Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de HR door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Wetboek van Strafvordering
Art. 435 Sv
Genoemd in 579 uitspraken · Officiële wettekst
579 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Vormverzuimen a.b.i art. 359a Sv en daarbuiten. De aan verweer en middel ten grondslag liggende stelling dat het op 15 juni 2000 vastgestelde dactyloscopisch profiel volgens de destijds geldende regels vernietigd had behoren te zijn, kan, indien juist, niet de gevolgtrekking drag
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Bij de beslissing op een aanhoudingsverzoek dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het aanwezigheidsrecht van verdachte en het belang dat niet alleen verdachte maar ook de samenleving hebben bij een d
HR: 81 RO
Verdachte n-o in cassatieberoep. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. HR: verdachte n-o.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. HR: verdachte n-o.
Hofstad. Verdachte n-o in cassatie, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
HR: 81 RO
HR: 81 RO.
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep. Betekening appeldagvaarding in persoon? HR stelt rov. 3.42 uit HR LJN AD5163 voorop. De gedingstukken behelzen niets wat het Hof aanleiding had behoren te geven tot twijfel omtrent de geldigheid van de betekening van de appeldagvaarding. De
Beklag. Dwangbevel. Nadat uit hoofde van een dwangbevel beslag was gelegde op roerende zaken op het woonadres van de veroordeelde, is bij de Rechtbank een schrijven ingekomen dat niet anders kon worden verstaan dan als een door de veroordeelde op de voet van art. 575.3 Sv gedaan
OM-cassatie. Bij de behandeling van de zaak in hoger beroep is door de raadsman aangevoerd dat nadat op last van de burgelijke rechter op vordering van de Ontvanger de verdachte is gegijzeld teneinde zijn belastingschuld te voldoen danwel adequate gegevens te verstrekken, het het
Art. 437 Sv. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verdachte kan niet in het cassatieberoep worden ontvangen, nu de schriftuur niet is ingediend binnen de in art. 437.2 Sv op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven termijn van 2 maanden na de betekening van de aanzegging.
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verdachte kan niet in het cassatieberoep worden ontvangen, nu de schriftuur niet is ingediend binnen de in art. 437.2 Sv op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven termijn van 2 maanden na de betekening van de aanzegging.
Verdachte niet-ontvankelijk.
Redelijke termijn. Bij het onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat de verdachte op geen enkel moment in de periode vanaf 02-04-1999 in de basisadministratie persoonsgegevens van enige gemeente in Nederland opgenomen is geweest en dat evenmin uit d
Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163. In aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat het door betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres door het latere,
OM-appel. Geen middelen ingediend. AG niet-ontvankelijk.
Geen schriftuur ingediend. Betrokkene niet-ontvankelijk.
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni