Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BI0773
2009-07-10
Civiel recht
08/04476
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BI0773 → ECLI:NL:PHR:2009:BI0773
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid, relatieve nietigheid, herstel van verzuim in beroepschrift om een cassatieadvocaat te stellen (art. 426a Rv.) door binnen twee weken alsnog een door een cassatieadvocaat ondertekend exemplaar in te dienen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (52)
- ECLI:NL:PHR:2024:854 Parket bij de Hoge Raad 30-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:443 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:816 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:816 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:816 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:162 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2020:8843 Rechtbank Noord-Holland 14-10-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:7456 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:568 Parket bij de Hoge Raad 15-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:242 Parket bij de Hoge Raad 13-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:310 Parket bij de Hoge Raad 13-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:242 Parket bij de Hoge Raad 13-03-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:10275 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-11-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:7332 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-09-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:6598 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-08-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:634 Parket bij de Hoge Raad 12-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1384 Parket bij de Hoge Raad 02-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:415 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:534 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2018
- ECLI:NL:HR:2018:219 Hoge Raad 16-02-2018
- ECLI:NL:HR:2018:219 Hoge Raad 16-02-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1317 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1317 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1017 Parket bij de Hoge Raad 09-08-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:356 Parket bij de Hoge Raad 16-03-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:1577 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:10 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1080 Parket bij de Hoge Raad 28-10-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4216 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-09-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:845 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:847 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
- ECLI:NL:HR:2016:1462 Hoge Raad 08-07-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:199 Parket bij de Hoge Raad 01-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2415 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2686 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2425 Parket bij de Hoge Raad 16-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:940 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:687 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:592 Parket bij de Hoge Raad 08-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:816 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:454 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:35 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:1954 Parket bij de Hoge Raad 31-10-2014
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3376 Gerechtshof Amsterdam 12-08-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:713 Parket bij de Hoge Raad 13-06-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:331 Parket bij de Hoge Raad 04-04-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:198 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:82 Parket bij de Hoge Raad 21-02-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:1905 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:1231 Parket bij de Hoge Raad 08-11-2013
- ECLI:NL:HR:2013:694 Hoge Raad 13-09-2013
- ECLI:NL:HR:2013:CA3710 Hoge Raad 12-07-2013
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.743 tekens)
10 juli 2009
Eerste Kamer
08/04476
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechter-commissaris heeft op 28 april 2008 een voordracht aan de rechtbank 's-Hertogenbosch gedaan de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van [verzoeker] voortijdig te beëindigen.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling van de zaak, bij vonnis van 11 juli 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 22 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep, onder verbetering van gronden, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] bij twee verzoekschriften beroep in cassatie ingesteld. De beide cassatierekesten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in het onderhavige verzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 20 april 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Tegen het arrest van het hof stond op grond van art. 351 lid 5 F. beroep in cassatie open tot en met 30 oktober 2008.
3.2 Het op 30 oktober 2008 bij de Hoge Raad ingekomen cassatierekest voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. omdat het niet is ingediend noch is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek brengt in beginsel mee dat [verzoeker] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3.3 Op 12 november 2008, dus na afloop van de cassatietermijn, is door mr. M.L. Kleyn, advocaat bij de Hoge Raad, hetzelfde verzoekschrift opnieuw bij de Hoge Raad ingediend.
3.4.1 De vraag rijst of hiermee het hiervoor genoemde gebrek is hersteld. Die vraag moet op grond van het volgende bevestigend worden beantwoord, waarmee de Hoge Raad terugkomt van zijn eerdere rechtspraak op dit punt.
3.4.2 Art. 281 Rv. bepaalt dat indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen en dat indien de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is ingevolge art. 362 Rv. van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. De regeling van de verzoekschriftprocedure in cassatie houdt zo'n bepaling echter niet in. Art. 428a Rv. verklaart slechts art. 284 Rv. in cassatie van overeenkomstige toepassing. Uit dit laatste kan evenwel niet worden afgeleid dat de wetgever de overeenkomstige toepasselijkheid van art. 281 in cassatie heeft willen uitsluiten. De wetsgeschiedenis bevat geen enkele aanwijzing daartoe.
3.4.3 Dat art. 123 Rv., dat voor de dagvaardingsprocedure herstel van het verzuim advocaat te stellen mogelijk maakt, in art. 418a Rv. evenmin in cassatie van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, heeft in het onderhavige verband geen gewicht. Wat betreft het herstel van het verzuim om in de dagvaarding advocaat te stellen, is art. 123 van elke praktische betekenis ontbloot door de mogelijkheid van herstel op grond van art. 120 en art. 122 die ingevolge art. 418a in cassatie wèl van overeenkomstige toepassing zijn. Ten aanzien van de niet bij advocaat verschenen verweerder geldt dat de verweerder het verzuim advocaat te stellen kan herstellen door op de voet van het ingevolge art. 418a in cassatie toepasselijke art. 142 Rv. het tegen hem verleende verstek te zuiveren door alsnog ter rolle advocaat te stellen, te herstellen.
Voor het overige moet worden aangenomen dat art. 418a zich niet verzet tegen toepassing in cassatie van art. 123 waar dat nodig en geëigend zou zijn.
3.4.4 In het licht van een en ander bestaat er geen goede grond om in de verzoekschriftprocedure in cassatie de verzoeker - en de verzoeker in het incidenteel cassatieberoep - de mogelijkheid te onthouden het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen, te herstellen.
3.4.5 Dit herstel dient in cassatie te geschieden doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. In dat geval zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.
3.5 In de onderhavige zaak is, naar blijkt uit 3.3, het verzuim hersteld overeenkomstig hetgeen hiervoor in 3.4.5 is overwogen.
4. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.
Eerste Kamer
08/04476
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechter-commissaris heeft op 28 april 2008 een voordracht aan de rechtbank 's-Hertogenbosch gedaan de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van [verzoeker] voortijdig te beëindigen.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling van de zaak, bij vonnis van 11 juli 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 22 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep, onder verbetering van gronden, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] bij twee verzoekschriften beroep in cassatie ingesteld. De beide cassatierekesten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in het onderhavige verzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 20 april 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Tegen het arrest van het hof stond op grond van art. 351 lid 5 F. beroep in cassatie open tot en met 30 oktober 2008.
3.2 Het op 30 oktober 2008 bij de Hoge Raad ingekomen cassatierekest voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. omdat het niet is ingediend noch is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek brengt in beginsel mee dat [verzoeker] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3.3 Op 12 november 2008, dus na afloop van de cassatietermijn, is door mr. M.L. Kleyn, advocaat bij de Hoge Raad, hetzelfde verzoekschrift opnieuw bij de Hoge Raad ingediend.
3.4.1 De vraag rijst of hiermee het hiervoor genoemde gebrek is hersteld. Die vraag moet op grond van het volgende bevestigend worden beantwoord, waarmee de Hoge Raad terugkomt van zijn eerdere rechtspraak op dit punt.
3.4.2 Art. 281 Rv. bepaalt dat indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen en dat indien de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is ingevolge art. 362 Rv. van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. De regeling van de verzoekschriftprocedure in cassatie houdt zo'n bepaling echter niet in. Art. 428a Rv. verklaart slechts art. 284 Rv. in cassatie van overeenkomstige toepassing. Uit dit laatste kan evenwel niet worden afgeleid dat de wetgever de overeenkomstige toepasselijkheid van art. 281 in cassatie heeft willen uitsluiten. De wetsgeschiedenis bevat geen enkele aanwijzing daartoe.
3.4.3 Dat art. 123 Rv., dat voor de dagvaardingsprocedure herstel van het verzuim advocaat te stellen mogelijk maakt, in art. 418a Rv. evenmin in cassatie van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, heeft in het onderhavige verband geen gewicht. Wat betreft het herstel van het verzuim om in de dagvaarding advocaat te stellen, is art. 123 van elke praktische betekenis ontbloot door de mogelijkheid van herstel op grond van art. 120 en art. 122 die ingevolge art. 418a in cassatie wèl van overeenkomstige toepassing zijn. Ten aanzien van de niet bij advocaat verschenen verweerder geldt dat de verweerder het verzuim advocaat te stellen kan herstellen door op de voet van het ingevolge art. 418a in cassatie toepasselijke art. 142 Rv. het tegen hem verleende verstek te zuiveren door alsnog ter rolle advocaat te stellen, te herstellen.
Voor het overige moet worden aangenomen dat art. 418a zich niet verzet tegen toepassing in cassatie van art. 123 waar dat nodig en geëigend zou zijn.
3.4.4 In het licht van een en ander bestaat er geen goede grond om in de verzoekschriftprocedure in cassatie de verzoeker - en de verzoeker in het incidenteel cassatieberoep - de mogelijkheid te onthouden het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen, te herstellen.
3.4.5 Dit herstel dient in cassatie te geschieden doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. In dat geval zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.
3.5 In de onderhavige zaak is, naar blijkt uit 3.3, het verzuim hersteld overeenkomstig hetgeen hiervoor in 3.4.5 is overwogen.
4. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.