Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:261
2020-02-14
Civiel recht; Arbeidsrecht
18/04299
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:261 → ECLI:NL:GHAMS:2018:2383 (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:261 → ECLI:NL:PHR:2019:1082 gevolgd
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Procesrecht. Geschil tussen piloten en luchtvaartmaatschappij over uitleg cao-bepaling. Toewijzing van een voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering in reconventie; strijd met art. 353 lid 1 Rv.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBNHO:2017:2954 Rechtbank Noord-Holland 12-04-2017
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2383 Gerechtshof Amsterdam 10-07-2018
Geciteerd door (17)
- ECLI:NL:GHARL:2026:293 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-01-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:2116 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-04-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:123 Gerechtshof Amsterdam 21-01-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2024:8805 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:7455 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-12-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:6373 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-10-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1680 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:197 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:9036 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-12-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:4139 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:295 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:361 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-01-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1555 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-05-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1416 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-05-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:235 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-02-2022
- ECLI:NL:GHARL:2021:2767 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-03-2021
- ECLI:NL:OGHACMB:2020:250 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20-10-2020
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.764 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04299
Datum 14 februari 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats], Spanje,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4] ,
wonende te [woonplaats], Spanje,
5. [eiser 5] ,
wonende te [woonplaats],
6. [eiser 6] ,
wonende te [woonplaats],
7. [eiser 7] ,
wonende te [woonplaats],
8. [eiser 8] ,
wonende te [woonplaats],
9. [eiser 9] ,
wonende te [woonplaats],
10. [eiser 10] ,
wonende te [woonplaats],
11. [eiser 11] ,
wonende te [woonplaats];
12. [eiser 12] ,
wonende te [woonplaats] in de Republiek Zuid-Afrika,
13. [eiser 13] ,
wonende te [woonplaats],
14. [eiser 14] ,
wonende te Amsterdam,
15. [eiser 15] ,
wonende te [woonplaats],
16. [eiser 16] ,
wonende te [woonplaats],
17. [eiser 17] ,
wonende te [woonplaats],
18. [eiser 18] ,
wonende te [woonplaats],
19. [eiser 19] ,
wonende te [woonplaats],
20. [eiser 20] ,
wonende te [woonplaats],
21. [eiser 21] ,
wonende te [woonplaats],
22. [eiser 22] ,
wonende te [woonplaats],
23. [eiser 23] ,
wonende te [woonplaats],
24. [eiser 24] ,
wonende te [woonplaats],
25. [eiser 25] ,
wonende te [woonplaats],
26. [eiser 26] ,
wonende te [woonplaats],
27. [eiser 27] ,
wonende te [woonplaats]
28. [eiser 28] ,
wonende te [woonplaats],
29. [eiser 29] ,
wonende te [woonplaats],
30. [eiser 30] ,
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de Vliegers
advocaat: Chr.F. Kroes,
tegen
MARTINAIR HOLLAND N.V.,gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Martinair,
advocaat: S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaken 5261235\CV EXPL 16-6740 en 5408386\CV EXPL 16-8841 van de kantonrechter te Haarlem van 12 april 2017;
het arrest in de zaak 200.219.582/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2018.
De Vliegers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Martinair heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Martinair toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot vernietiging van het arrest ten aanzien van de toegewezen verklaring voor recht en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Vliegers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
2.1
Sinds 2008 bevat de CAO Martinair Vliegers (hierna: de CAO) voor vliegers van Martinair een regeling voor een ontslagvergoeding bij overtolligheid. Op grond van art. IV van Bijlage 13 van de CAO maakt van die vergoeding deel uit een werkgeversbijdrage pensioenpremie van 18% van het laatstgenoten maandsalaris. In 2015 is in het Protocol Pensioenen 2015 de werkgeversbijdrage pensioenpremie verhoogd naar 26,5%.
2.2
In deze procedure vorderen de Vliegers een verklaring voor recht dat Martinair is gehouden bij de berekening en betaling van de ontslagvergoeding als bedoeld in art. IV van Bijlage 13 van de CAO rekening te houden met een werkgeversbijdrage pensioenpremie van 26,5%.
De kantonrechter heeft deze verklaring voor recht gegeven.
2.3
Martinair is in hoger beroep gegaan en heeft vernietiging van het vonnis van de kantonrechter gevorderd. Bovendien heeft Martinair gevorderd “voor recht te verklaren dat voor de berekening van de ontslagvergoeding in artikel IV van Bijlage 13 een pensioenbijdrage van de werkgever van 18% moet worden meegenomen”.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd, de door Martinair gevorderde verklaring voor recht gegeven, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
3Beoordeling van het middel
3.1
Onderdeel V van het middel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat art. 353 lid 1 Rv eraan in de weg staat dat voor het eerst in hoger beroep een eis in reconventie wordt ingesteld.
3.2
Deze klacht slaagt. Martinair was in eerste aanleg gedaagde en heeft toen geen reconventionele vordering ingesteld. De pas in hoger beroep ingestelde vordering tot het geven van de hiervoor in 2.3 weergegeven verklaring voor recht was daarom op grond van art. 353 lid 1 Rv niet toewijsbaar.
Deze uitkomst is niet van invloed op de in het bestreden arrest uitgesproken veroordeling van de Vliegers in de proceskosten, aangezien zij als de in hoger beroep in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij zijn aan te merken.
3.3
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3.4
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door Martinair alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in de hiervoor in 2.3 bedoelde vordering tot het geven van een verklaring voor recht. De Hoge Raad zal de kosten van het geding in cassatie tussen partijen compenseren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2018, maar uitsluitend voor zover het hof voor recht heeft verklaard dat voor de berekening van de ontslagvergoeding in artikel IV van Bijlage 13 een pensioenbijdrage van 18% moet worden meegenomen;
- verklaart Martinair niet-ontvankelijk in haar vordering tot het geven van een verklaring voor recht;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.
Rb. Noord-Holland 12 april 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2954.
Hof Amsterdam 10 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2383.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04299
Datum 14 februari 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats], Spanje,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4] ,
wonende te [woonplaats], Spanje,
5. [eiser 5] ,
wonende te [woonplaats],
6. [eiser 6] ,
wonende te [woonplaats],
7. [eiser 7] ,
wonende te [woonplaats],
8. [eiser 8] ,
wonende te [woonplaats],
9. [eiser 9] ,
wonende te [woonplaats],
10. [eiser 10] ,
wonende te [woonplaats],
11. [eiser 11] ,
wonende te [woonplaats];
12. [eiser 12] ,
wonende te [woonplaats] in de Republiek Zuid-Afrika,
13. [eiser 13] ,
wonende te [woonplaats],
14. [eiser 14] ,
wonende te Amsterdam,
15. [eiser 15] ,
wonende te [woonplaats],
16. [eiser 16] ,
wonende te [woonplaats],
17. [eiser 17] ,
wonende te [woonplaats],
18. [eiser 18] ,
wonende te [woonplaats],
19. [eiser 19] ,
wonende te [woonplaats],
20. [eiser 20] ,
wonende te [woonplaats],
21. [eiser 21] ,
wonende te [woonplaats],
22. [eiser 22] ,
wonende te [woonplaats],
23. [eiser 23] ,
wonende te [woonplaats],
24. [eiser 24] ,
wonende te [woonplaats],
25. [eiser 25] ,
wonende te [woonplaats],
26. [eiser 26] ,
wonende te [woonplaats],
27. [eiser 27] ,
wonende te [woonplaats]
28. [eiser 28] ,
wonende te [woonplaats],
29. [eiser 29] ,
wonende te [woonplaats],
30. [eiser 30] ,
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de Vliegers
advocaat: Chr.F. Kroes,
tegen
MARTINAIR HOLLAND N.V.,gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Martinair,
advocaat: S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaken 5261235\CV EXPL 16-6740 en 5408386\CV EXPL 16-8841 van de kantonrechter te Haarlem van 12 april 2017;
het arrest in de zaak 200.219.582/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2018.
De Vliegers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Martinair heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Martinair toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot vernietiging van het arrest ten aanzien van de toegewezen verklaring voor recht en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Vliegers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
2.1
Sinds 2008 bevat de CAO Martinair Vliegers (hierna: de CAO) voor vliegers van Martinair een regeling voor een ontslagvergoeding bij overtolligheid. Op grond van art. IV van Bijlage 13 van de CAO maakt van die vergoeding deel uit een werkgeversbijdrage pensioenpremie van 18% van het laatstgenoten maandsalaris. In 2015 is in het Protocol Pensioenen 2015 de werkgeversbijdrage pensioenpremie verhoogd naar 26,5%.
2.2
In deze procedure vorderen de Vliegers een verklaring voor recht dat Martinair is gehouden bij de berekening en betaling van de ontslagvergoeding als bedoeld in art. IV van Bijlage 13 van de CAO rekening te houden met een werkgeversbijdrage pensioenpremie van 26,5%.
De kantonrechter heeft deze verklaring voor recht gegeven.
2.3
Martinair is in hoger beroep gegaan en heeft vernietiging van het vonnis van de kantonrechter gevorderd. Bovendien heeft Martinair gevorderd “voor recht te verklaren dat voor de berekening van de ontslagvergoeding in artikel IV van Bijlage 13 een pensioenbijdrage van de werkgever van 18% moet worden meegenomen”.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd, de door Martinair gevorderde verklaring voor recht gegeven, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
3Beoordeling van het middel
3.1
Onderdeel V van het middel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat art. 353 lid 1 Rv eraan in de weg staat dat voor het eerst in hoger beroep een eis in reconventie wordt ingesteld.
3.2
Deze klacht slaagt. Martinair was in eerste aanleg gedaagde en heeft toen geen reconventionele vordering ingesteld. De pas in hoger beroep ingestelde vordering tot het geven van de hiervoor in 2.3 weergegeven verklaring voor recht was daarom op grond van art. 353 lid 1 Rv niet toewijsbaar.
Deze uitkomst is niet van invloed op de in het bestreden arrest uitgesproken veroordeling van de Vliegers in de proceskosten, aangezien zij als de in hoger beroep in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij zijn aan te merken.
3.3
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3.4
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door Martinair alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in de hiervoor in 2.3 bedoelde vordering tot het geven van een verklaring voor recht. De Hoge Raad zal de kosten van het geding in cassatie tussen partijen compenseren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2018, maar uitsluitend voor zover het hof voor recht heeft verklaard dat voor de berekening van de ontslagvergoeding in artikel IV van Bijlage 13 een pensioenbijdrage van 18% moet worden meegenomen;
- verklaart Martinair niet-ontvankelijk in haar vordering tot het geven van een verklaring voor recht;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.
Rb. Noord-Holland 12 april 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2954.
Hof Amsterdam 10 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2383.