Art. 8:73 (art. 8:88 e.v.) Awb. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overzichtsarrest en beslissingen over nog niet behandelde kwesties.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:75 Awb
Genoemd in 5.679 uitspraken · Officiële wettekst
5.679 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Bpm; art. 10, leden 1 en 2, en art. 10b Wet BPM; afschrijving handelsinkoopwaarde gebruikte personenauto; ‘interne compensatie’ niet in strijd met Unierecht; is coronapandemie reden voor verlenging redelijke termijn?; differentiatie per 1 juli 2021 van de waarde per punt in onderdeel B1 van de bijla
Schadevergoeding; art. 8:73 Awb; art. 6:119 BW. Wettelijke rente over door de rechter toegekende vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn. Rechter hoeft niet over die rente te beslissen als niet is verzocht om vergoeding daarvan.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; artt. 8:75 en 8:108 Awb; art. 2 en bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; art. 19a Wet bpm; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; recht op afzonderlijke vergoeding voor het ingestelde incidentele hoger beroep, ook als dat be
Samenvatting van beroep met kenmerk P04/03329 t/m 04/03349 KB-Luxbankzaak. Belanghebbende ontkent over een rekening bij de KB-Luxbank te hebben beschikt. Het Hof acht echter de door de inspecteur toegepaste methode van identificatie voldoende betrouwbaar om te kunnen aannemen dat belanghebbende reke
Wet WOZ, uitspraak over procedeergedrag met standaardstukken. De rechtbank schuift het beroepschrift en de ‘pinpointbrief’ terzijde, nadat de gemachtigde op verschillende manieren is gewaarschuwd. De op de zitting ingenomen standpunten zijn te laat en worden wegens strijd met de goede procesorde bui
Hofuitspraak inzake een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds dat om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting heeft verzocht, na prejudiciële vragen aan Hoge Raad van rechtbank Zeeland-West-Brabant over de verenigbaarheid van de Nederlandse regeling inzake fiscale beleggingsinstellingen met het
Belasting van personenauto’s en motorrijtuigen; art. 8:75 Awb; art. 10, leden 2, 7 en 8, Wet BPM 1992; artikel 110 VWEU; personenauto waarvan meer dan normale gebruiksschade voorafgaand aan de registratie helemaal is hersteld; taxatiemethode of de koerslijstmethode?; invloed schadeverleden op handel
Art. 29e, lid 2 AWR, art. 2 Bpb. Belanghebbende concludeert voor het Hof als verweerder tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. Het Hof heeft ten onrechte aangenomen dat belanghebbende geen belang meer had bij zijn beroep bij de Rechtbank. De HR verwerpt een reeks verweren van de heffings
Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.
art. 7:15 en 8:75 Awb. In de regel volgt proceskostenveroordeling indien belanghebbende in het gelijk wordt gesteld.
Artikel 8:75 Awb; artikel 1, aanhef en letter b, Bpb: vergoeding voor taxatierapport op basis van tijdsbesteding van tien minuten; Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties is geen recht als bedoeld in artikel 79 Wet RO; terugkomen van
Aanslagen IB/PVV 2011 tot en met 2016. Compromis ter zitting van het hof. Belanghebbende doet een succesvol beroep op de redelijke bedenktermijn van paragraaf 26, onderdeel 8, van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en partijen zijn daarom niet gebonden aan het bereikte compromis. Artikelen 27e en 52
Formeel belastingrecht, Artikel 2 lid 3 BPB, artikel 8:75 Awb (Hoofdstuk 8 Titel 8.2 Afdeling 8.2.6 Awb Uitspraak), Afwijken van forfaitaire tarief, afzien van toekenning proceskostenvergoeding.
Reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb Het Hof oordeelt dat art. 7:4 Awb niet de verplichting bevat tot toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belanghebbende, maar een verplichting tot terinzagelegging. Gelezen in de context van het gehele ar
Artikel 17 Wet WOZ. WOZ-waarde woning; de heffingsambtenaar heeft aan de op hem rustende bewijslast voldaan. De WOZ-waarde wordt beoordeeld op basis van het object als geheel en niet op basis van een vaststelling van de bedragen van de samenstellende onderdelen. Belanghebbende heeft geen recht op sc
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op HR BNB 1996/34? Kan de belastingrechter de verwijtbaarheid van de niet-betaling van de parkeerbelast
Procesrecht; art. 8:75 Awb en art. 3, lid 2, Besluit proceskosten bestuursrecht (tekst vanaf 1 januari 2015); aanmerken van samenhang tussen in beroep en/of hoger beroep aanhangig gemaakte zaken.
Feiten: De belanghebbende heeft registratie in het kentekenregister van twee kennelijk gebruikte auto’s aangegeven voor de BPM op basis van een bepaalde koerslijst en heeft tegen zijn voldoening van BPM op die basis bezwaar gemaakt. De gemachtigde van de belanghebbende was uitgenodigd voor een hoorg
Wet WOZ. Proceskostenvergoeding. Taxatierapport. Hoogte van het te vergoeden uurtarief. Wenselijk dat feitenrechters tot uniforme toepassing komen. Art. 8:24 Awb. Omvang volmacht, volmacht omvat i.c. ook het instellen van beroep in cassatie.
Griffierecht niet betaald. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Uitspraak bevat als bijlage Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024.
WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld. Het is de heffingsambtenaar toegestaan om in de fase van beroep en hoger beroep andere vergelijkingsobjecten aan te voeren dan op het taxatieverslag zijn vermeld en ter (nadere) onderbouwing van de door hem verdedigde waarde een taxatierapport over te leggen. Het
Wet WOZ; woning; erfpachtcorrectie; artikel 7:9 Awb
KB-Lux. Redelijke schatting. Beoordeling boeten. Berekening van de proceskostenvergoeding in geval van voeging van zaken.
8:75 Awb. Bestuursrechter niet gehouden te beslissen op verzoek over de wijze van uitbetaling van een proceskostenvergoeding.
Reikwijdte volmacht. Belang bij het instellen van hoger beroep. De tussen de Heffingsambtenaar en de gemachtigde gemaakte werkafspraken resulteren in het afzien van het aan de hoorzitting gekoppelde inzagerecht. Geen schending van art. 7:4 Awb. Geen schending van art. 40 Wet WOZ.
Artikel 17, lid 2, Wet WOZ; waarde rijwoning. De Heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld. Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; de Heffingsambtenaar heeft zijn toezendplicht niet geschonden, want de indexeringsgegevens zijn voor de waardepeildatum (1 januari 2020) niet gebruik
Werktuigenvrijstelling. Heffingsambtenaar heeft gecorrigeerde vervangingswaarde ziekenhuis niet aannemelijk gemaakt. Met name is niet aannemelijk gemaakt dat in de toegepaste kengetallen uit de Taxatiewijzer ziekenhuizen op de juiste wijze rekening is gehouden met de werktuigenvrijstelling.
Art. 7:15, lid 2, Awb. Proceskostenvergoeding in bezwaarfase. Onrechtmatigheid aan de inspecteur te wijten indien hij nalaat met een normale zorgvuldigheid van de aangifte kennis te nemen en als gevolg daarvan een onjuiste aanslag oplegt.
Wet WOZ. Waardering bedrijfspand in goede justitie
WOZ-zaak. De voor het eerst door belanghebbende ter zitting ingenomen stellingen zijn tardief. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof (ook in het licht van wat belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd) aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is. Ge
Procesrecht; art. 25 AWR; art. 6:22 Awb en art. 7:2 en 7:3 Awb; art. 9 Besluit Fiscaal Bestuursrecht; niet naleven van verplichting horen in de bezwaarfase.
Wet WOZ. Art. 6 Besluit tarieven in strafzaken. Proceskostenvergoeding. Taxatieverslag. Hoogte van het te vergoeden uurtarief.
BPM; procesrecht; art. 8:41 Awb, art. 7:15 Awb en art. 8:75 Awb; heffing griffierecht bij beroep tegen meer dan één uitspraak op bezwaar; recht op vergoeding van kosten bezwaar; aan inspecteur te wijten onrechtmatigheid; recht op vergoeding van kosten voor (hoger) beroep; instellen (hoger) beroep vl
Bestuurlijke handhaving tegen beter weten in? Onbevoegd binnendringen woning? Vergoeding kosten bezwaar en beroep. Exclusieve bevoegdheid bestuursrechter. Art. 8:75 lid 1 Awb. Art. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht. Afwijking forfaitaire vergoeding. Aanvullende bescherming door burgerlijke
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 8:75 Awb; art. 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrecht; vergoeding van immateriële schade; overschrijding redelijke termijn voor hoger beroep; geen compensatie vanwege voortvarende behandeling van de zaak in eerste aanleg; corona
Artikel 7:4, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht de Heffingsambtenaar niet de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden aan belanghebbende of zijn gemachtigde. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Toekenning
Belastingrente, vertrouwensbeginsel, begunstigend beleid. Belanghebbende heeft belasting betaald op een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting, die nadien tot nihil is verminderd. De daaruit voortvloeiende teruggaaf is pas verrekend met de op de definitieve aanslag verschuldigde belasting. De Ins
Aftrek scholingsuitgaven; Is gestort collegegeld een depotstorting?; Besluit proceskosten bestuursrecht; Is differentiatie proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase tussen belasting- en premiezaken en overige zaken in strijd met het discriminatieverbod? Een buitenlandse student aan de [universiteit
Proceskosten; procesrecht; artt. 8:73 en 8:75 Awb; Besluit proceskosten bestuursrecht; berekening proceskostenvergoeding bij optreden door dezelfde gemachtigde voor diverse belanghebbenden; samenhang tussen zaken ingeval zowel hoger beroep als incidenteel hoger beroep is ingesteld. Redelijke termijn
BPM; procesrecht; art. 8:75 Awb; recht op vergoeding van proceskosten voor hoger beroep; naheffingsaanslag in de bpm gedeeltelijk in strijd met art. 110 VWEU vastgesteld; instellen van hoger beroep vloeit niet uitsluitend voort uit handelwijze belanghebbende.
Het Hof oordeelt dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; belanghebbende heeft derhalve geen recht op vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor een uittreksel, reis- en verletko
Procesrecht; art. 8:75 Awb; art. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht en onderdeel C van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; proceskostenveroordeling, wegingsfactoren.
Naheffingsaanslag Bpm. Bewijslastverdeling. Schade en waardevermindering niet aannemelijk gemaakt. Geen ex-schadecorrectie. Artikel 8, lid 4, letter b, van de Uitv. reg. Wet Bpm en Bijlage I van de Uitv. reg. Wet Bpm. Ontbrekende inkoopfactuur. Taxatierapport verworpen. Toepassing hoger forfaitair t
Wet waardering onroerende zaken; WOZ-waarde woning niet te hoog; bevestiging uitspraak rechtbank.
Wet personenvervoer 2000 Bestuursdwang/last onder dwangsom
Totstandkoming kapitaalverzekering. Proceskosten.
Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn). Naheffingsaanslag in de accijns. Voorhanden hebben is een Unierechtelijk begrip dat Unierechtelijk moet worden uitgelegd. Uit de Accijnsrichtlijn volgt dat een persoon die bij het voorhanden hebben van ac
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; artt. 8:75 en 8:108 Awb; art. 2 en bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; recht op afzonderlijke vergoeding voor het ingestelde incidentele hoger beroep, ook als dat beroep is ingesteld middels een aanvulling van het verweerschrift; Hof ve
Procesrecht. Art. 8:42, lid 1, Awb. Op de zaak betrekking hebbende stukken; taak rechter bij discussie over compleetheid dossier.
Bpm; art. 8:75 Awb; onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; differentiatie per 1 juli 2021 van de waarde per punt in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht in strijd met het discriminatieverbod; coronapandemie is niet zonder meer reden
Vpb, fiscale beleggingsinstelling, EU-recht Belanghebbende is een in Duitsland gevestigd Immobilien-Sondervermögen dat mede belegt in Nederlandse onroerende zaken. In geschil is of belanghebbende in Nederland belastingplichtig is en of het fbi-regime van toepassing is. Het hof oordeelt dat belangheb
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn van artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet
BPM; geheimhouding; 8:42 Awb - inbrengen kentekengegevens; bewijslast; hoorplicht; toepassing Unierecht; 110 VWEU; nieuwe of gebruikte auto; rentevergoeding; hoogte griffierecht
Inkomstenbelasting, navorderingsaanslagen, ambtelijk verzuim, correctiebeleid Belastingdienst, repeterende fout
Naheffingsaanslag Bpm. Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Bewijslastverdeling. Waardecorrectie wegens schade door belanghebbende niet aannemelijk gemaakt. Taxatierapport verworpen. Toepassing hoger forfaitair tarief voor de proceskosten in de beroepsfase.
Procesbelang; Na gegrond verklaard bezwaar kan in beroep nieuw standpunt worden ingenomen. Art. 8:75 Awb. Overleggen nadere bewijsstukken in hoger beroep staat niet aan pkv in de weg.
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Besluit verdachte dieren
Artikel 2, lid 2, van het Besluit proceskosten bestuursrecht; punt van ondergeschikt belang. Algemene overwegingen over de uitleg van die bepaling. Beroep alleen gegrond vanwege schending van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ. Matiging mogelijk.
Omzetbelasting; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 22 Wet OB 1968, art. 1:1, lid 1, Adw en art. 114, lid 2, DWU; artt. 211 en 273 van BTW-richtlijn; rente op achterstallen ter zake van omzetbelasting verschuldigd wegens invoer van goederen; recht op aftrek van voorbelasting van de importeur vo
ontheffing; zondagavondopenstelling; loting
Artikel 8:73 en 8:75 Awb. Beroep ingesteld in verband met het door de Inspecteur niet tijdig doen van uitspraak op het door belanghebbende gemaakte bezwaar, is ongegrond, zodat art. 8:73 Awb niet kan worden toegepast (vgl. HR 8 oktober 2004, nr. 38440, LJN AR3504, BNB 2004/432).
Wet WOZ. In geschil is de WOZ-waarde van een geschakelde woning. De heffingsambtenaar heeft de door hem verdedigde waarde van € 276.000 aannemelijk gemaakt. Hoger beroep ongegrond.
BPM. Gemachtigde geweigerd wegens beledigend taalgebruik. Uitstel zitting wegens bij Europese Commissie ingediende klachten afgewezen. Tweede wrakingsverzoek buiten behandeling gelaten.
Forfaitaire rendementsheffing (box 3) is zowel voor 2016 als 2017 niet in strijd met artikel 1 EP EVRM. Het hof oordeelt voor het jaar 2016 dat een eventuele strijdigheid door de wetgever moet worden opgelost en dat voor het jaar 2017 op stelselniveau geen sprake is van strijd met artikel 1 EP EVRM.
Het begrip ‘deskundige’ uit het Besluit proceskosten bestuursrecht past niet meer bij de huidige werkwijze van gemachtigden in het kader van de WOZ-taxaties van woningen. Zij maken vooral gebruik van openbaar beschikbare gegevens die met behulp van software en kunstmatige intelligentie uitmonden in
In deze WOZ-zaak werd in de bezwaarfase een taxatieverslag aan belanghebbende verstrekt, waarin ‘kwaliteit’, ‘onderhoud’ en ‘doelmatigheid’ van de woning en de referentieobjecten waren vermeld. Ook waren de grondstaffel en de ligging daarin opgenomen. In beroep heeft belanghebbende aangevoerd dat in
Bevoegdheid bestuursrecht tter zake beslissingen tot verrekening van de ontvanger; bestuursrechter niet bevoegd; verzoek schadevergoeding afgewezen; vergoeding griffierecht.
Marktanalysebesluit vaste en mobiele gespreksafgifte van 7 juli 2010
Tabakswet
Het hof geeft in een bijlage bij de uitspraak een uitgebreide zienswijze ten aanzien van de reikwijdte van de zogenoemde Schumacker-rechtspraak van het HvJ EU.
De spelers die in het algemeen de toernooivariant van het pokerspel in de praktijk plegen te spelen, hebben geen overwegende invloed op de uitslag van het pokertoernooi. Er is dus sprake van een kansspel. De maatstaf van heffing ter zake van binnenlandse pokertoernooien (door spelers betaalde inlegg
Wet op de kansspelen
In deze WOZ-zaak waren in de bezwaarfase werkafspraken tussen het kantoor van de gemachtigde en de heffingsambtenaar gemaakt ter voorkoming van ‘onnodige’ beroepszaken. Door de heffingsambtenaar werd in de bezwaarfase het taxatieverslag verstrekt, maar niet de gevraagde KOUDV- en liggingsfactoren va
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Besluit verdachte dieren
Wet BPM. De beroepsgronden met betrekking tot essentiële gebreken, handelen in strijd met het vertrouwensbeginsel en de beleidsregels (Kaderbesluit BPM), schade en schadeverleden worden verworpen. Belanghebbende dient het bewijs te leveren dat een afwijkende CO2-uitstoot niet leidt tot een hogere ha
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; tegemoetkoming na instelling rechtsmiddel; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; belang na afwijzing aanbod vergoeding griffierecht en proceskosten; verenigbaarheid Wet herwaardering proceskosten WOZ en bpm met hoger recht.
Forse verhoging van de forensenbelasting in 2020. Gelet op de beperkte toets die het hof kan en mag aanleggen, mag het hof zich niet in deze politieke keuze mengen. Aangezien de gemeentelijke wetgever bij de wijziging van de tarieven uitdrukkelijk ook heeft meegenomen dat forensen gebruik maken van
Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd aan belanghebbende.
BPM; art. 8:75 Awb; onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; waarde per punt in beroep en hoger beroep volgens onderdeel B1, lid 2 naar tarief jaar arrest Hoge Raad.
-
Wet IB 2001; investeringen in zeeschepen; heeft belanghebbende recht op toepassing van art. 3.34 (tijdelijke willekeurige afschrijving)? Vormde belanghebbende een fiscale eenheid?
“Taalgebruik van de gemachtigde A.F.J.M. Verhoeven, is voor de rechtbank reden de gemachtigde een dringende waarschuwing te geven en hem te wijzen op de in artikel 8:25 van de Algemene wet bestuursrecht gegeven bevoegdheid een gemachtigde te weigeren”.
Last onder dwangsom en invorderingsbeschikking. Artikel 9 Verordening 1/2005
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Schorsing vergunning voor transport varkens. Geen punitieve sanctie. In omstandigheden van dit geval heeft verweerder in redelijkheid niet tot opleggen van een schorsingsmaatregel kunnen besluiten.
Artikel 8:75, lid 1, Awb. Proceskostenveroordeling bij ongegrond beroep.
Onvrijwillig ontslag wegens wangedrag. Het ontbreken van ondersteunend getuigenbewijs met betrekking tot de respectievelijke, aan appellant verweten gedragingen is als opmerkelijk te beschouwen, nu voor bijna alle gestelde incidenten geldt dat deze zich, vaak in een kleine ruimte, in directe aanwezi
Rechtbank heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijkverklaard. Appellanten hadden belang bij beoordeling en vernietiging van het bestreden besluit, aangezien bij dit besluit vergoeding van de proceskosten in bezwaarfase was geweigerd. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden vernietigd.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 79 Wet RO; art. 29e AWR; art. 10, leden 2, 8 en 9, Wet BPM 1992; art. 7:15, lid 2, Awb; kostenvergoeding voor de bezwaarfase; aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid; handelsinkoopwaarde gebruikte personenauto; taxatiemethod
BPM en belastingrente; art. 30ha AWR; art. 8:75 Awb: vergoeding van rentenadeel ter zake van in strijd met het Unierecht betaalde belastingen; hoogte rentepercentage; punt 1 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht niet van toepassing.
BPM; art. 8:75 Awb; onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; waarde per punt in beroep en hoger beroep volgens onderdeel B1, lid 2 naar tarief jaar arrest Hoge Raad. Hof toetst terecht niet door Rechtbank toegekende proceskosten.
Belanghebbende woont in Duitsland en werkt deels in Nederland en deels in Duitsland. Hij is het gehele jaar premieplichtig in Nederland. Ter berekening van het premiedeel van de algemene heffingskorting dient te worden uitgegaan van het wereldwijd verdiende premie-inkomen en niet van het in Nederlan
Noch de tekst van de (bijlage bij) het Besluit proceskosten bestuursrecht, noch de toelichting ervan bieden een aanknopingspunt voor een differentiatie van de toe te passen wegingsfactor binnen één fase in de procedure. Ook de systematiek van het Besluit verzet zich hiertegen. Onder verwijzing naar
Besluit tot inschrijving van het uittreden van appellant als voorzitter van een vereniging. Uit de bob van 31-8-2011 blijkt niet dat daarbij tevens op het persoonlijke bezwaarschrift van appellant is beslist. Het College is van oordeel dat eerst bij besluit van 19-10-2011 op het persoonlijke bezwaar
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Last onder dwangsom wegens overtredingen dierenwelzijn bij varkenstransport. Geen punitieve sanctie. Toerekening aan rechtspersoon. Last om toekomstige overtredingen te voorkomen. Last te onbepaald, nu deze ziet op voorschriften die verschillende aspecten van
Meststoffenwet Bestuurlijke boete
Strafontslag. Plichtsverzuim. Bevoegdheid. Met verklaringen van collega’s dient door de dienstleiding voorzichtig te worden omgegaan. Geen nader onderzoek. Het aangetoonde plichtsverzuim is onvoldoende om onvoorwaardelijk strafontslag te kunnen rechtvaardigen.
art. 8:75 Awb, art. 1, letter b, Besluit proceskosten bestuursrecht, vergoeding kosten taxatierapport waarvan factuur is gericht aan gemachtigde
Inkomstenbelasting. Bij het opleggen van aanslagen IB 2012 tot en met 2017 is de waarde van een polder gerekend tot de grondslag sparen en beleggen. Het hof is van oordeel dat de cultuurgronden die zijn ingericht voor agrarisch gebruik niet vallen onder de vrijstelling voor natuurterreinen, gelet op
Artikelen 8:41 en 8:74, lid 2, Awb; beroep niet-ontvankelijk omdat de Ontvanger alsnog aan bezwaren is tegemoet gekomen; vergoeding griffierecht; verzoek vergoeding verletkosten eerdere instantie niet voor het eerst in cassatie.