Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:3481

2026-06-10 Civiel recht C/08/346865 / HA ZA 26-126
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-06-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/346865 / HA ZA 26-126
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis bestuurdersaansprakelijkheid

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.406 tekens)
RECHTBANK Overijssel


Civiel recht



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: C/08/346865 / HA ZA 26-126




Vonnis van 10 juni 2026




in de zaak van




MR. JETSE MICHIEL ERINGA Q.Q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ailant Bouwtech B.V.,
te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Eringa q.q.,
advocaat: mr. L.E.M. Zanderink,



tegen





1 [gedaagde 1] B.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] B.V.,2. [gedaagde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] B.V.,3. [gedaagde 3],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] ,
niet verschenen.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 februari 2026 met producties;
- het tegen [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] verleende verstek.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil


2.1

Eringa q.q. vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:248 BW voor het bedrag van de schulden van Ailant Bouwtech B.V., voor zover deze schulden niet door vereffening van ‘de overige’ (de rechtbank begrijpt: de overige baten) kunnen worden voldaan (verder: het faillissementstekort).
Daarnaast vordert Eringa q.q. dat de rechtbank [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt om aan de curator, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V., te betalen een bedrag gelijk aan het gehele faillissementstekort, zoals dit zal komen vast te staan na de te houden verificatievergadering in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V., te vermeerderen met de boedelschulden waaronder begrepen het salaris van de curator alsmede de overige faillissementskosten.
Verder vordert Eringa q.q. dat de rechtbank [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan de curator, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V., van een voorschot op het faillissementstekort van € 350.000,00.
Tot slot vordert Eringa q.q. dat de rechtbank [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de beslagkosten van € 4.239,28 en de kosten van deze procedure te vermeerderen met de nakosten en als deze proceskosten niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald, deze kosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW).




2.2
Eringa q.q. legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. Bij vonnis van 2 december 2025 is Ailant Bouwtech B.V. door de rechtbank Overijssel in staat van faillissement verklaard. Eringa q.q. is aangesteld als curator. [gedaagde 1] B.V. is enig bestuurder van Ailant Bouwtech B.V.; [gedaagde 2] B.V. is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 3] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 2] B.V. Volgens Eringa q.q. was [gedaagde 3] daarmee feitelijk als middellijk bestuurder verantwoordelijk voor het gevoerde beleid van Ailant Bouwtech B.V.


Eringa q.q. voert allereerst aan dat het bestuur van Ailant Bouwtech B.V. zijn taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:248 lid 2 BW in samenhang met artikel 2:11 BW, omdat het bestuur niet heeft voldaan aan de administratie- en publicatieplicht (artikel 2:10 BW respectievelijk artikel 2:394 BW): er is geen bijgewerkte administratie beschikbaar, de jaarrekeningen over 2017 en 2018 zijn te laat gepubliceerd en de jaarrekeningen over de jaren 2020 en daarna zijn überhaupt niet opgemaakt en gepubliceerd. De onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V.



Eringa q.q. voert daarnaast aan dat het voorlopige faillissementstekort ten tijde van de aansprakelijkheidsstelling een bedrag van € 544.948,86 bedraagt, bestaande uit € 151.307,82 aan ingediende vorderingen van de concurrente crediteuren en € 379.523,58 aan ingediende vorderingen van preferente crediteuren. De voorzieningenrechter heeft op 12 februari 2026 verlof verleend voor het leggen van conservatoir beslag op het aandeel van [gedaagde 3] in de woning van [gedaagde 3] en [naam] aan de [adres] . De deurwaarder heeft op 13 februari 2026 beslag gelegd en dit beslag ingeschreven bij het Kadaster. Het beslag is op 16 februari 2026 aan [gedaagde 3] betekend.




2.3

[gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van Eringa q.q.






3De beoordeling


3.1
Tegen [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] is verstek verleend, omdat zij -hoewel goed opgeroepen- niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door Eringa q.q. ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van Eringa q.q. gelet op voornoemd kader toewijsbaar, met inachtneming van het volgende.



3.2
De curator vordert het faillissementstekort na verificatievergadering, te vermeerderen met de boedelschulden en de overige faillissementskosten. De rechtbank verstaat onder het op grond van artikel 2:248 BW toewijsbare tekort alle schulden die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, ongeacht of het préfaillissementschulden of boedelschulden zijn.



De beslagkosten





3.3

Eringa q.q. vordert dat [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de beslagkosten voor de vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid voor het tekort in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V. Uit het overgelegde beslagexploot blijkt dat enkel ten laste van [gedaagde 3] beslag is gelegd op het aandeel van [gedaagde 3] in de woning van [gedaagde 3] en [naam]. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv alleen toewijsbaar tegenover [gedaagde 3] .
De beslagkosten worden vastgesteld op € 396,28 (€ 305,28 + € 91,00) voor kosten deurwaardersexploten, € 341,00 voor griffierecht en € 3.502,00 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 3.502,00), totaal € 4.239,28.




De proceskosten





3.4

[gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eringa q.q. worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


133,24







- griffierecht


€


2.462,00







- salaris advocaat


€


2.885,00


(1 punt × € 2.885,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


5.669,24











3.5
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



3.6
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.






4De beslissing


De rechtbank



4.1
verklaart voor recht dat [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:248 BW voor het bedrag van de schulden van Ailant Bouwtech B.V., voor zover deze schulden niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan;



4.2
veroordeelt [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk om aan de curator, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V., te betalen, des dat de één heeft betaald de ander zal zijn bevrijd, een bedrag gelijk aan het gehele faillissementstekort als omschreven in dictumonderdeel 4.1, zoals dit zal komen vast te staan na de te houden verificatievergadering in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V.;



4.3
veroordeelt [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk, des de één heeft betaald de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan de curator, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V., van een voorschot op het faillissementstekort van € 350.000,00;



4.4
veroordeelt [gedaagde 3] tot betaling aan Eringa q.q. van de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 4.239,28;



4.5
veroordeelt [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk in de proceskosten van € 5.669,24, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;



4.6
veroordeelt [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald;



4.7
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.





Als bij dit vonnis een vordering tegen u is toegewezen, kunt u bij de rechtbank daartegen in verzet komen. Het verzet moet namens u door een advocaat worden ingesteld. Voor het instellen van dit rechtsmiddel geldt slechts een korte termijn. Als u in verzet wilt komen, dient u zich dus zo spoedig mogelijk tot een advocaat te wenden.

Mocht u op grond van onvoldoende financiële draagkracht niet in staat zijn de kosten daarvan te dragen, dan kunt u wellicht aanspraak maken op toevoeging van een bij de raad voor rechtsbijstand ingeschreven advocaat. Inlichtingen daarover zijn te verkrijgen bij het Juridisch Loket.