Verbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van toepassing op regresvorderingen uit hoofde van art. 6:10 BW. Vijfjarige verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 vangt niet eerder aan dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden,
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:248 BW
Genoemd in 1.261 uitspraken · Officiële wettekst
1.261 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
-
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsvordering van curator op voet van art. 2:248 BW tegen bestuurder van gefailleerde vennootschap; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, ontzenuwen van wettelijk vermoeden bij een van buiten komende oorzaak, stelplicht- en bewijslastverdeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Motivering onbehoorlijke taakvervulling. Kostenveroordeling bij incidenteel beroep.
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring voor de te late publi
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulling wegens schending
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling onbehoorlijke taakvervulling. Boekhoudplicht art. 2:10 lid 1 BW; maatstaf; HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper). Elementen die van belang kunnen zijn bij bean
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
Derde misbruikwet. Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement ex art. 2:248 BW. Openbaar maken van de jaarrekening ex art. 2:394 BW. Besluit tot verlenging termijn voor opmaken jaarrekening ex art. 2:210 BW; onbelangrijk verzuim. Eisen te stellen aan de administratie van een vennootschap.
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW). Onbelangrijk verzuim dat niet in aanmerking wordt genomen (lid 2) ziet op onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, niet op aandeel van individuele bestuurder. Termijnoverschrijding openbaarmaking jaarrekening (
Vermogensrecht. Verjaring. Advocaat aansprakelijk voor niet tijdig stuiten van verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW van vordering (van degenen die vanwege een dividenduitkering ingevolge art. 2:248 BW aansprakelijk zijn voor tekort in boedel) op adviseur die hen heeft aangeraden deze dividenduitkering t
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren, een belangrijke oor
-
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Valt de procedure tot faillietverklaring onder het bereik van art. 6 EVRM; recht op openbare behandeling? Gevolgen niet voldoen aan boekhoudplicht en publicatieplicht; reikwijdte art. 2:248 lid 2 BW. Mag het faillissement van een bestuurder worden u
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onbehoorlijk bestuur? Lening (aanwending vreemd vermogen) met oog op nemen of verkrijgen aandelen in strijd met art. 2:207c lid 2 BW, onder meer in verband met hoogte uitkeerbare reserves? Stelplicht en bewijslast kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. A
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onder meer klacht over betekenis van zinsnede uit wetsgeschiedenis dat feitelijke terzijdestelling van formele bestuur vereist is om iemand als feitelijk beleidsbepaler ("beleidsbepaler als ware hij bestuurder”) in zin van art. 2:248 li
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk gemotiveerd met uitdr
-
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontvankelijk. Belanghebb
Faillissementsrecht. Verzoek curator tot aangaan vaststellingsovereenkomst met wederpartij (art. 104 Fw). Ontvankelijkheid hoger beroep van wederpartij tegen afwijzende beschikking rechter-commissaris, art. 67 Fw. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 426 lid 1 Rv.
Ondernemingsrecht, bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248 BW. Limitatieve opsomming matigingsgronden art. 2:248 lid 4, eerste zin, BW?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
Insolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art. 87 lid 1 Fw. Maatstaf; eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met art. 5 en 6 EVRM. Ontvankelijkheid van door rechter-commissaris tegen beschikking ingesteld rechtsmiddel
-
Faillissementsrecht. Machtiging als bedoeld in art. 68 lid 2 F. tot aanspannen van procedure door curator; partij in de zin van art. 69 F.; wederpartij geen recht van hoger beroep ex art. 67 lid 1.
-
-
Insolventierecht. Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Verzoek tot cessie aan concurrent schuldeiser van vordering ex art. 2:248 lid 2 BW terecht verworpen door curator? Het strookt niet met het systeem van art. 2:248 lid 2 BW dat een derde zich de vordering van de curator zou kunnen doen
11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C01/206HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Rudolphus Gerardus Bruno HERMSEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van BAS-C B.V., wonende te Tilburg, EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n [Verweerde
Vennootschapsrecht. Tussentijdse uitkering van dividend. Vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW), onrechtmatig handelen jegens schuldeisers van de vennootschap (art. 6:162 BW) en nietigheid/vernietigbaarheid van dividendbesluit (art. 2:216 (oud) BW
Een renteswap is een complex en risicovol financieel instrument. Op de Bank rust een bijzondere zorgplicht om de cliënt niet mis te verstane bewoordingen te waarschuwen voor de aan dit instrument verbonden risico’s, in het bijzonder het risico van een negatieve markwaarde bij voortijdige beëindiging
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
Vennootschapsrecht; faillissementsrecht; procesrecht; bestuurder, kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; aansprakelijkheid; strekking 2:11 en 2:248 lid 7 BW; onverschuldigde betaling; door de rechter zelf aangedragen rechtsgrond.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Pandrecht op aandelen, stemrecht overgegaan op pandhouder (art. 2:198 lid 3 BW). Vordering dat stemrecht weer op aandeelhouder overgaat (art. 2:342 BW); heeft pandhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig geschaad dat in redelijkheid nie
Prejudiciële vraag. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder van rechtspersoon die bestuurder van andere rechtspersoon is, art. 2:11 BW. Concernverhouding, Nederlandse rechtspersoon, buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Toepasselijk recht, Nederlands internationaal privaatrecht, art. 10:119 a
Faillissementsfraude. Als bestuurder van failliet verklaarde rechtspersoon niet voldoen aan administratie- bewaar- en afgifteplicht, meermalen gepleegd (art. 343.4 (oud) Sr). 1. Kwalificatieklacht. Is sprake van “meermalen gepleegd”. 2. Verandering van wetgeving, verlaagd strafmaximum. Heeft hof ver
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuldenaar (art. 6:145 BW
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontvankelijk. Belanghebb
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Doorbraak op de voet van art. 2:11 BW ook in geval (indirect) bestuurder in buitenland (België) is gevestigd? Ingevolge art. 3, aanhef en onder e, Wet conflictenrecht corporaties beheerst het op de corporatie toepasselijke recht onder meer
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW: wettelijke rente over het tekort van de boedel
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator en de feitelijk bestuurder van de failliete vennootschap over aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor het faillissementstekort.
Art. 81 RO. Faillissement. Aansprakelijkheid feitelijk beleidsbepaler; art. 2:248 lid 7 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsvordering van curator op voet van art. 2:248 BW tegen bestuurder van gefailleerde vennootschap; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, ontzenuwen van wettelijk vermoeden bij een van buiten komende oorzaak, stelplicht- en bewijslastverdeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Publicatie- en administratieplicht geschonden; ook overigens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (feitelijk beleidsbepaler). Onvoldoende onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Gee
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art. 2:248 lid 4 BW.
Peeters/Gatzen-vordering; aansprakelijkheid extern insolventie-adviseur; gezamenlijkheid van schuldeisers;
Ook na turboliquidatie kan vennootschap failliet verklaard worden.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
5 maart 2004 Eerste Kamer Nr. R03/115HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Robert Jan VAN GALEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van B.V. [A], kantoor houdende te Amsterdam, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, t e g e
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Limitatieve opsomming matigingsgronden in art. 2:248 lid 4 BW. Matiging aansprakelijkheid tot 10% van het boedeltekort onjuist of onbegrijpelijk?
Invordering; art. 36 IW 1990, art. 2:248 BW, art. 36.1 Leidraad IW 2008; aansprakelijkstelling door ontvanger na schikking met curator.
Arbeidsrecht en vennootschapsrecht. Is gewezen werknemer als (statutair) bestuurder van zijn werkgever benoemd en in die hoedanigheid ontslagen? Samenhang met HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:781.
Onrechtmatige daad. Onrechtmatig handelen door onder valse voorwendselen een bank ertoe te bewegen gelden uit hoofde van een financieringsovereenkomst ter hoogte van enkele miljoenen euro’s te storten als gevolg waarvan de bank substantiële schade heeft geleden.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands of Arubaans recht? Had hof de aansprakelijkheid ambtshalve moeten beoordelen naar Arubaans recht?
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontvankelijk. Belanghebb
Bestuurdersaansprakelijkheid ogv 2:248 BW. De omvang van de boekhoudverplichting als bedoeld in artikel 2:10 BW. Weerlegging van het in artikel 2:248 lid 2 BW gegeven vermoeden door het aanwijzen van andere feiten en omstandigheden die oorzaak van het faillissement zijn geweest. Verrekeningsproblema
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulling wegens schending
28 april 2000 Eerste Kamer Nr. C99/087HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van J. Domp B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr G. Snijders, t e g e n MONTE
Verjaring van het recht op dwanginvordering van belastingschulden.
Beleggingsverzekering. Collectieve actie tegen Aegon over het KoersPlan, het VermogensPlan en het FundPlan. Wilsovereenstemming over de kosten op grond van indirecte transparantie? Bedingen oneerlijk? Is voldaan aan informatieverplichtingen? Bijzondere zorgplicht om te waarschuwen voor het crashrisi
Aansprakelijkheid gerechtsdeskundige. Waardering van aandelen in een verdelingsprocedure. Aansprakelijkheidsmaatstaf.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248, 2:9 en 6:162 BW. Zie voor het cassatieberoep in deze zaak: ECLI:NL:HR:2023:967.
Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid van bestuurder en beleidsbepaler (art. 2:248 BW) en commissaris (art. 2:259 BW jo. art. 2:248 BW). Aansprakelijkheid van enig aandeelhouder (art. 6:162 BW).
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuldenaar (art. 6:145 BW
(Indirecte) bestuurders veroordeeld tot betaling van boedeltekort op grond van art. 2: 248 BW. Schending boekhoudplicht. Bewijsvermoeden niet weerlegd. Beroep op disculpatie verworpen. Geen redenen voor matiging. Voldoende grond toewijzing voorschot.
ongeoorloofde dividenduitkering; art.. 2:216 BW; art. 42 en 45 Fw; onrechtmatige daad. Zie voorts: ECLI:NL:GHARL:2015:302 ECLI:NL:PHR:2016:534 ECLI:NL:HR:2016:2172
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Selectieve betaling in zicht van faillissement. Maatstaf voor aansprakelijkheid bestuurder.
Procesrecht. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen. Klachten over de niet op elkaar aansluitende motivering in het tussenarrest en het eindarrest.
Aansprakelijkheid feitelijk beleidsbepaler op grond van artikel 2:248 lid 7 BW.
Aansprakelijkheid statutair bestuurder en feitelijk bestuurder voor boedeltekort wegens niet opnemen voorziening op balans en verlenen van medewerking aan dividenduitkeringen. Vennootschap aan te groot financieel risico blootgesteld. Ook aansprakelijkheid commissaris wegens onbehoorlijke taakvervull
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Motivering onbehoorlijke taakvervulling. Kostenveroordeling bij incidenteel beroep.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Medewerking bestuurder aan totstandkoming en uitvoering dividendbesluit in het kader van een overname. Vorderingen curator jegens (indirect) bestuurder, primair op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair op grond van onrechtmatige daad. Voorts beroep op nie
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW in Megahome-faillissementen. De rechtbank oordeelt over de (reikwijdte van) de administratieplicht ex artikel 2:10 BW en komt tot de conclusie dat deze in casu niet is geschonden. De rechtbank neemt echter wel bestuurdersaansprakelijkheid aan wegens o
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat twee van de drie gedaagden hun taak als bestuurder van een zorgstichting onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Derde gedaagde geen feitelijk beleidsbepaler en dus niet met een bestuurde
Prospectusaansprakelijkheid. Bestuurdersaansprakelijkheid in verband met misleidende brochures voor uitgifte van obligaties. Wetenschap van benadeling obligatiehouders. Voorzienbaarheid van de schade.
Faillissement. Aansprakelijkheid (indirect) bestuurder? Niet wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling; wel wegens overdracht van activa voor te geringe prijs. Analoge toepassing van art. 2:23a BW. Ook de verkrijgende partij, die dezelfde (indirecte) bestuurder heeft, is aansprakelijk.
Onbehoorlijke taakvervulling bestuurder (art. 2:248). Aandeelhouder wordt als medebeleidsbepaler in de zin van lid 7 van art. 2:248 BW aangemerkt.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren, een belangrijke oor
Niet is komen vast te staan dat de activa van de failliete vennootschap voor een te laag bedrag zijn verkocht. Daardoor is schade of benadeling van schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden niet komen vast te staan. Ook overigens is in dit verband onvoldoende gesteld om daaraan de door de curator be
Afgewezen vordering ex artikel 2: 248 BW in samenhang met 2:10 BW wegens niet (volledig) aangeleverde administratie. Bewijslastverdeling. Beroep op pauliana verjaard.
Faillissement van het Vilenzo concern. Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen. Onderzoek naar de oorzaken van het faillissement heeft meer dan 6 jaar geduurd. Vanwege het lange tijdsverloop tussen het uitspreken van de faillissementen van Vilenzo International en de dochtervennootschappen e
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending publicatieplicht. Dividenduitkering. Op verschillende punten is niet voldaan aan de uit de artikelen 2:10 en 2:394 BW voorvloeiende administratie- en publicatieverplichtingen. Ernstiger dan deze formele tekortkomingen acht de rechtbank de beslissing van het be
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW). Onbelangrijk verzuim dat niet in aanmerking wordt genomen (lid 2) ziet op onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, niet op aandeel van individuele bestuurder. Termijnoverschrijding openbaarmaking jaarrekening (
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring voor de te late publi
Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Vermindering aansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 4 BW; hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder in geval van faillissement wegens onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW is geen aansprakelijkheid jegens de gefailleerde vennootschap maar een aansprakelijkheid jeg
Wat betreft het beroep op niet-ontvankelijkheid van de curator in zijn vordering overweegt de rechtbank het volgende. De gedaagden doen een beroep op HR 16 september 2005, NJ 2006, 311 (De Bont/Bannenberg). Daarin is onder meer overwogen dat een ‘faillissementscurator (bevoegd is) in geval van benad
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator en de feitelijk bestuurder van de failliete vennootschap over aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor het faillissementstekort.
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. Verlieslatende ondernemingsactiviteiten van een eerder gefailleerde BV zijn op gelijke wijze voortgezet in een nieuw opgerichte BV die ook gefailleerd is. Het voortzetten en continueren van de verlieslatende ondernemingsactiviteiten met inherente risico’s voor
bestuurdersaansprakelijkheid, buitenlandse vennootschappen, feitelijk beleidsbepaler, publicatieplicht, disculpatie, oorzaak faillissement, andere omstandigheden, strekking cessie,
Verzet procedure. De na het verstekarrest gefailleerde natuurlijke personen zijn ontvankelijk in het niet door hun curatoren maar door henzelf ingestelde verzet, maar de procedure is van rechtswege geschorst op de voet van artikel 29 Fw. Het verzet van de twee overige opposanten wordt inhoudelijk be
Hoger beroep; bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; na ziekte bestuurster/apothekeres nam echtgenoot waar; bij ontstentenis benoemd tot statutair bestuurder; tevens feitelijk beleidsbepaler, ook als een waarnemend/beherend apotheker statutair bestuurder zou zijn geweest; volmacht sluit feit
Vennoten niet aansprakelijk naar analogie van bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan eisen Peeters/Gatzen-vordering. Geen plicht tot aanzuivering kapitaalstanden.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW toegewezen. Thuiszorgorganisatie is in 2016 failliet verklaard, volgens bestuurders als gevolg van invoering WMO. Hof oordeelt (anders dan de rechtbank) dat de onderneming voor invoering van die wet al niet meer levensvatbaar was, door finan
bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; rechtsvermoeden van onbehoorlijk bestuur ex 2:248 BW weerlegd.
Faillissementspauliana. Artikel 42 Fw.
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Bestuurdersaansprakelijkheid
bestuurdersaansprakelijkheid; boekhoudplicht verzaakt?