Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:314
2017-02-24
Civiel recht
16/06134
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:314 → ECLI:NL:PHR:2017:83 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Borgersbrief, niet ondertekend door cassatieadvocaat, terzijdelegging.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:HR:2022:1933 Hoge Raad 23-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:816 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2018:415 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:534 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1017 Parket bij de Hoge Raad 09-08-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:356 Parket bij de Hoge Raad 16-03-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.860 tekens)
24 februari 2017
Eerste Kamer
16/06134
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding
Bij verzoekschrift van 10 december 2016 heeft [verzoeker] een verzoek tot cassatie ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
[verzoeker] heeft bij brief van 11 januari 2017 op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het verzoekschrift, dat op 10 december 2016 per e-mail en op 13 dan wel 14 december 2016 tevens per post is ingekomen, voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 februari 2017.
Eerste Kamer
16/06134
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding
Bij verzoekschrift van 10 december 2016 heeft [verzoeker] een verzoek tot cassatie ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
[verzoeker] heeft bij brief van 11 januari 2017 op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het verzoekschrift, dat op 10 december 2016 per e-mail en op 13 dan wel 14 december 2016 tevens per post is ingekomen, voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 februari 2017.