervoor in rov. 3.2.13.) wordt in antwoord op de aan de deskundige gestelde vragen naar - kort gezegd - op welke wijze de boom gesnoeid kan worden weliswaar een snoeiadvies gegeven, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de deskundige vindt dat dit een afdoende maatregel is om de wortelopdruk te bestrijden. Dat standpunt van [appellanten] berust op een onjuist lezing van het rapport. Immers, de deskundige heeft ook toegelicht dat het vellen van de boom zoals door [persoon A] is geadviseerd niet de enige optie is om de opdruk van de wortels te voorkomen: de fundering van de oprit opbouwen met sandwichkratten, aan de tuinzijde van [geïntimeerden] de oprit afsluiten met rootbarrierpanelen of het verplaatsen van de oprit worden door Pius Floris als beschikbare alternatieve opties benoemd. Het opbreken van de wortels en deze verwijderen en opnieuw bestraten is als een tijdelijke oplossing benoemd, die iedere paar jaar herhaald zal moeten worden. Naar het oordeel van het hof kan dit in redelijkheid niet van een nabuur worden verwacht, nog daargelaten dat het probleem daarmee niet is opgelost. Voor het beschermen van de fundering en kabels/leidingen is volgens Pius Floris immers nodig dat rootbarriers en/of rootcontrol worden aangebracht.
3.7.4.
Uit het voorgaande volgt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de door [appellanten] genoemde optie 1 toereikend is.
3.7.5.
Datzelfde geldt naar het oordeel van het hof voor de als optie 2 geopperde verdergaande maatregelen. Het hof leidt uit de verschillende rapporten af dat het aanbrengen van alleen een sandwichconstructie onvoldoende is: ook dat is een tijdelijke oplossing voor de wortelopdruk en daarmee wordt bovendien niet voorkomen dat de wortels verder groeien in de richting van de fundering, leidingen en kabels op het terrein van [geïntimeerden] . Het aanbrengen van de rootbarriers zou mogelijk een oplossing kunnen zijn, maar vanwege de omvang, groeikracht en wortelstructuur van de boom en de in verband daarmee volgens [geïntimeerden] aan te houden diepte - op relatief korte afstand van de boom - bestaat een reëel gevaar voor afsterven van de boom of de stabiliteit (windworp). Dat de ingrijpende wortelkap die volgens deskundigen in dit geval nodig is, een gevaar oplevert voor de boom, wordt door [appellanten] niet betwist. Het hof verwijst tot slot naar de rapporten van [persoon A] , meer in het bijzonder naar het rapport van november 2025, waarin zij het in de samenvatting als volgt heeft verwoord:
“De door de boomeigenaar voorgestelde maatregelen - zoals wortelwering, wortelgeleiding, een boombunker of een sandwichconstructie - bieden slechts schijnoplossingen. Zij zijn uitsluitend preventief toepasbaar en voorzien niet in het verwijderen van de reeds aanwezige, verdikte wortels die nu schade veroorzaken en in de nabije toekomst voorzienbare schade zullen veroorzaken; die wortels zouden allemaal verwijderd moeten worden maar kunnen niet zomaar verwijderd worden zonder de boom ernstig te verzwakken en de stabiliteit ernstig in gevaar te brengen. Zonder verwijdering van deze wortels zal het probleem zich voortzetten en verergeren.”
Al met al heeft [appellanten] naar het oordeel van het hof onvoldoende uitgewerkt dat - en in welke specifieke vorm - optie 2 een redelijk alternatief is voor het vellen van de boom.
Dat betekent dat het hof tot de conclusie komt dat geen deugdelijk alternatief voorhanden is.
3.7.6.
Dat brengt het hof tot de slotsom dat het vellen van de boom de aangewezen maatregel is om de onrechtmatige toestand op te heffen.
3.7.7.
De grief slaagt niet.
Maakt [geïntimeerden] terecht aanspraak op schadevergoeding?
3.8.1.
[appellanten] heeft aangevoerd dat hij niet aansprakelijk is voor de schade van [geïntimeerden] . Voor zover het hof zou oordelen dat dit wel het geval is, dan hooguit voor een bedrag van € 3.800,-. Ook de deskundigenkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, aldus [appellanten] (grief 7).
[geïntimeerden] heeft de standpunten gemotiveerd weersproken.
3.8.2.
Uit hetgeen het hof hiervoor al heeft overwogen, volgt al dat geen sprake is van beperkte schade die [geïntimeerden] als buur “op de koop toe moet nemen”. Uit de rapporten en de foto’s volgt genoegzaam dat geen sprake is van ‘normale’ slijtage aan de oprit. [appellanten] is aansprakelijk voor de schade die de boom op het perceel van [geïntimeerden] (heeft) veroorzaakt.
3.8.3.
De vraag ligt vervolgens voor of het door de rechtbank toegewezen voorschot op de schadevergoeding stand houdt. Onder verwijzing naar een door hem ingebracht rapport van [persoon D] van CED Nederland van 18 juli 2024, heeft [appellanten] betoogd dat de kosten van herstel van de oprit € 3.800,- inclusief btw bedragen. Voor vergoeding van het meerdere is volgens hem geen plaats. Het hof verwerpt dat standpunt. [geïntimeerden] heeft er ten eerste terecht op gewezen dat in dit bedrag niet is begrepen het rooien van de wortels onder de oprit: zie de opmerking van de deskundige daarover op pagina 4, eerste alinea. Daarmee wordt al een deel van het verschil verklaard. Daarbij komt dat [appellanten] nog steeds niet voldoende heeft onderbouwd dat het mogelijk zou zijn om slechts plaatselijk gedeeltes van de oprit (volgens de deskundige circa 60%) opnieuw te beklinkeren. Dit geldt temeer nu sinds de datum van de offerte van Houben Outdoor, te weten 22 februari 2022, enkele jaren zijn verstreken en de situatie aantoonbaar is verslechterd. Dat maakt dat het hof de schatting van het voorschot, vooruitlopend op de schadestaatprocedure, op een bedrag van € 7.490,12 redelijk oordeelt.
3.8.4.
De standpunten over de kosten van de deskundige zal het hof hierna in rov. 3.10.1 en verder bespreken. De grief slaagt niet.
De grieven ten aanzien van de snoei en kap
3.9.1.
Met zijn grieven 4 en 6 stelt [appellanten] dat niet alle wortels die schade (dreigen) te veroorzaken kunnen en moeten worden verwijderd: verwijdering van alle doorschietende wortels brengt grote risico’s met zich mee, zodat [geïntimeerden] dat niet in redelijkheid kan verlangen. Ook heeft hij aangevoerd een gerechtvaardigd belang te hebben bij een verbod op snoei die verder gaat dan het advies in het PF-rapport (grief 8).
[geïntimeerden] heeft zich gemotiveerd verweerd.
3.9.2.
Vanwege het oordeel dat de boom zal moeten worden geveld, heeft [appellanten] geen belang bij een beoordeling van deze grieven. Ze treffen derhalve geen doel.
De kosten van de deskundigen
3.10.1.
[appellanten] heeft zijn eis gewijzigd en vergoeding van de door hem gemaakte deskundigenkosten gevorderd. Nu hij niet wordt gevolgd in zijn verweer en zijn vorderingen worden afgewezen, deelt deze vordering in dat lot.
3.10.2.
[geïntimeerden] heeft gesteld dat de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige [persoon A] gedurende de procedure zijn opgelopen tot een bedrag van € 7.710,13 (in totaal). Hij vordert na wijziging van eis vergoeding van dat bedrag.
[appellanten] heeft aangevoerd dat er geen reden is om deze kosten te vergoeden omdat de vorderingen van [geïntimeerden] afgewezen moeten worden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [appellanten] ook de noodzaak van de kosten betwist.
3.10.3.
Naar het oordeel van het hof waren, in de gegeven omstandigheden, de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk en zijn de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk, zodat ze op de voet van artikel 6:96 lid 2 onder b BW voor vergoeding in aanmerking komen. Dat [persoon A] meerdere rapporten heeft opgesteld, oordeelt het hof in de omstandigheden van dit geval niet onredelijk. Daarbij zijn met name van belang de progressieve aard van de situatie en de door [appellanten] ingenomen standpunten en door hem overgelegde deskundigenrapporten.
3.10.4.
De gewijzigde eis van [geïntimeerden] ligt in zoverre voor toewijzing gereed.
Conclusie
3.11.1.
Het principaal hoger beroep van [appellanten] treft geen doel. Het incidenteel hoger beroep van [geïntimeerden] slaagt. De gewijzigde eis sub 2 wordt toegewezen. Het vonnis wordt voor het overige bekrachtigd.
3.11.2.
Het hof zal [appellanten] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep veroordelen.
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] zullen vastgesteld worden op:
Griffierechten € 349,-
Salaris advocaat € 3.642,- (3 punt(en) x tarief II)
Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.169,-
3.11.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.11.4.
Bij een veroordeling van twee of meer partijen tot betaling van de proceskosten, geldt als uitgangspunt dat zij ieder voor het geheel aansprakelijk zijn en dus hoofdelijk zijn verbonden tot nakoming van die veroordeling. Daartoe is niet vereist dat de in het gelijk gestelde partij heeft gevorderd of verzocht dat de veroordeling van de wederpartijen in de proceskosten hoofdelijk zal worden toegewezen. De rechter kan in de omstandigheden van het geval aanleiding zien om anders te bepalen, bijvoorbeeld als de in de kosten te veroordelen partijen niet bij dezelfde advocaat of gemachtigde zijn verschenen en geen gelijkluidend verweer hebben gevoerd. Daarvoor bestaat geen aanleiding.
4De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover [appellanten] is veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag van € 1.149,50 ter zake van de factuur van Groenvisie [persoon A] (rov. 6.3 van het bestreden vonnis);
in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [appellanten] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag groot € 7.710,13, ter zake de facturen van Groenvisie [persoon A] , te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.149,50 vanaf 18 mei 2022 en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.560,63 vanaf 18 februari 2025, in beide gevallen steeds tot aan de dag der algehele voldoening;
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;
veroordeelt [appellanten] hoofdelijk in de proceskosten van het principaal en incidenteel hoger beroep van € 4.169,-, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [appellanten] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellanten] € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;
veroordeelt [appellanten] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;
wijst het meer of anders gevorderde af;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.J.M. van Lanen, N.W.M. van den Heuvel en W.F.R. Rinzema en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.345.364/01
arrest van 23 december 2025
in de zaak van
1 [appellant sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [appellanten] ,
advocaat: mr. M.M. O' Flaherty te Utrecht,
tegen
1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. J.B.Th. van 't Grunewold te Roermond,
op het bij exploot van dagvaarding van 31 juli 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 1 mei 2024, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en [geïntimeerden] als eisers in conventie, verweerders in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/305415 / HA ZA 22-231)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep, met producties 1 en 2;
de memorie van grieven, tevens inhoudende wijziging van eis, met producties 21 tot en 25;
de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, akte vermeerdering van eis, met producties 40 tot en met 44;
de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
de bij H12-formulier van 4 november 2025 door [appellanten] toegezonden producties 45 tot en met 51, die [appellanten] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
de bij H12-formulier van 7 november 2025 door [geïntimeerden] toegezonden producties 26 tot en 27, die [geïntimeerden] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
de kern van het geschil
3.1.
[appellanten] en [geïntimeerden] zijn buren. [appellanten] heeft op zijn perceel op ongeveer 1,6 meter afstand van de erfgrens een sequoiadendron giganteum (oftewel: ‘mammoetboom’) geplant. [geïntimeerden] stelt hinder te ondervinden van de mammoetboom, onder andere omdat de wortels de bestrating van zijn oprit omhoog drukken. Bovendien groeit het wortelstelsel volgens [geïntimeerden] door en vormt het een bedreiging voor de fundering van zijn woning en bestaat er gevaar voor schade aan aan- en afvoerleidingen. Hij wenst dat de boom wordt geveld en dat zijn schade wordt vergoed. [appellanten] staat op het standpunt dat de overlast minder ernstig is dan [geïntimeerden] stelt. Zijn belangen bij het behoud van de boom wegen volgens hem zwaarder en er zijn goede alternatieven voorhanden, waarbij de boom behouden blijft en de overlast voor [geïntimeerden] wordt beperkt. Op zijn beurt vordert hij onder meer een kap- en snoeiverbod.
3.2.
Net als de rechtbank komt het hof tot het oordeel dat de mammoetboom onrechtmatige hinder veroorzaakt die [geïntimeerden] niet hoeft te dulden. Omdat er geen redelijk alternatief bestaat, zal de mammoetboom moeten worden geveld. Ook moet [appellanten] de door [geïntimeerden] geleden schade vergoeden. De vorderingen van [appellanten] worden afgewezen. Dit oordeel wordt hierna verder toegelicht.
De feiten
3.2.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
3.2.1.
Partijen zijn buren van elkaar. [geïntimeerden] is eigenaar van de woning aan [adres] ; [appellanten] van de woning aan [adres] .
3.2.2.
Op het perceel van [appellant sub 1] bevindt zich - in de voortuin van [appellant sub 1] - een sequoiadendron giganteum, ook wel mammoetboom genoemd (hierna: de boom). De boom is ruim 30 jaar oud en bevindt zich (gemeten vanaf het hart van de boom) op een afstand van ca. 1,6 meter van de erfgrens.
3.2.3.
Op onderstaande foto (bron: Google maps) is de boom (links) zichtbaar. Rechts van de boom bevindt zich de woning van [geïntimeerden] .
3.2.4.
In het najaar van 2018 heeft [geïntimeerden] zijn oprit ter hoogte van de boom uitgegraven. Daarbij is hem gebleken dat er zich wortels met een doorsnede van circa 4 centimeter onder de oprit bevonden die - in zijn optiek - de oprit omhoog duwden.
3.2.5.
In 2018 heeft [geïntimeerden] bij [appellanten] geklaagd over de door hem op zijn perceel ervaren overlast van de boom. Partijen zijn met elkaar in gesprek geraakt over de boom, waarbij al snel bleek dat zij wezenlijk van opvatting verschilden over de door [geïntimeerden] gestelde overlast en een mogelijke oplossing.
3.2.6.
[geïntimeerden] heeft [persoon A] van Groenvisie [xx] (hierna: [persoon A] ) gevraagd de situatie te beoordelen. Zij heeft in de periode van 3 mei 2021 tot en met november 2025 verschillende rapporten geschreven, die er in de kern op neer komen dat de boom (monetaire) schade veroorzaakt aan het onroerend goed van [geïntimeerden] . Geadviseerd wordt schadebeperkend op te treden door de boom te vellen. [persoon A] is verschillende keren ter plaatse geweest en heeft de mammoetboom vanaf het perceel van [geïntimeerden] onderzocht door middel van een Visual Tree Assessment (VTA). Ook is met een spade Nader Technisch Onderzoek (NTO) uitgevoerd.
3.2.7.
Meer in het bijzonder staat in het rapport van 3 mei 2021 van [persoon A] (productie 19 bij dagvaarding in eerste aanleg) onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Vraag 3.
Kunt u aangeven hoever de wortels van deze boom reiken en hoever de wortels mogelijk kunnen reiken?
Antwoord
De mammoetboom kan op deze locatie circa 55 meter hoogte bereiken. Dit resulteert in een enorme windbelasting. Om dit grote hefboomeffect te stabiliseren zal de boom het wortelgestel zich breed en diep ontwikkelen en uitbreiden. Indien deze boom een stamdiameter van 300 cm. bereikt, zal het zwaar mechanisch belaste gedeelte van het wortelgestel een diameter van 24 meter bereiken, waarvan het grootste gedeelte zich aan de westzijde (windzijde) bevindt. Dit is vanuit de mechanica beoordelend, qua biologische factor kan het wortelgestel een grotere diameter bereiken. De boom compenseert en stabiliseert ondergronds, de bovengrondse windkracht (hefboomeffect). De windrichting is overwegend west, deze mammoetboom heeft dus aan die zijde (zijde [geïntimeerde sub 1] ) de trekwortels gecreëerd. Derhalve is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te stellen, gezien de methodiek die een boom ontwikkelt heeft, dat dit wortelgestel zich verspreid over een groot gedeelte van het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
Hoe de architectuur van het wortelgestel exact gevormd is, is afhankelijk van externe factoren zoals bijvoorbeeld bebouwing. Wortels kunnen zich in kleine scheurtjes van het fundament ontwikkelen en door diktegroei schade toebrengen aan het fundament of schade aan waterafvoer, kabels, leidingen et cetera.
(…)
Vraag 8.
Vormen de wortels een gevaar voor de fundering / woning van verzekerde en bestaat er een gevaar voor aan- en afvoer van nutsvoorzieningen (aantasten leidingen bijvoorbeeld)?
Antwoord
Ja, per definitie. De boom zal de wortels op een zodanige wijze laten groeien dat deze stabiliteit biedt en water en mineralen uit de bodem zoveel mogelijk kan opnemen.
Monetaire schade:
Momenteel is de verharding van de oprit pleksgewijs over de gehele breedte zichtbaar omhoog gedrukt. De hierdoor ontstane monetaire schade bestaat uit herbestrating, uiteraard dient nieuwe schade voorkomen te worden.
Mogelijk ontstane monetaire schade aan het fundament van het woonhuis, kabels, leidingen en buizen is niet exact te beoordelen. Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien. Deze wortel ontwikkelt diktegroei, een wortel met een diameter van 4 cm. veroorzaakt 25 kg. druk per vierkante cm. oftewel een wortel van 4 cm. dik kan twee olifanten dragen. Dit verschaft inzicht in de kracht die een wortel kan uitoefenen op een component.
Aan de windzijde kan een wortel bijvoorbeeld een leiding, buizen of kabels omhoog duwen. Indien er
wortels in of onder het fundament van het woonhuis van [geïntimeerde sub 1] bevinden, zijn de krachten van dien aard dat schade ontstaat.
Zowel de lengtegroei als de diktegroei van de wortels neemt jaarlijks toe. Dit resulteert in toename van de reeds ontstane schade en het ontstaan van nieuwe schade.
De exacte schade is alleen door middel van het vrij graven van de wortels te beoordelen. Er bestaat geen apparatuur die zorgvuldig en betrouwbaar de vorming van het gehele wortelgestel weergeeft.
(…)
Vraag 9.
Leidt het wegkappen van de wortels tot aan de erfgrens (aan de zijde van het perceel van verzekerde) tot een gevaarlijke situatie zoals gevaar voor het omvallen van de boom?
Antwoord
Ja, het verwijderen van wortels kan tot een gevaarlijke situatie leiden. Deze wortels kunnen niet vanaf de perceelgrens verwijderd worden zonder dat instabiliteit bij de mammoetboom ontstaat. De wortels welke de (monetaire) schade veroorzaken zijn breed uit gepositioneerd op het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
(…)
5 Conclusie
Tijdens het veldwerk is geconstateerd dat het uitgebreide wortelgestel van de desbetreffende circa 27 jaar oude mammoetboom zich deels onder de oprit en tegen het fundament bevindt. De oprit is gesitueerd aan de westzijde, dit is tevens de windzijde van de boom. Bij deze boom is de trekwortel, welke de stabiliteit grotendeels aan de boom verleent, overwegend groeiend in de vlijlaag van de oprit en inmiddels tegen het woonhuis en hemelwaterafvoer. Het wortelgestel van de mammoetboom zal zich steeds verder ontwikkelen op het perceel van [geïntimeerde sub 1] .
De (monetaire) schade welke ontstaan is als gevolg van de wortelontwikkeling van de desbetreffende mammoetboom is aanzienlijk en zal groter worden indien deze boom gehandhaafd blijft. De oprit is voor een gedeelte opgedrukt als gevolg van ondergrondse wortelontwikkeling. Hierdoor is de bestrating meerdere strekkende meters met een breedte van ca 80 cm. omhoog getild. Gezien de lengte- en diktegroei van de wortels is het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat schade aan het fundament, leidingen, kabels etc. zal worden toegebracht.
De oprit is deels slecht begaanbaar als gevolg van ernstige wortelopdruk, er is sprake van
verhoogd struikelgevaar. De ontstane monetaire schade resulteert in herstelwerkzaamheden om de oprit weer functioneel en volledig goed begaanbaar te maken.
Betreffende het verwijderen van de boomwortels: de mechanische windbelasting bij een vrij uitgroeiende mammoetboom van deze omvang is groot. Indien deze wortels aan de windzijde
verwijderd worden, is er sprake van instabiliteit en een verhoogd risico op windworp. Hierdoor is het risico op schade voor derden exceptioneel groot.
Resumerend:
Het is schade verhogend om deze vrij uitgroeiende boom te behouden, evenals het verwijderen van de boomwortels (risico windworp). De mechanische windbelasting is immers hoog, gezien de omvang van deze mammoetboom.
(…)
De geadviseerde noodzakelijke beheermaatregel bestaat uit vellen.”
3.2.8.
In haar rapport van 13 januari 2025 (productie 41 bij memorie van antwoord [geïntimeerden] ) geeft [persoon A] een update deskundigenbericht betreffende de boom, waarin onder meer staat vermeld:
(…)
Resumerend bevindingen 2025
Tijdens het onderzoek op 13 januari 2025 zijn drie proefsleuven gegraven om de wortelgroei te analyseren:
1. Onderzoekslocatie 1:
o Complexe wirwar van wortels, met zowel lengte- als diktegroei.
o Breedte grootste wortel: 11 cm.
2. Onderzoekslocatie 2:
o Diverse wortels in meerdere lagen. Grootste wortel: 8 cm breed.
o Microscopisch onderzoek bevestigt dat deze wortels toebehoren aan de mammoetboom.
3. Onderzoekslocatie 3:
o Wortelopdruk (ver)hindert de toegang tot de schuur.
o Breedte grootste wortel: 6,5 cm.
Resumerend impactanalyse 2025
De wortels veroorzaken de volgende schade:
• Oprit: Toenemend verhoogd struikelgevaar door wortelopdruk.
• Fundering: Toekomstige toename van druk op het fundament en afvoersystemen.
• Leidingen: Potentiële schade aan ondergrondse kabels en leidingen.
(…)
4 Conclusie
(…)
De huidige situatie bevestigt dat de vitale en groeikrachtige mammoetboom een groeiend probleem vormt. Zonder ingrijpen zullen de schade en risico's verder toenemen. Met name een verhoogd struikelgevaar als gevolg van wortelopdruk, toekomstige worteldruk bij fundament, leidingen en kabels. Dit schadecomponent wordt niet vanzelf kleiner, maar groter, zelfs veel groter.
Naast het vellen van de boom kan er gekozen worden voor een nog niet aangedragen schadebeperkende oplossing, het Verplanten van de boom. Dit is een schadebeperkende oplossing die de boom behoudt. Dit moet worden uitgevoerd door een specialist in verplaatsing van grote bomen.
Ik kan, indien gewenst, een gespecialiseerde partij aanbevelen om dit proces te begeleiden.
(…)”
3.2.9.
In november 2025 heeft [persoon A] opnieuw een actualisatie uitgevoerd. In haar rapport (productie 47 bij akte in hoger beroep van de zijde van [geïntimeerden] ) staat onder meer vermeld:
“(…)
4. Conclusie
1. Feitelijke toedracht.
(…)
De aard van deze aantasting is progressief en cumulatief: het betreft een voortschrijdend proces dat zich in de tijd versterkt en dat niet uit zichzelf tot stilstand komt. Integendeel, door de groei van de boom neemt de schade in omvang en ernst toe.
2. Hinder in deze kwestie.
• Omdat de wortelgroei feitelijk ingrijpt in de bodem van het [geïntimeerden] perceel (fysieke aantasting);
• Er is sprake is van een voortdurende en toenemende progressieve schadeontwikkeling;
• de eigenaar van deze boom heeft tot nog toe geen doeltreffende maatregelen genomen om deze hinder te voorkomen of te beperken, terwijl er door mij twee doeltreffende beheermaatregelen zijn voorgesteld.
3. Voor zover oplossingen zijdens boomeigenaar zijn voorgehouden: wortelwering, wortelgeleidings-systeem, boombunker, sandwichconstructie ed., zijn die niet doeltreffend; daarom heb ik het schijnoplossingen genoemd.
• Omdat de wortels welke nabij de perceelgrens in dikte alsmaar progressief toenemen niet doorkliefd en verwijderd worden. Ze blijven dus intact op het perceel van [geïntimeerden] met alle voorzienbare nadelige gevolgen.
• De geopperde oplossing om op het perceel van [geïntimeerden] de bovenste laag van 20 cm van de wortels te verwijderen is ook geen toepasbare oplossing en zou ook niet doeltreffend zijn. Ook in de bovenste 20 cm liggen meerdere dikke en dikkere wortels die belangrijk zijn voor de voeding en de stabiliteit van de boom. Die kun je niet wegkappen zonder de boom te verzwakken en de stabiliteit te verminderen. Bovendien zullen er na wortelkap weer nieuwe wortels gaan groeien.
• Geen enkel voorstel voorziet in de verwijdering van alle wortels die momenteel schade veroorzaken en in toenemende mate voorzienbare schade in de (nabije) toekomst veroorzaken.
4. Schadebeperkende oplossing.
• Vellen van een van de werelds grootste boom in directe nabijheid van het bebouwde perceel van [geïntimeerden] .
• Verplanten door gespecialiseerd bedrijf op veilige afstand, waarbij tevens langs de gehele perceelgrens een daarvoor bestemde verticale wortelbarrière geplaatst wordt.
Een van ‘s werelds grootste bomen heeft, uit pure biologische en mechanische noodzaak, een even indrukwekkend wortelstelsel: enerzijds om de uitgestrekte kroon van water en mineralen te voorzien, anderzijds om stabiliteit te bieden en overeind te blijven, zelfs bij harde wind.
Er is geen enkele aanwijzing om ervan uit te gaan dat de aanwezige boomwortels van deze boom vanzelf afsterven, ook niet door plaatsing van een barrière zonder rigoureuze kap van alle wortels. Er is hier sprake van een groeiend probleem dat niet vanzelf kleiner wordt.
(…)”
3.2.10.
Ook [appellanten] heeft deskundigen benaderd. Bomenservice Zuid (hierna: BZ) heeft op 18 augustus 2021 een “Onderzoek boomveiligheid” en “Onderzoek beworteling” uitgevoerd en in juni/juli 2023 een “Onderzoek groeiplaatsconstructie - vermindering wortelopdruk”. BZ heeft ter plaatse een VTA uitgevoerd en bij het tweede onderzoek zijn proefgravingen gedaan. Pius Floris Boomverzorging (hierna: Pius Floris) is door [appellanten] gevraagd om aan de hand van het (eerste) rapport en de beoordeling door [persoon A] en de twee rapporten van BZ een beoordeling te geven van de situatie. De bevindingen van [persoon B] van Pius Floris zijn neergelegd in een rapport van 21 september 2024.
3.2.11.
In het eerste rapport van BZ van 23 augustus 2021 (productie 26 bij dagvaarding in eerste aanleg) staat onder meer het volgende vermeld:
“(…)
5. Conclusies en advies
5.1.
Conclusie onderzoek boomveiligheid
De boom verkeert in een goede conditie. Er zijn geen signalen waarneembaar die wijzen op extra risico's betreffende de stabiliteit en/of breukvastheid van de boom.
5.2.
Conclusie onderzoek beworteling
De boom heeft een regulier en gezond, bij de boomsoort en -grootte passend, wortelstelsel.
Er zijn geen signalen waarneembaar die wijzen op extra risico's betreffende de stabiliteit en/of breukvastheid van de boom.
Het is een breed wortelstelsel dat tot een straal van 7 m. rondom de boom forse opdruk van de verharding veroorzaakt.
5.3.
Advies t.a.v. de wortelopdruk onder de verharding
Het advies luidt om bij voorkeur geen wortels te verwijderen. Hoewel het wellicht aantrekkelijk lijkt om de toplaag van het wortelstelsel te verwijderen (en daarmee de opdrukking van de verharding teniet te doen), is dit allerminst risicoloos. De toplaag (bovenste 30 cm.) is in de eerste plaats rijk aan haarwortels. Deze zijn van cruciaal belang voor de opname van water en voedingsstoffen. Het wegnemen van te veel voedingswortels en haarwortels kan leiden tot een ernstige afname van de conditie, met in het slechtste geval boomsterfte tot gevolg. Daarom luidt het advies om bij een gezonde, volwassen boom maximaal 20% van de kleinere wortels te verwijderen (tot max. 4 cm. diameter).
Het verwijderen van stabiliteitswortels wordt ten zeerste afgeraden. Het verwijderen van deze dikke wortels, met een diameter vanaf 4 cm., kan leiden tot een verhoogd risico op instabiliteit (bijv, windworp).
Verder luidt het advies terughoudend te zijn in veranderingen rond de boom: een ophoging van de grond rondom de wortels van meer dan 5 cm kan wortelsterfte en uiteindelijk zelfs boomsterfte tot gevolg hebben.
(…)”
3.2.12.
In het tweede rapport van BZ van juli 2023 (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie, van [appellant sub 2] ) is onder meer het volgende weergegeven:
“(…)
Uit het onderzoek is gebleken dat de dikkere oppervlakkige wortels (circa 4 tot 10 cm in diameter) van de boom zorgen voor de opdruk van de oprit. Deze wortels bevinden zich 5 tot 20 centimeter onder de bestrating. De dunnere wortels en de dieper gelegen wortels hebben niet tot nauwelijks effect op de bestrating.
(…)
3.2
Hinderlijke opdruk in de toekomst tegengaan
Vervolgens is onderzocht wat er mogelijk is om de hinderlijke opdruk in de toekomst tegen te gaan. Het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de huidige bestrating is namelijk slechts een eerste stap richting de vermindering van overlast.
De optie om alleen opnieuw straatzand op te brengen en vervolgens de bestrating weer dicht te leggen wordt afgeraden
. De boom zal namelijk nieuwe wortels vormen om de verwijderde wortels te compenseren. Binnen 2 tot 3 jaar is er weer opdruk als vanouds te verwachten. Bovendien zal de boom op andere plaatsen meer voeding moeten halen, waardoor de overlast wellicht elders gaat plaatsvinden.
(…)
Een drukspreidende groeiplaatsconstructie, een zogenaamde sandwichconstructie, lijkt de beste optie om opdruk in de toekomst zo lang mogelijk tegen te gaan, terwijl de boom behouden blijft.
(…)
4. Kostenraming van de groeiplaatsconstructie
(…)
Totaal (incl. 21% Btw) € 13.878,70
(…)
5. Conclusie
Tijdens het onderzoek zijn de mogelijkheden verkend om de opdruk van de oprit van [adres] tegen te gaan. De eerder gestelde hoofdvraag kan positief beantwoord worden:
Is er een constructie mogelijk waarbij de opdruk aan de zijde van [adres] tegengegaan wordt, terwijl de boom veilig en gezond gehandhaafd kan blijven?
Ja. een verwijdering van de bovenste 20 centimeter van de wortels, in combinatie met een drukspreidende sandwichconstructie. zullen de opdruk langdurig tegengaan, terwijl de boom
veilig en gezond gehandhaafd kan blijven.
Om een dergelijke constructie te realiseren is het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van het wortelpakket toereikend. Aangezien de boom in kwestie gezond is en in een goede conditie verkeert, wordt het aanvaardbaar geacht de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de bestrating van [adres] te verwijderen. Het verwijderen van meer wortels wordt afgeraden. De verwachting is dat de groeiplaatsconstructie 10 tot 15 jaar opdruk van de wortels zal tegengaan.
(…)”
3.2.13.
In het rapport van Pius Floris van 21 september 2024 (productie 21 bij memorie van grieven van [appellanten] ) staat onder meer:
“(…)
Deelt u de conclusies uit het rapport van [persoon A] (zie bijlage voor het rapport)?
Als een of meer conclusies uit het rapport van [persoon A] naar uw oordeel onjuist zijn, wilt u
dan zo specifiek mogelijk toelichten waarom?
Ik kom niet echt onjuiste conclusies tegen maar deze lijken getrokken uit veel aannames. Ik zet wel mijn vraagtekens bij hoe [persoon A] tot haar conclusies heeft kunnen komen en hoe zij de wortels onderzocht heeft. Ik kan zelf geen conclusies trekken zonder alle wortels vrij te graven of met grondradar apparatuur in kaart te brengen. Volgens mij heeft [persoon A] ook niet alle wortels vrij gegraven of grondradar apparatuur gebruikt. [persoon A] heeft verder ook niet onderbouwd hoe zij onderzoek heeft uitgevoerd en hoe zij tot haar aannames komt. Ook geeft ze aan dat de enige mogelijkheid is om de boom te vellen. Er wordt niet gekeken naar andere opties zoals de opbouw van de fundering van de oprit van [geïntimeerden] aan te passen of de oprit te verplaatsen. Ik kan me voorstellen dat dit geen wenselijke oplossingen zijn maar moet wel benoemd worden mijns inziens.
(…)
Bij het antwoord in vraag 8 wordt geschreven over “Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien.” Dit is een aanname. Wortels groeien via de weg van de minste weerstand. Een wortel wordt aan de kant geduwd door het fundament en buigt dan af. Dit geldt ook voor de kabels, de wortels groeien daar omheen en worden aan de kant geduwd. Ook zitten er in het fundament en de kabels geen voedingsstoffen voor de wortels. Wortels hebben daar weinig te zoeken. Het feit dat er wortels bij een fundament of kabels liggen betekent niet dat de wortels ook schade veroorzaken. Je kan niet voorspellen waar een wortel heen groeit. Vervolgens; de stelling van [persoon A] ‘deze wortel ontwikkelt dikte groei’. Ook dit is een aanname. De wortel kan ook afsterven of als voedingswortel blijven fungeren en wellicht niet dikker worden. Het is een aanname maar kan niet als een feit genoteerd worden. Dat de wortels groeien is wel een feit, maar hoe ze groeien en of ze schade veroorzaken kan je alleen beoordelen door de wortels vrij te graven en het bij te houden. Het is een aanname dat een wortel die groeit daardoor schade veroorzaakt. Vervolgens; Zowel de lengtegroei als de diktegroei van de wortels neemt jaarlijks toe. Ook dit is een aanname. Het is waarschijnlijk maar het blijft een aanname. Hoe de wortels in de toekomst groeien kun je alleen beoordelen door de wortels vrij te graven en het bij te houden.
(…)
Gemiddelde groeisnelheid is 9cm. In de berekening wordt uitgegaan van ideale groeiplaats volgens mij. Deze boom gaat volgens mij geen 9 cm per jaar groeien. Er wordt geschreven over het vellen van de boom als enige optie om de opdruk van de wortels te voorkomen. Het is de makkelijkste en goedkoopste optie maar zeker niet de enige. De fundering van de oprit opbouwen met sandwichkratten of aan de tuin zijde van [geïntimeerden] de oprit af te sluiten met root Barrier panelen voorkomt dat wortels ondiep verder de tuin van [geïntimeerden] in gaan. De Root Barrier panelen fungeren eigenlijk hetzelfde als een betonnen fundering, de panelen zorgen ervoor dat de wortels worden afgebogen. Tevens is de optie van het verplaatsen van de oprit ook nog beschikbaar.
(…)
Tevens kan er mijn inziens niet gezegd worden dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de ondergrondse infra en fundering beschadigd gaat worden zonder enige bouwtechnische kennis te hebben van deze opbouw.
(…)
3.14
Word geschreven dat de enige schadebeperkende maatregel is het verwijderen van de boom. Dat is in mijn optiek niet zo. Zoals Bomenservice Zuid beschrijft in haar rapport bestaat het wortelpakket uit twee delen (pagina 6 rapport uit juni/juli 2023). De opdruk wordt veroorzaakt door dikke wortels in de bovenste laag van het wortelpakket. Een deel van deze wortels kan gerust verwijderd worden zoals ook omschreven in pagina 8 het rapport van Bomenservice Zuid uit juni/juli 2023. Daarnaast zou de kroon ingenomen kunnen worden en wortel schermen geplaatst kunnen worden.
(…)
Opdruk door wortelgroei:
(…)
•
Zijn het de wortels van de Boom die de opdruk op de oprit veroorzaken? Waaraan is dat te zien?
Dat blijkt uit het onderzoek van [persoon A] en bomenservice zuid. Zelf hebben wij niet gegraven. Al is het op oogopslag wel zeer aannemelijk dat het de wortels van de boom zijn. Het zijn dan de dikkere wortels in de bovenste laag van het wortelpakket zoals Bomenservice Zuid aangeeft. Er bevinden zich op enkele plaatsen dikkere wortels van 4 tot 10 centimeter in diameter in de bovenste laag van het wortel pakket (pagina 6 rapport uit juni/juli 2023).
• Welke soort wortels veroorzaken de opdruk op de oprit?
Het zijn de dikkere wortels in de bovenste laag van het wortelpakket zoals Bomenservice Zuid aangeeft.
(…)
• Wat zijn bij benadering de kosten voor maatregelen om schade aan de oprit te beperken of voorkomen?
Dit hangt af van welke maatregelen. Ga je voor puur opbreken wortels verwijderen en herstraten zit je bij benadering op € 2250 excl. BTW. Dit is echter tijdelijk en zal 1 keer per aantal jaren gedaan moeten worden. Om de hoeveel jaar is afhankelijk van de situatie en hoeveel iemand zich stoort aan de opdruk. Ik verwacht dat maximaal 1 keer in de 5 jaar wortels verwijderd moeten worden. De opdruk is na 5 jaar wel minder ernstig dan hoe deze nu is (een ander kwaliteitsniveau van de RAW norm). De opdruk zoals deze nu is, is over een hele lange periode ontstaan (tientallen jaren).
Tevens moet er op het moment dat de werkzaamheden worden uitgevoerd gekeken worden welke wortels weg kunnen en welke in een later stadium. Ga je voor de uitgebreide versie van het opbreken van de gehele oprit en de onderbouwing aanpassen met kratten en rootbarriers dan zit je al gauw aan de € 20.000 exclusief BTW. De rootbarriers zijn wel een eenmalige oplossing, die hoeft niet opnieuw herhaald te worden.
(…)
Kunnen de wortels schade aan fundering van de woning veroorzaken? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?
Zo ja: Ja dat kan, maar dit gebeurt niet snel en kan alleen beoordeeld worden door de wortels vrij te graven en te onderzoeken. Wortels hebben in principe weinig te zoeken bij een fundering of kabels omdat er geen voeding zit. Het feit dat er wortels liggen betekent niet dat deze schade veroorzaken. Ze worden afgebogen door de fundering of kabels.
(…)
• Kan mogelijke schade aan de fundering worden voorkomen zonder dat de Boom hoeft te worden geveld? Zo ja, hoe dan?
Rootbarrier panelen plaatsen rondom het huis zodat de wortels de fundering niet bereiken.
• Wat zijn bij benadering de kosten voor de maatregelen om schade aan fundering te voorkomen?
Tussen de € 5.000 en € 10.000 exclusief BTW.
• Kunnen wortels van de Boom schade aan kabels en leidingen veroorzaken? Zo nee, kunt u
toelichten waarom niet? Zo ja:
ja
(…)
• Welke soort wortels van de Boom veroorzaken (in de toekomst mogelijk) de schade?
Dit kunnen alle wortels zijn. Dit hangt sterk af van welke kabels, leidingen en funderingen de materialen waaruit ze bestaan en daarmee ook de kwaliteit ervan. Bij nieuwere rioleringen (PVC) en kabels (glasvezel) groeit een wortel daar niet snel in. Als een wortel in een riolering groeit, dan is dat vaak een oudere buis van aardewerk. En als de wortel al in een riolering of kabel groeit, dan gebeurt dat als er al een gat in zat. Dat gat ontstaat niet door de wortel maar is al aanwezig en de wortel groeit daar in. De buis of kabel was dan al kapot.
• Op welke termijn zal de mogelijke schade ontstaan?
Dit kan ik niet voorspellen omdat ik zelf geen onderzoek heb gedaan en dus ook niet met zekerheid kan aangeven tot waar de wortels zich momenteel begeven. Dat kan alleen op het moment zelf worden beoordeeld door de wortels vrij te graven.
• Kan mogelijke schade aan de kabels en leidingen worden voorkomen zonder dat de Boom hoeft te worden geveld? Zo ja, hoe dan?
Door het aanbrengen van wortelschermen(rootbarriers) kunnen de wortels geblokkeerd worden. Een extra bescherming zou aangebracht kunnen worden in de vorm van Rootcontrol. Dit werkt ongeveer hetzelfde als een Rootbarrier. Deze worden om de kabels en leidingen van nutsvoorzieningen geplaatst ter bescherming.
(…)
Snoei overhangende takken en doorschietende wortels:
(…)
• Op welke wijze kunnen de doorschietende wortels van de Boom doorgehakt worden zonder dat de Boom verloren gaat of instabiel wordt?
Zoals in het "onderzoek groeiplaatsconstructie vermindering wortelopdruk van bomenservice zuid" aangegeven afbeelding 2.1 en 2.2 en pagina 8 zouden de ondiepere wortels aan de zijde van [adres] verwijderd kunnen worden. Dit kan gedaan worden door het vrij graven van de wortels. Vervolgens zullen de wortels haaks op de wortel afgezaagd
kunnen worden. Afhankelijk van hoe snel de wortels groeien, kunnen de wortels 1 keer per 5 jaar opnieuw verwijderd worden. Na 5 jaar is de opdruk niet zo ernstig als nu, de huidige opdruk is over tientallen jaren ontstaan. Ook zorgt de snoei ervoor dat de boom de diepte in gaat groeien. De wortelgroei wordt dan dus minder oppervlakkig, zodat ook minder opdruk ontstaat. Tegelijkertijd is het belangrijk om de wortels van de boom ook niet te vaak te snoeien. Na snoei zitten er veel
snoeiwonden aan de wortels. De boom is dan (tijdelijk) gevoeliger voor ziektes.
• Wat is een reëel onderhoudsplan m.b.t. de snoei van overhang en het doorhakken kap van wortels voorde Boom?
De boom is in het verleden al gesnoeid en daarbij opgekroond. Dat is een normale manier van onderhoud. Op dit moment is de boom tot 5 meter opgekroond en de onderste takken hangen omlaag tot 3.5 meter hoogte. Dit opkronen kan ook in de toekomst verhaald worden tijdens de
onderhoudssnoei. (…) Men kan de kroon van de boom reduceren rond met 50 tot 100cm en vervolgens onderhoudssnoei na 3 tot 5 jaar uitvoeren. Als de boom te vaak wordt opgekroond, dan blijft er geen kroon meer over. Vervolgens kunnen alle uit het "onderzoek groeiplaatsconstructie vermindering wortelopdruk van bomenservice zuid" aangegeven afbeelding 2.1 en 2.2 en pagina 8 zouden de ondiepere wortels(blauw) verwijderd kunnen worden aan de zijde van huisnummer 5. Ons advies is dit te laten doen door een European Tree Worker of European Tree Technician. Vervolgens zou er bekeken moeten worden welke van de diepere wortels eventueel weggehaald kan worden. Dit kan echter pas ter plaatste bepaald worden wanneer ze vrij gegraven worden. Het verwijderen van de wortels kan dan na 5 jaar weer herhaald worden.
(…)”
3.2.14.
[persoon A] heeft naar aanleiding van het rapport van Pius Floris in december 2024 gereageerd. In haar rapport (productie 40 bij memorie van antwoord [geïntimeerden] ) staat verder onder meer:
“(…)
Na analyse van dit rapport concludeer ik dat er geen oplossing wordt geboden die de schade door (ondergrondse) groei herstelt of in de toekomst voorkomt. Het behoud van de mammoetboom op deze locatie zal leiden tot een toenemende schade aan het onroerend goed van [geïntimeerden] . Bovendien wordt de beloopbaarheid verder beperkt, met een evident toenemend risico op struikelgevaar in de toekomst.
(…)
4 Documentstudie betreffende het rapport van [persoon C]
[persoon C] : pagina 1, alinea 5
“Indien er een spleetje of andere (minimale) opening in het fundament is, zal een wortel erin groeien." Dit is een aanname. Wortels groeien via de weg van de minste weerstand. Een wortels wordt aan de kant geduwd door het fundament en buigt dan af. Dit geldt ook voor kabels. Het feit dat er wortels bij een fundament of kabels liggen betekent niet dat de wortels ook schade veroorzaken.’
Mijn reactie:
Ik ben het ten aanzien van dit punt oneens met bovenstaande bewering. Het zou onzorgvuldig zijn om deze conclusie te trekken, terwijl in de wetenschap Visual Tree Assessment (VTA) onderzoeksresultaten bekend zijn die mijn onderzoeksconclusie delen.
(…)
[persoon C] : pagina 1, alinea 5 - pagina 2 alinea 1
“Vervolgens; de stelling van [persoon A] ‘deze wortel ontwikkelt diktegroei’. Ook dit is een aanname. De wortel kan ook afsterven of als voedingswortel blijven fungeren en wellicht niet dikker worden.'
Mijn reactie:
Ik ben het ten aanzien van dit punt oneens met bovenstaande bewering. Elke levende wortel heeft naast lengtegroei ook diktegroei. In het rapport van [persoon C] trof ik geen indicatie aan voor wortelsterfte. Tijdens mijn onderzoek op locatie heb ik eveneens geen enkele indicatie kunnen detecteren die duidt op een dode of afstervende wortels. Gezien de scheutlengte van de takken neemt de kroon gestaag toe in omvang, nogmaals er is geen enkele aanwijzing voor afstervende wortels.
(…)
5 Conclusie
Mijn onderzoek is zorgvuldig en deugdelijk uitgevoerd. Ik heb uitvoerig veldwerk op locatie verricht. Tijdens deze werkzaamheden zijn alle relevante gegevens verzameld en geïnventariseerd. De onderzoeksgegevens zijn tevens duidelijk in het rapport weergegeven. De uit het onderzoek verkregen resultaten zijn dientengevolge betrouwbaar. Aanvullend realiseer ik me dat deze boom voor de eigenaar van grote waarde is. Een nog niet aangedragen schadebeperkende oplossing, waarbij de boom behouden blijft, is om deze mammoetboom te laten verplanten door een specialist in het verplaatsen van grote bomen. Een geschikte nieuwe standplaats kan worden gekozen, zodat schade aan het onroerend goed van [geïntimeerden] als gevolg van groei wordt voorkomen. Indien gewenst, kan ik een gespecialiseerde partij aandragen.
(…)”
De vorderingen van partijen en de beslissingen van de rechtbank
3.3.1.
In de onderhavige procedure heeft [geïntimeerden] in conventie gevorderd, samengevat, dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:
1. primair: [appellanten] op straffe van een dwangsom veroordeelt om de boom te verwijderen (vellen) en deze verwijderd te houden;
subsidiair: [appellanten] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot het twee keer per jaar verwijderen en verwijderd houden van overhangende begroeiing en doorschietende wortels afkomstig van de boom voor zover deze boven respectievelijk onder het perceel van [geïntimeerden] hangen respectievelijk doorschieten;
2. [appellanten] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.149,50, vermeerderd met wettelijke rente, ter zake de factuur van Groenvisie [persoon A] van 7 juni 2021;
3. [appellanten] veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding aan [geïntimeerden] ter zake de herstelkosten van de oprit op de onroerende zaak van [geïntimeerden] , welke schade nader is op te maken bij staat, met veroordeling van [appellanten] tot het betalen van een voorschot op deze schadevergoeding van € 7.490,12;
4. [appellanten] veroordeelt in de kosten van deze procedure inclusief nakosten en wettelijke rente.
3.3.2.
Op hetgeen [geïntimeerden] aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd en de daartegen door [appellanten] gevoerde verweren gaat het hof hierna onder de beoordeling zo nodig nader in.
3.3.3.
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben afzonderlijke conclusies van eis in reconventie ingediend. Het petitum van die conclusies wijkt op enkele punten van elkaar af.
[appellanten] vordert in reconventie, samengevat, dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [geïntimeerden] verbiedt de wortels van de boom te verwijderen voor zover verwijdering van de wortels schade toebrengt aan de boom, dan wel verklaart voor recht dat [geïntimeerden] de wortels van de boom alleen mag verwijderen onder toeziend oog van [appellanten] én een deskundige;
2. bepaalt dat [geïntimeerden] voor elke keer dat hij het onder 1 gevorderde verbod overtreedt, een dwangsom verbeurt;
3. indien de rechtbank het gevorderde onder 1 van het petitum van [geïntimeerden] toewijst, [geïntimeerden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van
€ 29.500,- (vordering van [appellant sub 2] ) dan wel [geïntimeerden] veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 30.000,- (vordering van [appellant sub 1] ) dan wel tot betaling van een door de rechtbank te bepalen bedrag;
4. [geïntimeerden] veroordeelt in de proceskosten inclusief nakosten en wettelijke rente.
Daarnaast vordert [appellant sub 1] dat [geïntimeerden] wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.075,- en [appellant sub 2] dat [geïntimeerden] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van BZ van € 4.446,75.
3.3.4.
Op hetgeen [appellanten] aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd en de daartegen door [geïntimeerden] gevoerde verweren gaat het hof hierna onder de beoordeling zo nodig nader in.
3.3.5.
In het bestreden eindvonnis van 1 mei 2024 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, ten aanzien van de vorderingen in conventie van [geïntimeerden] - verkort en zakelijk weergegeven - geoordeeld:
1) dat het door [appellanten] gedane beroep op verjaring van de vordering van [geïntimeerden] niet slaagt,
2) dat de boom onrechtmatige hinder veroorzaakt op het perceel van [geïntimeerden] , bestaande uit het veroorzaken van schade door wortelopdrukken van de boom in de voortuin van [geïntimeerden] en omdat sprake is van een reële dreiging van schade aan de onroerende zaak van [geïntimeerden] (bedreiging voor de fundering en gevaar voor schade aan afvoerleidingen);
3) dat de worteldoorschietingen van de boom zo ernstig zijn dat met incidentele gebruikmaking van het wortelkaprecht de hinder niet afdoende het hoofd kan worden geboden, waarbij komt dat met het kappen van de wortels de nodige risico’s gepaard gaan;
4) na een afweging van de wederzijdse belangen, dat de boom op straffe van een dwangsom moet worden verwijderd, omdat geen deugdelijke alternatieven voorhanden zijn;
5) dat [appellanten] de (partij)deskundigenkosten van [geïntimeerden] moet betalen; en
6) dat [appellanten] aan [geïntimeerden] een voorschot op een nader bij staat op te maken schadevergoeding moet betalen van € 7.490,12.
Op die gronden zijn de (primaire) vorderingen van [geïntimeerden] toegewezen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure.
Met betrekking tot de vorderingen in reconventie van [appellanten] is in het bestreden vonnis geoordeeld:
1) dat het gevorderde kapverbod wordt afgewezen omdat in conventie is geoordeeld dat de boom voor onrechtmatige hinder zorgt en moet worden verwijderd;
2) dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor toewijzing van de door [appellanten] gevorderde schadevergoeding; en
3) dat de gevorderde vergoeding van de (partij)deskundigenkosten van [appellanten] eveneens wordt afgewezen.
De vorderingen van [appellanten] zijn op die gronden afgewezen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure.
het geschil in principaal hoger beroep
3.4.1.
[appellanten] heeft in principaal hoger beroep acht genummerde grieven aangevoerd en zijn eis gewijzigd. De grieven komen er in de kern op neer dat de boom geen onrechtmatige hinder veroorzaakt (grieven 1 tot en met 3), dat de boom niet hoeft te worden verwijderd (grieven 4 en 5), dat de gevorderde snoei van alle doorschietende wortels en overhang zou leiden tot misbruik van recht (grief 6), dat [appellanten] niet (volledig) aansprakelijk is voor de gevorderde schadevergoeding (grief 7) en dat het door [appellanten] gevorderde kapverbod moet worden toegewezen (grief 8).
[appellanten] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van zijn gewijzigde vorderingen, aldus dat het hof:
1. [geïntimeerden] verbiedt de wortels van de boom te kappen, althans niet verder of vaker te snoeien dan geadviseerd in het Pius Floris-rapport, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;
2. [geïntimeerden] verbiedt de overhangende takken van de boom te snoeien, althans niet verder of vaker te snoeien dan geadviseerd in het Pius Floris-rapport, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3. [geïntimeerden] veroordeelt tot betaling van de deskundigenkosten ad € 5.711,20, vermeerderen met de wettelijke rente;
in alle gevallen met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties.
3.4.2.
[geïntimeerden] heeft de grieven weersproken en geconcludeerd tot het - met inachtneming van de hierna te noemen wijziging van eis - bekrachtigen van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten van het hoger beroep.
3.4.3.
[geïntimeerden] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellanten] . Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
het geschil in incidenteel hoger beroep
3.5.1.
[geïntimeerden] heeft in incidenteel hoger beroep zijn eis gewijzigd, met dien verstande dat de onder sub 1 in eerste aanleg geformuleerde eis wordt uitgebreid met een meer subsidiair deel, inhoudende dat [appellanten] hoofdelijk wordt veroordeeld tot:
• het op eigen terrein, naast de gehele oprit van [geïntimeerden] en tegen de oprit van [geïntimeerden] aan, graven van een sleuf met een diepte van één meter, gemeten vanaf het perceel van [geïntimeerden] , het verwijderen van alle daarin voorkomende wortels en het verwijderd houden en het in die sleuf plaatsen van een rootbarrier (HDPE of vergelijkbaar) en het handhaven van deze rootbarrier, en
• het aanleggen van een drukspreidende groeiplaatsconstructie, zoals geadviseerd door BZ, onder de gehele lengte van de oprit, op dusdanige wijze dat het peil van de huidige oprit gehandhaafd blijft, en
• het snoeien van de overhangende begroeiing / het opkronen van de boom tot 100 centimeter, waarbij ook de hoogte van de boom dient te worden beperkt in verband met het risico van windvang als gevolg van dit snoeien en tot het driejaarlijks repeterend herhalen van deze snoei;
dit alles binnen één kalendermaand na de dag van betekening van dit arrest, op een nader tussen partijen overeen te komen tijdstip, maar uiterlijk vóór 1 december volgend op de dag van betekening van dit arrest, vermeerderd met één kalendermaand, onder verbeurte van een dwangsom.
Daarnaast heeft [geïntimeerden] gevorderd dat ook de na de inleidende dagvaarding door [persoon A] in rekening gebrachte kosten worden vergoed. De onder sub 2 in eerste aanleg gevorderde eis wordt om die reden gewijzigd, in die zin dat gevorderd wordt [appellanten] te veroordelen tot betaling aan [geïntimeerden] een bedrag groot € 7.710,13, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.2.
Op hetgeen [geïntimeerden] aan de gewijzigde eis ten grondslag heeft gelegd wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.
3.5.3.
[appellanten] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen in incidenteel hoger beroep, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten.
3.5.3.
[appellanten] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [geïntimeerden] . Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
Veroorzaakt de boom onrechtmatige hinder?
3.6.1.
[appellanten] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de boom geen onrechtmatige hinder veroorzaakt ten eerste aangevoerd dat niet alle wortels de opdruk onder de oprit van [geïntimeerden] veroorzaken: het gaat slechts om enkele dikkere voedingswortels in de bovenste laag (grief 1). Daarbij komt dat de boom op dit moment geen schade aan de fundering, leidingen en kabels van [geïntimeerden] veroorzaakt: voor zover er al een kans op toekomstige schade bestaat, is die kans onzeker en is onduidelijk op welke termijn de schade ontstaat (grief 2). Tot slot heeft [appellanten] gesteld dat, voor zover in rechte komt vast te staan dat de boom wel schade veroorzaakt, dan nog geen sprake is van onrechtmatige hinder. De opdruk van de oprit is van geringe omvang en veroorzaakt geen onrechtmatige hinder. Het belang van [appellanten] bij behoud van de boom weegt zwaarder dan dat van [geïntimeerden] bij verwijdering ervan. De aanwezigheid van de boom dient een zwaarwegend algemeen belang en een persoonlijk belang, het enkele feit dat sprake is van schade maakt niet dat sprake is van een onrechtmatige situatie en er zijn verdere omstandigheden die ertoe nopen dat geen onrechtmatige hinder wordt aangenomen, aldus [appellanten] (grief 3).
[geïntimeerden] heeft de stellingen gemotiveerd weersproken.
3.6.2.
Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het hier gaat om de rechten en verplichtingen die buren jegens elkaar hebben. De vrijheid die de eigenaar van een perceel grond heeft om zijn eigendom naar eigen inzicht in te richten en te gebruiken, vindt zijn beperking in de rechten en belangen van de eigenaar van een naburig perceel. Voor een deel worden in de wet concrete voorschriften gegeven voor de rechten en verplichtingen van de eigenaars van naburige erven (bijvoorbeeld de artikelen 5:42 BW en 5:44 BW). Daarnaast is maatgevend dat de eigenaar van een perceel grond geen fysieke inbreuk mag maken op de eigendom van zijn buurman of bij die buurman geen zodanige hinder en overlast mag veroorzaken dat zijn handelen of nalaten hem als onrechtmatig kan worden verweten (artikel 6:162 BW respectievelijk artikel 5:37 BW jo. artikel 6:162 BW).
3.6.3.
De beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend en de mogelijkheid - mede gelet op de daaraan verbonden kosten - en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen en de plaatselijke omstandigheden. Voor het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, is verder mede van belang of degene die zich beklaagt over hinder, zich ter plaatse heeft gevestigd toen de hinder veroorzakende situaties reeds bestonden. In het laatste geval zal hij eerder een zekere mate van hinder hebben te dulden.
3.6.4.
Door [appellanten] wordt erkend dat de wortels van de boom het perceel van [geïntimeerden] binnen dringen en opdruk van de bestrating van de oprit veroorzaken, met als gevolg dat de oprit van [geïntimeerden] is beschadigd. Dat niet alle, of slechts bepaalde, wortels die opdruk zouden veroorzaken is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder niet relevant. Uit de rapporten van zowel [persoon A] als Bomenservice Zuid volgt dat sprake is van ernstige oneffenheden en hinder als gevolg van de wortelgroei. De oprit wordt enkele centimeters (intussen ongeveer 9 cm) opgedrukt, hetgeen materiële schade aan de oprit en struikelgevaar tot gevolg heeft. Ook in het rapport van Pius Floris wordt vastgesteld dat de RAW-normen voor wortelopdruk behoorlijk worden overschreden. Van geringe opdruk, zoals [appellanten] stelt, is geen sprake. Nu niet is betwist dat de door [geïntimeerden] geleden schade wordt veroorzaakt door de doorschietende wortels van de boom van [appellanten] , is naar het oordeel van het hof sprake van zaaksbeschadiging, hinder en gevaarzetting als gevolg van de boom.
3.6.5.
Daarnaast heeft [geïntimeerden] voldoende onderbouwd dat er een reëel gevaar bestaat voor verdere schade aan zijn onroerend goed. Ten eerste is sprake van een aantasting die progressief van aard is en zal de wortelopdruk bij behoud van de huidige situatie toenemen, met meer schade aan onder meer de oprit en een toename van de gevaarzetting. Aannemelijk is dat de wortels blijven doorgroeien in lengte en dikte, alsook in aantal (onder andere door vertakkingen) waardoor de schade in omvang en ernst toeneemt. Dat er geen natuurlijke remming of afsterving van deze wortels is te verwachten, blijkt in voldoende mate uit de rapporten van [persoon A] . De hinder is voortdurend, toenemend en leidt tot structurele schade. Daarnaast blijkt uit de rapporten van [persoon A] voldoende dat er ook sprake is van een gevaar van schade aan fundering, leidingen en kabels. Zij heeft haar bevindingen uitvoerig onderbouwd en gedocumenteerd. Deze zijn consistent en door de verschillende actualisaties gedurende deze procedure is de ernst van het probleem duidelijk en inzichtelijk in beeld gebracht. Daaruit blijkt ook dat sprake is van een in ernst toenemend probleem.
In het rapport van Pius Floris wordt weliswaar gesteld dat de conclusies veelal op aannames berusten, maar het hof verwerpt dat betoog. [persoon A] heeft meerdere keren ter plaatse onderzoek gedaan, waarbij ook proefsleuven zijn gegraven, en heeft haar deskundig oordeel onderbouwd met diverse foto’s en verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur. Bovendien zegt ook Pius Floris dat er schade aan fundering en dergelijke kan ontstaan, maar de deskundige voegt daar aan toe dat dit niet snel zal gebeuren en dat dit alleen kan worden vastgesteld door de wortels vrij te graven en te onderzoeken. Dat is nu juist precies wat [persoon A] heeft gedaan. Van [geïntimeerden] kan in deze specifieke omstandigheden niet worden gevergd dat hij wacht tot er daadwerkelijk schade ontstaat, niet in de laatste plaats omdat dit zich ondergronds zal voordoen zodat het nagenoeg onmogelijk zal zijn om dit te monitoren en tijdig in te grijpen. Als illustratief voorbeeld voor de kracht van de wortelgroei wordt gewezen op de wortel die de plaattegel voor de achterdeur van de garage van [geïntimeerden] zodanig heeft opgedrukt dat de deur klemt (zie pagina 3 van de proces-verbaal van descente van 2 juni 2023, foto’s 6 en 7).
3.6.6.
De verwijzing door [appellanten] naar het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:17) treft geen doel. In dat arrest is bepaald dat van een inbreuk op een recht als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW niet al sprake is op grond van de enkele omstandigheid dat een gedraging letsel of zaaksbeschadiging als voorzienbaar gevolg heeft; een zodanige gedraging is in het algemeen alleen onrechtmatig als zij in strijd was met een norm van geschreven of ongeschreven recht die ertoe strekt letsel of zaaksbeschadiging te voorkomen. Dat is hier het geval: er is sprake van onrechtmatige hinder (artikel 5:37 BW jo. 6:162 BW). Bovendien heeft [appellanten] onvoldoende gesteld en onderbouwd dat hij alle zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem in deze situatie mocht worden verlangd, zowel voor wat betreft de plaatsing en situering van een boom met deze omvang, als voor wat betreft de al in een eerder stadium te nemen maatregelen om de doorgroei van wortels zoveel als mogelijk te begrenzen.
3.6.7.
Het hof onderkent de ecologische waarde van de boom, evenals de persoonlijke belangen van [appellanten] bij het behoud van de boom. Die belangen wegen echter niet op tegen het belang van [geïntimeerden] bij de gerechtvaardigde bescherming van zijn eigendommen. In deze omstandigheden ontstijgt de situatie hetgeen [geïntimeerden] als nabuur aan overlast of hinder heeft te accepteren, ook als daar een vergoeding van schade tegenover zou staan. Dit niet alleen vanwege de aard en omvang van de (dreigende) schade, maar ook vanwege de daarmee gepaard gaande onzekerheid voor [geïntimeerden] als gevolg van de ondergrondse wortelgroei. Dat de boom er al stond toen [geïntimeerden] zich ter plaatse vestigde, is niet van doorslaggevende betekenis. Op dat moment was nog geen sprake van hinder: [geïntimeerden] heeft onweersproken gesteld dat hem pas in 2018 voor het eerst bleek van de wortelopdruk. De bereidheid om de boom te onderhouden maakt het voorgaande niet anders, alleen al omdat - zoals hierna verder zal worden uitgewerkt - de maatregelen die [appellanten] bereid is te nemen, niet afdoende zijn.
3.6.8.
Dit alles brengt het hof tot het oordeel dat er sprake is van onrechtmatige hinder. De mogelijkheid die artikel 5:44 lid 2 BW aan [geïntimeerden] geeft, heft de onrechtmatigheid niet op.
3.6.9.
De grieven slagen niet.
Moet de boom worden geveld?
3.7.1.
[appellanten] heeft gesteld dat de kap van de boom niet de enige maatregel tegen de hinder is, nu er alternatieven voorhanden zijn (grief 5).
[geïntimeerden] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.7.2.
[appellanten] heeft gesteld dat door Pius Floris is geadviseerd over een onderhoudsplan waarmee een totaaloplossing wordt geboden voor alle (mogelijke) discussiepunten ten aanzien van de boom (hinder, overhang, doorschietende wortels). Daarmee kan de hinder door opdruk eenvoudig worden weggenomen en daarvoor hoeft de boom niet gekapt te worden. Van het wegnemen van andere onrechtmatige hinder kan alleen sprake zijn als die er is en van opheffing van een schadeveroorzakende situatie kan enkel sprake zijn als er schade is of dreigt: van beide is geen sprake. De boom kan behouden blijven als de hinder veroorzakende wortels onder de oprit en schuurdeur verwijderd worden en er afspraken over het onderhoud in de toekomst worden gemaakt, aldus steeds [appellanten] . In zijn memorie van grieven heeft [appellanten] twee opties voor een onderhoudsplan beschreven. Kort gezegd omvat optie 1 periodieke snoei en kap van de wortels en overhang, conform het advies van Bomenservice Zuid en steeds na beoordeling door Pius Floris. Optie 2, waarover [appellanten] heeft aangegeven deze kostbare maatregelen zo nodig “te overwegen en uit te voeren”, bestaat uit een combinatie van verdergaande maatregelen (ofwel rootbarriers/rootcontrol, ofwel een drukspreidende groeiplaatsconstructie) en reductie-snoei.
3.7.3.
Het hof stelt allereerst voorop dat de onrechtmatige hinder verdergaand is dan enkel de wortelopdruk die zich manifesteert in de oprit en herhaalt dat sprake is van een progressieve situatie. Het uitgangspunt van [appellanten] op basis waarvan zijn stellingen zijn geformuleerd, is in dit opzicht dus al onjuist. [persoon A] heeft in haar rapporten aangegeven dat de schadeontwikkeling niet te stoppen is zonder ingrijpende maatregelen. Het hof stelt verder vast dat uit het rapport van Bomenservice Zuid noch uit dat van Pius Floris volgt dat enkel snoeien en kappen van de wortels en overhang afdoende is.
In het tweede rapport van Bomenservice Zuid (zie hiervoor rov. 3.2.12.) staat immers 1) dat het verwijderen van de bovenste 20 centimeter van de wortels onder de huidige bestrating slechts een eerste stap is richting de vermindering van overlast, 2) dat de optie om alleen opnieuw straatzand op te brengen en vervolgens de bestrating weer dicht te leggen wordt afgeraden, omdat er binnen 2 tot 3 jaar weer opdruk als vanouds is te verwachten en tot slot 3) dat een drukspreidende groeiplaatsconstructie, een zogenaamde sandwichconstructie, de beste optie lijkt om opdruk in de toekomst zo lang mogelijk tegen te gaan, terwijl de boom behouden blijft.
In het rapport van Pius Floris (hiervoor in rov. 3.2.13.) wordt in antwoord op de aan de deskundige gestelde vragen naar - kort gezegd - op welke wijze de boom gesnoeid kan worden weliswaar een snoeiadvies gegeven, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de deskundige vindt dat dit een afdoende maatregel is om de wortelopdruk te bestrijden. Dat standpunt van [appellanten] berust op een onjuist lezing van het rapport. Immers, de deskundige heeft ook toegelicht dat het vellen van de boom zoals door [persoon A] is geadviseerd niet de enige optie is om de opdruk van de wortels te voorkomen: de fundering van de oprit opbouwen met sandwichkratten, aan de tuinzijde van [geïntimeerden] de oprit afsluiten met rootbarrierpanelen of het verplaatsen van de oprit worden door Pius Floris als beschikbare alternatieve opties benoemd. Het opbreken van de wortels en deze verwijderen en opnieuw bestraten is als een tijdelijke oplossing benoemd, die iedere paar jaar herhaald zal moeten worden. Naar het oordeel van het hof kan dit in redelijkheid niet van een nabuur worden verwacht, nog daargelaten dat het probleem daarmee niet is opgelost. Voor het beschermen van de fundering en kabels/leidingen is volgens Pius Floris immers nodig dat rootbarriers en/of rootcontrol worden aangebracht.
3.7.4.
Uit het voorgaande volgt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de door [appellanten] genoemde optie 1 toereikend is.
3.7.5.
Datzelfde geldt naar het oordeel van het hof voor de als optie 2 geopperde verdergaande maatregelen. Het hof leidt uit de verschillende rapporten af dat het aanbrengen van alleen een sandwichconstructie onvoldoende is: ook dat is een tijdelijke oplossing voor de wortelopdruk en daarmee wordt bovendien niet voorkomen dat de wortels verder groeien in de richting van de fundering, leidingen en kabels op het terrein van [geïntimeerden] . Het aanbrengen van de rootbarriers zou mogelijk een oplossing kunnen zijn, maar vanwege de omvang, groeikracht en wortelstructuur van de boom en de in verband daarmee volgens [geïntimeerden] aan te houden diepte - op relatief korte afstand van de boom - bestaat een reëel gevaar voor afsterven van de boom of de stabiliteit (windworp). Dat de ingrijpende wortelkap die volgens deskundigen in dit geval nodig is, een gevaar oplevert voor de boom, wordt door [appellanten] niet betwist. Het hof verwijst tot slot naar de rapporten van [persoon A] , meer in het bijzonder naar het rapport van november 2025, waarin zij het in de samenvatting als volgt heeft verwoord:
“De door de boomeigenaar voorgestelde maatregelen - zoals wortelwering, wortelgeleiding, een boombunker of een sandwichconstructie - bieden slechts schijnoplossingen. Zij zijn uitsluitend preventief toepasbaar en voorzien niet in het verwijderen van de reeds aanwezige, verdikte wortels die nu schade veroorzaken en in de nabije toekomst voorzienbare schade zullen veroorzaken; die wortels zouden allemaal verwijderd moeten worden maar kunnen niet zomaar verwijderd worden zonder de boom ernstig te verzwakken en de stabiliteit ernstig in gevaar te brengen. Zonder verwijdering van deze wortels zal het probleem zich voortzetten en verergeren.”
Al met al heeft [appellanten] naar het oordeel van het hof onvoldoende uitgewerkt dat - en in welke specifieke vorm - optie 2 een redelijk alternatief is voor het vellen van de boom.
Dat betekent dat het hof tot de conclusie komt dat geen deugdelijk alternatief voorhanden is.
3.7.6.
Dat brengt het hof tot de slotsom dat het vellen van de boom de aangewezen maatregel is om de onrechtmatige toestand op te heffen.
3.7.7.
De grief slaagt niet.
Maakt [geïntimeerden] terecht aanspraak op schadevergoeding?
3.8.1.
[appellanten] heeft aangevoerd dat hij niet aansprakelijk is voor de schade van [geïntimeerden] . Voor zover het hof zou oordelen dat dit wel het geval is, dan hooguit voor een bedrag van € 3.800,-. Ook de deskundigenkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, aldus [appellanten] (grief 7).
[geïntimeerden] heeft de standpunten gemotiveerd weersproken.
3.8.2.
Uit hetgeen het hof hiervoor al heeft overwogen, volgt al dat geen sprake is van beperkte schade die [geïntimeerden] als buur “op de koop toe moet nemen”. Uit de rapporten en de foto’s volgt genoegzaam dat geen sprake is van ‘normale’ slijtage aan de oprit. [appellanten] is aansprakelijk voor de schade die de boom op het perceel van [geïntimeerden] (heeft) veroorzaakt.
3.8.3.
De vraag ligt vervolgens voor of het door de rechtbank toegewezen voorschot op de schadevergoeding stand houdt. Onder verwijzing naar een door hem ingebracht rapport van [persoon D] van CED Nederland van 18 juli 2024, heeft [appellanten] betoogd dat de kosten van herstel van de oprit € 3.800,- inclusief btw bedragen. Voor vergoeding van het meerdere is volgens hem geen plaats. Het hof verwerpt dat standpunt. [geïntimeerden] heeft er ten eerste terecht op gewezen dat in dit bedrag niet is begrepen het rooien van de wortels onder de oprit: zie de opmerking van de deskundige daarover op pagina 4, eerste alinea. Daarmee wordt al een deel van het verschil verklaard. Daarbij komt dat [appellanten] nog steeds niet voldoende heeft onderbouwd dat het mogelijk zou zijn om slechts plaatselijk gedeeltes van de oprit (volgens de deskundige circa 60%) opnieuw te beklinkeren. Dit geldt temeer nu sinds de datum van de offerte van Houben Outdoor, te weten 22 februari 2022, enkele jaren zijn verstreken en de situatie aantoonbaar is verslechterd. Dat maakt dat het hof de schatting van het voorschot, vooruitlopend op de schadestaatprocedure, op een bedrag van € 7.490,12 redelijk oordeelt.
3.8.4.
De standpunten over de kosten van de deskundige zal het hof hierna in rov. 3.10.1 en verder bespreken. De grief slaagt niet.
De grieven ten aanzien van de snoei en kap
3.9.1.
Met zijn grieven 4 en 6 stelt [appellanten] dat niet alle wortels die schade (dreigen) te veroorzaken kunnen en moeten worden verwijderd: verwijdering van alle doorschietende wortels brengt grote risico’s met zich mee, zodat [geïntimeerden] dat niet in redelijkheid kan verlangen. Ook heeft hij aangevoerd een gerechtvaardigd belang te hebben bij een verbod op snoei die verder gaat dan het advies in het PF-rapport (grief 8).
[geïntimeerden] heeft zich gemotiveerd verweerd.
3.9.2.
Vanwege het oordeel dat de boom zal moeten worden geveld, heeft [appellanten] geen belang bij een beoordeling van deze grieven. Ze treffen derhalve geen doel.
De kosten van de deskundigen
3.10.1.
[appellanten] heeft zijn eis gewijzigd en vergoeding van de door hem gemaakte deskundigenkosten gevorderd. Nu hij niet wordt gevolgd in zijn verweer en zijn vorderingen worden afgewezen, deelt deze vordering in dat lot.
3.10.2.
[geïntimeerden] heeft gesteld dat de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige [persoon A] gedurende de procedure zijn opgelopen tot een bedrag van € 7.710,13 (in totaal). Hij vordert na wijziging van eis vergoeding van dat bedrag.
[appellanten] heeft aangevoerd dat er geen reden is om deze kosten te vergoeden omdat de vorderingen van [geïntimeerden] afgewezen moeten worden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [appellanten] ook de noodzaak van de kosten betwist.
3.10.3.
Naar het oordeel van het hof waren, in de gegeven omstandigheden, de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk en zijn de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk, zodat ze op de voet van artikel 6:96 lid 2 onder b BW voor vergoeding in aanmerking komen. Dat [persoon A] meerdere rapporten heeft opgesteld, oordeelt het hof in de omstandigheden van dit geval niet onredelijk. Daarbij zijn met name van belang de progressieve aard van de situatie en de door [appellanten] ingenomen standpunten en door hem overgelegde deskundigenrapporten.
3.10.4.
De gewijzigde eis van [geïntimeerden] ligt in zoverre voor toewijzing gereed.
Conclusie
3.11.1.
Het principaal hoger beroep van [appellanten] treft geen doel. Het incidenteel hoger beroep van [geïntimeerden] slaagt. De gewijzigde eis sub 2 wordt toegewezen. Het vonnis wordt voor het overige bekrachtigd.
3.11.2.
Het hof zal [appellanten] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep veroordelen.
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] zullen vastgesteld worden op:
Griffierechten € 349,-
Salaris advocaat € 3.642,- (3 punt(en) x tarief II)
Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.169,-
3.11.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.11.4.
Bij een veroordeling van twee of meer partijen tot betaling van de proceskosten, geldt als uitgangspunt dat zij ieder voor het geheel aansprakelijk zijn en dus hoofdelijk zijn verbonden tot nakoming van die veroordeling. Daartoe is niet vereist dat de in het gelijk gestelde partij heeft gevorderd of verzocht dat de veroordeling van de wederpartijen in de proceskosten hoofdelijk zal worden toegewezen. De rechter kan in de omstandigheden van het geval aanleiding zien om anders te bepalen, bijvoorbeeld als de in de kosten te veroordelen partijen niet bij dezelfde advocaat of gemachtigde zijn verschenen en geen gelijkluidend verweer hebben gevoerd. Daarvoor bestaat geen aanleiding.
4De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover [appellanten] is veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag van € 1.149,50 ter zake van de factuur van Groenvisie [persoon A] (rov. 6.3 van het bestreden vonnis);
in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [appellanten] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag groot € 7.710,13, ter zake de facturen van Groenvisie [persoon A] , te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.149,50 vanaf 18 mei 2022 en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.560,63 vanaf 18 februari 2025, in beide gevallen steeds tot aan de dag der algehele voldoening;
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;
veroordeelt [appellanten] hoofdelijk in de proceskosten van het principaal en incidenteel hoger beroep van € 4.169,-, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [appellanten] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellanten] € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;
veroordeelt [appellanten] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;
wijst het meer of anders gevorderde af;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.J.M. van Lanen, N.W.M. van den Heuvel en W.F.R. Rinzema en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.
griffier rolraadsheer