Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2018:534
2018-03-22
Civiel recht
18/00964
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:821 → ECLI:NL:PHR:2018:534 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Citeert (5)
- ECLI:NL:HR:2009:BI0773 Hoge Raad 10-07-2009
- ECLI:NL:HR:2017:314 Hoge Raad 24-02-2017
- ECLI:NL:HR:2017:931 Hoge Raad 19-05-2017
- ECLI:NL:HR:2017:2557 Hoge Raad 06-10-2017
- ECLI:NL:HR:2017:2558 Hoge Raad 06-10-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.159 tekens)
18/00964
mr. G.R.B. van Peursem
22 maart 2018
Conclusie inzake:
[verzoeker]
,
verzoeker tot cassatie,
(hierna: [verzoeker])
1. [verzoeker] heeft bij een op 6 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift met het opschrift “schriftuur in cassatie” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 27 of 28 februari 2018 met zaaknummer 200.231.828/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 januari 2018 bekrachtigd, waarin de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.
2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend en ondertekend door mr. M.J. Meijer, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.
3 Bij brief van 8 maart 2018 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat het cassatieverzoekschrift niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient binnen twee weken na de datum waarop het verzoekschrift door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 20 maart 2018) .
4 Tot op heden is door [verzoeker] geen cassatieverzoekschrift ingediend dat is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is het verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv.
5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal
In de kop van het arrest staat 27 februari 2018, in het dictum 28 februari 2018.
Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.
mr. G.R.B. van Peursem
22 maart 2018
Conclusie inzake:
[verzoeker]
,
verzoeker tot cassatie,
(hierna: [verzoeker])
1. [verzoeker] heeft bij een op 6 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift met het opschrift “schriftuur in cassatie” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 27 of 28 februari 2018 met zaaknummer 200.231.828/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 januari 2018 bekrachtigd, waarin de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.
2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend en ondertekend door mr. M.J. Meijer, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.
3 Bij brief van 8 maart 2018 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat het cassatieverzoekschrift niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient binnen twee weken na de datum waarop het verzoekschrift door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 20 maart 2018) .
4 Tot op heden is door [verzoeker] geen cassatieverzoekschrift ingediend dat is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is het verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv.
5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal
In de kop van het arrest staat 27 februari 2018, in het dictum 28 februari 2018.
Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.