Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2012:BW5185
2012-07-03
Strafrecht
11/03701
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BW5185 → ECLI:NL:PHR:2012:BW5185
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2012:BW5185 → ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9015
Inhoudsindicatie
Hofstad. Verdachte n-o in cassatie, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.477 tekens)
Nr. 11/03701
Mr. Machielse
Zitting 28 februari 2012 1
Conclusie inzake:
[Verdachte 7](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010, na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 23 januari 2008 en verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 2 februari 2010, voor 1 en 2 primair, eerste alternatief: "de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en voor 2 primair, tweede alternatief: "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden.
2. Mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld.
3. Op 14 oktober 2011 is de aanzegging van art. 435 lid 1 Sv aan verdachte is op 25 augustus 2011 rechtsgeldig betekend. Binnen de door art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn is ter administratie van de Hoge Raad geen schriftuur ontvangen. Derhalve zal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nrs. 11/00284 ([verdachte 3]), 11/00043 ([verdachte 6]), 11/02669 ([verdachte 5]), 10/05537 ([verdachte 4]) en 11/00041 ([verdachte 1]), waarin ik ook vandaag concludeer.
Mr. Machielse
Zitting 28 februari 2012 1
Conclusie inzake:
[Verdachte 7](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010, na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 23 januari 2008 en verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 2 februari 2010, voor 1 en 2 primair, eerste alternatief: "de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en voor 2 primair, tweede alternatief: "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden.
2. Mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld.
3. Op 14 oktober 2011 is de aanzegging van art. 435 lid 1 Sv aan verdachte is op 25 augustus 2011 rechtsgeldig betekend. Binnen de door art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn is ter administratie van de Hoge Raad geen schriftuur ontvangen. Derhalve zal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nrs. 11/00284 ([verdachte 3]), 11/00043 ([verdachte 6]), 11/02669 ([verdachte 5]), 10/05537 ([verdachte 4]) en 11/00041 ([verdachte 1]), waarin ik ook vandaag concludeer.