Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:54 Awb
Genoemd in 1.350 uitspraken · Officiële wettekst
1.350 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Procesrecht en proceskosten; art. 4:19, 8:54 en art. 8:75a Awb; Besluit proceskosten bestuursrecht. Toepassingsbereik art. 8:54 Awb. Klacht tegen ontbreken dwangsombeschikking leidt niet tot afzonderlijke procedure. Geen afzonderlijke proceskostenvergoeding ter zake van die klacht.
Art. 8:41, lid 6, Awb; Ambtshalve te verrichten onderzoek naar mogelijke gronden voor verschoonbaarheid van het niet (tijdig) betalen van griffierecht? Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank?
Procesrecht; art. 8:54 en art. 8:55 Awb; art. 47 Handvest en art. 6 EVRM; mogelijkheid voor de bestuursrechter om uitspraak te doen zonder de belanghebbende op een zitting te horen; effectieve rechterlijke bescherming van de rechten van verdediging.
Conclusie staatsraad advocaat-generaal over exceptieve toetsing Bestuursrechters moeten een algemeen verbindend voorschrift exceptief toetsen aan zowel materiële als formele algemene rechtsbeginselen. Zij moeten dat voorschrift vervolgens buiten toepassing laten of onverbindend verklaren als dat voo
Procesrecht; art. 6:8 Awb en art. 6:11 Awb; uitspraak op verzet; verschoonbaarheid termijnoverschrijding; indiening zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs kan worden verlangd.
Procesrecht; art. 6:8 Awb en art. 6:11 Awb; uitspraak op verzet; verschoonbaarheid termijnoverschrijding; is verwijtbaarheid van het niet tijdig indienen van beroepschrift gering?
Artikel 8:24, lid 2, Awb; schriftelijke machtiging; verzoek tot overlegging.
BPM. Art. 8:41, lid 6, Awb. Ambtshalve onderzoek naar mogelijke gronden voor verschoonbaarheid van het niet (tijdig) betalen van griffierecht? Ten onrechte geen beslissing op verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn?
Omzetbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; art. 2a, lid 1, letter g, Wet OB; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; de intrekking van een btw-identificatienummer is een ingevolge de belastingwet genomen besluit, maar niet een voor bezwaar of beroep vatbare beschikking; het tegen dat besluit ingediende
Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak tot stellen van prejud
Nieuwe argumenten in verzet. Zie ook ECLI:NL:HR:2025:711.
Art. 6:11 Awb. Ontbreken rechtsmiddelverwijzing bij uitspraak op bezwaar. Verschoonbaar te laat beroep?
Procesrecht; artt. 8:42 en 8:55 Awb; betwisting van ontvangst van aangetekende nota griffierecht.
Art. 8:54 Awb; bekendmaking aanslag; termijnoverschrijding.
Procesrecht; artt. 8:14 Awb en 8:41 Awb; één beroepschrift betreffende drie uitspraken op bezwaar; drie beroepsprocedures en drie nota’s griffierecht; niet betalen van een van de nota’s griffierecht; bij beoordeling niet-ontvankelijk verklaren van het beroep in aanmerking nemen of het heffen van een
BPM. Procesrecht. Artt. 6:5, 6:6, 8:54, lid 1, en 8:55 Awb. Verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn kan ook voor het eerst in de verzetprocedure worden gedaan.
Parkeerbelasting; artt. 6:7 en 6:8 Awb; na betwisting van ontvangst van de naheffingsaanslag houdt bewijslast heffingsambtenaar in dat moet blijken aan welk postvervoersbedrijf de naheffingsaanslag is aangeboden (HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:875).
Bpm. Betreft bezwaren tegen naheffingsaanslagen en voldoeningen op aangifte van ruim 1.000 door belanghebbende ingevoerde personenauto’s. In geschil is o.m. de verminderingen die verband houden met de CO2-uitstootwaarde.
Art. 8:36c Awb; datum van ontvangst van (proces)stukken bij elektronisch procederen; notificatiebericht.
Procesrecht; overschrijding van redelijke termijn bij het doen van uitspraak op bezwaar; recht op vergoeding immateriële schade; spanning en frustratie ook verondersteld bij kennelijke niet-ontvankelijkheid van een bezwaarschrift.
Belasting van personenauto’s en motorijwielen; rechtbank verzuimt te beslissen over een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623 , 24/04264 ECLI:NL:PHR:2025:624 en 24/04267 ECLI:NL:PHR:2025:625
Procesrecht; art. 78, lid 4, Wet RO, art. 8:54 en 8:55 Awb en art. 28 AWR; geen beroep in cassatie tegen gegrond verzet; afwijzing verzoek om vergoeding proceskosten verzet in hoger beroep alsnog aan de orde te stellen.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
Art. 8:36c Awb; datum van ontvangst van (proces)stukken bij elektronisch procederen; notificatiebericht.
Belastingrente; art. 8:73 Awb; recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in zaken die uitsluitend een geschil over een beschikking inzake belastingrente betreffen; berekening vergoeding van immateriële schade voor fase van bezwaar en beroep bij niet-on
artikel 3a AWR. Verzending van uitspraak op bezwaar uitgezonderd van het verplicht elektronisch berichtenverkeer. Bekendmaking van dergelijke berichten moet per post.
Bpm. Belanghebbende heeft terzake van de registratie van 551 ingevoerde personenauto’s bpm voldaan. Partijen voeren een aantal grieven van formeelrechtelijke en procedurele aard aan en betwisten de door de rechtbank toegepaste verminderingen die verband houden met de CO2-uitstootwaarde. Het Hof oord
Art. 8:54 Awb; moet de verzetrechter beoordelen of het beroepschrift onredelijk laat is ingediend (art. 6:12, lid 4, Awb)?
Artikelen 8:41 en 8:74, lid 2, Awb; beroep niet-ontvankelijk omdat de Ontvanger alsnog aan bezwaren is tegemoet gekomen; vergoeding griffierecht; verzoek vergoeding verletkosten eerdere instantie niet voor het eerst in cassatie.
Betalingsonmacht griffierecht; relevante periode met betrekking tot inkomen en vermogen (HR 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:354).
Artikel 8:75 Awb: Het Hof heeft ten onrechte geen vergoeding in de proceskosten vastgesteld.
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste. Impliciete kenbaarmaking? Heeft belanghebbende kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een digitaal contactformulier waarmee bezwaar is gemaakt?
Art. 6:17 Awb; is de uitspraak van de CRvB op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt als deze alleen aan de belanghebbende is verzonden en niet aan degene die hem vertegenwoordigde in beroep? Art. 53(1) AOW; kan de beperkte bevoegdheid van de Hoge Raad om uitspraken van de CRvB te beoordelen worden ‘
Art. 6:9, lid 2, Awb. Bewijsmaatstaf bij verzending bezwaar- of beroepschrift per post.
Griffierecht naar tarief van natuurlijke persoon of van rechtspersoon? Wie heeft het beroep ingesteld? Uitleg beroepschrift en machtiging. Parkeerbelasting.
art. 26a(2) AWR-belanghebbende; niet eerst bezwaar gemaakt; art. 6:13 Awb; versoepeling verwijtbaarheidstoets?
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:355 Gebrekkige bezorging van aangetekend verzonden post; reden om het weerlegbare bewijsvermoeden van ontvangst van bestuurlijke en gerechtelijke post te heroverwegen? Feiten: De ontvanger heeft bij brief van 5 maart 2019 de belanghebbende medegedeeld dat een aan haar uit t
Procesrecht; art. 8:119 Awb; verzet tegen uitspraak waarbij verzoek om herziening is afgewezen; verzoek om herziening beoordeeld door hetzelfde lid van de rechtbank dat de uitspraak waarop het herzieningsverzoek ziet, heeft gedaan; onpartijdige rechtspraak.
Procesrecht; artt. 8:42 en 8:55 Awb; betwisting van ontvangst van aangetekende nota griffierecht.
Art. 7:15, 7:28, 8:75, 8:75a Awb, art. 29e AWR. Verzoek om vergoeding proceskosten in bezwaar en beroep. Intrekking beroep omdat aan bezwaar tegemoet wordt gekomen, verzuim veroordeling kosten van bezwaar. Proceskosten omvatten ook kosten van bezwaar. Uitspraak op verzet; Hoge Raad doet zelf de zaak
A-G Niessen heeft op 28 maart 2017 conclusie genomen in de zaak met nummer 16/03548. In deze zaak had de Hoge Raad aan de procureur-generaal medegedeeld toepassing van artikel 80a Wet RO te overwegen. In cassatie is in geschil of belanghebbendes herzieningsverzoek moet worden toegewezen. In de concl
Belastingrente; art. 8:73 Awb; recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in zaken die uitsluitend een geschil over een beschikking inzake belastingrente betreffen; berekening vergoeding van immateriële schade voor fase van bezwaar en beroep bij niet-on
Proceskostenvergoeding; geen sprake van beroepsmatig verrichte bijstand.
BPM; verzoek om vergoeding immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn; bijzondere omstandigheid die afwijzing rechtvaardigt?
Verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens verkeerde naam; geen vernietiging wegens gebrek aan belang.
Verzoek om wraking van raadsheren van de belastingkamer en rolraadsheer. Opmerkingen ten overvloede met betrekking tot de figuur van een pro-formaberoepschrift, enkele bijzonderheden met betrekking tot de werkwijze na ontvangst van een beroepschrift in cassatie en nadere bijzonderheden in toeslagzak
Artikel 8:55 Awb; in verzet kan alleen over nevenbeslissing (kennelijke fout berekening proceskosten) worden geklaagd.
Procesrecht; art. 8:75 Awb en art. 1, letters a en e, Besluit proceskosten Bestuursrecht; beroepsmatig verleende rechtsbijstand; begrip ‘derde’; geen vereenzelviging van de gemachtigde met belanghebbende; uittreksels uit de openbare registers.
doorprocederen, huwelijksakte, procesbelang, artikel 8:54 Awb, termijn voor het indienen van verzet, termijn voor het indienen van beroep, totstandkomingsgeschiedenis Het beroep van eiseres heeft louter tot doel te voorkomen dat in rechte komt vast te staan dat de overgelegde huwelijksakte vals is.
Art. 8:55, lid 4, Awb. Horen in verzetprocedure in geval een boetebeschikking in geding is en de rechter het verzet ongegrond wil verklaren.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/04639 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden van 25 september 2012, nr. 12/00046. De uitspraak van het Hof waartegen beroep in cassatie is ingesteld betreft een u
Art. 28 AWR. Aanslag vernietigd; geen belang bij beroep in cassatie, ook niet op grond van regels van Europees recht
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; artt. 3:41, 6:8 en 6:9 Awb; aanvang bezwaartermijn; stelplicht en bewijslast bij betwisting van de datum van terpostbezorging van het aanslagbiljet.
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste. Impliciete kenbaarmaking? Heeft belanghebbende kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt? Is schermprint van e-mail van uitspraak op b
Herhaalde niet-ontvankelijkheid. Kan de inspecteur een uitspraak op bezwaar intrekken of wijzigen zonder vernietiging van die uitspraak door de rechter? Oproep heroverweging rechtspraak Hoge Raad over mogelijkheid tweede uitspraak op bezwaar.
artikel 6:12 Awb. verzet tegen uitspraak in beroep waarbij is aangenomen dat de Inspecteur nadere stukken heeft aangemerkt als bezwaar, en een (tweede) uitspraak op bezwaar heeft gedaan. In verzet is aangevoerd dat de nadere stukken betrekking hadden op verzoeken om ambtshalve vermindering, waarop b
Artikel 4:17 Awb. Dwangsom wegens niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar; belang bij beroep in cassatie.
Ontvankelijkheid van het beroep; verschoonbaarheid termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden; vergoeding wegens immateriële schade.
Procesrecht. Artikelen 6:5, 6:6 en 8:54 Awb. Beroepschrift zonder gronden. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk?
A-G IJzerman heeft in een douanezaak conclusie genomen over de vraag of het door belanghebbende in het Duits opstellen van haar bezwaarschrift - bij uitblijven van een Nederlandse vertaling – kon leiden tot niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar en over de beoordeling van een klacht tegen een d
Inkomstenbelasting. De verliesverrekeningsbeschikking voor het jaar 2012 is tot het juiste bedrag vastgesteld.
Onderzoek ter zitting door rechtbank ten onrechte achterwege gelaten. Ontslag van instantie ten onrechte verleend. Belangenafweging vereist. Terugwijzing naar de rechtbank. Aan belanghebbende zijn een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking opgelegd. Nadat het beroepschrift bij de r
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Verzet en beroep, Dublin Frankrijk, verzet gegrond, medische omstandigheden en beroep op C.K., beroep gegrond.
Deze zaak betreft een WOZ-zaak zonder enige grond van bezwaar, waarin de heffingsambtenaar het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en de rechtbank het bezwaar wel ontvankelijk heeft verklaard. In geschil is of: - het hoger beroep door het bevoegde bestuursorgaan is ingediend (hof: ja); - de re
Uitspraak op verzet. Het hof heeft de indiener van het verzet verzocht om een recente machtiging ten tijde van het indienen van het verzet over te leggen. De indiener heeft geen op zijn naam gestelde recente machtiging ingediend. Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Wrakingsverzoek. Wrakingsverbod. Wrakingsverbod dat in een vergelijkbare zaak is uitgesproken wordt van toepassing geacht. Belanghebbende maakt structureel misbruik van de bevoegdheid wrakingsverzoeken in te dienen. Wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld. Aanslagen "vastrecht onderhoud" in
Art. 6:6 Awb; beroepschrift zonder gronden; binnen termijn voor verzuimherstel bereikt brief met termijnstelling belanghebbende, ook al is de brief onjuist geadresseerd. Verzuimherstel blijft uit.
In haar principaal hoger beroep klaagt belanghebbende erover dat de rechtbank: zich deels onbevoegd heeft verklaard; geen dwangsom heeft toegekend voor het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar; geen schadevergoeding heeft toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn; niet heeft
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil over de vraag of het lid van de enkelvoudige kamer dat in eerste instantie over de zaak heeft beslist, ook het verzoek tot herziening van die uitspraak in behandeling mocht nemen. Daarnaast is in geschil of het verzoek tot herziening terecht
Pkv. Rechtbank kent ten onrechte geen punt toe voor het bijwonen van de zitting. De enkele omstandigheid dat de rechtbank overeenkomstig het door beide partijen in de door hen ingediende stukken ingenomen standpunt beslist vormt op zichzelf geen bijzondere omstandigheid in de zin van het Besluit pro
Procesrecht. Ontvankelijkheid. Artt. 8:41, leden 4 en 6, en 8:54 Awb. Oordeel dat de nota griffierecht op regelmatige wijze is uitgereikt, is onvoldoende gemotiveerd, aangezien het op het bewijs van bezorging van PostNL vermelde huisnummer niet overeenstemt met het in de adressering van de nota verm
Art. 8:55, lid 3, Awb. Horen in verzetprocedure in geval een boetebeschikking in geding is en de rechter het verzet ongegrond wil verklaren.
Besluit waarbij een aanslag in de zuiveringsheffing bedrijfsruimte is opgelegd. De gemachtigde van belanghebbende heeft bij brief beroep ingesteld tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar op het bezwaar. Bij haar uitspraak heeft de Rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens de omstan
KB-Lux Aan de voor de jaren 1991 tot en met 1995 aanwezige bewijsmiddelen kan redelijkerwijs het vermoeden worden ontleend dat belanghebbende ook in de jaren 1996 tot en met 2000 beboetbare feiten heeft gepleegd. Belanghebbende heeft dit vermoeden niet weerlegd.
Ongemotiveerde uitspraak op een verzet; strijd met artikel 8:77, lid 1, Awb.
Spoed voorlopige voorziening hangende verzet. Voorlopige voorziening afgewezen; het verzet heeft geen redelijke kans van slagen.
8:55 Verzet ongegrond; verzoek om immateriële schadevergoeding toegewezen.
Verzet. Belanghebbende heeft het beroep op betalingsonmacht onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet-tijdig betalen van het griffierecht. Het hof is onbevoegd om te beslissen op de verzoeken om schadevergoeding.
Niet-ontvankelijk; geen griffierecht;
Art. 6:12, 8:54, 8:55, 8:31, 8:69 Awb. Beroep niet-tijdig beslissen. Betekenis van HR BNB 2021/140 (herijking ambtshalve beoordeling tijdigheid rechtsmiddel) voor de vraag of de rechter in verzet ambtshalve behoort te beoordelen of het beroep tegen het niet-tijdig beslissen onredelijk laat is ingest
Artikel 8:55 Awb; verzetprocedure na niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift. Artikelen 8:37 en 8:79 Awb; de uitspraak van de Rechtbank is op juiste wijze bekendgemaakt. Gestelde vertraging in de ontvangst van de uitspraak leidt niet tot een verschoonbare termijnov
Art. 3:42 en 8:42 Awb. Moet de begroting van een waterschap worden overgelegd als op de zaak betrekking hebbend stuk, ook als de begroting op internet gepubliceerd is? De zaak gaat over aanslagen in de zuiveringsheffing en in de watersysteemheffing. In het kader van zijn verweer dat de opbrengstlimi
De rechtbank heeft het beroep met toepassing van artikel 8:54 Awb niet-ontvankelijk verklaard. Namens belanghebbende komt de gemachtigde in hoger beroep en is het verschuldigde griffierecht (uiteindelijk) betaald. Het hof constateert vooraf dat gemachtigde misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheid
Art. 6:5, lid 1, aanhef en onderdeel d, Awb; art. 6:6 Awb; art. 8:54 Awb Verzetzaak. Motiveringseis. De enkele mededeling dat pro-forma hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, onder vermelding van het zaaknummer en overlegging van de uitspraak van de rechtbank, kan niet wor
Het Hof verklaart het verzet gegrond.
Tweede verzoek om wraking in dezelfde hoofdzaak. Misbruik van procesrecht. Verkorte afdoening (zonder mondelinge behandeling).
Art. 6:5, lid 1, aanhef en onderdeel d, Awb; art. 6:6 Awb; art. 8:54 Awb Verzetzaak. Motiveringseis. De enkele mededeling dat pro forma hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, onder vermelding van het zaaknummer en overlegging van de uitspraak van de rechtbank, kan niet wor
Herhaald verzoek om voorlopige voorziening om openbaarmaking van de bestuurlijke boete te schorsen. Niet gebleken van ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak dan wel van een belangrijke wijziging van de relevant feiten en omstandigheden. Verzoek is afgewezen.
BPM. Diverse formele klachten. Hoger beroep ongegrond.
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
8:54 Awb, beroep ongegrond.
In geschil is of en zo ja, tot welke bedragen belanghebbende recht heeft op vergoeding van griffierechten, wettelijke rente, vergoeding van proceskosten en vergoeding voor geleden immateriële schade.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Artikel 3.41 Wet IB 2001, berekening KIA conform de arresten van de HR van 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:825 t/m 828. Artikel 7:15 lid 2, Awb, geen recht op een kostenvergoeding in bezwaar, aangezien geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid. De grief tegen de aanslag Zvw kan
Wet Woz. Proceskosten.
Het hoger beroep is gegrond. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende heeft terecht op het standpunt gesteld dat een procespunt dient te worden toegekend voor het verschijnen ter zitting bij de rechtbank. Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze ziet op de proceskost