Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover individuele aandeelhouder; behoorlijke taakvervulling, art. 2:9 BW van overeenkomstige toepassing; maatstaf. Procesrecht; omvang rechtsstrijd partijen in appel, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen, nieuwe stelling bij pleidooi nieuwe grief?, in beginse
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 353 Rv
Genoemd in 1.848 uitspraken · Officiële wettekst
1.848 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Faillissementsrecht; cassatie, vervolg op HR 16 januari 2009, NJ 2009, 55. Procesrecht. Hoger beroep, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen; in beginsel strakke regel ook bij eiswijziging in hoger beroep; toelaatbaarheid van eisvermeerdering na deskundigenbericht zonder instellen van incident
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY78
9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/079HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: OZ EXPORT PLANTEN B.V., gevestigd te Aalsmeer, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.F. Thunnis
Procesrecht. Arbeidsrecht. Comparitie in hoger beroep ten overstaan van raadsheer-commissaris in meervoudig te beslissen zaak (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264). Wanneer vloeit uit gedragslijn van werkgever jegens werknemer een arbeidsvoorwaarde voort? Maatstaf en ge
Procesrecht; art. 24, 347, 353 Rv. Uitleg koopovereenkomst. Toelaatbaarheid eiswijziging na pleidooi in hoger beroep naar aanleiding van door hof ambtshalve opgeworpen vraag naar strijd overeenkomst met art. 3:84 lid 3 BW. Geen uitzondering op “in beginsel strakke regel”. Mogelijke toepasselijkheid
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel. Toepassingsgebied
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel. Toepassingsgebied
Effectenlease. Waiverprocedure. Eigen schuldpercentage; grond voor afwijking van 'hofmodel'? Heeft aanbieder effectenleaseproduct onrechtmatig gehandeld door aanvraagformulier te aanvaarden via tussenpersoon die geen vergunning had als orderremisier (vgl. art. 7 Wte 1995)? Verwijzing naar HR 24 apri
Contractenrecht; procesrecht. Uitleg overeenkomst. Voldoende gesteld voor toewijzing schadevorderingen? Kan eiser voor het eerst in hoger beroep als lasthebber van een derde (op grond van cessie ter incasso) optreden en de vordering van de derde instellen?
Procesrecht. Bewijsaanbod in hoger beroep ten onrechte gepasseerd; art. 166 Rv (HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, NJ 2005/270).
Procesrecht. Bewijsaanbod in hoger beroep ten onrechte afgewezen; art. 166 Rv (HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, NJ 2005/270).
Koopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492. Weigering eisvermeerdering na verwijzing, goede procesorde (art. 130 lid 2 Rv). Gevolgen van mededeling verpanding van vordering tot terugbetaling koopsom hangende de procedure in hoger
Effectenlease. Collectieve actie. Beleggingstechnische gebreken, toestemmingsvereiste, tussenpersonen.
Procesrecht. Productie die is gesteld in een vreemde taal; terecht buiten beschouwing gelaten? Noodzaak en wenselijkheid van een vertaling. Gelegenheid tot herstel indien vertaling ontbreekt. Bewijsaanbod in hoger beroep ten onrechte gepasseerd; art. 166 Rv (HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, N
Vernietiging ontbindingsovereenkomst arbeidsverhouding wegens dwaling of bedrog, vordering tot restitutie en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Aanbod getuigenbewijs in hoger beroep, voldoende gespecificeerd bewijsaanbod, art. 166 lid 1 in verbinding met art. 353 lid 1 Rv. Door partijen
Bewijsrecht. Voldoende geconcretiseerd en gespecificeerd bewijsaanbod in appel? Art. 166 lid 1, art. 353 lid 1 Rv, HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, NJ 2005/270.
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi in incident; art. 134, 208 en 353 Rv. Appelverbod van art. 337 lid 2 Rv; toepasselijkheid ‘doorbrekingsjurisprudentie’; gronden voor doorbreking wettelijk appelverbod. Art. 10 EVRM.
Procesrecht. Door vof op eigen naam ingestelde vordering; vordering in reconventie tegen afzonderlijke vennoten mogelijk? Ambtshalve of op verzoek in het geding roepen afzonderlijke vennoten (art. 118 Rv). Nieuw verweer in hoger beroep; rechtsverwerking c.q. beperkende werking redelijkheid en billij
Art. 392 Rv. Prejudiciële vragen over regels in procesregelementen van de hoven over maximale omvang van processtukken in hoger beroep. Is de rechter bevoegd om deze beperkingen te stellen en mag zo’n beperking in procesreglement worden gesteld? Mag in procesreglement worden bepaald dat bij overschr
Personen- en familierecht. Procesrecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding. Vergoedingsrecht. Passeren bewijsaanbod. Nevenvoorziening; art. 827 lid 1, onder f, Rv.
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk gemotiveerd met uitdr
Cassatie. Procesrecht. Bij één dagvaarding ingesteld cassatieberoep tegen arresten die in verschillende procedures zijn gewezen; ontvankelijkheid; maatstaf. Ontslag van instantie voordat geheel of ten dele einduitspraak is gedaan. Gezag van gewijsde. Getuigenverhoor; afzien van het horen van deskund
Procesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot zekerheidstelling in Vriendschapsverdrag Colombia-Nederland? Verplichting van rechter om te onderzoeken of aangeboden wijzen van zekerheidstelling aanvaardbaar zijn (art. 6:51 BW) en terug te komen van
Opzegging van huurovereenkomsten ter zake vaste standplaatsen op Recreatiepark Duinrand door de verhuurder/exploitant vanwege een door de verhuurder/exploitant beoogde herstructurering van het recreatiepark, in het kader waarvan de verhuurder/exploitant op het terrein kampeerhuisjes en vakantiewoni
Kort geding; geschil over onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheimen; verlof conservatoir bewijsbeslag; inzagevordering art. 843a Rv; vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’ voor inzagevordering; samenhang tussen vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’?; selectie bescheiden
Procesrecht. Incident tot zekerheidstelling proceskosten in art. 69 Fw-procedure in cassatie. Analoge toepassing van art. 289 Rv (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3143) en van art. 224 Rv. Uitzondering van art. 224 lid 2 Rv van toepassing?
Appelprocesrecht. Buiten behandeling laten van nieuwe vordering in hoger beroep zonder toepassing te geven aan art. 130 Rv. Relatievermogensrecht. Verrekening uit hoofde van beëindigde samenlevingsovereenkomst. Ingangsdatum wettelijke rente.
Procesrecht. Geldt verzet tegen verstekarrest als memorie van antwoord, waarbij geïntimeerde incidenteel hoger beroep mag instellen buiten het door principaal hoger beroep bestreken gebied? Art. 143 e.v. Rv jo. art. 353 lid 1 Rv. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Kan art. 767 Rv rechtsmacht verschaff
Procesrecht. Subjectieve cumulatie van verschillende, voor afzonderlijke berechting vatbare rechtsvorderingen, die vanwege hun onderlinge samenhang in één procedure zijn samengevoegd; samenvoeging ontneemt aan de desbetreffende afzonderlijke zaken niet hun zelfstandigheid waardoor conclusies en akte
Procesrecht. Vrijwaringsincident, derde kan niet eerst in appel in vrijwaring worden opgeroepen, strekking van art. 353 lid 1 Rv., correctieve wetsuitleg; niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest; obiter dictum.
Procesrecht. Dagvaarding tegen foutieve verschijndag; herstelexploot niet tijdig aangebracht; herstel mogelijk door tweede herstelexploot dat vóór oorspronkelijk aangezegde foutieve verschijndag is uitgebracht? Art. 125 Rv (HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7203, NJ 2011/528). Geldigheid herste
Procesrecht. Mondelinge behandeling in hoger beroep. Art. 87 lid 8 Rv. Mocht hof bij ongemotiveerde beslissing op de rol verzoek om mondelinge behandeling afwijzen? Heeft rechtspraak over pleidooi zijn betekenis behouden?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
Arbeidsrecht. Procesrecht. Geschil tussen piloten en luchtvaartmaatschappij over uitleg cao-bepaling. Toewijzing van een voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering in reconventie; strijd met art. 353 lid 1 Rv.
Procesrecht. Verstek; afwijzing in hoger beroep van vordering tot opheffing conservatoir beslag op een woning; miskenning door appelrechter van maatstaf dat in verstekzaken de vordering alleen kan worden afgewezen indien de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt; Hoge Raad doet zelf
Procesrecht. Anticipatie. Ontslag van instantie. Doorbrekingsgrond. Art. 123 Rv. Art. 126 Rv. Art. 127 lid 2 Rv. Gelegenheid bieden tot herstel verzuim van appellant om advocaat te stellen. Aantekening op de rol voldoende?
Caribische zaak (Curaçao). Bewijsrecht. Passeren bewijsaanbod in hoger beroep. Tegenbewijs. Art. 145 lid 1 en 280 lid 1 Rv Curaçao (art. 166 lid 1 en 353 lid 1 Rv). HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1313; HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726.
Aanspraak op een bruidsschat. De vrouw heeft reeds in Iran haar bruidsschat opgeëist en de Iraanse rechter heeft vastgesteld dat de man deze aan haar dient te betalen. Met inachtneming van de in de jurisprudentie ontwikkelde vereisten (Bontmantel-arrest) komt het hof tot het oordeel dat gewicht moet
Effectenlease. Samenloop onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad. Verschil rentevergoeding. Advisering tussenpersoon. Geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
vergoeding van proceskosten na ingetrokken kort geding
Kort geding; Belastingdienst niet verplicht tot verstrekking gegevens Luxemburgse tipgever. Infomatieplicht belastingplichtige: samenloop sancties; art 6 EVRM.
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk gemotiveerd met uitdr
Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag? Passeren bewijsaanbod door hof berust op miskenning juiste maatstaf dan wel is onvoldoende gemotiveerd. Passeren essentiële stellingen eveneens onvoldoende gemotiveerd. Begroting schadevergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag met toepassing van
Procesrecht. Art. 237 Rv. Compensatie van proceskosten. Familierechtelijke zaak?
IPR. Rechtsmacht. Beslag op zeeschip; beslag opgeheven tegen vervangende zekerheidsstelling in buitenlands beslagforum met toepassing van Beslagverdrag. Exclusieve rechtsmacht van beslagforum voor provisionele vordering tot vrijgave van zekerheidsstelling (art. 5 Beslagverdrag)?
In eerste aanleg is de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning wegens overlast. Hangende (spoed)appel is bij wege van incident schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het veroordelende vonnis in eerste aanleg gevraagd. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet
Intellectuele Eigendom, vordering ex art. 843a Rv toegewezen. In ieder geval is voldoende voor toewijzing dat eiser zodanige concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd dat daaruit, ook gelet op de betwisting door de wederpartij en de reactie daarop van eiser, een redelijk vermoeden van (dre
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding bij indiening incidentele memorie tot aanhouding via Veilig mailen-voorziening (art. 8 Besluit elektronisch procederen)? Beoordeling of incidentele vordering eerst en vooraf zal worden beslist
Procesrecht. Koop- en aannemingsovereenkomsten. Vordering jegens 14 kopers tot terugbetaling bedrag getrokken bankgarantie. Afwijzing jegens in hoger beroep verschenen kopers wegens ontbreken vorderingsgerechtigdheid eisende partij; toewijzing jegens koper die in eerste aanleg wel, maar in hoger ber
Procesrecht. Verstek van geïntimeerde gezuiverd door betaling van griffierecht (art. 353 lid 1 en 142 Rv). Hof blijft zaak als verstekzaak behandelen en wijst arrest. Door geïntimeerde ingesteld verzet niet-ontvankelijk verklaard omdat het als arrest op tegenspraak moet worden aangemerkt (vgl. HR 15
Koopgarant-zaak. Hof acht (deel van de) aanvulling van eis in latere akte niet in strijd met eisen van een goede procesorde. Bestreden beding is kernbeding, zodat een oneerlijkheidstoets niet aan de orde is. Kernbeding voldoet aan transparantievereiste. Ook bestaat er wilsovereenstemming over kernbe
Erfrecht. Schenking voor overlijden door gevolmachtigde, tevens erfgenaam, aan zichzelf. Bewijslast (oogmerk van) schenking. Bewijs niet geleverd. Gevolgen daarvan in relatie tot artikel 3:194 lid 2 BW; nu (ook)sprake is van opzet is het aandeel verbeurd aan de andere erfgenaam. Strekking artikel 3:
IE, auteursrecht; thuiskopie
Collectieve actie van stichting bestaande uit deelnemers aan Koersplan, een spaarkasovereenkomst, waarbij de deelnemers een periode inleg betaalden, die werd gestort in een gezamenlijke spaarkas waarmee werd belegd. Geen wilsovereenstemming tussen Spaarbeleg, thans Aegon, en de deelnemers over de ho
De rechtbank heeft als feit vastgesteld dat volgens het paspoort de stokmaat van Way of Picobello op 7 maart 2003 1.479 meter was, met welke vaststelling [appellant] zich heeft verenigd. Het staat voorts vast dat partijen omtrent de mogelijke koop van het litigieuze dier met elkaar in onderhandeling
- Huurovereenkomst woonruimte voor bepaalde tijd. Huurprijswijzigingsbedingen en kostenbeding oneerlijk? Indexatiebeding en opslagbeding van maximaal 5%. Incasso- en proceskostenbeding. Artikel 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG. Wetsartikelen: 6:2 BW, 6:231 e.v. BW, 237 Rv.
Uitleg van artikel 2.2 lid 2 onder b van het Besluit zorgverzekering. Het hof gaat nader in op de vraag hoe moet worden vastgesteld of een gedeclareerd tarief van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder voor verleende zorg in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is. De zorgverze
Onrechtmatige daad. Bewijsrecht. Geschil over de vraag of de Politie onrechtmatig heeft gehandeld door man in te sluiten in een politiecel, en door niet tijdig en adequaat op te treden toen man in de cel zelfdestructief gedrag vertoonde. Afwijzing verzoek tot het bekijken van camerabeelden van het v
Uitleg van boetebeding (artikel 25.3) uit de ‘ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW’. Het in dat artikel genoemde minimumbedrag van € 300,-- per maand moet enkelvoudig worden berekend over het totaal aantal huurtermijnen dat in een
Arbeidsrecht. ‘Mandjesvergelijking’ van Albert Heijn bij overname personeel franchisenemers is in strijd met regels omtrent overgang van onderneming. Goede procesorde. Collectieve actie ex artikel 3:305a lid 1 BW. Uitvoerbaar bij voorraad. Artt. 7:662 e.v. BW, 3:305a lid 1 BW en 353 jo 234 Rv.’
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebrachte beperkingen op
Procesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het audiëntieblad aangetekende beslissing van de rolraadsheer tot verwijzing van de zaak naar de rol voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art. 353 lid 1 Rv., nie
Artikel 2:9 BW interne aansprakelijkheid van bestuurders van een stichting voor huisvesting van bejaarden voor beleggingen met vermogen van de stichting
Procesrecht. Hoger beroep, ontvankelijkheid; niet (tijdig) inschrijven ter rolle, aanhangigheid; herstelmogelijkheid; gebrek als bedoeld in art. 120 lid 2 en geldig herstelexploot ex art. 125 lid 4 Rv.
Procesrecht. Zekerheidsstelling voor de proceskosten (art. 224 Rv). Staat Vriendschapsverdrag met Colombia in de weg aan verplichting tot zekerheidstelling? Wie bepaalt welke zekerheid wordt gesteld? Mogelijkheid om bij volgend arrest terug te komen van bevolen zekerheidstelling.
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Proceskosten ex art. 1019h R
Aansprakelijkheid wegbeheerder (gemeente); ongeval bromfietser; oneffenheden door boomwortelopgroei in het wegdek van het fietspad; voldeed het fietspad aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en leverde het fietspad een gevaar op voor weggebruikers (art. 6:174 BW)?; be
Verbintenissenrecht. Medische behandelingsovereenkomst. Complicaties ontstaan door gebruik van 'Miragelplombe' bij oogoperatie. Vraag of sprake is van tekortkoming indien een zaak is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is maar op grond van later opgekomen medische inzichten
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04794.
na vonnis in eerste aanleg gefailleerde vennootschap kan zelf hoger beroep instellen; procespartij die in hoger beroep in een hoedanigheid als gevolmachtigde optreedt moet als zodanig reeds in eerste aanleg zijn opgetreden; vernietiging ogv art. 42 Fw door curator van aandelenoverdracht; benadeling;
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/218HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n WONINGSTICHTING BINNENHOF, gevestigd te Heemstede, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in
Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Schadevergoedingsactie van voormalig cliënt tegen advocaat wegens het laten verstrijken van een appeltermijn. Toepassing kansschadeleer. Stelplicht en bewijslast ter zake van het causaal verband tussen beroepsfout en schade. Voldoende gespecificeerd en ter zake die
Artikel 130 Rv. Wijziging van eis in memorie van grieven. Wijziging van eis is niet betekend aan de niet verschenen geïntimeerde in hoger beroep. Verwijzing zaak naar rol zodat appellant de vermeerdering van eis alsnog in het geding kan brengen.
Spoed kort geding over de vraag of het de Staat en Schiphol moet worden verboden om maatregelen vast te stellen c.q. uit te voeren die de Staat onlangs heeft aangekondigd inzake geluidbelasting van Schiphol voor het gebruiksjaar dat loopt van 1 november 2023 tot en met oktober 2024. De voorzieningen
Personen- en familierecht. Vervangende toestemming verhuizing; afwikkeling huwelijkse voorwaarden; Haviltex; bewijsaanbod.
verdeling eenvoudige gemeenschap, ex-samenwoners, vergoedingsrecht
Procesrecht. Incident in cassatie tot zekerheidstelling voor de proceskosten (art. 414 Rv jo. art. 224 Rv). Zekerheidstelling ook voor onbetaald gebleven proceskosten uit een voorgaande instantie?
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Financieel recht. Mocht bank de bankrelatie opzeggen? Peilmoment toetsing. Weigering tot afgifte van proces-verbaal na pleidooi.
Geen onrechtmatig handelen van de Gemeente. Vordering van [appellant] om Gemeente te verbieden de gemeentehuislocatie aan [geïntimeerde 2] te leveren, zonder haar (en andere gegadigden) ook in de gelegenheid te stellen deze locatie te verwerven. Geen aanbestedingsplichtige opdracht. Geen staatssteun
Vrijwaringszaak ten opzichte van de hoofdzaak 17/02787. Erfrecht. Beroepsaansprakelijkheid notaris jegens echtgenote van erflater. Vordering notaris jegens (stief)kinderen erflater tot vrijwaring, op grond van ongerechtvaardigde verrijking dan wel onrechtmatige daad van de (stief)kinderen. Afwijzing
Burengeschil. Verkrijgende verjaring van eigendom van onder een van beide panden gelegen grond maar niet van in het verlengde daarvan gelegen (onbebouwde) grond. Het hof gelast de oproeping in het geding van de verkoper van het destijds aan een van de buren geleverde perceel opdat deze zich uitlaat
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechterswisseling? Moest bestuurder ten tijde van sluiten overeenkomst begrijpen dat vennootschap niet in staat zou zijn aan haar verplichtingen te voldoen?
Aansprakelijkheidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid voor schade als gevolg van asbestblootstelling. Art. 7:658 BW. Causaal verband tussen blootstelling aan asbest en ontstaan van mesothelioom? Arbeidsrechtelijke omkeringsregel. HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717, NJ 2014/98 en HR 7 juni 2013, E
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging toestaan en daarop de
Val over door gemeente op stoep naast parkeervakken geplaatste betonnen “varkensrug”. Geen aansprakelijkheid gemeente. Artt. 6:174 en 6:162 BW.
“Letselschadezaak. Overwegingen over de eindleeftijd bij verlies verdienvermogen, de rekenrente, de kosten van huishoudelijke hulp en het verlies zelfwerkzaamheid en over de betekenis van de richtlijnen van de Letselschade Raad voor de begroting van de twee laatstgenoemde schadeposten. Abstracte beg
Procesrecht. Verstekverlening. Termijn van dagvaarden (art. 115 Rv. in verbinding met art. 63 Rv.). Dagvaardingstermijn voor partij met woonplaats in een buiten Europa gelegen, bij het Haags Betekeningsverdrag aangesloten staat, bedraagt, indien de dagvaarding wordt uitgebracht aan het kantoor van d
-
Burenrecht. Burgerlijk procesrecht. Vordering ongedaanmaking overbouw. Verzoek tot schorsing geding ex art. 225 lid 1, onder c, Rv. Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Legalisering overbouw (art. 5:54 lid 1 BW). Grove schuld of kwade trouw ex art. 5:54 lid 3 BW.
onvoldoende concreet gevorderde verklaring voor recht
Personen- en familierecht; de (wijze van) verdeling van de gemeenschap van goederen voortvloeiend uit het geregistreerd partnerschap.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Rechtskracht van voorlopige voorziening op de voet van art. 223 Rv nadat einduitspraak in de hoofdzaak is gedaan en tegen die einduitspraak hoger beroep is ingesteld. Voldoende belang bij nieuwe voorlopige voorziening in hoger beroep?
Alimentatie. Terugbetaling van te veel ontvangen kinderalimentatie? Moet gebruiksvergoeding voor voormalige echtelijke woning worden betrokken bij bepaling van behoefte? Betekenis van exploitatielasten van buitenlandse woning bij bepaling van behoefte. Indexering van partneralimentatie. Grenzen van
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van de dagvaarding genoem
Procesrecht. Verbintenissenrecht. Art. 3:51 lid 2 BW. Rechtsvordering tot vernietiging van koopovereenkomst; had het hof de rechtsvordering mogen behandelen en daarover mogen oordelen zonder dat alle partijen bij de koopovereenkomst in het geding waren betrokken? Vgl. HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:20
De uitoefening van de erfdienstbaarheid is onmogelijk geworden door de aanleg van een nevengeul. Vordering tot wijzing van de erfdienstbaarheid ingesteld door het Waterschap en de eigenaar van het dienende erf. Het heersende erf wordt lopende het hoger beroep verkocht. Belang van de voormalig eigena
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Aankoop bedrijfsterrein door gemeente. Staatssteun? Gevolgen niet-aanmelden ex art. 108 lid 3 VWEU: gehele of partiële nietigheid (art. 3:41 BW)? Wettelijke rente over terugbetaling.