Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2012:BX5553
2012-10-09
Strafrecht
11/03183
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX5553 → ECLI:NL:PHR:2012:BX5553
Inhoudsindicatie
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.070 tekens)
Nr. 11/03183
Mr. Hofstee
Zitting: 21 augustus 2012 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Verzoeker is bij arrest van 28 juni 2011 door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem wegens 1. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", 2. "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie", 3. "schuldheling" en 4. "opzetheling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en zes maanden. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen gelast, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/03309, 11/03317, 11/03183 en 11/03184. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Hofstee
Zitting: 21 augustus 2012 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Verzoeker is bij arrest van 28 juni 2011 door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem wegens 1. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", 2. "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie", 3. "schuldheling" en 4. "opzetheling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en zes maanden. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen gelast, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/03309, 11/03317, 11/03183 en 11/03184. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG