Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1989:AB9521
1989-10-06
Civiel recht
13 618
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1989:AB9521 → ECLI:NL:PHR:1989:AB9521
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige daad. Maatstaf persoonlijke aansprakelijkheid directeur besloten vennootschap.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (322)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26210 Rechtbank Den Haag 09-09-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:11678 Rechtbank Rotterdam 09-09-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:10954 Rechtbank Rotterdam 26-08-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:8725 Rechtbank Amsterdam 26-08-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:720 Parket bij de Hoge Raad 10-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:4226 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-06-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:6834 Rechtbank Rotterdam 10-06-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:5713 Rechtbank Rotterdam 13-05-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 Rechtbank Amsterdam 06-05-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:5039 Rechtbank Rotterdam 15-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1496 Rechtbank Midden-Nederland 08-04-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:3625 Rechtbank Noord-Holland 02-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1390 Rechtbank Midden-Nederland 25-03-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:5727 Rechtbank Noord-Holland 18-03-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:2837 Rechtbank Noord-Holland 18-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4761 Rechtbank Den Haag 04-03-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:359 Rechtbank Midden-Nederland 04-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9818 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:331 Gerechtshof Den Haag 27-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1090 Rechtbank Den Haag 21-01-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:326 Rechtbank Limburg 21-01-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2026:502 Rechtbank Gelderland 07-01-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:30 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-01-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10658 Rechtbank Amsterdam 17-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8797 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20438 Rechtbank Den Haag 29-10-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:12767 Rechtbank Limburg 29-10-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2851 Gerechtshof Amsterdam 28-10-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:12280 Rechtbank Noord-Holland 22-10-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:6144 Rechtbank Oost-Brabant 08-10-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:11747 Rechtbank Rotterdam 08-10-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11242 Rechtbank Gelderland 08-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18604 Rechtbank Den Haag 01-10-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:11408 Rechtbank Rotterdam 24-09-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:5500 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-09-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:10857 Rechtbank Rotterdam 05-09-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:10161 Rechtbank Rotterdam 15-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5401 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-08-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:4874 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:4966 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-07-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4134 Rechtbank Midden-Nederland 30-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:9647 Rechtbank Rotterdam 25-07-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:334 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 08-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9513 Rechtbank Den Haag 28-05-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5797 Rechtbank Noord-Holland 28-05-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:5797 Rechtbank Noord-Holland 28-05-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1479 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8222 Rechtbank Den Haag 07-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7835 Rechtbank Den Haag 07-05-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2651 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-04-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:4028 Rechtbank Rotterdam 21-03-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:7266 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-03-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1452 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3194 Rechtbank Den Haag 04-03-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:1070 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-02-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:969 Rechtbank Overijssel 19-02-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:2095 Rechtbank Noord-Holland 05-02-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:2095 Rechtbank Noord-Holland 05-02-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:591 Rechtbank Overijssel 04-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:1718 Rechtbank Rotterdam 22-01-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (5.065 tekens)
6 oktober 1989
Eerste Kamer
Nr. 13.618
HV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Stimulan B.V.,
gevestigd te Zwolle,
EISERES tot cassatie,
advocaat: Mr. E. Grabandt,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: Mr. J.M. Barendrecht.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie — verder te noemen Stimulan — heeft bij exploot van 9 december 1981 verweerder in cassatie — verder te noemen [verweerder] — gedagvaard voor de Rechtbank te Almelo en gevorderd dat de Rechtbank [verweerder] zal veroordelen aan Stimulan te voldoen de somma van ƒ 71.535,-- met wettelijke rente en van waarde zal verklaren het te dezen betekende conservatoir beslag.
Nadat [verweerder] tegen die vorderingen verweer had gevoerd en een reconventionele eis had ingesteld, heeft de Rechtbank bij vonnis van 31 maart 1982 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 28 september 1983 in conventie en reconventie de vorderingen afgewezen.
Tegen dit laatste vonnis heeft Stimulan hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Het Hof heeft bij tussenarrest van 22 mei 1985 Stimulan toegelaten tot bewijslevering en bij eindarrest van 15 september 1987 het vonnis van de Rechtbank van 28 september 1983 bekrachtigd.
De arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het Hof heeft Stimulan beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Franx strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Stimulan heeft in of omstreeks februari/maart 1981 aan Beklamel B.V. — verder te noemen Beklamel — voeder verkocht en geleverd waarvoor Beklamel per saldo ƒ 71.535,-- aan Stimulan verschuldigd werd.
Betaling bleef uit. Hierover vond in mei/juni 1981 een onderhoud plaats tussen de directeur van Stimulan en [verweerder] , destijds directeur en enig aandeelhouder van Beklamel. Overeengekomen werd dat het voeder doorverkocht zou worden. Stimulan vond een afnemer in Verveka B.V. — verder te noemen Verveka — waarna de partij aan deze is verkocht op 22 juni 1981. Die doorverkoop heeft geen betaling in geld tot resultaat gehad, omdat Verveka zich jegens Beklamel heeft beroepen op compensatie, waartoe zij ook gerechtigd was. Beklamel is in gebreke gebleven Stimulan de verschuldigde koopsom te voldoen en is tenslotte op aanvraag van een schuldeiser bij vonnis van 21 april 1982 failliet verklaard.
Stimulan heeft [verweerder] aangesproken tot betaling van het bedrag ad ƒ 71.535,-- en heeft (naar de door het Hof overgenomen vaststelling van de Rechtbank) aan haar vordering in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat [verweerder] persoonlijk aansprakelijk is voor de door haar tot dat bedrag geleden schade daar deze veroorzaakt is door zijn onrechtmatig handelen, hierin bestaande dat hij als directeur van Beklamel de onderhavige goederen van Stimulan heeft gekocht, terwijl hij moet hebben geweten dat Beklamel haar verplichtingen uit hoofde van die koopovereenkomst niet kon nakomen.
3.2 Wat die grondslag betreft, heeft het Hof in rechtsoverweging 6 van het tussenarrest overwogen dat het gaat om de vraag ‘’of [verweerder] bij het aangaan van de overeenkomst als directeur van Beklamel wist, of er niet aan behoefde te twijfelen, dat Beklamel niet, of niet binnen een redelijke termijn, aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die Stimulan ten gevolge van die wanprestatie zou lijden’’.
Blijkens rechtsoverweging 13 heeft het Hof met de zinsnede ‘’er niet aan behoefde te twijfelen’’ bedoeld: ‘’redelijkerwijze behoorde te begrijpen’’.
Aldus heeft het Hof de voor een geval als het onderhavige juiste maatstaf aangelegd.
Onderdeel 1 van het middel faalt derhalve.
3.3 De in de overige onderdelen van het middel aangevoerde klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Stimulan in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op ƒ 656,30 aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 6 oktober 1989.
Eerste Kamer
Nr. 13.618
HV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Stimulan B.V.,
gevestigd te Zwolle,
EISERES tot cassatie,
advocaat: Mr. E. Grabandt,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: Mr. J.M. Barendrecht.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie — verder te noemen Stimulan — heeft bij exploot van 9 december 1981 verweerder in cassatie — verder te noemen [verweerder] — gedagvaard voor de Rechtbank te Almelo en gevorderd dat de Rechtbank [verweerder] zal veroordelen aan Stimulan te voldoen de somma van ƒ 71.535,-- met wettelijke rente en van waarde zal verklaren het te dezen betekende conservatoir beslag.
Nadat [verweerder] tegen die vorderingen verweer had gevoerd en een reconventionele eis had ingesteld, heeft de Rechtbank bij vonnis van 31 maart 1982 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 28 september 1983 in conventie en reconventie de vorderingen afgewezen.
Tegen dit laatste vonnis heeft Stimulan hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Het Hof heeft bij tussenarrest van 22 mei 1985 Stimulan toegelaten tot bewijslevering en bij eindarrest van 15 september 1987 het vonnis van de Rechtbank van 28 september 1983 bekrachtigd.
De arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het Hof heeft Stimulan beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Franx strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Stimulan heeft in of omstreeks februari/maart 1981 aan Beklamel B.V. — verder te noemen Beklamel — voeder verkocht en geleverd waarvoor Beklamel per saldo ƒ 71.535,-- aan Stimulan verschuldigd werd.
Betaling bleef uit. Hierover vond in mei/juni 1981 een onderhoud plaats tussen de directeur van Stimulan en [verweerder] , destijds directeur en enig aandeelhouder van Beklamel. Overeengekomen werd dat het voeder doorverkocht zou worden. Stimulan vond een afnemer in Verveka B.V. — verder te noemen Verveka — waarna de partij aan deze is verkocht op 22 juni 1981. Die doorverkoop heeft geen betaling in geld tot resultaat gehad, omdat Verveka zich jegens Beklamel heeft beroepen op compensatie, waartoe zij ook gerechtigd was. Beklamel is in gebreke gebleven Stimulan de verschuldigde koopsom te voldoen en is tenslotte op aanvraag van een schuldeiser bij vonnis van 21 april 1982 failliet verklaard.
Stimulan heeft [verweerder] aangesproken tot betaling van het bedrag ad ƒ 71.535,-- en heeft (naar de door het Hof overgenomen vaststelling van de Rechtbank) aan haar vordering in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat [verweerder] persoonlijk aansprakelijk is voor de door haar tot dat bedrag geleden schade daar deze veroorzaakt is door zijn onrechtmatig handelen, hierin bestaande dat hij als directeur van Beklamel de onderhavige goederen van Stimulan heeft gekocht, terwijl hij moet hebben geweten dat Beklamel haar verplichtingen uit hoofde van die koopovereenkomst niet kon nakomen.
3.2 Wat die grondslag betreft, heeft het Hof in rechtsoverweging 6 van het tussenarrest overwogen dat het gaat om de vraag ‘’of [verweerder] bij het aangaan van de overeenkomst als directeur van Beklamel wist, of er niet aan behoefde te twijfelen, dat Beklamel niet, of niet binnen een redelijke termijn, aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die Stimulan ten gevolge van die wanprestatie zou lijden’’.
Blijkens rechtsoverweging 13 heeft het Hof met de zinsnede ‘’er niet aan behoefde te twijfelen’’ bedoeld: ‘’redelijkerwijze behoorde te begrijpen’’.
Aldus heeft het Hof de voor een geval als het onderhavige juiste maatstaf aangelegd.
Onderdeel 1 van het middel faalt derhalve.
3.3 De in de overige onderdelen van het middel aangevoerde klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Stimulan in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op ƒ 656,30 aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 6 oktober 1989.