Conclusie AG. Telkens bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging (art. 341 (oud) Sr); medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 Sr); telkens: als bestuurder van een rechtspersoon, wettelijk
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
appartementsrecht; 5:130 BW; besluit verhoging (voorschot) VvE-bijdrage niet gegrond op vastgestelde begroting; inzageverzoek (195 Rv)
Bestuurdersaansprakelijkheid
Vonnis op tegenspraak. Bestuurdersaansprakelijkheid. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend.
Besluiten tot ontslag bestuurder en benoeming nieuw bestuur VVE. Medewerking aan bestuurswisseling.
Beroep bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 dan wel 2:9 BW. Toestemming bestuur voor schuldovername rekening-courantschuld bij aandelentransactie levert interne bestuurdersaansprakelijkheid op. Overige vorderingen worden afgewezen.
Vordering om de bedrijfsadministratie af te geven toegewezen, inclusief inloggegevens van de software voor de digitale administratie.
Kort geding. Afwikkeling nalatenschap tussen twee broers. Medewerking verkoop perceel en vordering tot inzage en afgifte administratie.
Vrijwaring in ECLI:NL:RBAMS:2026:4848. Veroordeling in die zaak tot nakoming betalingsverplichting uit een geldleningsovereenkomst is geen schade voor Stichting Welzijn voor Moslims in Nederland, vordering tot vrijwaren daarom afgewezen.
Ontslag van stichtingsbestuurder wegens gewichtige redenen.
De rechtbank veroordeelt verdachte voor de misdrijven 323a, 343, 344a Sr. Verdachte heeft zich als feitelijke leidinggever schuldig gemaakt aan subsidiefraude en - als bestuurder - zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. NOW en TVL. Schending adminstratieplicht. Strafopl
Bestuurdersaansprakelijkheid
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. De curator in het faillissement van <gefailleerde> B.V. spreekt de twee bestuurders aan op grond van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur als vermeld in artikel 2:248 BW. De aangesproken bestuurders betwi
Verstekvonnis bestuurdersaansprakelijkheid
Verdachte heeft zich als bestuurder van een rechtspersoon schuldig gemaakt aan faillissementsfraude door – vóór het faillissement van naam bedrijf BV – buitensporig middelen te gebruiken en daarnaast geldbedragen en een auto aan de boedel te onttrekken. Ook heeft hij nagelaten om
Verdachte heeft zich als bestuurder van een rechtspersoon schuldig gemaakt aan faillissementsfraude door – vóór het faillissement van naam bedrijf BV – buitensporig middelen te gebruiken en daarnaast geldbedragen en een auto aan de boedel te onttrekken. Ook heeft zij nagelaten om
appartementsrecht; nietig of vernietigbaar besluit vve; herbevestiging van een reeds genomen besluit
Procesrecht. Onderscheid stelplicht-/gemotiveerde betwistingsfase en bewijsfase. Hoofdregel art. 150 Rv.
De bestuurders van failliet hebben geen goede administratie gevoerd. Deze onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement. De bestuurders zijn geslaagd in het ontzenuwen van dit vermoeden. Daarom geen aansprakelijkheid voor het fai
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement en administratieplicht; artikel 2:248 BW en 2:10 BW. Schending van verplichting een deugdelijke administratie te voeren en schending bewaarplicht door afgifte aan opvolgend bestuurder/aandeelhouder niet te goeder trouw.
De rechtbank veroordeelt een 56-jarige man tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Verdachte heeft samen met een ander een bedrag van € 162.570,-- aan de boedel onttrokken, t
Bestuurdersaansprakelijkheid. Twee bestuurders zijn door de curator aangesproken voor boedeltekorten in twee faillissementen van in totaal ruim 3 miljoen. Volgens de curator is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur omdat de boekhoudplicht is geschonden, maar ook door aanzienl
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW) en op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Doorstart van modeketens uit eerder faillissement, waarbij activa van passiva gescheiden worden gehouden. Opvolgend faillissement van personeelsvennootschappen
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; zelfstandig tegenverzoek; niet-ontvankelijk
De rechtbank wijst de primaire vordering van de curator tegen de bestuurder van de failliete vennootschap tot vergoeding van het faillissementstekort af. De bestuurder heeft de curator toegang verleend tot de online administratie. Op de curator rust vervolgens de verplichting die