Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:324
2016-02-26
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03096
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:324 → ECLI:NL:GHDHA:2015:1443 bekrachtiging/bevestiging
- sprongcassatie ECLI:NL:HR:2016:324 → ECLI:NL:RBROT:2015:62 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
8:75 Awb. Bestuursrechter niet gehouden te beslissen op verzoek over de wijze van uitbetaling van een proceskostenvergoeding.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (61)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7852 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-08-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7851 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-08-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:2007 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:345 Gerechtshof Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5351 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4028 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4027 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4029 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4025 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4024 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3725 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16-06-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7149 Rechtbank Midden-Nederland 16-04-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1025 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1027 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1026 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1032 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1031 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1033 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1028 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1029 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1030 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:868 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-02-2025
- ECLI:NL:HR:2025:156 Hoge Raad 31-01-2025
- ECLI:NL:RBNNE:2025:19 Rechtbank Noord-Nederland 09-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2947 Gerechtshof Den Haag 11-12-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6792 Rechtbank Midden-Nederland 06-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1118 Parket bij de Hoge Raad 25-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6514 Rechtbank Midden-Nederland 08-10-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5765 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-09-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5360 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-08-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5362 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-08-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5361 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-08-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4748 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-07-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4753 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-07-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:4120 Rechtbank Midden-Nederland 03-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1730 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-05-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3131 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-05-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2776 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2773 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2774 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2775 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2515 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-04-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:1812 Rechtbank Noord-Holland 15-02-2024
- ECLI:NL:RBROT:2023:4676 Rechtbank Rotterdam 24-04-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:1983 Rechtbank Rotterdam 03-03-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:454 Rechtbank Noord-Holland 18-01-2023
- ECLI:NL:GHARL:2021:6033 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-06-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4245 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4245 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4244 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4244 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:CRVB:2018:2383 Centrale Raad van Beroep 31-07-2018
- ECLI:NL:GHARL:2017:4584 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-05-2017
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.572 tekens)
26 februari 2016
nr. 15/03096
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 mei 2015, nr. BK‑15/00141, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 14/1268) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bergambacht voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2Beoordeling van het middel
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar een ten aanzien van belanghebbende bij beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak en een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2013 gehandhaafd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank.
2.1.2.
Belanghebbende heeft in hoger beroep de uitspraak van de Rechtbank bestreden.
2.2.1.
Het Hof heeft de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 2074. Het heeft daarbij onder meer geoordeeld dat het in een procedure als deze niet aan het Hof is een oordeel te geven over een verzoek het bedrag aan proceskostenvergoeding over te maken naar de rekening van een ander dan de belanghebbende. Tegen dit oordeel richt zich het middel.
2.2.2.
Het middel faalt. Uit artikel 8:75 Awb, noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat de bestuursrechter is gehouden op een dergelijk verzoek te beslissen.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2016.
nr. 15/03096
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 mei 2015, nr. BK‑15/00141, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 14/1268) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bergambacht voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2Beoordeling van het middel
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar een ten aanzien van belanghebbende bij beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak en een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2013 gehandhaafd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank.
2.1.2.
Belanghebbende heeft in hoger beroep de uitspraak van de Rechtbank bestreden.
2.2.1.
Het Hof heeft de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 2074. Het heeft daarbij onder meer geoordeeld dat het in een procedure als deze niet aan het Hof is een oordeel te geven over een verzoek het bedrag aan proceskostenvergoeding over te maken naar de rekening van een ander dan de belanghebbende. Tegen dit oordeel richt zich het middel.
2.2.2.
Het middel faalt. Uit artikel 8:75 Awb, noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat de bestuursrechter is gehouden op een dergelijk verzoek te beslissen.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2016.