Gebruik domeinnaam door vennootschap A vormt geen inbreuk op de handelsnaam van vennootschap B (voormalige dochteronderneming van A). Dwangsom opgelegd met betrekking tot ongedaanmakingsverplichting ter zake van vernietigd vonnis voorzieningenrechter.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Procesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het audiëntieblad aangetekende beslissing van de rolraadsheer tot verwijzing van de zaak naar de rol voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art
Zogenaamde “beschermingsbijdrage” igv. arbeidsongeschiktheid, onvrijwillige werkeloosheid en overlijden wordt bestreken door de WCK: limitatief verbod van artikel 34 WCK; blijkens Memorie van Toelichting omvat het begrip kredietvergoeding ook vergoedingen ter zake van dienstverle
Procesrecht/verbintenissenrecht. Cassatie tegen in hoger beroep bij verstek gewezen arrest. Ongerechtvaardigde verrijking (als bedoeld in art. 6:212 BW) van erfgename die na overlijden van haar echtgenoot enig eigenaar is geworden van een aantal automobielen waarvoor restauratie-
Procesrecht. Terugkomen van bindende eindbeslissing. Feitelijke lezing van een of meer gedingstukken in tussenarrest, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn. Motiveringsplicht rechter. Rechter d
Wet op het consumentenkrediet. Verstek. Ambtshalve beoordeling van de grondslag van de vordering. Geen rechtsgeldige ingebrekestelling. Geen algehele opeising
Verbintenissenrecht. Vordering tot schadevergoeding na strafrechtelijk vervolging en vrijspraak door rechtbank van alle ten laste gelegde feiten. Geen, ten opzichte van de aanhouding, afzonderlijke onrechtmatige daad. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. In dit geval - waarin degene
Artikel 233 Rv bepaalt, kort gezegd, dat de rechter indien dit wordt gevorderd, een vonnis geheel of gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad kan verklaren. Artikel 233 lid 3 Rv bepaalt dat de rechter aan die uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde kan verbinden dat tot een
Geschil tussen ex-zwagers over of de ene zwager onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij zijn oom op eigen naam heeft laten procederen tegen de andere zwager op grond van een geldlening waarvan de ene zwager wist dat deze niet op de andere zwager kon worden verhaald. Eisvermeerderi
Mishandeling met schade tot gevolg. Benadeelde heeft schade voldoende onderbouwd; beroep van de dader op eigen schuld slaagt niet. Bekrachtiging vonnis kantonrechte
Terugbetaling van lidmaatschapsgeld programma investeren in vastgoed. Toetsing oneerlijke bedingen een verrassingsbeslissing? Opzegging. Klachtplicht. Oneerlijke handelspraktijk? Verzuim vereist?
Afwijzing verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling na enquête.
Erfrecht. Opeisbaarheid geldlening. Verdeling nalatenschap. Onttrekkingen door (latere) erfgenamen. Art. 21 Rv. Gevolgen verbonden aan onwaarachtige verklaringen op eerdere zitting en niet verschijnen op tweede zitting erfgename.
Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders van vennootschap voor verplichtingen van die vennootschap? Het hof acht het bij tussenarrest (ECLI:NL: GHARL: 2024:7481) opgedragen bewijs niet geleverd. Het hof komt niet terug op beslissingen in dat tussenarrest.
Incident ex artikel 222 Rv tot voeging. Vordering toegewezen’
Aan de werkzaamheden van een interim-manager is voortijdig een einde gekomen. In deze zaak liggen de vragen voor wanneer de overeenkomst van opdracht tussen partijen is geëindigd en tot wanneer de interim-manager recht heeft op doorbetaling van zijn loon en of de interim-manager
Opheffing beslag: misbruik van bevoegdheid (3:13 lid 2 BW).
Overheid. Erfpacht. Matiging boetes. De Gemeente heeft een perceel grond in erfpacht uitgegeven ten behoeve van de bouw en exploitatie van een hotel. De erfpachter heeft het hotel niet op de afgesproken uiterste datum in gebruik genomen en heeft contractuele boetes verbeurd. Het
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende beslissing door de kinderrechter en over een voorwaardelijk nieuw verzoek tot ondertoez
Caribische zaak. Procesrecht. Matiging contractuele boete; aan stelplicht te stellen eisen; bewijsaanbod. Vervolg op HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:846.
Arrest in kort geding. Toestemming verhuizing of bekrachtiging verhuisverbod. De kern van het geschil in hoger beroep betreft de vraag of de moeder in het kader van het onderhavige kort geding vervangende toestemming kan worden verleend om met de minderjarige te verhuizen naar pl
Huurrecht; procesrecht. Reikwijdte art. 2.25 Lpr ('beraad partijen'), vervolg op HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1153. Toepassing splitsingscriteria HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7637.
incident ex artikel 224 Rv - vordering tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten.
Aanneming van werk. Totstandkoming en uitleg. Schadevergoeding, ontbinding, boetes en dwangsommen.
Schadestaatprocedure. Schending non-concurrentiebeding in zeesleepvaart. Schadebegroting. Ten onrechte leerstuk van de kansschade niet toegepast? Voorshandse oordelen en gelegenheid voor leveren tegenbewijs. Schending van de waarheidsplicht en daaraan te verbinden gevolgtrekkinge