Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:577

2022-04-19 Strafrecht 21/02301
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-04-19
Publicatiedatum
2022-04-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/02301
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/491

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Brandstichting (meermalen gepleegd) door in tijdsbestek van 3 maanden bij ex-schoonvader, voormalige vriend en zus van zijn vriendin auto’s en woning in brand te steken, art. 157 Sr. Discrepantie tussen strafoplegging en strafmotivering. Strafoplegging onbegrijpelijk, nu volgens dictum gevangenisstraf van 5 jaren en 8 maanden is opgelegd, terwijl hof blijkens strafmotivering heeft bedoeld gevangenisstraf van 5 jaren en 6 maanden op te leggen? HR: Om redenen vermeld in CAG, is middel terecht voorgesteld. CAG: Bedoeling hof was blijkens strafmotivering om aan verdachte een gevangenisstraf van 5 jaren en 6 maanden op te leggen. Dat strookt niet met de in dictum opgenomen gevangenisstraf van 5 jaren en 8 maanden. Het gaat hier om kennelijke misslag die HR om doelmatigheidsredenen kan verbeteren. HR verstaat ‘s hofs uitspraak zo dat aan verdachte gevangenisstraf is opgelegd van 5 jaren en 6 maanden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.562 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/02301

Datum 19 april 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 mei 2021, nummer 20-000995-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad zal verstaan dat de door het hof aan de verdachte opgelegde vrijheidsstraf vijf jaren en zes maanden beloopt, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, en het cassatieberoep zal verwerpen.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, omdat de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren en acht maanden voor de bewezenverklaarde feiten 2 tot en met 5 niet overeenkomt met de in de strafmotivering bedoelde gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden voor diezelfde feiten.


2.2
Volgens het dictum heeft het hof de verdachte ter zake van de onder 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en acht maanden, met aftrek als bedoeld in artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.


2.3
Om de redenen die in de conclusie van de advocaat-generaal staan vermeld, is het cassatiemiddel terecht voorgesteld en zal de Hoge Raad de uitspraak van het hof zo verstaan dat aan de verdachte voor de onder 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf is opgelegd van vijf jaren en zes maanden.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verstaat dat het hof aan de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten 2, 3, 4 en 5 een gevangenisstraf heeft opgelegd van vijf jaren en zes maanden;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.