Artikelen 2:248 leden 2,3,4 en 7 BW, 2:10 en 2:11 BW. Heeft grootaandeelhouder feitelijk beleid bepaald als ware hij bestuurder? Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat grootaandeelhouder weliswaar invloed heeft gehad op het beleid maar niet is gebleken dat hij heeft o
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Ontbinding vennootschap zonder vereffening. Het achterwege laten van een vereffening na ontbinding van een vennootschap, ondanks de aanwezigheid van baten en een schuldeiser, moet als onrechtmatig worden beschouwd tegenover die schuldeiser. De rechtbank is van oordeel dat heropen
Schending boekhoudplicht art. 2:10 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid art. 2:248 lid 2 BW.
Appartementsrecht Nietigheid en/of vernietigbaarheid besluit Bevoegdheid kantonrechter Dagvaardings- of verzoekschriftprocedure
Bestuurdersaansprakelijkheid, Failliete vennootschap (indirect) gecontroleerd door dga, Onttrekking eigen vermogen voor faillissement vennootschap door agio-uitkering aan de enig aandeelhouder, Verrekening agio-uitkering met schuld aan vennootschap, Benadeling gezamenlijke schuld
persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder ex art. 248 lid 2 BW of art. 2:248 lid 1 BW; administratieplicht art. 2:10 BW
Gedaagden 1 en 2 in hoofdzaak/eisers 1 en 2 in vrijwaring zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement (2:248 lid 1 BW jo. artikel 2.11 BW)
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Handelen in strijd met artikel 2:10 BW en artikel 2:207c (oud) BW.
Vervolg op LJN BW0636. Gedaagden niet geslaagd in het bewijs dat zij de storting op de door haar genomen aandelen daadwerkelijk hebben uitgevoerd en dat dit in de boekhouding van de vennootschap is ingevoerd. Verklaring voor recht dat gedaagde sub 1 haar taak als bestuurder van
Afwijzing vordering wettelijke rente bij veroordeling van bestuurder op de voet van art. 2:248 BW, nu het berekenen van wettelijke rente over het uiteindelijke tekort zou betekenen dat na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst nog vermogen zou resteren en art. 2:248 BW
Schending boekhoudplicht (artikel 2:10 BW). Beroep op disculpatie slaagt (artikel 2:248 lid 3 BW)
De Ondernemingskamer heeft (a) vastgesteld dat de op in de beschikking genoemde onderdelen sprake is geweest van wanbeleid van Landis Group N.V. in de periode van 11 maart 1998 tot en met 10 april 2002, (b) vastgesteld dat de raad van bestuur en raad van commissarissen voor het w
Na tussenvonnis van 29 december 2010 hebben partijen zich uitgelaten over een aantal vraagpunten. In lijn met de beslissing in het tussenvonnis in rechtsoverweging 4.28 worden gedaagden 1 en 3 hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 775.149,25 op grond van hun hoofdelijke aansp
Aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement, art. 2:248 BW, onbehoorlijke taakvervulling. Het behoeft geen betoog dat als gevolg van die handelwijze van gedaagde sub 2 in de hoofdzaak – te weten het meenemen van administratie en commerciële gegevens van Pondac, het aanschrijve
incidenten tot vrijwaring en tot het overleggen van stukken ex artikel 843a Rv/223 Rv/22 Rv/162 Rv.
Curator wint ook tweede kort geding in de zaak Partrust Dit kort geding is gevolgd op het vonnis in kort geding van 14 januari 2010, waarbij S. en W. van beleggingsfonds Partrust werden geboden hun functies als bestuurder of anderszins in Ecogarant en Forest Enterprises ltd (FEL)
Onderzoek naar onder meer faillissementsfraude (Hoefijzer-onderzoek). Verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrifte en oplichting. Geheimhoudersproblematiek. Medeverdachte is geheimhouder. Doorbreking verschoningsrecht. Onherstelbare ernstige vormverzuimen ten aanzien van geh
Vennootschapsrecht; faillissementsrecht; procesrecht; bestuurder, kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; aansprakelijkheid; strekking 2:11 en 2:248 lid 7 BW; onverschuldigde betaling; door de rechter zelf aangedragen rechtsgrond.
Bij de verplichting administratie te voeren en gegevens te bewaren gaat het er niet om dat achteraf mogelijk alsnog verklaringen kunnen worden gegeven voor in de administratie opgenomen posten, maar dat uit die administratie zelf zonder al te veel moeite de rechten en de verplich
Het hof is met de curator van oordeel dat, waar [appellant 1] als bestuurder elke bemoeienis met het bestuur van Old Oak BV achterwege heeft gelaten, te zijnen aanzien reeds daarom geen grond tot matiging bestaat. Met betrekking tot [appellant 2] heeft te gelden dat deze (feiteli
-
-
-
Eindvonnis. Omvang van de rechten van de pandhouder op vermogensbestanddelen van failliet, voor en na datum faillissement. Pandrechten op NOW en TVL gelden?
OK; enquête; toewijzing; onmiddellijke voorzieningen