Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Openlijke geweldpleging tegen personen en goederen (art. 141 Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over betrouwbaarheid getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2006:AU9130 m.b.t. selectie en waarderingsvrijheid van feitenrechter van beschikbaar feitenmater
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:2001. Deze regels zien uitsluitend op gevallen waarin slechts het verwerven en/of voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf is bewezenverklaard. Zij hebben in beginsel geen betre
Noodweer(exces). Putatief noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1987, 950 en HR LJN AR2443 m.b.t. de bedoeling en de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging van degene die een beroep op noodweer(exces) of op putatief noodweer doet. ’s Hofs vaststelling dat
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden a
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeelte
8 juli 2003 Strafkamer nr. 01631/02 U ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 21 mei 2002, nummer RK: 01/1689, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van: [de opgeëiste pe
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering
1. Schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen. 2. Art. 51 Sv. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BJ7810. Voorts herhaalt de HR de mogelijkheid om het verzuim te dekken in het geval het gaat om het instellen van hoger beroep uit HR LJN BV6999
Jeugdzaak. Beschouwing over de reikwijdte van de partiële vernietiging. Verduidelijking terugwijzingsopdracht “uitsluitend wat betreft de strafoplegging”. In aanmerking genomen dat de verdachte t.t.v. de uitspraak in h.b. meerderjarig was had het Hof o.g.v. art. 77aa.4 Sr slechts
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Overleggen van stukken van overtuiging, art. 414.1 Sv. Na dupliek legt verdachte stukken over. Het Hof neemt deze in ontvangst maar geeft te kennen er bij de beraadslaging geen acht op te zullen slaan. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2000, 214 m.b.t. de bevoegdheid s
Art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad (Stcrt. 2008, 147). De HR verduidelijkt in voorafgaande beschouwingen de uitleg en toepassing van art. IV.3 Procesreglement betreffende de regeling voor de situatie dat de raadsman die in het cassatiegeding optreedt, be
-
HR: 80a RO. Dat brengt met zich dat de HR niet kan toekomen aan een beoordeling van rechtspunten betreffende de vordering van de b.p. (vgl. HR ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.5).
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
-
-
-
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden a
-
-
Benadeelde partij. Art. 592a Sv. Het Hof heeft de b.p. n.o. verklaard in haar vordering en bepaald dat de b.p. haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. HR: Een dergelijke n.o.- verklaring brengt niet z.m. mee dat de b.p. zelf de kosten moet dragen. Als in
1. Bewaring t.b.v. rechthebbende (van 3.63 karaat briljant). 2. Geschrift benadeelde partij in cassatie. Ad 1. In de in art. 353.1 Sv bedoelde gevallen wordt een ex art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerp a) teruggegeven aan de beslagene tenzij b) er een ander is die redelijkerwijs a
1. Nemo tenetur. Wilsafhankelijk. In zijn overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de inhoud van de ordners niet kan worden aangemerkt als bewijsmateriaal dat door verdachte onder dwang is afgegeven. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Het middel s