Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2011:BP4654
2011-04-05
Strafrecht
10/01639
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BP4654 → ECLI:NL:PHR:2011:BP4654
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2011:BP4654 → ECLI:NL:GHAMS:2009:BK7625
Inhoudsindicatie
OM-appel. Geen middelen ingediend. AG niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.286 tekens)
Nr. 10/01639
Mr. Silvis
Zitting: 8 februari 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Bij arrest van 23 december 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde en verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.
2. De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Namens het openbaar ministerie zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ingevolge art. 437, eerste lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen een maand na de verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaken 10/01301 en 10/01305 waarin ik heden ook concludeer.
Mr. Silvis
Zitting: 8 februari 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Bij arrest van 23 december 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde en verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.
2. De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Namens het openbaar ministerie zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ingevolge art. 437, eerste lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen een maand na de verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaken 10/01301 en 10/01305 waarin ik heden ook concludeer.