Overzichtsarrest HR over de toepassing van art. 80a RO. Vervolg op de overzichtsarresten van 11 september 2012.
Wetboek van Strafrecht
Art. 27 Sr
Genoemd in 2.019 uitspraken · Officiële wettekst
2.019 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
1. Opzet. 2. Noodweer. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AE9049. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte door het met het mes toebrengen van een diepe steekwond in de rug van X zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij het slachtoffer
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
-
Verzuim aftrek voorarrest. Art. 27 Sr. Zoals de HR heeft overwogen in zijn arresten van 11 september 2012 (LJN BX0146, LJN BX0132, LJN BX0129 en LIJN BX7004) behoort het verzuim toepassing te geven aan de art. 27 Sr bedoelde aftrek tot de verzuimen die voor de invoering van art. 80a RO grond vormden
Conclusie AG. De zaak tegen [verdachte]. Vijf middelen die met voornamelijk motiveringsklachten opkomen tegen het bewijs van 1 subsidiair, doodslag, 2 subsidiair, ontucht, en 3 primair, wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer]. Hoewel het oordeel dat [slachtoffer] is overleden door de to
1. Art. 63 Sr i.v.m. buitenlandse veroordeling. 2. Art. 27 Sr. Ad 1. Als bij een buitenlandse rechterlijke beslissing aan verdachte straf is opgelegd, levert die strafoplegging niet een veroordeling op a.b.i. art. 63 Sr. De ontwikkelingen op het gebied van Europese strafrechtelijke samenwerking nop
Geen responsieplicht op verweer of standpunt dat in eerste aanleg is gevoerd, maar in hoger beroep niet uitdrukkelijk is herhaald. De omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep bij verstek heeft plaatsgevonden en dat de aan de appelakte gehechte opgave van bezwaren inhoudt dat het hoger beroep
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
1. Samenweefsel van verdichtsels, art. 326 Sr. 2. Unus testis, art. 342.2 Sv. Ad 1. Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed, tot h
Rap met bedreigingen verspeid via MSN. HR herhaalt vereisten voor bedreiging uit HR LJN AT3659 en HR NJ 1984, 479. HR casseert i.v.m. ontoereikende motivering. CAG o.m. over rapcultuur, gangsta-raps, Battleraps en Diss tracks.
Conclusie AG. Witwassen van ruim 1 miljoen euro, onder meer door verduisterde geldbedragen om te zetten in bitcoins. Conclusie gaat in op bitcoins, witwassen en kwalificatie-uitsluitingsgrond en strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Medeplegen van (poging tot) opzettelijk handelen in strijd met art. 3 onder B en C Opiumwet. Pseudokoop en schending Talloncriterium. Vidgen-kwestie: schending ondervragingsrecht getuige (medeverdachte) die zich op zijn verschoningsrecht beroept. De conclusie strekt tot verwerping van
Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
In het geval de dag van invrijheidstelling samenvalt met de dag van inverzekeringstelling is geen ruimte voor toekenning van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv.
Cassatie in het belang der wet. Benadeelde partij. Rechtstreekse schade. Art. 51f.1 Sv. De opvatting dat aan het vereiste dat een betrokken benadeelde “rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit” a.b.i. art. 51f.1 Sv uitsluitend is voldaan in die gevallen waarin deze benadeelde is get
Bedrieglijke bankbreuk, art. 344a en 341 (oud) Sr. Strafmotivering. Verandering in regels van sanctierecht, art. 1.2 Sr. Regels van sanctierecht zijn ten gunste van verdachte veranderd en Hof had het uit art. 344a Sr voortvloeiende mildere sanctieregime met een strafmaximum van vier jaren gevangenis
1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht ex 285 Sr niet van dien aard dat redelijke vrees voor leven kon ontstaan: doelmatigheidsvrijspraak door HR. 2. Verzuim toepassing art. 27.1 Sr door HR hersteld. Ad 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen is niet af te leiden dat m.b.t. tot X de bedr
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige, zich
1. Bewijsklacht bedrieglijke bankbreuk, art. 343 Sr. 2. Aftrek voorarrest, art. 27 Sr. 3. Ambtshalve: de strafoplegging. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BI4691 m.b.t. het bewijs van het voorwaardelijk opzet. Ad 2. HR trekt alsnog de tijd doorgebracht in inverzekeringstelling af.
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
Conclusie A-G. Eigen waarneming van de rechter, wettelijke rente, beschouwing over de toepassing van art. 80a RO. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Onrechtmatige overheidsdaad; strafrecht. Tenuitvoerlegging voorwaardelijk gedeelte gevangenisstraf onrechtmatig? Veroordeling tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf (art. 14a Sr), waarbij voorarrest langer heeft geduurd dan onvoorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf. Ziet de aftrek van voor
-
Conclusie AG. Tezamen en in vereniging met anderen plegen van gewelddadige woningoverval waarbij een geldbedrag is buitgemaakt (art. 312 Sr). Middel over het bewijs van het medeplegen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
1. Bewijsklacht bedreiging met zware mishandeling. 2. Art. 27.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt eisen t.a.v. bedreiging met zware mishandeling uit HR LJN AT3659. Het Hof heeft kunnen oordelen dat de door de verdachte telefonisch gedane uitlatingen in hun context bezien bedreiging met zware mishandeling opleve
Conclusie AG in visfraudezaak. Valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Het opmaken van facturen, terwijl daarin een onjuiste benaming van de vissoort werd vermeld. Middelen over 1) het bestanddeel ‘valselijk’, 2) opzet op de valsheid en 3) oogmerk op misleiding.
Rolconclusie AG. Toezending aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv (60-dagentermijn voor indiening cassatieschriftuur) aan verdachte in het buitenland per gewone brief op grond van art. 36e lid 3 Sv. Er is geen cassatieschriftuur binnengekomen binnen de gestelde termijn. Rechtsgeldige betekenin
Witwassen en (poging tot) opzetheling. Voorhanden hebben van en verhullen en verbergen van de vindplaats van schilderijen die zijn weggenomen bij een in scène gezette diefstal bij X en poging tot aanbieding van deze schilderijen bij een verzekeringsmaatschappij ter verkrijging van ‘vindersloon’. "Do
Examenfraude scholengemeenschap Ibn Ghaldoun. Medeplegen van opzetheling van “fotografische opnames van gestolen eindexamenopgaven” en “een gegevensdrager met daarop opgeslagen afbeeldingen van eindexamenopgaven”. Door diefstal verkregen goederen ex art. 416.1 Sr? Uit de bewijsvoering kan wel worden
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassa
Aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel teneinde ten onrechte teruggaven van omzetbelasting te bewerkstelligen niet heeft te gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR omdat zo een aangifte niet e
Art. 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. 1. Schuld en causaliteit. 2. Verkeerde toepassing van art. 27 Sr. Ad 1. Snelheidswedstrijd tussen verdachte en X. Het Hof heeft o.b.v. onder meer diens vaststellingen geoordeeld dat ook verdachte zich zeer onvoorzichti
Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten (en beschouwingen) over het ontnemen van voordeel dat (ogenschijnlijk) onder een rechtspersoon is gevallen aan een natuurlijke persoon. Heeft hof toereikend geoordeeld dat het voordeel van een rechtspersoon bij de economisch eigenaar kan worden ontnomen? Moti
Opzettelijke belediging van echtgenoot van Koning, art. 112 (oud) Sr. 1. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. Gewijzigd inzicht a.b.i. art. 1.2 Sr door vervallen van art. 112 (oud) Sr? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 dag en taakstraf van 40 uren). Heeft hof bij strafoplegging verzuimd t
Conclusie AG. Voorbereidingshandelingen hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Voorwerpen bestemd tot beroeps-/bedrijfsmatige of grootschalige teelt?
-
Discrepantie tussen strafoplegging en strafmotivering. In aanmerking genomen dat Hof blijkens zijn strafmotivering onmiskenbaar heeft bedoeld een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk zou zijn aan de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebra
Art. 423.4 Sv. Partieel appel OM. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van feiten 1 en 3 en hem terzake van feit 2 een gevangenisstraf opgelegd. Het hoger beroep is beperkt tot feit 1. Het hof heeft de verdachte terzake van feit 1 veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf en op grond van a
Beïnvloeding van getuigen. Uitleg art. 285a Sr. Verweer en middel steunen op de opvatting dat voor een veroordeling terzake van het in art. 285a Sr voorziene misdrijf is vereist dat komt vast te staan dat van de zijde van de verdachte sprake is geweest van enige vorm van intimidatie jegens de in die
1. Kennelijke misslag in de bewezenverklaring. 2. Aftrek voorarrest. 3. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De gebezigde bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan worden afgeleid dat verdachte met zijn tong is binnengedrongen in de vagina van het slachtoffer. De HR neemt echter aan dat de desbetreff
Conclusie AG. OM cassatie. Bijzondere voorwaarde met betrekking tot internetgedrag bij veroordeling ter zake van art. 240b Sr. Hof beperkt het toezicht op de naleving van deze voorwaarde door de bijstand door de politie bij onderzoek van geautomateerde bestanden en digitale gegevensdragers uit te s
Onderzoek aan smartphone. Wettelijke grondslag, art. 94.1, 95.1, 96.1 en 104 Sv. Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de OvJ. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer
Herziening. Deskundige. Vervolg op HR ECLI:NL:HR:2009:BJ9328. HR geeft voorafgaande beschouwingen m.b.t. de vraag wanneer een nieuw en/of gewijzigd deskundigeninzicht kan worden aangemerkt als een gegeven i.d.z.v. art. 457 Sv en de daarbij van belang zijnde informatie van en over de “deskundige”. He
Verkrachting. Art. 242 Sr. 1. Feitelijkheden die hebben plaatsgevonden voor de tlgd. periode mede redengevend voor het bewijs van de uitgeoefende dwang? Verjaring van die feitelijkheden. 2. Inspelen op devotie of godvruchtigheid een ‘andere feitelijkheid’ i.d.z.v. art. 242 Sr? Ad 1: ’s Hofs oordeel
Concl. AG. Verkrachting, meermalen gepleegd. Verdachte heeft aangeefster massagehandelingen gegeven en terwijl zij (vrijwel) naakt op zijn massagetafel lag, zijn vinger(s) in haar vagina gebracht en haar vagina betast. Bewezenverklaard is dat hij deze ontuchtige handelingen op een "onverhoedse wijze
Conclusie AG. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting door het plaatsen van filmpjes op “Facebook Live”. 1. Falende bewijsklachten (art. 81 lid 1 RO). 2. Klacht over schending van de inzendtermijn. De AG ziet daarnaast aanleiding om ambtshalve opmerkin
Militaire zaak. (Gewoonte)witwassen (meermalen gepleegd), art. 420bis.1.b en 420ter Sr. 1. In kluis verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig uit enig misdrijf? 2. Volgt uit bewijsvoering dat sprake is van een gewoonte? HR: 81.1 RO. Samenhang met 16/03015.
Falende unus testis-klacht. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. art. 342.2 Sv. I.c. kan niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van X met betrekking tot feit 1 en Y met betrekking tot feit 2 onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateri
Motivering strafoplegging. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt? Het Hof heeft het aangevoerde klaarblijkelijk niet opgevat als een u.o.s. i.d.z.v. art. 359.2, tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof het aangevoerde e
Slagende bewijsklacht witwassen. Ten laste van vd is bewezenverklaard dat hij geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad die uit enig misdrijf afkomstig waren. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig waren, is, gelet op
HR: art. 81.1 RO.
Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. medeplegen poging tot doodslag, meermalen gepleegd. Middel klaagt over voorwaardelijk opzet op de dood, meer in het bijzonder over omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen niet zou kunnen worden afgeleid dat de bewezen verklaarde geweldshandelingen de aanmerkelijk
Conclusie AG. Brandmoord op garagehouder in Breda. Klachten over de oplegging van een gevangenisstraf van 30 jaar zonder tbs aan een man die behandeld wil worden. Toepassing nieuwe vi-regeling. Totale duur gijzelingen van 365 dagen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep na vermindering t
Conclusie AG. Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr). Bijdrage verdachte, bestaande uit het op een afstandje filmen van de geweldshandelingen en daarbij lachen, van voldoende gewicht? Conclusie strekt tot verwerping.
Brandstichting (meermalen gepleegd) door in tijdsbestek van 3 maanden bij ex-schoonvader, voormalige vriend en zus van zijn vriendin auto’s en woning in brand te steken, art. 157 Sr. Discrepantie tussen strafoplegging en strafmotivering. Strafoplegging onbegrijpelijk, nu volgens dictum gevangenisstr
Medeplegen poging tot afpersing, art. 317 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangever voldoende steun in waarneming van moeder van aangever? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR herhaalt relevant
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek van verdachte die in Colombia is gedetineerd in afwachting van vervolgingsuitlevering aan de VS. Aanwezigheidsrecht ex art. 6 EVRM in het licht van EHRM Hokkeling v. Nederland. Samenhang met 16/05038, 16/05216 en 17/00331.
Conclusie AG over de vraag wie kan worden aangemerkt als leider van een criminele organisatie in de zin van art. 140, derde lid, Sr. De AG stelt zich op het standpunt dat het beroep in cassatie dient te worden verworpen.
Aftrek a.b.i. art. 27 Sr bij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:462 (civiele kamer) inhoudende dat bevel tot aftrek voorarrest ook ziet op het ten uitvoer te leggen voorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf. Hof heeft ve
Antilliaanse zaak. Verzuim aftrek uitleveringsdetentie, art. 1:62.1 SrC. Het middel klaagt op zichzelf terecht dat het Hof heeft verzuimd m.b.t. de in uitleveringsdetentie doorgebrachte tijd toepassing te geven aan art. 1:62.1 SrC. Hetgeen is overwogen in ECLI:NL:HR:2013:BZ4478 m.b.t. het bestaan va
A-G Niessen heeft op 28 maart 2017 conclusie genomen in de zaak met nummer 16/03548. In deze zaak had de Hoge Raad aan de procureur-generaal medegedeeld toepassing van artikel 80a Wet RO te overwegen. In cassatie is in geschil of belanghebbendes herzieningsverzoek moet worden toegewezen. In de concl
1. Una via beginsel. Art. 243.2 Sv. Art. 5:44 Awb. De klacht berust op de opvatting dat het ‘una via-beginsel’ a.b.i. in art. 243.2 Sv en art. 5:44, eerste lid, Awb in onderlinge samenhang bezien, zo moet worden uitgelegd dat een opgelegde bestuurlijke boete steeds aan een strafvervolging in de weg
BOPZ. Voorlopige machtiging na voortgezette inbewaringstelling. Verzoek ingediend nadat termijn machtiging voortzetting inbewaringstelling was verstreken. Ontslag door geneesheer-directeur op de voet van art. 48 lid 1 onder b Wet Bopz (art. 49 en 53-54 Wet Bopz). Uitblijven van schriftelijke mededel
Witwassen en hawala-bankieren. ’s Hofs oordeel dat de geldbedragen die verdachte en zijn mededaders i.h.k.v. het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning hebben verworven en/of voorhanden hebben gehad en/of hebben overgedragen ‘daarmee’ van misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste
Ontucht, art 247 en art. 248.2 Sr. Klacht m.b.t. het bewijsminimum van art. 342.2 Sv. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452. In het onderhavige geval kan niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in het overig
Gekwalificeerde doodslag, art. 288 Sr. De opvatting dat van het oogmerk om aan zichzelf of andere deelnemers het bezit van het wederrechtelijk “verkregene” te verzekeren, pas sprake kan zijn nadat het strafbare feit (i.c. de verduistering van een hoeveelheid heroïne) waarmee de doodslag samenhangt,
De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant een ontoelaatbare conclusie inhoudt. Conclusie AG: anders.
Medeplegen mishandeling (art. 300.1 Sr) en medeplegen diefstal, meermalen gepleegd (art. 311.1.4 Sr). Vordering tul. 1. Niet-naleving algemene of bijzondere voorwaarde? 2. Toewijzing vordering tul in h.b., terwijl niet blijkt dat veroordeelde in e.a. is opgeroepen onder betekening van vordering tul
Conclusie AG. Jaddoe. Ontuchtige handelingen plegen met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam (art. 245 Sr). Klacht m.b.t bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus
Strafzaak Buizerd/Pulheim. Veroordeling tot 26 jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van moord op een advocaat, leiding geven aan een criminele organisatie, medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade en voertuigencriminaliteit. PGP-bewi
Conclusie AG. Het middel dat klaagt over de bewijsmotivering slaagt niet en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Daarenboven bepleit de AG dat nu in het kader van de sanctionering een voorwaarde is gesteld die strekt tot medewerking van de veroordeelde aan tij
Conclusie AG. Doodslag (art. 287 Sr). 1. Klacht over verwerping beroep op (putatief) noodweer(exces). 2. Klacht over toewijzing shockschade bp. 3. Klacht over overschrijding inzendtermijn in cassatie. 4. Schriftuur bp. Kan HR acht slaan op prematuur ingediende schriftuur? Klacht over n-o verklaring.
Conclusie AG. Witwassen van een geldbedrag. Klachten over bewijsvoering ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Gevangenisstraf 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 200 uur; proeftijd 3 jaar en bijz. vw. wegens deelname aan de rechtsextremistische en terroristische organisatie The Base (art. 140a Sr), opruiing (tot zowel enige strafbare feiten als tot terroristische misdrijven) e
Medeplegen van een gewelddadige ontvoering in Amstelveen op 9 maart 2017. Klachten over (i) de verwerping van het alternatieve scenario, (ii) de motivering van het medeplegen poging tot doodslag, (iii) de motivering van het medeplegen zware mishandeling en (iv) de strafoplegging (verbazingscriterium
Reeks straatroven, poging tot zware mishandeling, openlijke geweldpleging en wederspannigheid. Bewijsklachten, een klacht m.b.t. de motivering van de oplegging van TBS met dwangverpleging en een klacht over de afwijzing van een in verband met de oplegging van TBS gedaan vw. verzoek om aanvullend ond
Conclusie AG. Heeft het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep? Betekenis mededelingen van de griffie.
Poging doodslag door op oudjaarsavond in bar in Doetinchem met kapot geslagen glas tegen oor en hals van ander te slaan, art. 287 Sr. 1. Is verdachte op camerabeelden en foto's weergegeven man met geblokt shirt? 2. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van herkenningen van verbalisanten. 3. Begrijpelijkheid va
Slagende bewijsklacht gebruik maken a.b.i. art. 420bis Sr, witwassen. Aangezien de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde, v.zv. inhoudende dat verdachte van geldbedragen die hij 'bespaard' heeft "gebruik heeft gemaakt", niet z.m. uit de door het Hof gebruikte bewijsvoering kan worden afg
Conclusie AG. 1. Herhaald verzoek tot als getuige horen van in Kaapverdië gedetineerde medeverdachte. 2. Voorhanden hebben vuurwapen en munitie in door verdachte gehuurde woning, art. 26.1 WWM. Meer of mindere mate van bewustheid? Denaturering verklaring verdachte? 3. Medeplegen gewoontewitwassen va
Poging tot doodslag door ander met mes in borst te steken, nadat verdachte tijdens gevecht met twee personen n.a.v. nachtelijke ruzie buiten op straat is geslagen en letsel heeft opgelopen, art. 287 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t.
Overzichtsarrest zwaar lichamelijk letsel. Medeplegen zware mishandeling door ander met vuist in gezicht te slaan/stompen, art. 302.1 Sr. Levert gebroken kaak en afgebroken tand zwaar lichamelijk letsel op? HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan begrip zwaar lichamelijk letsel. Daarbij gaat HR mede
1. HR komt terug op gewoonteregel m.b.t. ambtshalve beperking cassatieberoep. 2. Witwassen, art. 420bis.1.b Sr. Geldbedrag uit misdrijf afkomstig? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t omvang van het beroep in cassatie tegen uitspraken in strafzaken. HR oordeelt d
Hof heeft t.a.v. in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen de bewaring gelast teneinde het OM in de gelegenheid te stellen deze voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar terug te geven dan wel zelfstandig een vordering tot o.a.h.v. in te dienen. Beslissing ex art. 353 Sv? HR: art. 80a R
Strafmotivering, LOVS-oriëntatiepunt. Slagende klacht m.b.t. de begrijpelijkheid van de uitleg en toepassing van LOVS-oriëntatiepunten door de feitenrechter. Het hof heeft overwogen dat het bij de strafoplegging de genoemde LOVS-oriëntatiepunten heeft toegepast en heeft klaarblijkelijk geoordeeld da
Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te d
Afwijzing getuigenverzoek. ’s Hofs oordeel dat het verzoek tot het horen van X als getuige moet worden afgewezen is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.
Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid. Art. 326 Sr. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat iemand zich i.s.m. de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren, niet op
Ondervragingsrecht verdediging, steunbewijs. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BX5539. Het Hof heeft de bij de R-C afgelegde verklaringen van de medeverdachten voor het bewijs kunnen bezigen. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Conclusie AG. 1. Medeplegen van oplichting gemeentelijk energiebedrijf (art. 326 lid Sr), 2. het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware toelichting op een staat, meermalen gepleegd (336 Sr), 3. valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en 4. medeplegen van valsheid in geschrift
Conclusie AG. Cold case. Doodslag op [slachtoffer] uit 2010. Middelen over het bestaan van nieuwe bezwaren a.b.i. art. 255 Sv. Verzuim om machtiging nieuw opsporingsonderzoek te vorderen wordt voor gedekt gehouden. Bewijs van voorwaardelijk opzet op de dood. Klachten over afwijzing (voorwaardelijk)
Conclusie AG. M1 klaagt over afwijzing getuigenverzoek. M2 en M3 hebben betrekking op bewezenverklaring “medeplegen van gewoontewitwassen”. M4 klaagt over strafoplegging, M5 over schending inzendtermijn. Eerste vier middelen falen, M5 slaagt. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie.
Conclusie AG. Eendaadse samenloop van opruiing (art. 131.1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr), alsmede belediging van een ambtenaar (art. 267.2 Sr). 1 en 2. Klachten m.b.t. maatregelen strekkende tot beperking van de vrijheid (art. 38v Sr). 3. Klachten m.b.t.
De innovatiekamer van het gerechtshof Den Haag legt in het kader van een zogenoemde versnelde procedure een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een verbeurdverklaring op vanwege het voorhanden hebben van ongeveer een kilo harddrugs en vanwege voorbereidingshandelingen als bedoeld in ar
Conclusie PG. Bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke straf. De PG geeft de Hoge Raad in overweging de maatstaf ‘ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde’ teneinde te bepalen of een voorwaarde het gedrag van de veroordeelde betreft te vervangen dan wel te verduidelijken. De P
Conclusie AG. Veroordeling voor doodslag en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Shockschade, causaal verband. Middel 1 komt met een aantal deelklachten op tegen de bewezenverklaarde doodslag. Middel 2 klaagt over het oordeel dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan
In het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de bestanddelen aanwezig hebben en voorhanden hebben in enkele strafbepalingen. Voorstel tot aanpassing van de structuur onder meer door in art. 26 WWM geen bewustheid maar opzet (/culpa) te lezen. De
Conclusie plv-AG. Klaagschrift ex 552a Sv. Hoewel de conclusie strekt tot het n-o verklaren van klager in zijn beroep in cassatie wegens het opheffen van het beslag, gaat de conclusie in op de wijze waarop de Rb het beklag ontvankelijk heeft geacht alsmede op het cassatiemiddel v.zv. daarin de stell