Voorzieningenrechter wijst vordering tot staking executie van de ontruiming van een restaurant in Dordrecht af, nadat al eerder het Hof de vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de uitspraak van de kantonrechter had afgewezen
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:295 BW
Genoemd in 263 uitspraken · Officiële wettekst
263 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
beoordeling incident, uitvoerbaar verklaring bij voorbaat, zie ook LJN BC9895
Onjuiste vermelding van de datum van de uitspraak in het arrest. Gevolgen daarvan voor de cassatietermijn.
Grote renovatie ten behoeve van (nieuwe) bedrijven rechtvaardigt beëindiging huur bedrijfsruimte na 10 jaar van een Grieks restaurant dat als te kleinschalig in dat plan wordt beschouwd. Gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad ondanks art 6:295 BW toegewezen, omdat verweer
Huur bedrijfsruimte. Toegewezen vordering verhuurder tot huurbeëindiging en ontruiming; geen connexiteitseis voor beslissing ex art. 7:295 en beslissing over verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in art. 297 BW; beleidsvrijheid feitenrechter.
Ontbinding huurovereenkomst; verplichte amovering verkooppunt van benzinestation ogv Tracébesluit; onvoorziene omstandigheden waardoor ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet aan de orde is; billijke vergoeding als voorwaarde bij de ontbinding.
Opzegging wegens dringend nodig hebben eigen gebruik, namelijk woningbouw in de sociale sector. De aard van de reden is dringend (sociale woningbouw). Ook de termijn waarop ontruimd moet worden is dringend. Met zo’n ontruimingsprocedure kunnen jaren gemoeid zijn. De verhuurder ka
dringend eigen gebruik bedrijfsruimte, geen afstand van recht tot indexering
Eindvonnis na bewijsopdracht. Verhuurder heeft aannemelijk gemaakt dat het rendement, de mogelijke verkoopopbrengst en het BAR stijgen met de omvorming van de ruimte tot woning. Alternatieve scenario onvoldoende onderbouwd door huurder.
Gezamenlijk verzoek tot goedkeuring afwijkend beding als bedoeld in artikel 7:291 BW. Partijen zijn wel ontvankelijk in hun verzoek omdat de door hen getekende "Vaststellingsovereenkomst" kwalificeert als een voortzetting van de huurovereenkomst en niet als een vaststellingsovere
Goedkeuring van een afwijkend huurbeding.
Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2025:349 na bewijsopdracht. Vordering tot vaststellen einde huurovereenkomst en ontruiming van verouderde bedrijfsruimte met woonhuis i.v.m. gewenste renovatie met bestemmingswijziging naar uitsluitend woonruimte. Vordering op grond van dringend eigen geb
Tussen de gemeente en InBev bestaat een huurovereenkomst. De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd. Zij wil de huurovereenkomst beëindigen op basis van artikel 7:296 lid 3 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), omdat een langdurige overeenkomst volgens haar niet meer past bij de
Incident ex artikel 351 Rv tot schorsing tenuitvoerlegging. Vordering afgewezen
Huurbeëindiging op grond van dringend eigen gebruik en (ten overvloede) de algemene belangenafweging.
Huurrecht. Bedrijfsruimte. Opzegging wegens DEG. Vaststelling einde van de huurovereenkomst. Geen tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten. Voor vaststelling van schadeloosstelling als bedoeld in artikel 7:309 BW is een vordering nodig.
Huurovereenkomst bedrijfsruimte ontbonden vanwege structurele huurachterstanden. Vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Huur van woonruimte. Dood van de huurder. Positie van huisgenoot die voortzetting van de huur vordert. Staat de regel van art. 7:268 lid 2 BW dat de huurovereenkomst in elk geval voortduurt totdat op de vordering van de huisgenoot tot voortzetting van de huur is beslist, steeds i
Huur van bedrijfsruimte. Vervolg op opzegging en beëindiging wegens eigen gebruik. Is bij de verhuurder de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig geweest? Art. 7:299 BW. Peilmoment voor de aanwezigheid van de wil tot eigen geb
Huurrecht. Tussenvonnis. Dringend eigen gebruik. Artikel 7:296 lid 1 onder b BW. Voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete plannen zijn om de bedrijfsruimte te renoveren, door deze te slopen en er nieuwbouw te plaatsen. Renovatie zonder beëindiging van de huur niet mogelijk.
Huurrecht. Tussenvonnis. Dringend eigen gebruik. Artikel 7:296 lid 1 onder b BW. Voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete plannen zijn om de bedrijfsruimte te renoveren, door deze te slopen en er nieuwbouw te plaatsen. Renovatie zonder beëindiging van de huur niet mogelijk.
Partij A verhuurt een bedrijfsruimte aan partij B. Zij vordert beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte, omdat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik wegens een renovatie die zonder beëindiging van de huurovereenkomst niet mogelijk
Huurrecht bedrijfsruimte. Voldaan aan vereisten beëindiging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 sub b BW? Vervolg op HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:494
In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of de huurovereenkomst van een horecabedrijf is geëindigd door opzegging of beëindigd moet worden door ontbinding door de kantonrechter. De kantonrechter is van oordeel dat de huurovereenkomst niet is geëindigd door opzegging, maar ont
huurrecht; dringend eigen gebruik art. 7:290 bedrijfsruimte; horeca; hof acht opzegging rechtsgeldig en bepaalt een einddatum en een verhuis- en inrichtingsvergoeding; geschillen over parkeerplaats en omvang van het terras