Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover individuele aandeelhouder; behoorlijke taakvervulling, art. 2:9 BW van overeenkomstige toepassing; maatstaf. Procesrecht; omvang rechtsstrijd partijen in appel, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen, nieuwe stelling bij pleidooi nieuw
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:11 BW
Genoemd in 866 uitspraken · Officiële wettekst
866 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vermogensrecht. Verjaring. (Indirect) bestuurder van BV verstrekt namens BV geldlening aan andere BV zonder zekerheid te bedingen. Gedeeltelijke terugbetaling lening, waarna schuldenares failleert. Aansprakelijkstelling bestuurder op grond van onbehoorlijk bestuur. Is verjaring v
Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis va
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding.
Aansprakelijkheid (enig) indirect bestuurder gefailleerde dochtervennootschap; art. 6:162 BW. Substantiële betalingen aan moedervennootschap ten behoeve van managementfees. Benadeling schuldeisers dochtervennootschap. Maatstaf voor persoonlijk en ernstig verwijt; aansluiting bij
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring v
Onrechtmatige daad. Dividenduitkering van kort nadien gefailleerde dochtervennootschap aan enig aandeelhoudster na daartoe strekkend besluit laatstgenoemde en verkoop van deze vordering. Curator bevoegd? Onrechtmatigheid “geldig” besluit? Verificatie. Besluit dat reserves vrijwel
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlij
Ondernemingsrecht. Beroep op bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a, BW, dat in de gegeven omstandigheden niet kan steunen op de ratio daarvan, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a, BW str
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van BV ontslaat bestuurder zonder kennisneming van diens raadgevende stem (art. 2:227 lid 7 BW). Klacht tegen oordeel hof dat ontslagbesluit vernietigbaar is (art. 2:15 BW) en niet nietig (art. 2:14 BW
Appelprocesrecht; devolutieve werking. Rechtspersonenrecht; vordering tot vernietiging van besluit tot statutenwijziging wegens strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 2:15 lid 1, onder b, BW). In eerste aanleg bij wijze van verweer gedaan beroep op art. 3:53 lid 2
Vennootschapsrecht. Tussentijdse uitkering van dividend. Vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW), onrechtmatig handelen jegens schuldeisers van de vennootschap (art. 6:162 BW) en nietigheid/vernietigbaarheid van dividendbesluit (
Vennootschapsrecht; faillissementsrecht; procesrecht; bestuurder, kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; aansprakelijkheid; strekking 2:11 en 2:248 lid 7 BW; onverschuldigde betaling; door de rechter zelf aangedragen rechtsgrond.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Prejudiciële vraag. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder van rechtspersoon die bestuurder van andere rechtspersoon is, art. 2:11 BW. Concernverhouding, Nederlandse rechtspersoon, buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Toepasselijk recht, Nederlands internationaal privaat
Vennootschapsrechtelijke en arbeidsrechtelijke toetsing van ontslagbesluit bestuurder die een arbeidsovereenkomst met BV heeft. Toetsing aan art. 2:11 BW lid 1 aanhef en onder c BW (thans art. 2:15 lid 1 sub b BW). Onjuist is dat een ontslagen bestuurder van een BV waarmee een a
De rechtbank verbiedt de gedaagden om beschuldigen te uiten over de eiser, onderzoek te (laten) doen naar het handelen van de eiser en publicaties over en persoonsgegevens van de eiser te publiceren of te verspreiden. Verder veroordeelt de rechtbank aan gedaagde 7 om een rectific
Onrechtmatig handelen door gebruikmaken van dubbelrol adviseur van concurrent; schending waarheidsplicht; verlies van een kans op succes in tenderprocedure voldoende aannemelijk.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Doorbraak op de voet van art. 2:11 BW ook in geval (indirect) bestuurder in buitenland (België) is gevestigd? Ingevolge art. 3, aanhef en onder e, Wet conflictenrecht corporaties beheerst het op de corporatie toepasselij
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
Kwalificatie rechtsbetrekking. Meerpartijenovereenkomsten tussen individuele investeerders en twee vennootschappen. Art. 6:213 BW en art. 6:279 BW. Eén vennootschap tekortgeschoten in nakoming verbintenis. Overeenkomsten terecht ontbonden. Vennootschappen moeten inleg aan investe
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Bestuurder heeft leningen verstrekt aan een (onbekende) derde zonder rente- en aflossingsverplichtingen vast te leggen en zonder zekerheden te bedingen. Aan de bestuurder kom geen beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 BW toe.
Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Reikwijdte van art. 6:89 BW-klachtplicht en vordering uit art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid / onverschuldigde betaling. Maatstaf voor art. 2:9 BW-bestuurdersaansp
Belastingdienst versus (bestuurders/medewerkers van) trustkantoren. Hof: 1. Legaliteitsbeginsel op het gebied van de belastingheffing. Doorwerking. In een geval waarin het belastingrecht geen mogelijkheden (meer) biedt te doen vaststellen dat een bedrag waarop de Staat of de Ontv
Procesrecht. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen. Klachten over de niet op elkaar aansluitende motivering in het tussenarrest en het eindarrest.