Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2011:BO4028
2011-01-04
Strafrecht
09/01686 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BO4028 → ECLI:NL:PHR:2011:BO4028
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur ingediend. Betrokkene niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.079 tekens)
Nr. 09/01686 P
Mr. Vellinga
Zitting: 9 november 2010
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Veroordeelde is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01686P en 09/01687. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Ingevolge de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu veroordeelde niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Vellinga
Zitting: 9 november 2010
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Veroordeelde is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01686P en 09/01687. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Ingevolge de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu veroordeelde niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG