Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:5720
2026-09-01
Civiel recht
200.335.407/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHARL:2026:5720 → ECLI:NL:GHARL:2024:7481
Inhoudsindicatie
Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders van vennootschap voor verplichtingen van die vennootschap? Het hof acht het bij tussenarrest (ECLI:NL: GHARL: 2024:7481) opgedragen bewijs niet geleverd. Het hof komt niet terug op beslissingen in dat tussenarrest.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (30.364 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.335.407/01 en 200.335.671/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 225790
arrest van 1 september 2026
in de zaken van
1Reno Systems B.V.,
die is gevestigd in Stadskanaal,
2. [appellant2] Beheer B.V.,
die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,
3. Kade Beheer B.V.,
die is gevestigd in Stadskanaal,
die hoger beroep hebben ingesteld,
en bij de rechtbank optraden als gedaagden,
hierna samen: Reno c.s. en ieder afzonderlijk Reno Systems, [appellant2] Beheer en Kade Beheer,
advocaat: mr. J. Doornbos te Groningen,
tegen
Altea Holding B.V.,
die is gevestigd in Tynaarlo,
en bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna: Altea,
advocaat: mr. S. Heijerman te Haren.
1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Na het tussenarrest van 3 december 2024 heeft op 11 februari 2025 een getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij getuigen aan de zijde van Altea zijn gehoord. Reno c.s. hebben bij akte van 25 februari 2025 laten weten wie zij als getuigen willen laten horen en op 4 maart 2025 een akte ingediend met een verzoek aan het hof om terug te komen op het tussenarrest. Daarna heeft op 10 september 2025 een getuigenverhoor plaatsgevonden aan de zijde van Reno c.s. Reno c.s. hebben op 28 oktober 2025 een akte ingediend met een herhaald verzoek om terug te komen op het tussenarrest, tevens memorie na enquete. Altea heeft daarop in een akte van 23 december 2025 gereageerd. In verband met een wisseling van raadsheren heeft op 23 juni 2026 een nieuwe mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van de zitting van die datum is een verslag (proces-verbaal) gemaakt dat aan het procesdossier is toegevoegd, evenals de processen-verbaal van de getuigenverhoren. Partijen hebben om een uitspraak gevraagd. De datum van het arrest is bepaald op vandaag.
2De verdere beoordeling
Terugkomen op het tussenarrest
4.1
Het hof in het tussenarrest een aantal processuele aspecten beoordeeld. Daartoe was mede aanleiding door het fenomeen dat door Reno c.s. twee appeldagvaardingen zijn uitgebracht (en gehandhaafd). Het hof heeft daarover het volgende overwogen:
“Processuele aspecten
4.1
Reno c.s. hebben in deze zaak twee dagvaardingen in hoger beroep aan Altea laten betekenen en die bij het hof aangebracht, beide met grieven, te weten een dagvaarding van 1 december 2023 (hierna: de eerste dagvaarding) en een dagvaarding van 6 december 2023 (hierna: de tweede dagvaarding).
4.2
De eerste dagvaarding bevat enkel grieven tegen de rolbeslissingen van 20 oktober 2023 en 8 november 2023 met als vordering die beslissingen te vernietigen. De grieven komen er op neer dat de rechtbank ten onrechte aan Reno c.s. geen nader uitstel voor het nemen van een conclusie van antwoord heeft gegeven, akte niet-dienen heeft verleend, geen mondelinge behandeling heeft bepaald en een datum voor het wijzen van vonnis heeft bepaald. Daarnaast is een voorwaardelijke grief tegen het toen nog niet gewezen eindvonnis van 6 december 2023 opgenomen. In de tweede dagvaarding, waarmee vernietiging van het eindvonnis van 6 december 2023 wordt beoogd, is (naast twee inhoudelijke grieven tegen het eindvonnis) verzocht de grieven in de eerste dagvaarding tegen de rolbeslissingen in de beoordeling over het eindvonnis te betrekken.
4.3
Het met deze grieven beoogde doel, namelijk het terugwijzen van de zaak naar de rechtbank om daar alsnog inhoudelijk verweer te voeren, kan niet bereikt worden. Zelfs als de klachten over de processuele gang van zaken bij de rechtbank terecht zouden zijn, leidt dat als zodanig niet tot vernietiging van het eindvonnis. De herstelfunctie van het hoger beroep brengt mee dat Reno c.s. het verzuim om in de procedure bij de rechtbank verweer te voeren in hoger beroep hebben kunnen herstellen door dat verweer op te nemen in de appeldagvaarding. Zij zijn door het hof in de gelegenheid gesteld om hun stellingen mondeling toe te lichten. Bovendien leidt de beoogde vernietiging van het eindvonnis op grond van de geldende wettelijke regels er hoe dan ook niet toe dat het hof de zaak kan terugwijzen naar de rechtbank. Het hof dient de zaak zelf te beoordelen. Op die regels zijn uitzonderingen mogelijk, maar die doen zich hier niet voor. Dat Reno c.s. daarmee een inhoudelijke beoordeling van hun verweer in twee instanties mislopen is inherent aan dit processuele systeem.
Omvang van het hoger beroep
4.4
In de tweede dagvaarding leest het hof in de inhoudelijke grieven tegen het eindvonnis, in onderling verband en samenhang bezien met de toelichting die daarop is gegeven, een beperking van de rechtsstrijd in die zin dat het hoger beroep alleen betrekking heeft op de verklaring voor recht dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer garant staan voor de nakoming van de verplichtingen van Reno Systems en, in het verlengde daarvan, op de hoofdelijke veroordelingen van deze vennootschappen tot betaling waaronder van de beslagkosten. Er valt uit de grieven niet op te maken dat daarmee ook de verklaringen voor recht ten aanzien van Reno Systems en haar veroordelingen worden aangevallen, behoudens een terechte klacht over de datum van ontbinding van de aannemingsovereenkomst (niet 15 februari 2022 maar 15 februari 2023) die de rechtbank in de verklaring voor recht in 3.1 heeft opgenomen. Uit de memorie van antwoord van Altea volgt dat ook zij de grieven in die zin beperkt heeft opgevat.
4.5
Dat brengt mee dat de verklaringen voor recht die Reno Systems betreffen en de veroordelingen van Reno Systems in stand blijven. Ter zitting bij het hof is van de zijde van Reno c.s. nog wel bij wege van verweer ingegaan op de vraag of sprake is van een tekortkoming van Reno Systems in de nakoming van de oorspronkelijke aannemingsovereenkomst, de bevindingen van de deskundigen daarover en op de subsidiaire vorderingen van Altea jegens Reno Systems, maar het pas ter zitting voeren van dit verweer door Reno c.s. op die punten is in strijd met de twee-conclusieregel. Die regel houdt kort gezegd in dat grieven en verweren in het eerste processtuk moeten worden opgenomen. Voor Reno c.s. was dat de appeldagvaarding. Reno c.s. heeft niet aangevoerd dat en waarom deze regel in dit geval een uitzondering op de twee conclusieregel moet worden gemaakt.
4.6
Reno c.s. hebben in de pleitaantekeningen die zij tijdens de mondelinge behandeling van de zaak ten overstaan van het hof hebben overgelegd vorderingen ingesteld die strekken tot opheffing van de derdenbeslagen die Altea ten laste van [appellant2] Beheer en Kade Beheer heeft gelegd. Die vordering is voor het eerst in hoger beroep ingesteld en daarmee niet toelaatbaar, omdat niet voor het eerst in hoger beroep een dergelijke tegenvordering kan worden ingesteld. Voorzover de vorderingen strekken tot veroordeling van Altea om terug te betalen wat door Reno c.s. op grond van (ten uitvoerlegging van) het bestreden eindvonnis, na beslaglegging van 6 december 2023 is voldaan is dat een vordering tot ongedaanmaking van de gevolgen van dat vonnis. Een dergelijke voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering is naar vaste rechtspraak wel toelaatbaar.
4.2
Reno c.s. zijn het niet eens met de oordelen van het hof in de overwegingen 4.4-4.6 over de omvang van het hoger beroep. Volgens Reno c.s. heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat het hoger beroep in omvang is beperkt. Zij stelt dat zij wel heeft gegriefd tegen de beslissingen van de rechtbank dat met Reno Systems een vaststellingsovereenkomst is gesloten en tegen haar veroordelingen. Het hof zou daarom op de onjuiste oordelen moeten terugkomen en het processuele debat heropenen. Altea is het met deze stellingen niet eens.
4.3
Het hof overweegt het volgende.
4.4
Reno c.s. hebben op zich gelijk dat het hof niet zou moeten vasthouden aan een oordeel of (processuele) beslissing gebaseerd op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag, als dat strijdig zou zijn met de regels van een goede procesorde. Anders dan Reno c.s. stelt is volgens het hof echter geen sprake van een grond die maakt dat de oordelen waarover Reno c.s. zich beklagen feitelijk of juridisch onjuist zijn. Het hof licht dat toe.
4.5
Volgens Reno c.s. blijkt uit de formulering in punt 7. van de tweede appeldagvaarding (”Ten onrechte is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat op 15 februari 2023 tussen (alle) partijen een overeenkomst is gesloten, zoals door de rechtbank bij vonnis onder 3.1 van de beslissing is vastgesteld”) dat Reno wel heeft gegriefd. Dat zou worden gesteund door de nummers 9. en 10. van de toelichting op deze grief:
“9. Weliswaar heeft in februari 2023 een bouwbespreking plaatsgevonden op
locatie in Assen, waarbij er sprake was van een open einde, omdat eerst
moest worden vastgesteld hoe de gerezen conflicten moesten worden
uitgelegd. Conflicten waren gerezen na gemaakte meetfouten. Er was ook
sprake van aangeboden herstel dat in redelijkheid zou moeten worden geaccepteerd. Daartoe zouden deskundigen van beide partijen worden aangesteld. Namens Altea is weliswaar een vaststellingsovereenkomst opgesteld, maar deze is nooit ondertekend geworden, omdat appellanten zich niet met de inhoud daarvan konden verenigen.
10. In de visie van appellanten was afgesproken dat partijen beide een
deskundige zouden aanstellen om te bezien in hoeverre de werkzaamheden
al in gereedheid waren gekomen zoals opgedragen via de
aannemingsovereenkomst en aan de hand van de bevindingen van de
deskundigen zou bezien worden welke verrekeningen/afhandelingen nog
dienden plaats te vinden”.
4.5
Het hof leest in deze toelichting niet wat er volgens Reno c.s. wel in valt te lezen. De toelichting op wat in punt 7. staat is namelijk begonnen met nummer 8., waarin staat:
“Uit niets is gebleken dat [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV partij zijn
geworden bij de eerste aannemingsovereenkomst tussen Reno Systems en
Altea Holding BV. Beide beheermaatschappijen hebben nimmer zich
opgeworpen als partij bij deze basisovereenkomst en al evenmin bij het
maken van latere afspraken in het kader van een vaststellingsovereenkomst”.
Wat daarna in 9. en 10. is geschreven is door het hof begrepen als een (sub)toelichting op deze (hoofd)stelling in punt 8. van de toelichting. Ook het (laatste) nummer 12. van de toelichting wijst daarop:
“12. Kade Beheer, vertegenwoordigd door [naam3] en [appellant2]
Beheer BV vertegenwoordigd door [appellant2] hebben weliswaar in februari 2023 besprekingen gevoerd op de bouwlocatie met Altea Beheer BV bij monde van de heer [naam4] , maar zij hebben nimmer zich daarbij verplicht dat [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV garant zouden staan voor de nakoming c.q. partij zouden zijn bij de vaststellingsovereenkomst. Hun betrokkenheid ter plaatse gold alleen uit het feit dat zij bestuurders zijn van Reno Systems. Anders gezegd, de heren [naam3] en [appellant2] waren alleen voor dat overleg aanwezig als bestuurders van Reno Systems”.
4.6
Ook de verdere inhoud van de tweede appeldagvaarding geeft onvoldoende steun aan de opvatting van Reno Systems over de reikwijdte van het hoger beroep. Dat wordt niet anders indien de inhoud van de eerste appeldagvaarding daarbij wordt betrokken. Altea heeft de grieven ook beperkt opgevat en zij kon dat redelijkerwijs ook doen.
4.7
Het hof ziet dus geen grond om het verzoek van Reno c.s. te honoreren.
De bewijswaardering/verdere inhoudelijke beoordeling
4.8
Het hof heeft in het tussenarrest Altea opgedragen te bewijzen dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer garant staan in die zin dat zij zijn overeengekomen hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor de nakoming van de verplichtingen van Reno Systems uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst met Altea. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan, had Altea volgens het hof, kort gezegd, nog niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan met de correspondentie naar aanleiding van een conceptovereenkomst en de betaling die door Reno is verricht. Het hof verwijst naar de inhoud van het tussenarrest, in het bijzonder naar 4.9-4.12 daarvan.
4.10
Partijen hebben elk getuigen laten horen. Namens Altea zijn gehoord haar bestuurder de heer [naam4] , mr. Elema, destijds advocaat van Altea, en de heer [naam1] . Reno c.s. hebben als getuigen laten horen de heren [appellant2] van [appellant2] Beheer en [naam3] van Kade Beheer en de heer [naam2] van Remmont B.V.
4.11
Het hof geeft de relevante delen van hun verklaringen weer.
[naam4] :
Zoals gezegd wilde ik van Reno af. Ik wilde de overeenkomst met Reno ontbinden. Ik wist dat Reno een lege maatschappij was. Dat was uitgezocht via creditsafe. Ik wilde daarom ook dat [naam3] en [appellant2] garant zouden staan voor de kosten van de afbouw en de huurderving, dat zij aansprakelijk zouden zijn. [appellant2] en [naam3] wilden niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Wel is afgesproken dat de holdings van Reno aansprakelijk zouden zijn. Ik vond dat goed omdat ik wist dat in [appellant2] beheer vermogen zat zoals vastgoed. Onder het motto een man een man een woord een woord zijn vervolgens de handen geschud. Ik kan mij niet precies herinneren of de woorden garantstelling of hoofdelijk aansprakelijk zijn gevallen. Nu ik u dit hoor dicteren, moet ik daarop aanvullen dat toen [appellant2] en [naam3] aangaven niet persoonlijk aansprakelijk te willen zijn dat het volgens mijn advocaat geen probleem zou moeten zijn dat zij met hun vennootschappen borg zouden staan. Volgens mij is in dat kader toch wel het woord garantstelling gevallen dat was de bedoeling, dat zij met hun vennootschappen garant zouden staan.
Er is niet gesproken over een maximumbedrag dat Reno zou betalen voor het afbouwen. In feite heb ik toen een carte blanche gekregen. Kennelijk hebben [naam3] en [appellant2] zich dat later, toen was de afspraak al gemaakt, ook gerealiseerd.
Op een vraag van mr. Heijerman verklaar ik, dat als ik geen garantstelling had gekregen het gesprek direct zou zijn afgelopen. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik die garantstelling wilde en hoe de vlag erbij hing. In de vaststellingsovereenkomst, die later is opgemaakt, staat iets over de aansprakelijkheidsstelling. Daarop is door de advocaat van Reno geen opmerking gemaakt. Mr. Heijerman vraagt mij hoe de sfeer was tijdens de bespreking. Voor mijzelf kan ik verklaren dat ik er boos naartoe ging, maar dat ik na afloop opgelucht was omdat was afgesproken wat ik wilde. Voor zover ik dat kan beoordelen had ik de indruk dat [naam3] en [appellant2] ook blij waren met het resultaat.
Mr. Elema:
[naam4] had mij voorafgaand aan de bespreking gezegd dat hij zekerheid wilde van de nakoming van de afspraak door Reno, omdat Reno dat daarvoor steeds niet had gedaan. Ik weet niet meer of hij mij toen heeft gezegd waaraan hij dacht toen hij mij dat vroeg en ik weet ook niet meer of ik hem toen een suggestie daarvoor heb gedaan. Er is in ieder geval over gesproken.
Ik kan mij nog wel herinneren hoe het in het gesprek over dit punt is gegaan. Ik heb gevraagd hoe wij ervan uit konden gaan dat Reno de gemaakte afspraken zou nakomen. De reactie van de zijde van [naam3] en [appellant2] was, een man een man een woord een woord. Mijn reactie daarop was dat persoonlijk mee tekenen dan ook geen probleem zou moeten zijn. Toen werd het even stil, maar er is duidelijk gemaakt dat dat niet de bedoeling was. Dat wilden ze niet. Toen heb ik gezegd, dan komt er geen deal. Verzin maar wat, een bankgarantie is ook goed, maar dat bleek ook geen optie. Vervolgens is door mij gezegd dat [appellant2] en Kade beheer garant moeten staan voor nakoming van de afspraken. Ze tekenen mee anders is er geen deal. Mr. Schutte heeft daarop enig overleg gehad met [naam3] en [appellant2] en er is verder geen vraag op gesteld. Na het overleg heeft mr. Schutte er akkoord op gegeven. Ik heb vervolgens de gemaakte afspraken opgesomd en heb gezegd dat ik in de week daarna een concept vaststellingsovereenkomst op zou stellen, de eerst volgende maandag. Daarop is de bespreking tot een einde gekomen, zijn de handen geschud en hebben [appellant2] en [naam3] nogmaals excuses aangeboden voor de gang van zaken. Ze zeiden nog dat ze blij waren dat ze een winstgevend project in Duitsland hadden.
Op 15 maart van dat jaar heeft een gesprek plaatsgevonden op de bouw. Ik was daar met [naam4] , [naam1] en eerder genoemde [naam6] montage en [appellant2] was daar met mr. Schutte. Verder twee personen van BBAW, de door Altea ingeschakelde bouwbegeleider, onder andere een heer [naam5] . Mr. Schutte heeft mij toen apart genomen voor overleg over een afkoopsom waarmee de drie vennootschappen zich vrij konden kopen. Ik heb toen een bedrag genoemd van enkele tonnen, om precies te zijn €250.000, maar dat was teveel. In februari van dat jaar is niet over een dergelijke regeling gesproken.
Op een vraag van mr. Heijerman antwoord ik dat ik in de bespreking in februari heb aangegeven dat zonder mee tekenen in privé er geen deal zou zijn, dan zouden we een andere aannemer zoeken, naar de rechter zouden gaan en dat Reno veel duurder uit zijn. Ik had de indruk dat iedereen blij was dat we er in die bespreking uit waren gekomen.
[naam1] :
Ik was destijds en nu nog in dienst van een andere vennootschap van de heer [naam4] . Vanuit een eerder project kende ik [naam7] die bij Reno werkte. Op die manier ben ik min of meer bij het project waar het hier om gaat bij betrokken geraakt.
Ik ben aanwezig geweest bij diverse overleggen. Bijvoorbeeld in december, maar ook bij een gesprek in februari 2023. Dat was ook het laatste gesprek waar ik bij ben geweest. Het gesprek vond plaats op de bouwplaats. Ik weet dat Altea de overeenkomst met Reno wilde ontbinden omdat er keer op keer door Reno fouten werden gemaakt en afspraken niet werden nagekomen. Bij dat gesprek waren aanwezig ikzelf, [naam4] , [appellant2] en [naam3] met mr. Schutte en mr. Elema. Verder was aanwezig [naam2] [naam6] montage. Altea wilde er van af en daarover zijn afspraken gemaakt. Er is gesproken over een vergoeding van €10.000 als huurderving, dat was een vergoeding per maand, en een bouwbegeleider zou de fouten in kaart brengen, hoe die hersteld zouden kunnen worden en wat het zou kosten. Altea zou zich inspannen om met Remmelt montage een aannemingsovereenkomst te sluiten. Een andere aannemer was geen goed idee. Het was duidelijk dat Altea niet voor de herstelkosten zou staan en dat Reno dat zou zijn.
Er is gesproken over garanties, maar de letterlijke woorden weet ik niet. [naam8] is over garanties begonnen er is ook gesproken over een bankgarantie. Hij heeft het er over gehad dat [appellant2] en [naam3] persoonlijk mee tekenden, dat wilden zij niet, daar werd een beetje lacherig over gedaan. Zo zou het volgens hen niet werken. Ik weet niet meer precies of dat door [naam3] of [appellant2] of mr. Schutte is gezegd, maar het was duidelijk dat ze dat niet wilden. [naam8] heeft toen gezegd, dan gaat het feest niet door en gaan wel alsnog naar de rechter. Het leek erop dat [appellant2] en [naam3] daar geen behoefte aan hadden. Er is op tafel gekomen dat hun holdings mee zouden tekenen. Ik weet dat mr. Schutte en [naam3] en [appellant2] even zijn weggegaan. Waarschijnlijk voor overleg, wat ze besproken hebben weet ik niet, uiteraard. Ik weet niet meer de exacte bewoordingen waarmee [naam3] , [appellant2] of mr. Schutte het mee tekenen van de holdings hebben ingestemd. Ik weet wel dat onder het motto een man een man een woord een woord de handen zijn geschud.
[naam3] :
Er is door ons in de bespreking medegedeeld - namens Reno - dat als we het eens zouden worden dat we dan als Reno voor de nakoming van onze afspraken stonden, er is niet over gesproken dat naast Reno [appellant2] en ik in privé of onze vennootschappen mee zouden tekenen of garant zouden staan. Dat is ook niet zo benoemd. De verklaringen van mr. Elema en [naam4] die inhouden dat daar wel over is gesproken en dat daarover een afspraak is gemaakt die met een handdruk is bezegeld onder het motto een man een man een woord een woord kloppen dus niet. Dat geldt ook voor de getuigenverklaring van [naam1] op dit punt. We hebben wel gezegd een man een man een woord een woord of woorden van gelijke strekking, maar dat was in een andere context. De bedoeling was dat wij namens Reno onze afspraken zouden nakomen. Op een vraag van mr. Doornbos verklaar ik dat ik het niet mogelijk acht dat mr. Schutte verklaringen over garanties heeft gedaan. Zoals gezegd er is in de bespreking niet over gesproken en mr. Schutte zou dat met mij en [appellant2] hebben overlegd. Dat heeft hij niet gedaan.
[appellant2] :
Het kan zijn dat gesproken is over een huurderving, volgens mij heeft [naam4] een bedrag genoemd, dat acht ik niet onmogelijk. Er zijn geen financiële afspraken gemaakt, en dat kon ook niet zolang niet duidelijk was wat de staat van de werkzaamheden was. Er is absoluut niet afgesproken dat [naam3] of ik persoonlijk of met onze vennootschappen mede aansprakelijk zouden zijn voor verplichtingen van Reno. Er is van de zijde van Altea, bijvoorbeeld door mr. Elema of door [naam4] ook niet gezegd dat zij zekerheid wilde voor de nakoming daarvan, bijvoorbeeld via borgstellingen of iets dergelijks. Dat is niet aan de orde geweest. U houdt mij voor en dat heb ik zojuist ook gehoord dat andere getuigen zoals [naam4] , mr. Elema en [naam1] daarover andere verklaringen hebben afgelegd. Maar die kloppen dus niet. Ik kan mij niet voorstellen of heugen dat mr. Schutte zelf daarover is begonnen. Hij heeft er ook geen overleg met ons over gehad. Altea heeft via mr. Elema aan mr. Schutte een voorstel gestuurd. Ik heb daar kennis van genomen en ik heb tegen mr. Schutte gezegd dat klopt niet wat hier staat. En hij heeft daar ook in die zin op gereageerd.
Het bedrag van 10.000 euro exclusief btw is betaald om het proces niet te verstoren en omdat het bedrag mogelijk toch verrekend zou worden aan het einde. Het is betaald om de situatie tot een goed einde te brengen. De factuur was er heel snel en is ook direct betaald. Volgens mij was het niet zo zeer een vergoeding voor huurderving als voor vertragingsschade zoals gezegd er is geen afspraak over gemaakt, maar ik kan me wel voorstellen dat er enige vertraging was opgetreden.
[naam2]
:
Ik kan mij weinig herinneren van die bespreking, ik was geen partij en was er niet inhoudelijk bij betrokken, dus ik weet er weinig van. Reno heeft geopperd om te zorgen dat het project tot een goed einde zal worden gebracht. De heer [naam4] wilde dat niet, die wilde naar mijn idee ontbinden, dat is een juridische term maar de advocaat zat erbij, dus die term is vast gebruikt. De reactie van Reno was volgens mij dat ze het project wilde afronden. Ik kan mij niet herinneren dat van de zijde van [naam4] of mr. Elema is gezegd dat ze zekerheid wilden hebben van [appellant2] en [naam3] en dat die zouden mee-tekenen. Ik kan me niet herinneren of er in dat verband woorden zijn genoemd als garantie, hoofdelijk of borgstelling.
Op een vraag van mr. Doorenbos verklaar ik nogmaals dat voor zover ik mij kan herinneren er geen afspraak is gemaakt dat de vennootschappen van [appellant2] en [naam3] garant zouden staan. Dat zou mij zijn opgevallen, als iemand garant gaat staan met zijn holding. Een ondernemer in een holdingstructuur zal dat volgens mij niet snel doen.
4.12
Uit de getuigenverklaringen, in onderling verband en samenhang gelezen, valt op zich af te leiden dat in de bespreking die partijen hebben gevoerd over de volgens Altea gerezen problemen in de uitvoering van de bouwwerkwerkzaamheden door Reno Systems op initiatief van Altea is gesproken over een vorm van zekerheidsstelling. Daarvoor zijn verschillende varianten en benamingen de revue gepasseerd. Zo is kennelijk gesproken over borgstellingen, garantstelling, bankgarantie of meetekenen. Maar wat uit de getuigenverklaringen niet voldoende overtuigend naar voren is gekomen, is dat namens [appellant2] Beheer en Kade Beheer met een hoofdelijke aansprakelijkheid – zo is het in de conceptovereenkomst na de bespreking verwoord – is ingestemd, of met enige andere vorm van zekerheid. Tegenover de verklaring van [naam4] staan de verklaringen van [appellant2] en [naam3] . De verklaring van mr. Elema (die het onderwerp op tafel heeft gelegd) dat mr. Schutte er akkoord op heeft gegeven, is te weinig specifiek om tot het oordeel te komen dat [appellant2] Beheer en Kade beheer akkoord zijn gegaan met hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat geldt ook voor de verklaring van [naam1] , nu die heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren in welke bewoordingen zou zijn ingestemd. Het feit dat in een later stadium volgens mr. Elema namens de drie vennootschappen een afkoopvoorstel is gedaan, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof acht niet onaannemelijk dat [appellant2] en [naam3] hun persoonlijke vennootschappen niet hebben willen binden aan een verplichting waarvan de strekking en reikwijdte op dat moment onvoldoende duidelijk waren of, zoals [naam4] het omschreef, een carte blanche hebben willen geven. Zoals gezegd heeft het hof in het tussenarrest overwogen dat uit de schriftelijke stukken die na de bespreking zijn gewisseld de gestelde afspraak niet blijkt. Dat wordt niet anders indien de verklaringen van de getuigen bij die stukken worden betrokken.
4.13
Altea treft het bewijsrisico dat zij niet slaagt in het leveren van het bewijs van haar stellingen waarvan zij de bewijslast draagt. Omdat dit risico zich nu manifesteert, is de conclusie dat het hoger beroep van Reno c.s. in zoverre slaagt dat de door de rechtbank uitgesproken hoofdelijke veroordelingen van [appellant2] Beheer en Kade Beheer niet in stand kunnen blijven. Het hof zal hierna het vonnis van de rechtbank in zoverre vernietigen.
4.14
Op grond van de oordelen en overwegingen van het hof in het tussenarrest en in dit arrest is Reno Systems niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep en slaagt dit hoger beroep van haar niet.
4.15
De beslissingen van het hof hebben gevolgen voor de proceskostenveroordelingen in de procedure bij de rechtbank. De proceskosten van Altea komen niet (langer) voor rekening van [appellant2] Beheer en Kade Beheer. Altea wordt in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer veroordeeld, maar die worden op nihil gesteld, omdat niet is gesteld of gebleken dat zij naast Reno Systems proceskosten hebben gemaakt. Wat betreft de proceskosten in het hoger beroep is niet gesteld of gebleken dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer afzonderlijk griffierechten hebben betaald of anderszins kosten hebben gemaakt die niet (ook) voor rekening van Reno Systems komen. Het is wel redelijk dat Altea een vergoeding is verschuldigd voor advocaatkosten. Het hof stelt die vast op € 15.188,- (4 punten in tarief V, € 3.797 per punt). Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
4.16
Het meer of anders gevorderde of verzochte wordt geacht te zijn afgewezen.
5De beslissing
Het hof:
5.1
verklaart Reno Systems niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en verwerpt dat beroep;
5.2
vernietigt het vonnis van de rechtbank uitsluitend voor wat betreft de verklaring voor recht in 3.1 onder 5. dat de holdingvennootschappen [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV garant staan voor een correcte nakoming van voormelde afspraken door Renosystems, en de hoofdelijke veroordeling van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in 3.2, 3.3. 3.4, 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8, en bekrachtigt het vonnis voor het overige;
5.3
veroordeelt Altea in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in de procedure bij de rechtbank en stelt die vast op nihil;
5.4
veroordeelt Altea in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in hoger beroep en stelt die vast op € 15.188,- voor salaris van de advocaat en voor het overige op nihil;
5.5
bepaalt dat deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.6
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, C.P. Lunter en M.F. Eliens en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.
Artikel 355/356 Rv.
HR 16 april 1993, NJ 1993/654
Artikel 353 lid 1 Rv.
HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.335.407/01 en 200.335.671/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 225790
arrest van 1 september 2026
in de zaken van
1Reno Systems B.V.,
die is gevestigd in Stadskanaal,
2. [appellant2] Beheer B.V.,
die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,
3. Kade Beheer B.V.,
die is gevestigd in Stadskanaal,
die hoger beroep hebben ingesteld,
en bij de rechtbank optraden als gedaagden,
hierna samen: Reno c.s. en ieder afzonderlijk Reno Systems, [appellant2] Beheer en Kade Beheer,
advocaat: mr. J. Doornbos te Groningen,
tegen
Altea Holding B.V.,
die is gevestigd in Tynaarlo,
en bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna: Altea,
advocaat: mr. S. Heijerman te Haren.
1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Na het tussenarrest van 3 december 2024 heeft op 11 februari 2025 een getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij getuigen aan de zijde van Altea zijn gehoord. Reno c.s. hebben bij akte van 25 februari 2025 laten weten wie zij als getuigen willen laten horen en op 4 maart 2025 een akte ingediend met een verzoek aan het hof om terug te komen op het tussenarrest. Daarna heeft op 10 september 2025 een getuigenverhoor plaatsgevonden aan de zijde van Reno c.s. Reno c.s. hebben op 28 oktober 2025 een akte ingediend met een herhaald verzoek om terug te komen op het tussenarrest, tevens memorie na enquete. Altea heeft daarop in een akte van 23 december 2025 gereageerd. In verband met een wisseling van raadsheren heeft op 23 juni 2026 een nieuwe mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van de zitting van die datum is een verslag (proces-verbaal) gemaakt dat aan het procesdossier is toegevoegd, evenals de processen-verbaal van de getuigenverhoren. Partijen hebben om een uitspraak gevraagd. De datum van het arrest is bepaald op vandaag.
2De verdere beoordeling
Terugkomen op het tussenarrest
4.1
Het hof in het tussenarrest een aantal processuele aspecten beoordeeld. Daartoe was mede aanleiding door het fenomeen dat door Reno c.s. twee appeldagvaardingen zijn uitgebracht (en gehandhaafd). Het hof heeft daarover het volgende overwogen:
“Processuele aspecten
4.1
Reno c.s. hebben in deze zaak twee dagvaardingen in hoger beroep aan Altea laten betekenen en die bij het hof aangebracht, beide met grieven, te weten een dagvaarding van 1 december 2023 (hierna: de eerste dagvaarding) en een dagvaarding van 6 december 2023 (hierna: de tweede dagvaarding).
4.2
De eerste dagvaarding bevat enkel grieven tegen de rolbeslissingen van 20 oktober 2023 en 8 november 2023 met als vordering die beslissingen te vernietigen. De grieven komen er op neer dat de rechtbank ten onrechte aan Reno c.s. geen nader uitstel voor het nemen van een conclusie van antwoord heeft gegeven, akte niet-dienen heeft verleend, geen mondelinge behandeling heeft bepaald en een datum voor het wijzen van vonnis heeft bepaald. Daarnaast is een voorwaardelijke grief tegen het toen nog niet gewezen eindvonnis van 6 december 2023 opgenomen. In de tweede dagvaarding, waarmee vernietiging van het eindvonnis van 6 december 2023 wordt beoogd, is (naast twee inhoudelijke grieven tegen het eindvonnis) verzocht de grieven in de eerste dagvaarding tegen de rolbeslissingen in de beoordeling over het eindvonnis te betrekken.
4.3
Het met deze grieven beoogde doel, namelijk het terugwijzen van de zaak naar de rechtbank om daar alsnog inhoudelijk verweer te voeren, kan niet bereikt worden. Zelfs als de klachten over de processuele gang van zaken bij de rechtbank terecht zouden zijn, leidt dat als zodanig niet tot vernietiging van het eindvonnis. De herstelfunctie van het hoger beroep brengt mee dat Reno c.s. het verzuim om in de procedure bij de rechtbank verweer te voeren in hoger beroep hebben kunnen herstellen door dat verweer op te nemen in de appeldagvaarding. Zij zijn door het hof in de gelegenheid gesteld om hun stellingen mondeling toe te lichten. Bovendien leidt de beoogde vernietiging van het eindvonnis op grond van de geldende wettelijke regels er hoe dan ook niet toe dat het hof de zaak kan terugwijzen naar de rechtbank. Het hof dient de zaak zelf te beoordelen. Op die regels zijn uitzonderingen mogelijk, maar die doen zich hier niet voor. Dat Reno c.s. daarmee een inhoudelijke beoordeling van hun verweer in twee instanties mislopen is inherent aan dit processuele systeem.
Omvang van het hoger beroep
4.4
In de tweede dagvaarding leest het hof in de inhoudelijke grieven tegen het eindvonnis, in onderling verband en samenhang bezien met de toelichting die daarop is gegeven, een beperking van de rechtsstrijd in die zin dat het hoger beroep alleen betrekking heeft op de verklaring voor recht dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer garant staan voor de nakoming van de verplichtingen van Reno Systems en, in het verlengde daarvan, op de hoofdelijke veroordelingen van deze vennootschappen tot betaling waaronder van de beslagkosten. Er valt uit de grieven niet op te maken dat daarmee ook de verklaringen voor recht ten aanzien van Reno Systems en haar veroordelingen worden aangevallen, behoudens een terechte klacht over de datum van ontbinding van de aannemingsovereenkomst (niet 15 februari 2022 maar 15 februari 2023) die de rechtbank in de verklaring voor recht in 3.1 heeft opgenomen. Uit de memorie van antwoord van Altea volgt dat ook zij de grieven in die zin beperkt heeft opgevat.
4.5
Dat brengt mee dat de verklaringen voor recht die Reno Systems betreffen en de veroordelingen van Reno Systems in stand blijven. Ter zitting bij het hof is van de zijde van Reno c.s. nog wel bij wege van verweer ingegaan op de vraag of sprake is van een tekortkoming van Reno Systems in de nakoming van de oorspronkelijke aannemingsovereenkomst, de bevindingen van de deskundigen daarover en op de subsidiaire vorderingen van Altea jegens Reno Systems, maar het pas ter zitting voeren van dit verweer door Reno c.s. op die punten is in strijd met de twee-conclusieregel. Die regel houdt kort gezegd in dat grieven en verweren in het eerste processtuk moeten worden opgenomen. Voor Reno c.s. was dat de appeldagvaarding. Reno c.s. heeft niet aangevoerd dat en waarom deze regel in dit geval een uitzondering op de twee conclusieregel moet worden gemaakt.
4.6
Reno c.s. hebben in de pleitaantekeningen die zij tijdens de mondelinge behandeling van de zaak ten overstaan van het hof hebben overgelegd vorderingen ingesteld die strekken tot opheffing van de derdenbeslagen die Altea ten laste van [appellant2] Beheer en Kade Beheer heeft gelegd. Die vordering is voor het eerst in hoger beroep ingesteld en daarmee niet toelaatbaar, omdat niet voor het eerst in hoger beroep een dergelijke tegenvordering kan worden ingesteld. Voorzover de vorderingen strekken tot veroordeling van Altea om terug te betalen wat door Reno c.s. op grond van (ten uitvoerlegging van) het bestreden eindvonnis, na beslaglegging van 6 december 2023 is voldaan is dat een vordering tot ongedaanmaking van de gevolgen van dat vonnis. Een dergelijke voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering is naar vaste rechtspraak wel toelaatbaar.
4.2
Reno c.s. zijn het niet eens met de oordelen van het hof in de overwegingen 4.4-4.6 over de omvang van het hoger beroep. Volgens Reno c.s. heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat het hoger beroep in omvang is beperkt. Zij stelt dat zij wel heeft gegriefd tegen de beslissingen van de rechtbank dat met Reno Systems een vaststellingsovereenkomst is gesloten en tegen haar veroordelingen. Het hof zou daarom op de onjuiste oordelen moeten terugkomen en het processuele debat heropenen. Altea is het met deze stellingen niet eens.
4.3
Het hof overweegt het volgende.
4.4
Reno c.s. hebben op zich gelijk dat het hof niet zou moeten vasthouden aan een oordeel of (processuele) beslissing gebaseerd op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag, als dat strijdig zou zijn met de regels van een goede procesorde. Anders dan Reno c.s. stelt is volgens het hof echter geen sprake van een grond die maakt dat de oordelen waarover Reno c.s. zich beklagen feitelijk of juridisch onjuist zijn. Het hof licht dat toe.
4.5
Volgens Reno c.s. blijkt uit de formulering in punt 7. van de tweede appeldagvaarding (”Ten onrechte is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat op 15 februari 2023 tussen (alle) partijen een overeenkomst is gesloten, zoals door de rechtbank bij vonnis onder 3.1 van de beslissing is vastgesteld”) dat Reno wel heeft gegriefd. Dat zou worden gesteund door de nummers 9. en 10. van de toelichting op deze grief:
“9. Weliswaar heeft in februari 2023 een bouwbespreking plaatsgevonden op
locatie in Assen, waarbij er sprake was van een open einde, omdat eerst
moest worden vastgesteld hoe de gerezen conflicten moesten worden
uitgelegd. Conflicten waren gerezen na gemaakte meetfouten. Er was ook
sprake van aangeboden herstel dat in redelijkheid zou moeten worden geaccepteerd. Daartoe zouden deskundigen van beide partijen worden aangesteld. Namens Altea is weliswaar een vaststellingsovereenkomst opgesteld, maar deze is nooit ondertekend geworden, omdat appellanten zich niet met de inhoud daarvan konden verenigen.
10. In de visie van appellanten was afgesproken dat partijen beide een
deskundige zouden aanstellen om te bezien in hoeverre de werkzaamheden
al in gereedheid waren gekomen zoals opgedragen via de
aannemingsovereenkomst en aan de hand van de bevindingen van de
deskundigen zou bezien worden welke verrekeningen/afhandelingen nog
dienden plaats te vinden”.
4.5
Het hof leest in deze toelichting niet wat er volgens Reno c.s. wel in valt te lezen. De toelichting op wat in punt 7. staat is namelijk begonnen met nummer 8., waarin staat:
“Uit niets is gebleken dat [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV partij zijn
geworden bij de eerste aannemingsovereenkomst tussen Reno Systems en
Altea Holding BV. Beide beheermaatschappijen hebben nimmer zich
opgeworpen als partij bij deze basisovereenkomst en al evenmin bij het
maken van latere afspraken in het kader van een vaststellingsovereenkomst”.
Wat daarna in 9. en 10. is geschreven is door het hof begrepen als een (sub)toelichting op deze (hoofd)stelling in punt 8. van de toelichting. Ook het (laatste) nummer 12. van de toelichting wijst daarop:
“12. Kade Beheer, vertegenwoordigd door [naam3] en [appellant2]
Beheer BV vertegenwoordigd door [appellant2] hebben weliswaar in februari 2023 besprekingen gevoerd op de bouwlocatie met Altea Beheer BV bij monde van de heer [naam4] , maar zij hebben nimmer zich daarbij verplicht dat [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV garant zouden staan voor de nakoming c.q. partij zouden zijn bij de vaststellingsovereenkomst. Hun betrokkenheid ter plaatse gold alleen uit het feit dat zij bestuurders zijn van Reno Systems. Anders gezegd, de heren [naam3] en [appellant2] waren alleen voor dat overleg aanwezig als bestuurders van Reno Systems”.
4.6
Ook de verdere inhoud van de tweede appeldagvaarding geeft onvoldoende steun aan de opvatting van Reno Systems over de reikwijdte van het hoger beroep. Dat wordt niet anders indien de inhoud van de eerste appeldagvaarding daarbij wordt betrokken. Altea heeft de grieven ook beperkt opgevat en zij kon dat redelijkerwijs ook doen.
4.7
Het hof ziet dus geen grond om het verzoek van Reno c.s. te honoreren.
De bewijswaardering/verdere inhoudelijke beoordeling
4.8
Het hof heeft in het tussenarrest Altea opgedragen te bewijzen dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer garant staan in die zin dat zij zijn overeengekomen hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor de nakoming van de verplichtingen van Reno Systems uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst met Altea. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan, had Altea volgens het hof, kort gezegd, nog niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan met de correspondentie naar aanleiding van een conceptovereenkomst en de betaling die door Reno is verricht. Het hof verwijst naar de inhoud van het tussenarrest, in het bijzonder naar 4.9-4.12 daarvan.
4.10
Partijen hebben elk getuigen laten horen. Namens Altea zijn gehoord haar bestuurder de heer [naam4] , mr. Elema, destijds advocaat van Altea, en de heer [naam1] . Reno c.s. hebben als getuigen laten horen de heren [appellant2] van [appellant2] Beheer en [naam3] van Kade Beheer en de heer [naam2] van Remmont B.V.
4.11
Het hof geeft de relevante delen van hun verklaringen weer.
[naam4] :
Zoals gezegd wilde ik van Reno af. Ik wilde de overeenkomst met Reno ontbinden. Ik wist dat Reno een lege maatschappij was. Dat was uitgezocht via creditsafe. Ik wilde daarom ook dat [naam3] en [appellant2] garant zouden staan voor de kosten van de afbouw en de huurderving, dat zij aansprakelijk zouden zijn. [appellant2] en [naam3] wilden niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Wel is afgesproken dat de holdings van Reno aansprakelijk zouden zijn. Ik vond dat goed omdat ik wist dat in [appellant2] beheer vermogen zat zoals vastgoed. Onder het motto een man een man een woord een woord zijn vervolgens de handen geschud. Ik kan mij niet precies herinneren of de woorden garantstelling of hoofdelijk aansprakelijk zijn gevallen. Nu ik u dit hoor dicteren, moet ik daarop aanvullen dat toen [appellant2] en [naam3] aangaven niet persoonlijk aansprakelijk te willen zijn dat het volgens mijn advocaat geen probleem zou moeten zijn dat zij met hun vennootschappen borg zouden staan. Volgens mij is in dat kader toch wel het woord garantstelling gevallen dat was de bedoeling, dat zij met hun vennootschappen garant zouden staan.
Er is niet gesproken over een maximumbedrag dat Reno zou betalen voor het afbouwen. In feite heb ik toen een carte blanche gekregen. Kennelijk hebben [naam3] en [appellant2] zich dat later, toen was de afspraak al gemaakt, ook gerealiseerd.
Op een vraag van mr. Heijerman verklaar ik, dat als ik geen garantstelling had gekregen het gesprek direct zou zijn afgelopen. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik die garantstelling wilde en hoe de vlag erbij hing. In de vaststellingsovereenkomst, die later is opgemaakt, staat iets over de aansprakelijkheidsstelling. Daarop is door de advocaat van Reno geen opmerking gemaakt. Mr. Heijerman vraagt mij hoe de sfeer was tijdens de bespreking. Voor mijzelf kan ik verklaren dat ik er boos naartoe ging, maar dat ik na afloop opgelucht was omdat was afgesproken wat ik wilde. Voor zover ik dat kan beoordelen had ik de indruk dat [naam3] en [appellant2] ook blij waren met het resultaat.
Mr. Elema:
[naam4] had mij voorafgaand aan de bespreking gezegd dat hij zekerheid wilde van de nakoming van de afspraak door Reno, omdat Reno dat daarvoor steeds niet had gedaan. Ik weet niet meer of hij mij toen heeft gezegd waaraan hij dacht toen hij mij dat vroeg en ik weet ook niet meer of ik hem toen een suggestie daarvoor heb gedaan. Er is in ieder geval over gesproken.
Ik kan mij nog wel herinneren hoe het in het gesprek over dit punt is gegaan. Ik heb gevraagd hoe wij ervan uit konden gaan dat Reno de gemaakte afspraken zou nakomen. De reactie van de zijde van [naam3] en [appellant2] was, een man een man een woord een woord. Mijn reactie daarop was dat persoonlijk mee tekenen dan ook geen probleem zou moeten zijn. Toen werd het even stil, maar er is duidelijk gemaakt dat dat niet de bedoeling was. Dat wilden ze niet. Toen heb ik gezegd, dan komt er geen deal. Verzin maar wat, een bankgarantie is ook goed, maar dat bleek ook geen optie. Vervolgens is door mij gezegd dat [appellant2] en Kade beheer garant moeten staan voor nakoming van de afspraken. Ze tekenen mee anders is er geen deal. Mr. Schutte heeft daarop enig overleg gehad met [naam3] en [appellant2] en er is verder geen vraag op gesteld. Na het overleg heeft mr. Schutte er akkoord op gegeven. Ik heb vervolgens de gemaakte afspraken opgesomd en heb gezegd dat ik in de week daarna een concept vaststellingsovereenkomst op zou stellen, de eerst volgende maandag. Daarop is de bespreking tot een einde gekomen, zijn de handen geschud en hebben [appellant2] en [naam3] nogmaals excuses aangeboden voor de gang van zaken. Ze zeiden nog dat ze blij waren dat ze een winstgevend project in Duitsland hadden.
Op 15 maart van dat jaar heeft een gesprek plaatsgevonden op de bouw. Ik was daar met [naam4] , [naam1] en eerder genoemde [naam6] montage en [appellant2] was daar met mr. Schutte. Verder twee personen van BBAW, de door Altea ingeschakelde bouwbegeleider, onder andere een heer [naam5] . Mr. Schutte heeft mij toen apart genomen voor overleg over een afkoopsom waarmee de drie vennootschappen zich vrij konden kopen. Ik heb toen een bedrag genoemd van enkele tonnen, om precies te zijn €250.000, maar dat was teveel. In februari van dat jaar is niet over een dergelijke regeling gesproken.
Op een vraag van mr. Heijerman antwoord ik dat ik in de bespreking in februari heb aangegeven dat zonder mee tekenen in privé er geen deal zou zijn, dan zouden we een andere aannemer zoeken, naar de rechter zouden gaan en dat Reno veel duurder uit zijn. Ik had de indruk dat iedereen blij was dat we er in die bespreking uit waren gekomen.
[naam1] :
Ik was destijds en nu nog in dienst van een andere vennootschap van de heer [naam4] . Vanuit een eerder project kende ik [naam7] die bij Reno werkte. Op die manier ben ik min of meer bij het project waar het hier om gaat bij betrokken geraakt.
Ik ben aanwezig geweest bij diverse overleggen. Bijvoorbeeld in december, maar ook bij een gesprek in februari 2023. Dat was ook het laatste gesprek waar ik bij ben geweest. Het gesprek vond plaats op de bouwplaats. Ik weet dat Altea de overeenkomst met Reno wilde ontbinden omdat er keer op keer door Reno fouten werden gemaakt en afspraken niet werden nagekomen. Bij dat gesprek waren aanwezig ikzelf, [naam4] , [appellant2] en [naam3] met mr. Schutte en mr. Elema. Verder was aanwezig [naam2] [naam6] montage. Altea wilde er van af en daarover zijn afspraken gemaakt. Er is gesproken over een vergoeding van €10.000 als huurderving, dat was een vergoeding per maand, en een bouwbegeleider zou de fouten in kaart brengen, hoe die hersteld zouden kunnen worden en wat het zou kosten. Altea zou zich inspannen om met Remmelt montage een aannemingsovereenkomst te sluiten. Een andere aannemer was geen goed idee. Het was duidelijk dat Altea niet voor de herstelkosten zou staan en dat Reno dat zou zijn.
Er is gesproken over garanties, maar de letterlijke woorden weet ik niet. [naam8] is over garanties begonnen er is ook gesproken over een bankgarantie. Hij heeft het er over gehad dat [appellant2] en [naam3] persoonlijk mee tekenden, dat wilden zij niet, daar werd een beetje lacherig over gedaan. Zo zou het volgens hen niet werken. Ik weet niet meer precies of dat door [naam3] of [appellant2] of mr. Schutte is gezegd, maar het was duidelijk dat ze dat niet wilden. [naam8] heeft toen gezegd, dan gaat het feest niet door en gaan wel alsnog naar de rechter. Het leek erop dat [appellant2] en [naam3] daar geen behoefte aan hadden. Er is op tafel gekomen dat hun holdings mee zouden tekenen. Ik weet dat mr. Schutte en [naam3] en [appellant2] even zijn weggegaan. Waarschijnlijk voor overleg, wat ze besproken hebben weet ik niet, uiteraard. Ik weet niet meer de exacte bewoordingen waarmee [naam3] , [appellant2] of mr. Schutte het mee tekenen van de holdings hebben ingestemd. Ik weet wel dat onder het motto een man een man een woord een woord de handen zijn geschud.
[naam3] :
Er is door ons in de bespreking medegedeeld - namens Reno - dat als we het eens zouden worden dat we dan als Reno voor de nakoming van onze afspraken stonden, er is niet over gesproken dat naast Reno [appellant2] en ik in privé of onze vennootschappen mee zouden tekenen of garant zouden staan. Dat is ook niet zo benoemd. De verklaringen van mr. Elema en [naam4] die inhouden dat daar wel over is gesproken en dat daarover een afspraak is gemaakt die met een handdruk is bezegeld onder het motto een man een man een woord een woord kloppen dus niet. Dat geldt ook voor de getuigenverklaring van [naam1] op dit punt. We hebben wel gezegd een man een man een woord een woord of woorden van gelijke strekking, maar dat was in een andere context. De bedoeling was dat wij namens Reno onze afspraken zouden nakomen. Op een vraag van mr. Doornbos verklaar ik dat ik het niet mogelijk acht dat mr. Schutte verklaringen over garanties heeft gedaan. Zoals gezegd er is in de bespreking niet over gesproken en mr. Schutte zou dat met mij en [appellant2] hebben overlegd. Dat heeft hij niet gedaan.
[appellant2] :
Het kan zijn dat gesproken is over een huurderving, volgens mij heeft [naam4] een bedrag genoemd, dat acht ik niet onmogelijk. Er zijn geen financiële afspraken gemaakt, en dat kon ook niet zolang niet duidelijk was wat de staat van de werkzaamheden was. Er is absoluut niet afgesproken dat [naam3] of ik persoonlijk of met onze vennootschappen mede aansprakelijk zouden zijn voor verplichtingen van Reno. Er is van de zijde van Altea, bijvoorbeeld door mr. Elema of door [naam4] ook niet gezegd dat zij zekerheid wilde voor de nakoming daarvan, bijvoorbeeld via borgstellingen of iets dergelijks. Dat is niet aan de orde geweest. U houdt mij voor en dat heb ik zojuist ook gehoord dat andere getuigen zoals [naam4] , mr. Elema en [naam1] daarover andere verklaringen hebben afgelegd. Maar die kloppen dus niet. Ik kan mij niet voorstellen of heugen dat mr. Schutte zelf daarover is begonnen. Hij heeft er ook geen overleg met ons over gehad. Altea heeft via mr. Elema aan mr. Schutte een voorstel gestuurd. Ik heb daar kennis van genomen en ik heb tegen mr. Schutte gezegd dat klopt niet wat hier staat. En hij heeft daar ook in die zin op gereageerd.
Het bedrag van 10.000 euro exclusief btw is betaald om het proces niet te verstoren en omdat het bedrag mogelijk toch verrekend zou worden aan het einde. Het is betaald om de situatie tot een goed einde te brengen. De factuur was er heel snel en is ook direct betaald. Volgens mij was het niet zo zeer een vergoeding voor huurderving als voor vertragingsschade zoals gezegd er is geen afspraak over gemaakt, maar ik kan me wel voorstellen dat er enige vertraging was opgetreden.
[naam2]
:
Ik kan mij weinig herinneren van die bespreking, ik was geen partij en was er niet inhoudelijk bij betrokken, dus ik weet er weinig van. Reno heeft geopperd om te zorgen dat het project tot een goed einde zal worden gebracht. De heer [naam4] wilde dat niet, die wilde naar mijn idee ontbinden, dat is een juridische term maar de advocaat zat erbij, dus die term is vast gebruikt. De reactie van Reno was volgens mij dat ze het project wilde afronden. Ik kan mij niet herinneren dat van de zijde van [naam4] of mr. Elema is gezegd dat ze zekerheid wilden hebben van [appellant2] en [naam3] en dat die zouden mee-tekenen. Ik kan me niet herinneren of er in dat verband woorden zijn genoemd als garantie, hoofdelijk of borgstelling.
Op een vraag van mr. Doorenbos verklaar ik nogmaals dat voor zover ik mij kan herinneren er geen afspraak is gemaakt dat de vennootschappen van [appellant2] en [naam3] garant zouden staan. Dat zou mij zijn opgevallen, als iemand garant gaat staan met zijn holding. Een ondernemer in een holdingstructuur zal dat volgens mij niet snel doen.
4.12
Uit de getuigenverklaringen, in onderling verband en samenhang gelezen, valt op zich af te leiden dat in de bespreking die partijen hebben gevoerd over de volgens Altea gerezen problemen in de uitvoering van de bouwwerkwerkzaamheden door Reno Systems op initiatief van Altea is gesproken over een vorm van zekerheidsstelling. Daarvoor zijn verschillende varianten en benamingen de revue gepasseerd. Zo is kennelijk gesproken over borgstellingen, garantstelling, bankgarantie of meetekenen. Maar wat uit de getuigenverklaringen niet voldoende overtuigend naar voren is gekomen, is dat namens [appellant2] Beheer en Kade Beheer met een hoofdelijke aansprakelijkheid – zo is het in de conceptovereenkomst na de bespreking verwoord – is ingestemd, of met enige andere vorm van zekerheid. Tegenover de verklaring van [naam4] staan de verklaringen van [appellant2] en [naam3] . De verklaring van mr. Elema (die het onderwerp op tafel heeft gelegd) dat mr. Schutte er akkoord op heeft gegeven, is te weinig specifiek om tot het oordeel te komen dat [appellant2] Beheer en Kade beheer akkoord zijn gegaan met hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat geldt ook voor de verklaring van [naam1] , nu die heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren in welke bewoordingen zou zijn ingestemd. Het feit dat in een later stadium volgens mr. Elema namens de drie vennootschappen een afkoopvoorstel is gedaan, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof acht niet onaannemelijk dat [appellant2] en [naam3] hun persoonlijke vennootschappen niet hebben willen binden aan een verplichting waarvan de strekking en reikwijdte op dat moment onvoldoende duidelijk waren of, zoals [naam4] het omschreef, een carte blanche hebben willen geven. Zoals gezegd heeft het hof in het tussenarrest overwogen dat uit de schriftelijke stukken die na de bespreking zijn gewisseld de gestelde afspraak niet blijkt. Dat wordt niet anders indien de verklaringen van de getuigen bij die stukken worden betrokken.
4.13
Altea treft het bewijsrisico dat zij niet slaagt in het leveren van het bewijs van haar stellingen waarvan zij de bewijslast draagt. Omdat dit risico zich nu manifesteert, is de conclusie dat het hoger beroep van Reno c.s. in zoverre slaagt dat de door de rechtbank uitgesproken hoofdelijke veroordelingen van [appellant2] Beheer en Kade Beheer niet in stand kunnen blijven. Het hof zal hierna het vonnis van de rechtbank in zoverre vernietigen.
4.14
Op grond van de oordelen en overwegingen van het hof in het tussenarrest en in dit arrest is Reno Systems niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep en slaagt dit hoger beroep van haar niet.
4.15
De beslissingen van het hof hebben gevolgen voor de proceskostenveroordelingen in de procedure bij de rechtbank. De proceskosten van Altea komen niet (langer) voor rekening van [appellant2] Beheer en Kade Beheer. Altea wordt in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer veroordeeld, maar die worden op nihil gesteld, omdat niet is gesteld of gebleken dat zij naast Reno Systems proceskosten hebben gemaakt. Wat betreft de proceskosten in het hoger beroep is niet gesteld of gebleken dat [appellant2] Beheer en Kade Beheer afzonderlijk griffierechten hebben betaald of anderszins kosten hebben gemaakt die niet (ook) voor rekening van Reno Systems komen. Het is wel redelijk dat Altea een vergoeding is verschuldigd voor advocaatkosten. Het hof stelt die vast op € 15.188,- (4 punten in tarief V, € 3.797 per punt). Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
4.16
Het meer of anders gevorderde of verzochte wordt geacht te zijn afgewezen.
5De beslissing
Het hof:
5.1
verklaart Reno Systems niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en verwerpt dat beroep;
5.2
vernietigt het vonnis van de rechtbank uitsluitend voor wat betreft de verklaring voor recht in 3.1 onder 5. dat de holdingvennootschappen [appellant2] Beheer BV en Kade Beheer BV garant staan voor een correcte nakoming van voormelde afspraken door Renosystems, en de hoofdelijke veroordeling van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in 3.2, 3.3. 3.4, 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8, en bekrachtigt het vonnis voor het overige;
5.3
veroordeelt Altea in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in de procedure bij de rechtbank en stelt die vast op nihil;
5.4
veroordeelt Altea in de proceskosten van [appellant2] Beheer en Kade Beheer in hoger beroep en stelt die vast op € 15.188,- voor salaris van de advocaat en voor het overige op nihil;
5.5
bepaalt dat deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.6
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, C.P. Lunter en M.F. Eliens en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.
Artikel 355/356 Rv.
HR 16 april 1993, NJ 1993/654
Artikel 353 lid 1 Rv.
HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.