Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring v
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling onbehoorlijke taakvervulling. Boekhoudplicht art. 2:10 lid 1 BW; maatstaf; HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper). Elementen die van belang
Bedrieglijke bankbreuk bij rechtspersonen. Art. 343 onder 1 Sr. Het als bestuurder van een rechtspersoon onttrekken van goederen aan de boedel. Voor een bewezenverklaring van het onttrekken van goederen aan de boedel is niet vereist dat vast staat dat sprake is van “enig zelfstan
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren,
Bestuurdersaansprakelijkheid. Pensioenrecht. Bedrijfstakpensioenfonds spreekt gewezen bestuurder aan voor niet afgedragen premies (art. 23 Wet Bpf 2000). Mocht hof ervan uitgaan dat gewezen bestuurder de administratie buiten de procedure heeft gehouden? Art. 2:10 BW. Ziet melding
Bedrieglijke bankbreuk, art. 343 (oud) Sr; als bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon niet voeren van een deugdelijke administratie. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BK4797 en ECLI:NL:HR:2014:54. Falende motiveringsklacht dat handelen ter bedrieglijke verkorting van de rechten d
4 februari 2005 Eerste Kamer Nr. R04/014HR (OK 110) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats]
Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.
-
Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW: wettelijke rente over het tekort van de boedel
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsvordering van curator op voet van art. 2:248 BW tegen bestuurder van gefailleerde vennootschap; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, ontzenuwen van wettelijk vermoeden bij een van buiten komende oorzaak, stelplicht- en bewijslastverdeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Publicatie- en administratieplicht geschonden; ook overigens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (feitelijk beleidsbepaler). Onvoldoende onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillisseme
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Bestuurder heeft leningen verstrekt aan een (onbekende) derde zonder rente- en aflossingsverplichtingen vast te leggen en zonder zekerheden te bedingen. Aan de bestuurder kom geen beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 BW toe.
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art.
Bestuurdersaansprakelijkheid ogv 2:248 BW. De omvang van de boekhoudverplichting als bedoeld in artikel 2:10 BW. Weerlegging van het in artikel 2:248 lid 2 BW gegeven vermoeden door het aanwijzen van andere feiten en omstandigheden die oorzaak van het faillissement zijn geweest.
Bewijsklacht t.a.v. ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechter der schuldeisers’ a.b.i. 343 Sr. Vooropgesteld wordt dat die bewoordingen tot uitdrukking brengen dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opze
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
Art. 474g Rv. Verzoek om toestemming voor verkoop van aandelen vanwege vordering tot betaling van boetes wegens overtreding geheimhoudingsbeding in proces-verbaal van schikking. Proces-verbaal van schikking levert geen executoriale titel voor de boetes op. Afwijzing verzoek.
OK; Enquête; Afwijzing verzoek tot vaststelling van wanbeleid bij SNS Reaal N.V. en SNS Bank N.V.
Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid van bestuurder en beleidsbepaler (art. 2:248 BW) en commissaris (art. 2:259 BW jo. art. 2:248 BW). Aansprakelijkheid van enig aandeelhouder (art. 6:162 BW).
(Indirecte) bestuurders veroordeeld tot betaling van boedeltekort op grond van art. 2: 248 BW. Schending boekhoudplicht. Bewijsvermoeden niet weerlegd. Beroep op disculpatie verworpen. Geen redenen voor matiging. Voldoende grond toewijzing voorschot.
Verzoekschrift ex artikel 4:78 BW; informatie-vraag van legitimaris (niet zijnde erfgenaam) aan executeur-testamentair/enig erfgenaam (bankafschriften tot vijf jaar voor het overlijden erflaatster, op straffe van een dwangsom); toegewezen door rechtbank ; bekrachtigd door het hof